blog | werkgroep caraïbische letteren

De Tweede Cola Debrot-lezing van Ana Menéndez

[Volledige tekst van de Tweede Cola Debrot-lezing, nu verschenen op de website van de Werkgroep Caraïbische Letteren; hieronder het begin]

The Bilingual Imagination

El universo (que otros llaman la Biblioteca) se compone de un número indefinido, y tal vez infinito, de galerías hexagonales, con vastos pozos de ventilación en el medio, cercados por barandas bajísimas. Desde cualquier hexágono se ven los pisos inferiores y superiores: interminablemente.
Como todos los hombres de la Biblioteca, he viajado en mi juventud; he peregrinado en busca de un libro, acaso del catálogo de catálogos; ahora que mis ojos casi no pueden descifrar lo que escribo, me preparo a morir a unas pocas leguas del hexágono en que nací.

Good evening. Thank you all for being here tonight and thank you to the Working Group on Caribbean Literature and especially to Dr. Van Kempen for making it possible for me to be here. It’s a real pleasure to speak to you tonight in this gorgeous library.
Some of you may have recognized the opening, slightly abridged, of Jorge Luis Borges’ short story La Biblioteca de Babel, The Library of Babel. A library, because I thought it would be appropriate tonight. In Spanish, because that is how he wrote it, and because I wanted to open with a foreign cadence, the music of the other. And Jorge Luis Borges because he was bilingual, iconoclastic and completely original. And it is the inter-relation of those qualities that is the subject of my talk tonight.

[Lees hier verder]
Klik op het label hieronder voor verschillende verslagen van de lezing.

Foto: @ Wietse Rypkema
on 17.04.2011 at 20:43
Tags:

1 comment to “De Tweede Cola Debrot-lezing van Ana Menéndez”

  • Zéér mooie lezing en “universeel” Caraïbisch, waar ik mee bedoel dat auteurs uit de Franse Antillen herhaaldelijk hetzelfde verhaal doen over hoe hun bilinguïsme (en trilinguïsme) een verrijking is in hun schrijfproces en verbeelding.
    De in februari overleden Edouard Glissant (1928-2011) stelt dat hij schrijft in de “aanwezigheid van alle talen” (“écrire en présence de toutes les langues”) en ook al begrijpt hij niet alle talen die de archipel rijk is, toch voedt die meertaligheid zijn barokke oeuvre. In zijn laatste werken (o.a. in Sartorius, Le Roman des Batoutos, 1999) heeft hij het trouwens ook over Borges die voor tal van Franstalige Caribische auteurs (André Schwarz-Bart, o.a.) een voorbeeld was.
    zéér mooie lezing van A Menendez!
    met mijn waardering,

    Kathleen Gyssels

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter