blog | werkgroep caraïbische letteren

De bouwval, spiegelroman van Ronny Lobo

door Brede Kristensen

Lezenswaardig en leerzaam zijn de twee woorden die bij me opkwamen na lezing van de derde roman van de Curaçaose architect Ronny Lobo, De bouwval. Lezenswaardig, omdat het een leuk boek is. Vlot, helder en onderhoudend geschreven. Geen omhaal van woorden, geen onnodige uitstapjes. Evenmin een ingewikkelde of verborgen structuur, die de lezer voor uitdagingen stelt. En verder in dubbel opzicht spannend.

We merken van meet af dat de schrijver iets op zijn hart heeft, maar we worden lange tijd in het onzekere daarover gelaten. Een interessante familiegeschiedenis van een jong Nederlands paartje dat een avontuur op Curaçao begint? Hij, Willem de Wilde, gaat daar voor een een groot Nederlandse aannemersbedrijf werken. Zij, Monique, heeft daar weinig zin in, maar legt zich erbij neer en volgt haar man. We voelen al snel dat het Curaçaose avontuur verrassingen in petto heeft. Prettige en onprettige.

De eerste verrassing is dat Willem in ijltempo niet alleen een succesvol aannemersbedrijf realiseert, maar ook zijn weg in de Curaçaose samenleving weet te vinden. Eigenlijk een beetje te snel naar mijn gevoel. Om te ontdekken hoe het op Curaçao toegaat is tijd nodig, plus vrienden die het laten zien en van wie je kunt afkijken. Willem snapt het gelijk en past zich aan. ‘Zo zijn de manieren’, zo worden deals gesloten, zo wordt een netwerk aangelegd en onderhouden, zo wordt geredeneerd en gekonkeld, om de tuin geleid, gemanipuleerd, omgekocht en gefeest. Dat laatste is niet onbelangrijk, want zonder Colombiaanse dames bereik je maar weinig op Curaçao. Wie dacht dat dit slechts voor de ‘echte’ Curaçaoënaars gold, weet nu dat veel Nederlandse heren uit geen ander hout gesneden zijn.

Als na een pagina of 40 de charmante en charismatische politica Mariska Schotman op het toneel verschijnt met een pas opgerichte politieke partij die bij verkiezingen gelijk 5 zetels haalt, beginnen we te vermoeden dat de roman ook over politiek gaat. Over de actuele Curaçaose politiek wel te verstaan. Mariska Schotman, korte tijd later premier Schotman, doet verdacht veel denken aan Gerrit Schotte. In vrouwelijke gedaante. Het aantal politieke personages stijgt met de pagina en hun namen maken het ons als lezers onmogelijk om niet aan de hoofdrolspelers in de werkelijke Curaçaose politiek en samenleving te denken. Zoals notarissen met namen als Elco Rosalina of Hendrik Burgos. Of een zekere Miro Wilson, oud-gezaghebber, die een dubieuze politieke rol speelt. De naam van de gouverneur Nooitmeer lijkt op een verzonnen personage, maar als even later blijkt dat hij van Surinaamse afkomst is en naar de voornaam Frits luistert, wordt duidelijk naar wie deze altijd aarzelende gouverneur verwijst. Voor mensen die geen vreemdeling op Curaçao zijn is het grote aantal min of meer herkenbare personages wel te volgen, maar voor buitenstaanders zal het verwarrend werken. Hopelijk laat de lezer zich niet erdoor afschrikken.

Enkele tientallen pagina’s later merken we dat de politiek niet erbij is gehaald om slechts als achtergrond te fungeren. We gaan vermoeden dat de roman tevens of zelfs vooral bedoeld is om een beeld van politieke gebeurtenissen en de politieke cultuur te geven. Niet om een boekje te openen en onthullingen te doen over de werkelijke toedracht van zaken. Daartoe is het fictiegehalte te hoog. Wel om de indruk van een persiflage te wekken. Lobo houdt ons een spiegel voor: kijk hoe we met onze manieren bezig zijn van ons leven en samenleven een bouwval te maken. Al dat ondoorzichtige gekonkel bevordert corruptie en verval.

De schrijver, die zelf architect is, komt helemaal op dreef als hij het gekonkel rond de bouw van een nieuw ziekenhuis beschrijft. De ingewikkelde en weinig verheffende vervlechting van politiek en bedrijf, komt ontnuchterend uit de verf. We maken kennis met het bijna oppermachtige adviesbureau ‘PMKG’, alsook met de instantie die ontwikkelingsgelden beheert ‘ISEINA’ (best te verwarren met respectievelijk KPMG en USONA). Nu worden we goed ingelijfd in de Curaçaose manieren, die bovenal bedoeld lijken om mensen en partijen aan elkaar te binden en vooral veel kongsi’s te sluiten. De Curaçaose politiek is kongsi-politiek met dito verplichtingen en bedreigingen. Lobo roept het beeld op van een bord spaghetti. Wie ergens aan een sliertje trekt, ziet op onverwachte plekken van alles bewegen. Zo ook hier. Politica Schotman onderhoudt bijvoorbeeld een amoureuze relatie met haar politieke tegenstander Wilfrido (die gelijkenis vertoont met Helmin Wiels) en die in de roman later door vergiftiging om het leven komt. We worden als lezers gewezen op de ene na de andere verbazingwekkende, helaas niet ongeloofwaardige spaghettisliert. Aanvankelijk ziet het ernaar uit dat hoofdpersonage Willem weinig last heeft van al de spaghettibewegingen. Daarvan gaat ook zijn vrouw Monique uit. Maar het wordt spannend en de ontknopingen blijven ons niet bespaard.  Ook Willem blijkt verstrikt te zijn geraakt in kongsi-achtige spaghettinetwerken. Het loopt uit op een gerechtelijk onderzoek, arrestatie en ontluisterend verlies van zijn bezittingen, die juridisch in handig geconstrueerde stichtingen en NV’s zijn ondergebracht om belastingheffing te minimaliseren. Bewust maakt hij dat vernederende onderzoek niet meer mee, omdat hij aan het dementeren is. Zijn vrouw en oudste zoon, die overkwam uit Nederland om het aannemersbedrijf te redden, krijgen daarentegen de volle laag. In de roman komt tenslotte de bouw van het ziekenhuis stil te liggen. In de open ruimtes vestigen zich vleermuizen, schimmels en chollers. Precies de boodschap van het verhaal van Lobo. Bouwwerken die tot bouwvallen verworden. Letterlijk en figuurlijk.

Als het ging om gebeurtenissen lang geleden, zou dit een historische roman kunnen worden genoemd die een waar gebeurde geschiedenis uit een ver verleden op fictieve wijze tracht te verbeelden. Maar de gebeurtenissen hebben zich kortgeleden voorgedaan. We kunnen het dus als ‘documentaire fictie’ bestempelen. Een mengeling van ware gebeurtenissen en eigentijdse werkelijkheden worden bewust vervormd, niet alleen om te voorkomen dat mensen zich onheus bejegend voelen, maar ook om te ontsnappen aan de plicht feiten te vermelden en nuances aan te geven die de aandacht van de centrale boodschap van de schrijver afleiden. Aangevuld met fictieve verhaalelementen ontstaat zo een verhaal dat gelijkenis vertoont met de feitelijke werkelijkheid, maar zonder pretentie ermee samen te vallen. Een verhaal waaruit lering kan worden getrokken. Dat doet deze roman in hoge mate. We krijgen een spiegel voorgehouden die laat zien dat exclusieve netwerken en gebrek aan transparantie zeer bevorderlijk zijn voor corruptie en verval. De hoofdpersoon, aannemer Willem de Wilde die eindigt als een bouwval, is de belichaming van deze boodschap.

Er wordt momenteel van alles bedacht om integriteit in bestuur en maatschappij te bevorderen. De effecten zijn minimaal. Al lezend begon ik te denken dat een geloofwaardige ‘spiegel-roman’ als deze wellicht een probaat middel is om integriteit te bevorderen. Ervan uitgaande dat wie een schoen past deze (soms) ook aantrekt.

Ronny Lobo, De bouwval. Haarlem: In de Knipscheer, 2020, gebrocheerd met flappen, 302 blz., € 22,00. ISBN 978-90-6265-793-3.

Krantenknipsel uit 2011. Ronny Lobo is overigens NIET de man in het midden met het groene shirt, maar de man in het colbert links

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter