blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

door Jeroen Jansen

Wilemstad – Ruim 700 mensen bezochten dinsdagavond bij Avila het concert van de Curaçao Jazz All Stars. Om de rijkdom van de Curacaose Jazz te vieren, maar ook om stil te staan bij vijf jaar Curaçao North Sea Jazz. Een ‘feel good’ avond, met muzikale vrienden van weleer, prachtige composities en uiteindelijk een dansende menigte en een Tambu. Een verslag van een belangrijk concert.

Calister

Izaline Calister

Bandleider Randal Corsen had het vantevoren ontkend: dit zou geen reünie worden. Toch zal ik vast niet de enige geweest zijn die iets van melancholie voelde. Dat Curaçao een bron van muzikaal talent is, dat weet iedereen. En dat zoveel talent zich automatisch verspreid over de wereld, dat is het lot van een klein eiland. Hoe bevoorrecht ben je dan om in drie uur tijd zo’n bundeling van Curaçaose jazzkracht op één podium te zien. Een groep zogenaamde ‘All Stars’ die een ode bracht aan dertig jaar lokale jazzgeschiedenis en daarmee ook een inkijkje gaf in de vele fantastische albums die dat opgeleverd heeft. Je zou willen dat ze nooit meer uit zouden vliegen.

Cedric Dandaré

Cedric Dandaré

Geboortegrond

Corsen en Calmes schotelden als initiatiefnemers het publiek een geraffineerd programma voor. Geen losse jams, maar een reeks van composities die zorgvuldig geselecteerd waren. Met de immer bescheiden Cedric Dandaré op gitaar werd er teruggegrepen naar de geboortegrond van de moderne Curaçaose Jazz. Zijn album Rhythmical Nature uit 1996 geldt nog steeds als één van de mijlpalen in die muziekstijl. Het was dan ook zeer op zijn plaats dat van dat album een nummer voorbij kwam, de Tumba ‘Kik’esaki ta’. De gitarist schitterde ook in een solo die aan Santana deed denken in het nummer ‘E rei ta kontentu’ van Ronchi Matthew, dat op het album Zamanakitok van Eric Calmes verscheen.

 

Eric Calmes

Eric Calmes

De avond startte onzeker met wat onwennig samenspel tijdens het ‘Kaya Grandi’ van de bassist Eric Calmes. Maar na drie nummers bereikte het concert al een artistiek hoogtepunt, toen pianist Randal Corsen en percussionist Pernell Saturnino een prachtig duet speelden op basis van de compositie ‘Dear friend’, van zijn meest recente album Symbiosisi. Klein maar belangrijk detail: Saturnino speelde hele avond op instrumenten die door zijn vrouw gemaakt worden. Nog een staaltje Curaçaos vakmanschap.

 

Steeldrums
Misschien wel het mooiste voorbeeld van hoe Curaçaose Jazz zich geëvolueerd heeft, was het spel van steeldrumspeler Konky Halmeyer. Tijdens zijn compositie ‘AHA’ toonde Halmeyer hoe een moderne steeldrum klinkt: ver weg zijn de zoete Caribische klanken om toeristen te behagen, wat we hoorden was een virtuoze muzikant die als bezetene zich een weg baande door allerlei spannende wendingen. Moderne Jazz, gespeeld op een instrument dat daarmee niet geassocieerd wordt. In de Curaçaose Jazz hebben de steeldrums echter een plek, mede dankzij Konky Halmeyer. Hij was één van de sterren dinsdagavond.

Randal Corsen

Randal Corsen

Na de pauze toonde Corsen wat van zijn kunnen, in zijn compositie ‘Rib’un Djadumingu’ . Ook dat nummer is afkomstig van een belangrijk album: Evolushon uit 2004. Het samenspel met bassist Eric Calmes, het geïnspireerde drummen van Lonte Conradus en de constante percussiestroom van Pernell Saturnino tekenden weer een hoogtepunt. Loepzuiver en gedisciplineerd bewoog de formatie zich door weer een belangrijke compositie. Het publiek kon alleen maar ademloos toekijken.

Kers op de taart
Het gastoptreden van Izaline Calister was in veel opzichten de kers op de verjaardagstaart. Niet alleen weet ze met haar natuurlijke charme het publiek wederom aan zich te binden. Maar ook omdat ze repertoire meenam van in mijn ogen het meest geslaagde symbiose van moderne Jazz en Curaçaose muziek: haar debuutalbum Soño di un muhé uit 2000. Het kwartet Calister-Saturnino-Corsen-Calmes, dat de basis vormt van dit album, geldt wat mij betreft als één van de meest succesvolle ooit. En ja, dan slaat de melancholie toe wanneer deze formatie weer tot grote hoogte stijgt op de gelijknamige compositie . Deze uitvoering was zo indrukwekkend, dat het stuk zelfs twee maal voorbij kwam, de laatste keer met een glansrol voor de Tambú van Niata Augusta (zie video), die naast andere bekende artiesten als Giovanca en Shirma Rouse, ooit de ‘backing vocals’ deed voor Izaline.

Wat een avond, wat een feest. Je mag enkel hopen dat we niet weer vijf jaar moeten wachten op een vervolg. Leg de straatnaambordjes maar alvast klaar voor deze helden van de Curaçaose Jazz.

[van qracao.com]

 

klik hier voor een impressie op youtube

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter