blog | werkgroep caraïbische letteren

De romantisering van ware gebeurtenissen

door Hilde Neus

In 2000 kwam de roman De man van veel van Karin Amatmoekrim uit. Deze is gebaseerd op het leven van Anton de Kom. De auteur heeft een korte periode uit dat bewogen leven gelicht en daar een geromantiseerde versie van bedacht. Het ging om een moeilijke periode: de opname van De Kom in een psychiatrisch instituut, omdat het geestelijk niet goed met hem ging. Dit is niet zo verwonderlijk, na alles wat hij had meegemaakt. De controverse ontstond, toen de nakomelingen van De Kom reageerden op deze roman. Want volgens hen was het echt niet zo gebeurd, als Amatmoekrim had beschreven.

Hier is het van belang om een onderscheid te maken tussen een autobiografie, een biografie of een geromantiseerd levensverhaal. Het schrijven van een levensverhaal is geen makkelijke klus, omdat de auteur veel knopen door moet hakken. Wat mag hij wel of niet veranderen aan een leven dat echt geleefd is? Dat is een vraag die op deze pagina speelt, en ook vaak in beeld komt bij een biografie. Een autobiografie is een levensverhaal geschreven door de persoon zelf. Hij mag weglaten wat hij wil en ook een leugentje om bestwil zal er wel eens insluipen. Als iemand anders een boek schrijft over een persoonlijkheid die bestaat of heeft bestaan, kan de onderzoeker van dat – meestal – interessante leven bepalen of de familie de goedkeuring over de inhoud moet uitspreken, of niet. Als de familie erachter staat, spreekt  men van een geautoriseerde biografie. Amatmoekrim heeft een periode van het leven van De Kom geromantiseerd en dit is dus fictie. Familieleden van De Kom waren het dus niet met haar keuzes eens.

Op deze pagina is Het geheime wapen van Janny de Heer besproken. Deze inleiding is hier op zijn plaats omdat ook bij de publicatie van dit boek een controverse is ontstaan. En wel tussen de auteur en diegene die haar het verhaal heeft verteld. Wie is de eigenaar van het verhaal? Dit is dus ook min of meer een waarschuwing: als je een mooi verhaal hebt, en je laat het door iemand anders opschrijven, maak dan hele goede afspraken en heb die zwart op wit. Liefst bij de notaris.

Vooraan in het boek staat: ‘De personages en gebeurtenissen zijn fictief, en elke overeenkomst met namen, karakters of geschiedenis van enig bestaande of historische persoon is totaal toevallig en onbedoeld.’ Maar wat als deze overeenkomst nou niet toevallig is? Ik werd benaderd door Carmen Pinas, die ik ken vanaf 1977. Haar familieverhaal heb ik lang geleden al gehoord. Op deze pagina kunt u lezen over de roman, de insteek van de auteur, en de reactie op de publicatie door Henk Roosendaal, de man van Carmen Pinas.  

Het geheime wapen

Dit is een verhaal van een Surinaamse KNIL-militair. Deze waren jongens die in opdracht van de Nederlandse overheid gingen dienen in het voormalig Nederlands-Indië, in een wel heel bewogen tijd. De Japanners hadden de archipel bezet, en in 1945, na het einde van WO II riep Indonesië de onafhankelijkheid zelf uit, en die werd erkend door de Verenigde Naties. Nederland, echter, vond dat de losmaking van haar voormalige kolonie veel gefaseerder moest verlopen en stuurde soldaten om de opstanden van de vrijheidsstrijders neer te slaan. Deze periode wordt de Bersiap genoemd. [De Bersiap-tijd is de tijd na de Japanse bezetting dat Indonesische vrijheidsstrijders gruwelijkheden begingen tegen niet-inlanders – red. CU.] Ook Suriname leverde soldaten om te dienen in het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL). Voor hen was dit een periode die veel verwarring en weerstand opriep: hoe kan je vechten tegen Javanen die hun onafhankelijkheid opeisen, terwijl die discussie in Suriname ook speelde.

De hoofdpersoon van Het geheime wapen is Cas, een gedisciplineerde soldaat, die zich inzet om zijn opdracht naar behoren te doen. Maar zijn trouw aan het moederland loopt een behoorlijke deuk op als hij dingen moet doen waar hij niet achter staat. Hij wil weg uit deze verschrikkelijke situatie, maar vindt weinig begrip bij zijn meerderen. De roman begint en eindigt in Suriname. Dit verhaal is een belangrijke episode uit de geschiedenis van Nederland en zijn koloniën, met daarin opgenomen een vaak vergeten en weinig beschreven bijdrage van Suriname aan de Oost. Maar het is ook een persoonlijk verhaal van twee mensen met een verschillende etnische achtergrond, die zich door vooroordelen en vreselijk oorlogsgeweld heen worstelen en ondanks alles van elkaar blijven houden.

Janny de Heer woonde jaren op Curaçao en deed daar historisch onderzoek, dat in 1999 resulteerde in haar debuut, Landskinderen van Curaçao, drie historische verhalen, in 2015 opnieuw uitgebracht onder de titel Yu di tera / Landskinderen. In Suriname verrichtte zij uitgebreid historisch onderzoek voor het schrijven van Gentleman in slavernij (2013), een roman over een Duitse immigrant in het 19de-eeuwse Suriname. In 2016 verscheen de roman De barones, een fascinerend verhaal van een door de oorlog ‘besmet’ vrouwenleven. Het geheime wapen is haar vijfde boek bij Uitgeverij In de Knipscheer.

De controverse rondom de publicatie

Na de publicatie van het boek ontstond er een discussie op de blogspot Caraïbisch Uitzicht van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Janny de Heer kondigde op 12 februari 2020 het boek aan, tijdens een presentatie in het Trismuseum in Zwijndrecht.

Daarop volgde de reactie, die we hier plaatsen, van Henk Rosendaal, de man van Carmen Pinas.  

‘Ik wil hierbij bekendmaken dat het boek “Het geheime wapen” op een slinkse en oneerlijke wijze totstand is gekomen. De schrijfster heeft het verhaal afhandig gemaakt van mijn vrouw door te doen alsof zij mijn vrouw wilde helpen met het schrijven van het familieverhaal. Het familieverhaal was bedoeld als een eerbetoon aan de vader en moeder, die een toonbeeld waren van ouderschap, ondanks de culturele verschillen en de zware tegenslagen.
Halverwege het schrijfproces ontdekten wij dat de schrijfster andere bedoelingen had. Duidelijk bleek dat ze zich niet zou laten weerhouden om intieme verzonnen details over vader en moeder te schrijven en haar eigen gang te gaan. Ze heeft mijn dringend advies om tot een convenant te komen in de wind geslagen. Toen wilde zij van verschillende kanten, tegen de wil van mijn vrouw bij familieleden voer krijgen voor haar verhaal. Dit terwijl mijn vrouw al jarenlang feiten op een gedegen manier had verzameld. Duidelijk was dat zij met haar gedachtengoed nooit de geschikte schrijver zou zijn voor een boek als dit. Haar gedachtengoed is voor mij als koloniaal gedachtengoed herkenbaar.
De intentie was puur commercieel zonder oprecht respect voor de familie en de lokale mensen van de voormalige Nederlandse kolonies. Wij hebben haar verboden het boek over de familie uit te geven.’

Janny de Heer heeft hierop met verbazing gereageerd. In de reactie geeft ze aan dat ze veel tijd gestoken heeft in het aanhoren van het verhaal van Carmen, dat bijzonder aangrijpend en spannend was. Na twee jaar zou het plotseling niet meer nodig zijn, omdat Carmen het lastig zou vinden dat De Heer ook ervaringen wilde opnemen die waren ingebracht door andere familieleden. Na overleg met de uitgever is het verhaal geheel herzien, aangepast en herschreven. (Dit heeft Frank Knipscheer ook bevestigd – HN). Namen, personages en omstandigheden zijn veranderd en fictief gemaakt. De historische feiten verwerkt in het verhaal zijn echt gebeurd.
‘Nu hebben we een klassiek geval van realiteitsbezwaren tegen een fictieboek, een roman’, geeft De Heer aan als argument. ‘Er zijn zoveel KNIL-militairen geweest, ook met gemengde relaties. In Indië leefde een grote Surinaamse gemeenschap. Die gezinnen zijn in de oorlog allemaal in Japanse interneringskampen terechtgekomen, velen hebben kinderen zien overlijden, zijn na de oorlog berooid teruggegaan naar Nederland, uiteindelijk naar Suriname.’ Dit klopt natuurlijk, maar Carmen Pinas is wel de mogelijkheid ontnomen om het verhaal van haar ouders naar buiten te brengen, op een manier die zij gekozen had. Janny de Heer noemt de basis van het verhaal ook niet in haar nawoord, waarin ze wel anderen bedankt.

Carmens/ Carmens verhaal had ongetwijfeld veel elementen die nu zijn weggelaten door de auteur. De mannen uit Suriname hebben zich vrijwillig opgegeven, om in de oorlog naar Nederlands-Indië te gaan. Haar vader was beroepsmilitair in het Nederlandse leger. Hij is al in 1929 vertrokken en kwam dus later tegenover zijn oude collega’s te staan. Nadat het gezin weer in Nederland was, is hij in 1951 naar Suriname gezonden, waar hij hoofd van de munitie was. Carmen had dit verhaal graag zelf willen tekenen. Maar nu denkt de familie na om het verhaal in een andere vorm te gieten. En daar is het ook mooi genoeg voor.

Janny de Heer. Het geheime wapen. Haarlem: Uitgeverij In de Knipscheer, 2019. ISBN 978-90-6265-778-0

[Eerder verschenen in de Ware Tijd Literair, 2 mei 2020]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter