blog | werkgroep caraïbische letteren

‘Daderschap was niet voorbehouden aan witte mensen’

door Nina Jurna

Surinaams-Nederlandse schrijver Nederland heeft een vertekend beeld van de landen waar slavernij en kolonialisme plaatsvonden, zegt schrijver Tessa Leuwsha.

Tessa Leuwsha. Foto Sirano Zalman

De Surinaams-Nederlandse schrijver Tessa Leuwsha (52) juicht het toe dat het slavernijverleden eindelijk op de agenda staat. Maar, zegt de schrijfster die al 25 jaar in Suriname woont, de discussie in Nederland dreigt te verzanden in een narratief van ‘slachtoffer en dader’, met de nadruk op het leed dat is aangedaan.

In haar nieuwste roman Plantage Wildlust schrijft Leuwsha dat de koloniale geschiedenis in Suriname niet alleen zwart-wit is, maar juist ook vele grijstinten kent. „Ik wilde laten zien dat binnen het koloniale systeem van onderdrukking, zoiets als daderschap en macht, niet slechts was voorbehouden aan witte mensen. Er bestond namelijk niet één werkelijkheid.”

Leuwsha spreekt via Zoom in een voor Suriname historische week. Een nazaat van Indiase contractarbeiders, Chan Santokhi, en een nazaat van gevluchte plantageslaven, Ronnie Brunswijk, zijn tot president en vicepresident benoemd. De nieuwste roman van Tessa Leuwsha speelt zich af in de tijd van contractarbeid, toen de voorouders van Santokhi, geronselde Indiase contractarbeiders, na de slavernij op de plantages terechtkwamen. „Die groep werd ook uitgebuit en mishandeld op de plantages. Ze moesten werken voor een hongerloon. En de marrons [nakomelingen van gevluchte slaven], de groep waartoe Brunswijk behoort, was lange tijd een van de meest gediscrimineerde en achtergestelde groepen in Suriname, terwijl ze eigenlijk de helden van de geschiedenis zijn omdat ze de plantages ontvluchtten”, vertelt Leuwsha.

Opo yu kloru is voorbij

Ze ging in 1995 in Suriname wonen en zag hoe het land de afgelopen jaren veranderde. „Toen ik er net woonde, gold nog de slogan opo yu kloru: verhoog je kleur. Oftewel, hoe lichter je was, hoe beter, én hoe meer kansen je had. Maar het land heeft grote sprongen in zelfbewustzijn gemaakt. Dat er nu een coalitie is gevormd uit nazaten van slaven, marrons en contractarbeiders, met als doel Suriname vooruit te brengen, is uniek. Dit was in de tijd rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 ondenkbaar.”

In Plantage Wildlust vertrekt begin twintigste eeuw een jong Nederlands echtpaar uit Zeeland naar Suriname om het beheer over een plantage over te nemen. De slavernij is voorbij, maar de naweeën zijn nog voelbaar. De zwarte, op macht beluste plantageopzichter Creebsburg is een nazaat van tot slaaf gemaakten. Hij onderdrukt de Indiase contractarbeiders die nu in de slavenbarakken wonen en werken op de plantage. Het Nederlandse stel raakt verstrikt in een moeras van strikte machtsverhoudingen, waaraan ze uiteindelijk zelf ten onder gaan. Gelijkwaardige vriendschappen, zoals de Nederlandse directeursvrouw Janna die probeert aan te knopen met haar dienstmeisje Alma, zijn onmogelijk.

„Ik wilde laten zien dat zowel wit, zwart en alles wat ertussenin zat, slachtoffer kon worden van zo’n systeem. En wie dader en wie slachtoffer was, niet zo eenduidig is als vaak gedacht wordt.” Het boek is gebaseerd op een archief van de Nederlandse familie Janssen, die meerdere generaties het beheer voerde over plantage Peperpot.

Compleet gemengde samenleving

Suriname heeft zich na drie eeuwen van slavernij en kolonialisme geëvolueerd wat het thema van slavernij betreft, vertelt de schrijfster. Dat in tegenstelling tot Nederland, zegt ze, waar slavernij tot voor kort verdoezeld werd en nauwelijks in het onderwijs behandeld wordt. „Ik merk dat de blik in Suriname veel meer vooruit gericht is, waarbij de nadruk ook ligt op het zoeken naar verbinding met elkaar. We hebben hier geen debatten over kleur of identiteit. De tegenstellingen in Suriname bestaan nauwelijks meer, dit is een multi-etnisch en multireligieus land.”Lees ook: ‘Waarom doen we zo krampachtig over slavernij?

Verschillende bevolkingsgroepen knopen al lang relaties aan met elkaar. „Deze samenleving is compleet gemengd. De zoektocht naar het eigene van Surinamers heeft al lang plaatsgevonden, met name voorafgaand en rondom de onafhankelijkheid.”

Daar komt bij, zegt ze, dat in Suriname veel andere – urgente – problemen aandacht vragen, zoals de gezondheidszorg en de economische crisis.

Speelt in Suriname de discussie over racisme of de Black Lives Matter-protesten dan helemaal niet?

„Kijk, Suriname is geen witte dominante samenleving zoals de Nederlandse, waar institutioneel racisme bestaat. Ik woon in een land waar vrijwel iedereen zwart of gekleurd is. Natuurlijk zijn hier ook vormen van uitsluiting. Iedere samenleving voert uiteindelijk een eigen klassenstrijd. Maar in Nederland wordt vaak teruggekeken naar de slavernijgeschiedenis waarbij je een witte en zwarte kant hebt, die in hun eigen loopgraven vastzitten. Terwijl de werkelijkheid is dat iedereen in dat onderdrukkende systeem ook probeerde een eigen voordeel te halen.

„Ik wil niet ontkennen dat de grote pijnlijke waarheid tussen wit en zwart bestaat, maar ik wil de aandacht vestigen op de waarheden die er ook zijn. In Suriname waren plantages die opgekocht werden door nazaten van slaven.Luister ook naar de podcast overDe helden van Keti Koti met correspondent Nina Jurna

Er waren zwarte slavenhouders zoals Elisabeth Samson, en zwarte vrijheidsstrijders die in verzet kwamen tegen de slavernij zoals Boni. Witte planters verwekten kinderen bij slavinnen, er waren heel veel kleurlingen. Je kunt elkaar moeilijk dingen blijven verwijten als je grotendeels zelf het bloed hebt van degene die je iets kwalijk neemt.”

Tessa Leuwsha schrijft al vijftien jaar romans over thema’s als slavernij, kolonialisme, identiteit en zwart-witverhoudingen. In 2005 debuteerde ze met de Parbo-Blues, een roman gebaseerd op het verhaal van haar Surinaamse vader. In het boek Fansi’s stilte onderzocht ze de geschiedenis van haar Surinaamse oma en haar roots. „Ik ben al heel lang met dit thema bezig en denk dat ik daardoor ook een stuk verder ben in het analyseren en nadenken hierover. Ik ben nu veel meer geïnteresseerd in de krachtige zwarte personages, want verzet en veerkracht zijn er altijd geweest.”Lees ook: Plaats voor Anton de Kom in de canon is‘stap naar eerherstel’

Dat ziet ze ook terug bij mensen in Suriname, zegt Leuwsha. „Ik herken hen vaak niet in het beeld dat in Nederland wordt geschetst van Surinamers als pure slachtoffers van slavernij en kolonialisme. Ondanks de heftige geschiedenis en de vele economische en politieke crises waar Suriname doorheen is gegaan, is het geen terneergeslagen land of volk.”

Er heerst een vertekend beeld in Nederland?

„Ik denk dat meer gekeken moet worden naar de herkomstlanden, waar de slavernij en kolonialisme daadwerkelijk plaatsvonden. Hoe gaan die landen nu om met hun geschiedenis? Kijk naar Indonesië. Ik was daar in 2015. Er is nog weinig dat aan Nederland doet denken, het land bestond al voordat de Nederlanders kwamen en heeft zich geëvolueerd in een nieuwe identiteit, los van het leed. Dat koning Willem-Alexander dan komt om excuses te maken, is mooi, maar dat is niet waar de meeste Indonesiërs op zitten te wachten: ze zijn met hun toekomst bezig.

Zelf kijkt ze ook vooruit. Producent Emjay Rechsteiner van Staccato Films kocht de filmrechten van Plantage Wildlust. „Ik vind dat een kroon op mijn werk. Maar ook extra bijzonder omdat Emjay afstamt van Nederlandse plantagehouders die hier in Suriname plantages en slaven hadden, en ik een nazaat ben van tot slaaf gemaakten. We maken gezamenlijk een verbinding van dit verhaal. Ik hoop dat Nederland uiteindelijk ook de sprong vooruit maakt. Nu is vastgesteld dat er slavernij was en er niets meer te verdoezelen is, kan een heldere blik op de herkomstlanden misschien helpen bij het verruimen van het beeld dat in Nederland heerst.”


Tessa Leuwsha (Amsterdam, 1967) is schrijver en documentairemakerOok werkt ze bij de Nederlandse ambassade in Paramaribo als cultureel attaché. Haar debuutroman de Parbo-blues (2005) is een gefictionaliseerde biografie van haar Surinaamse vader die als immigrant naar Nederland kwam. Ze woont en werkt sinds 1995 in Suriname, is getrouwd en heeft twee kinderen. Ze gaf dit voorjaar de zesde Cola Debrotlezing van de Werkgroep Caraïbische Letteren.

[Uit NRC, 23 juli 2020. Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 24 juli 2020.]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter