blog | werkgroep caraïbische letteren

‘De Bijlmer was een mijnenveld voor mij’

Lunchinterview Soortkill (26) uit de Bijlmer werd geen schrijver door op school te zitten. Hij sloot zich aan bij kunstenaarscollectief Smib en creëerde z’n eigen universum, universiteit en taal. „We zijn wereldverbeteraars.”

door Rinske Koelewijn

Op een oude damesfiets komt hij aan bij de ingang van het Vondelpark in Amsterdam. Soortkill is zijn naam, 26 jaar en hij is van top tot teen in het zwart gehuld. Per ongeluk geven we elkaar een hand en dan lopen we naar het tulpenveld en kiezen een bankje in de schaduw. Natuurlijk is Soortkill niet zijn echte naam, het is een pseudoniem. Het betekent, in zijn taal en wereld: soort of type man. Hij is hard bezig schrijver te worden, voor zijn vijfendertigste wil hij vijf boeken op zijn naam hebben staan. Z’n eerste boek gaf hij in 2017 uit in eigen beheer en is uitverkocht, het vervolg daarop ligt sinds november 2019 in de winkel: het Smibanese woordenboek 2.0, waarin hij de straattaal die hij spreekt boekstaaft én toelicht.

Lees hier verder in NRC, 25/26 april 2020

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter