blog | werkgroep caraïbische letteren

Cola Debrot-lezing met Ana Menéndez

door Jan Bouman

Op weg naar de Cola Debrot-lezing in de Centrale Bibliotheek in Amsterdam passeer ik een typisch Amsterdams ‘iets’. Een vlot in het water voor de bibliotheek bij het centraal station. Het blijkt iets te maken te hebben met overleven en visie. Ark van Noach staat erop en kokervisie. Een mens met zijn benen omhoog zit in een koker hulpeloos vast. Hij was niet in staat twee visies te combineren. Zodoende heeft hij geen perspectief. Geen diepte in de toekomst.
De lezing op de bovenste verdieping van de centrale bibliotheek blijkt juist over visie te gaan. Door de afdeling Caribische letteren aan de universiteit is naar voren geschoven schrijfster Ana Menéndez. Als dochter van Cubaanse vluchtelingen is zij geboren in Los Angeles (1970). Verschillende boeken heeft zij gepubliceerd: Loving Che, een roman, en het korte verhaal ‘In Cuba I was a German shephard’. Een tweede verhaal kreeg de titel ‘The last war’. Beide verhalen werden onderscheiden met een prijs. Door de geschiedenis is zij via haar ouders sterk verbonden met Cuba. Door haar geboorte in Los Angeles is zij een inwoner van ‘the States’, een Amerikaanse. Van haar mogen we dan verwachten, dat zij geen kokervisie heeft. Gesteund door studie kan zij haar mening goed verwoorden: BA Engels aan de Florida International University en MBA aan de universiteit van New York.
Zij vertelt, hoe haar eerste taalbelevenissen waren. Haar moeder sprak Spaans met haar. In een eerste herinnering viel het haar op, dat toen haar moeder iets uit de ijskast pakte er een Engels woord doorheen kwam. Sindsdien leeft zij in twee werelden. Het begon haar op te vallen, dat in het Spaans alles vrouwelijk of mannelijk is en in het Engels niet. In het begin was Spaans haar moedertaal. De taal waarin ze sprak, dacht en droomde. Engels moest ze bewust gaan leren. Ze beleefde dat er meerdere realiteiten zijn. Dat is wat ze vooral leerde thuis. Ze vond er geen antwoorden voor. Wel de vorm (‘shape’) van een antwoord. Hoe is het met problemen? Schuiven we ze weg in de toekomst als nucleair afval? Is het probleem als een ‘oud verhaal’? Een taboe in de toekomst? Als dat zo is, zegt het veel over hoe wij schrijven als auteur. In de vorm van het antwoord ligt verborgen, dat het moeilijk is om te vertalen. Vertalen als het begrijpen van de ene in de andere wereld. Het Spaans van Cuba begrijpen in de wereld van de Verenigde Staten, in het Engels. De bijna onmogelijkheid die werelden te verbinden. Wat die werelden voegt is het wonder van het leven zelf, in leven zijn. Dit is dan de ondergrond van het schrijven. Van daaruit kunnen we elkaar begrijpen. In elk land leeft een identiteit. Een manier van hoe je zou kunnen zijn als persoon. Maar hoe kun je zijn als schrijver? In elke samenleving is een schrijver een ‘outsider’, iemand die aan de zijlijn staat. Een journalist is beschrijvend; non-fictie. Iemand die fictie schrijft, die houdt zich bezig met het ‘Waarom’. Waarom bestaan we, waarom maken we die fouten, waarom kan ik mij iets wel of niet voorstellen?

Sinds 1991 heeft Ana Menéndez gewerkt als journaliste in de VS en daarbuiten, onder andere bij de Miami Herald. Ze heeft reportages gemaakt over Cuba, Kashmir, Afganistan en India en publiceerde in The New Republic, The New York Times en Gourmet Magazine. Ook publiceerde zij in Cubanismo van uitgeverij Cristina Carcia en American food writing van Molly O’Neil. In het schrijven van reportages heeft zij zich in een andere wereld begeven en die naar het publiek ‘vertaald’. Steeds duidelijker heeft zij ervaren, dat haar werk een zoektocht is naar de twee werelden in haar. Die van Amerikaans staatsburger en van Cubaanse emigrant via haar ouders. Zij is als het ware in Cuba opgegroeid; omgeven door de verhalen van haar ouders en grootmoeder. Zo voelde Cuba als ‘thuis’. Maar ook ervoer ze de persoon van schrijver als die van een andere wereld. De wereld van beschouwer. Ze heeft geen antwoord. Niet als schrijver, niet als mens. Maar ze zoekt niet in het verleden. Ze zoekt in de toekomst. Aangezien deze in nevelen gehuld is, ziet zij daar geen antwoord nog, maar wel de vorm van een antwoord.

De lezing werd gepresenteerd door bijzonder hoogleraar West-Indische literatuur aan de universiteit van Amsterdam, Michiel van Kempen.
.
De Cola Debrot-lezing dankt zijn naam aan de Antilliaanse dichter, romancier, toneelschrijver en politicus Cola Debrot, die vooral bekend is geworden om zijn novelle Mijn zuster de negerin. Eens in de twee jaar wordt een lezing georganiseerd, om en om in Leiden en Amsterdam.
De opkomst was klein op 6 april, maar diegenen die er waren genoten van de lezing van Ana Menéndez: een vorm van hoop voor de toekomst van het Caribisch gebied.

[uit Antilliaans Dagblad, 13 april 2011]
Bovenste foto: @ Michiel van Kempen
Onderste twee foto’s: @ Wietse Rypkema

2 comments to “Cola Debrot-lezing met Ana Menéndez”

  • Heel erg jammer dat ik er dit keer niet bij kon zijn. Ben benieuwd of de Tweede Cola Debrot-lezing ergens wordt gepubiceerd?

    Maria Cuartas

  • De lezing staat binnenkort integraal op onze website. mvg WCL

Your response at Werkgroep Caraïbische Letteren

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter