blog | werkgroep caraïbische letteren

Colloquium Surinamistiek: een verslag

door Guus Kokx

Voor mij was het de eerste keer luisteraar te zijn bij het Colloquium Surinamistiek, in het Amsterdamse Tropentheater, het is me niet tegengevallen. Het kwaliteits- en presentatieniveau is hoog en uitnodigend, met het gevolg dat schrijver dezes goed voorzien is van specifieke informatie, door dit colloquium: De wetten van de jungle; Het Surinaamse binnenland: obstakels, ontwikkelingen en mogelijkheden.

Onderstaand volgt de korte, en daardoor onvolledige samenvatting, die ik van deze dag maakte:

De vlotte dagopening door de heer Peter Sanches, voorzitter van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek, gaf aan mw. Angretha Wongsowikromo (criminologe, foto rechts) de ruimte een uiteenzetting te geven met als titel “Is alles goud dat glinstert? De gevolgen van de goudmijnbouw in het district Brokopondo vanuit groen criminologisch perspectief.” De actoren in de goudmijnbouw (de kleine goudzoeker / grote bedrijven / de overheid): zij allen maken gebruik van ‘geïnternaliseerde neutralisatietechnieken’ (i.e. het eigen straatje schoonvegen), waardoor de cirkel van roofbouw moeilijk te doorbreken is. Ondertussen wordt er aanzienlijke schade aan het milieu gebracht: vervuiling van de waterwegen, wegtrekken van dieren, en bosdegradatie. Ook voor de volksgezondheid heeft het ernstige gevolgen, als gevolg van kwikgebruik. Er is een cyanide-meer, en tevens is HIV/Aids ook een vervolg op de goudmijnbouw. Oplossingen voor deze problematiek(en) worden gezocht in de richting van institutionele versterking, optimale bosexploitatie en social empowerment.

Mw. dr. Eithne Carlin (linguïste en cultureel antropologe) gaf een volgende verdieping aan het thema met haar voordracht: “De wetten van succes; Ontwikkeling(shulp) bij de Trio en Wayana.” Goedbedoelende ontwikkelingswerkers, die niet-bedoeld, moeizaam of niet communiceren en daardoor te weinig participatie verkrijgen bij de Trio en Wayana. Er is zelfs sprake van schade die veroorzaakt wordt door ontwikkelingswerkers. Een paradigma ontleend aan de literatuur van John Steinbeck vat dit dilemma samen: “Giving builds up the ego of the giver, makes him superior , higher and larger then the receiver.” Terwijl de ontwikkelingswerker vanuit zijn top-down-benadering zegt: “Wij helpen en jullie worden er beter van”, ziet hij niet wat hij aanricht, en dat komt omdat hij niet kijkt en niet luistert. Westerse ontwikkelingswerkers projecten zijn vaak heel gesloten en communiceren onvoldoende met de mensen, i.c. de Trio en de Wayana. Een gelijkwaardige behandeling, waarbij alle informatie in alle talen beschikbaar is vergroot de mogelijkheid op empowerment van de Trio en de Wayana.

De heer Salomon Emanuels, cultureel antropoloog aan de Anton de Kom Universiteit te Suriname, gaat dieper in op: “De demystificatie van de Marrongemeenschap; De last van koloniale erfenissen bij politici en beleidsmakers om marrongemeenschappen tot ontwikkeling te brengen.” Salomon is heel duidelijk: hij wordt “misselijk” van de goede bedoelingen van “het ontwikkelingswerk”. Hij erkent er zelf ook deel van te zijn door zijn opleiding in Nederland, anderzijds heeft hij een Marronachtergrond. De Marrongemeenschap is heel belangrijk: je identiteit, waar kom je vandaan, wie is je vader en moeder? En daaraan gekoppeld het orale, levende recht. Als mythes over de Marrons wijst Emanuels aan: 1. Er is geen individueel grondbezit. 2. De Marrons hebben een zwakke structuur, en 3. Het voorgaande belemmert vooruitgang. De grond waarop de Marrons wonen is verworven in de tijd dat zij zich vrijmaakten van de slavernij. Deze gemeenschapsgrond is het territorium van de families en stichters van het dorp, en dit wordt door iedereen gerespecteerd. Grondbezit of huisbezit is echter individueel. Overerving gaat via mondelinge overdracht. Vrouwen hebben een belangrijke positie in de Marrongemeenschap. De woongemeenschap heeft een traditioneel hiërarchische structuur met een kapitein en een of meerdere basya’s. Deze hebben na ruggenspraak tijdens de krutu, overleg met de Surinaamse overheid, waarin met name de veranderingen die nodig zijn worden gestimuleerd, bijvoorbeeld op het gebied van communicatie. Deze verloopt nu veel via cellulairs (mobiele telefoons). Het gaat erom van binnen uit dingen te veranderen.

Mw. Ellen Ombre (onder meer auteur van: Wie goed bedoelt; Zin en onzin van ontwikkelingshulp), overhandigde aan Prof. Dr. Gert Oostindie de Surinamistiekprijs 2010, met een oorkonde, en met een prachtig schilderij van Vincent Jong Tjien Fa (zie: www.vincejtf.com). Zie apart verslag door hier te klikken.

Het middagprogramma werd opgepakt met de vertoning van de film De Goudlijn van Hans Hylkema (Pieter van Huystee Film & TV, 2002. De film volgde de restanten van de spoorlijn die door Gouverneur Cornelis Lely (civiel ingenieur) werd ontworpen van Paramaribo tot Dam. De spoorlijn was van 1912 tot 1986 operationeel, voor personen en goederenvervoer. In de documentaire kwam het filmteam op allerlei manieren in contact met de Marrons, tot en met een Krutu-bijeenkomst toe. Het vervoer vindt nu voor een belangrijk deel per korjaal plaats. Zeer behendig worden stroomversnellingen genomen. Plannen om de infrastructuur met goede wegen te voorzien zijn in ontwikkeling.

De heer Alex van Stipriaan (hoogleraar Erasmus Universiteit Rotterdam en conservator Tropen Museum Amsterdam; foto rechts) sloot aan met een kijk- en luisterpresentatie: “Marrons en de communicatie- en transportrevolutie in het binnenland van Suriname”. Het stuwmeer van Brokopondo omschrijft Alex als een sterfhuis van de Marroncultuur (eerder dan van de natuur). Ontwikkelingen gaan snel. De orale cultuur maakt nu intensief gebruik van digitaal mobiele telefoon. Moeders hebben zo contact met hun dochters, enz. Zitten de Marrons in een isolement: Neen. Wel sluit Alex sluit af met de vraag: waar blijven de vrouwen?

Deze vraag wordt door mw. Martina Amoksi (onderzoekster Universiteit te Suriname) beantwoordt, in haar voordracht: “Een meisje is de rijkdom van de bee; De veranderde positie en het nieuwe zelfbeeld van de Marronvrouw anno 2010.” De Marronvrouw heeft een sterke, zo niet de belangrijkste positie binnen de Marrongroep. Overerving geschiedt matriarchaal. Er zijn rituelen waarbij de Marronvrouw essentieel is, bijvoorbeeld bij overlijden en geboorte. Ook in krutu’s (dorpsvergaderingen) wordt de vrouw geraadpleegd, en oudere vrouwen worden geëerd. Ook zijn Marronvrouwen kapitein of basya. Maatschappelijke veranderingen, zoals urbanisatie (en de binnenlandse oorlog), onderwijs en christendom, industrialisatie en modernisatie hebben invloed op de positie van de Marronvrouw. Als draagster van de Marroncultuur beslist de Marronvrouw zelf welke keuze zij maakt in het ontmoetingsproces met de Westerse cultuur.

Spijtig dat op dit interessante colloquium klaarblijkelijk veel minder mensen waren afgekomen dan in andere jaren.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter