blog | werkgroep caraïbische letteren
Categorie: Caraibische Letterendag

Alwin Toppenberg opent lustrumviering Werkgroep Caraïbische Letteren

De Arubaanse pianist Alwin Toppenberg zal op vrijdag 6 december a.s. de viering van het eerste lustrum van de Caraïbische Letterendag – gewijd aan poëzie & muziek – openen.
Alwin Toppenberg

 

Alwin Genardo Toppenberg werd op 19 januari 1940 geboren in Aruba. Hij was het vijfde kind in een gezin van 8 jongens en 2 meisjes. Alwin toonde al op jonge leeftijd een groot talent voor muziek en sport. Vanaf zijn negende jaar speelde Alwin piano en bleek hij zowel een goede honkbalwerper als een basket- en volleyballer te zijn.
Na afronding van de 3e HBS vertrok Alwin in 1957 op 17-jarige leeftijd naar Nederland om in Rotterdam de HBS-B af te maken. Tussentijds werkte hij in het ziekenhuis waar al gauw zijn liefde ontstond voor het laboratoriumonderzoek. Alwin koos uiteindelijk vastberaden voor de analistenopleiding.
Als werkstudent behaalde Alwin achtereenvolgens de akte MO-A Natuur- en Scheikunde en de akte MO-B Scheikunde. In 1974 heeft hij met goed gevolg het Doctoraalexamen Scheikunde afgelegd aan de Universiteit Leiden met als hoofdvak: Organische Chemie, bijvak: Anorganische Chemie en derde richting Theoretische Organische Chemie.
In het schooljaar 1968-1969 is Alwin begonnen met het lesgeven. Aanvankelijk aan het Voortgezet Onderwijs en later aan het HBO en het MBO. In 1975 vertrok Alwin naar Aruba waar hij in het schooljaar 1975-1976 aan het Colegio Arubano les gaf in de vakken Scheikunde en Natuurkunde. Ook was hij vanaf 1975-1978 verbonden aan de Antilliaanse Lerarenopleiding in Aruba waar hij belast was met het opzetten van de opleiding tot leraar voortgezet onderwijs voor de tweedegraads bevoegdheid voor de vakken Biologie en Scheikunde. Onder zijn leiding werd de Applicatiecursus Scheikunde voor MAVO- en LBO-docenten gegeven waarbij genoemde docenten her- en bijgeschoold werden.
Van 1976-1978 had hij de leiding van de Antilliaanse Lerarenopleiding. Als voorzitter van het bestuur van de Arubaanse Muziekschool en als directeur van de Antilliaanse Lerarenopleiding heeft Alwin ervoor gezorgd dat aan de Antilliaanse Lerarenopleiding – in samenwerking met de docenten van de Arubaanse Muziekschool – de opleiding ter verkrijging van de LO-akte Muziek werd gegeven. In het bijzonder was deze opleiding bestemd voor zittende leerkrachten. Op deze manier kon het muziekonderwijs op de basisscholen worden verbeterd met als gevolg dat meer kinderen lessen zouden volgen aan de Arubaanse Muziekschool.
In 1978 keerde Alwin terug naar Nederland waar hij weer in dienst trad bij het Van Leeuwenhoek Instituut in Delft waar Hoger Laboratorium Onderwijs (HLO) werd gegeven. Deze HBO-opleiding is later overgegaan in de Hogeschool Rotterdam.
In 1980 begon Alwin op verzoek van de heer dr. Jules de Palm als studiementor voor de studenten van het eilandgebied Curaçao, welke taak hij uitvoerde tot 1989. Alwin was als studiementor verbonden aan het Centraal Bureau Toezicht Curaçaose Bursalen (het CBTCB) onder leiding van de heer Jules de Palm. In 1983 was Alwin naast Miro Dabian en Jaime Kelly medeoprichter van het Mentorenteam dat de Arubaanse studenten ging begeleiden. Als studiementor voor het eilandgebied Aruba heeft hij deze taak tot 1 september 2005 vervuld.
Naast het mentorschap heeft Alwin zich ook bezig gehouden op andere maatschappelijke fronten. In de Nederlandse honkbalwereld heeft hij zich een uitstekende derde en tweede honkman getoond bij onder meer de eersteklasser Storks en later de hoofdklasser ADO. Ook op het gebied van organiseren deed Alwin van zich spreken. Hij is de grote motor geweest achter de honkbalwedstrijden Aruba vs Curaçao die jaarlijks werden gespeeld respectievelijk op de  internationale honkbaltoernooien, ‘de Haarlemse Honkbalweek’ en het ‘World Port Tournament’ van Rotterdam. Tot op heden is Alwin ook lid van de Commissie van Beroep Strafzaken van de Nederlandse honkbalbond (KNBSB).
Van 1959 tot en met 1975 heeft Alwin pianoles gehad van de bekende pianopedagoog Dolf Daey Ouwens in Den Haag, een ex-leerling van de beroemde Franse pianist Robert Casadesus.
Ook heeft hij zanglessen gevolgd bij de bekende alt Rijkje Wolleswinkel in Den Haag.

Reeds op 17-jarige leeftijd was hij in 1957 de pianist en de artistieke leider van “Los Ducques Del Caribe” die veel furore maakte vooral onder de jongeren in Aruba.
In de 1960’s bij “Los Ases Latinos” (Pedro Velasquez, Harry Rodriguez, Franklin Dap, Eddy Palm en Alwin Toppenberg) 

 

In Nederland is hij jarenlang actief geweest als artistieke leider van de onder alle Antilliaanse en Arubaanse studenten bekende band “Los Ases Latinos”. Met de groep “Los Ases Latinos o.l.v. Alwin Toppenberg” trad Alwin in verschillende plaatsen in Nederland op.
Ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum van de Arubaanse Kunstkring heeft Alwin op 25 augustus 1996 een pianorecital gegeven in het “Cas di Cultura” (Cultureel Centrum Aruba). Tijdens dit recital heeft hij werken van de componisten Paradisi, Debussy, Mozart, Schubert, Liszt , Von Weber en Chopin ten gehore gebracht.
In maart en april 2007 en juni 2008 gaf Alwin in het programma Muziek met een praatje van de Regentenkamer in Den Haag, de aanwezigen door zijn zang en zijn spel een beeld van de Antilliaanse en Arubaanse muziek. In Aruba heeft dit plaats gevonden in oktober 2008 in het Cultureel Centrum Aruba (CCA). Bij al deze gelegenheden was de zaal in een vroegtijdig stadium uitverkocht. Ook treedt Alwin vaak op met de bekende schrijfster Yvonne Keuls.
Alwin Toppenberg en Yvonne Keuls

 

Ook als componist heeft Alwin van zich doen spreken. Hij heeft verschillende walsen en tumba’s gecomponeerd w.o. Much’i scol, Placa, placa en 50 Aña, danki die hij componeerde ter gelegenheid van het 50-jarige huwelijksfeest van zijn ouders in 1982. Bij het Festival di Cancion Himno y Bandera in Aruba in maart 1983, heeft zijn compositie Aruba de eerste prijs gewonnen.
Met de compositie Mamai su Wals heeft hij in 1995 zijn moeder verrast bij de viering van haar 85e verjaardag. In 2010 heeft hij ter gelegenheid van de 90e verjaardag van Padu Lampe de wals Padu del Caribe, 90 aña gecomponeerd. De teksten van al zijn composities zijn geschreven door zijn vriend Denis Henriquez, een bekend schrijver van cabaret, toneel en musicals.
In april 2002 heeft Hare Majesteit De Koningin Alwin benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau voor zijn belangeloos en buitengewone bijdrage en inzet voor de Nederlandse, Antilliaanse en Arubaanse samenleving.
In 2006 is hem de ‘Lifetime Achievement Passaat Award’ uitgereikt als waardering voor hetgeen hij o.a. op muzikaal gebied heeft gedaan.Programma

Het programma dat Alwin Toppenberg op 6 december zal spelen:
1.            Juliana,                Wals      Luis Belasco
               
2.            Much’i Scol,       Wals      Alwin Toppenberg
               
3.            Mama, Wals      Rómolo Bonifacio
               
4.            Atardi,  Wals      Rudy Plaate
               
5.            Potpourri,           Tumba  Folklore
               
6.            Parara,   Tumba  Folklore
                

—-
Voor de lustrumviering is nog maar een zeer beperkt aantal kaarten verkrijgbaar. Voor het bestellen van deze kaarten – goedkoper bij voorintekening – klik hier voor meer informatie.

René Samson over Kultuurtuin kawina

Op vrijdag 6 december gaat Kultuurtuin kawina in première, bij de viering van het eerste lustrum van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Het stuk is geschreven door de Surinaams-Nederlandse componist René Samson. Hij componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu. Hieronder volgt zijn toelichtende tekst.

René Samson, tweede van links, luistert aandachtig naar de uitvoering van zijn compositie Sporen in de Oude Dorpskerk van Abcoude

 


Aantekeningen van de componist over Kultuurtuin kawina voor mezzosopraan en slagwerk

Het begon allemaal met een telefoontje van Michiel van Kempen: of ik er zin in had een stuk te schrijven gebaseerd op de poëzie van Michaël Slory en Bernardo Ashetu? Michiel en ik kennen elkaar al jaren. Mijn vriendin en ik waren aanwezig bij de verdediging van zijn proefschrift en het memorabele feest na afloop (mijn moeder zaliger zou zeggen: ai baja, feesten … dat a sabi) en daarna bleven we elkaar bij vele plezierige sociale evenementen ontmoeten. Hij wist van mijn adoratie voor Slory’s poëzie. Ik had hem waarschijnlijk verteld dat mijn vader mij vol vuur grote delen uit Slory’s Koroni Kawina uit het hoofd reciteerde (ai baja, gedichten lezen… na dat a ben sabi). Op de kleine jongen die ik toen was, maakte dat een diepe indruk. Michiel vertelde mij over Bernardo Ashetu van wiens werk ik toen nog nooit gehoord had. Wat ik van Ashetu las, overtuigde me vanaf de allereerste kennismaking: een diepe geest. Ik kon me geen mooiere compositieopdracht voorstellen.

 

Hoe pak je zo iets aan? Bij mij begint dat vaak met nadenken over de instrumentatie. Ik wilde in elk geval iets met die prachtige teksten doen, dus een zanger of zangeres was absoluut noodzakelijk. Wat verder? Een piano? De door-de-eeuwen-beproefde combi van zingende dame of heer, bevallig gedrapeerd in de bocht van een concertvleugel? Als dat goed genoeg is voor Schubert, zou ’t voor Reneetje Samson toch ook moeten voldoen? Op de een of andere manier dreven mijn muzikale impulsen me toch een andere kant op. Ik bleef maar de ritmische klanken van een apintiedrum horen bij veel van de gedichten die ik las. Waarom weerstand bieden aan zo iets? Zangeres en slagwerker; dat moest ’t worden. Om behalve een ritmisch ook een melodisch element in mijn gereedschapskist te hebben, wilde ik een slagwerker hebben die zeer goed uit de voeten kan met de marimba: een fantastisch flexibel en veelzijdig instrument. Fanny Alofs en Tatiana Koleva (de laatste een virtuoze marimba-expert) leken me geknipt voor deze job.
Behalve dat m’n jejeeen apintiedrum hoorde, zag m’n geestesoog ook dansende vrouwen en mannen; niet zo vreemd eigenlijk voor een Surinaamse jeje. Precies in diezelfde tijd had ik intensief contact met dansgroep LeineRoebana en ontmoette daar danser/choreograaf Michael Jahoda. Hij vertelde mij enthousiast over zijn leertraject bij het befaamde Alvin Ayley American Dance Theatre. Hij leek me dè man voor dit project.

Blueprints (2010) van Michael Jahoda

 

Mijn intensieve herlezing van Slory’s en Ashetu’s gedichten confronteerden mij met de rijkdom en gelaagdheid van hun werk. Het begon tot me door te dringen dat beide dichters vele poëtische personae in zich verenigden. Bij Slory zag ik behalve een echte Surinaamse kawinadichter, ook een verfijnde geest die de schoonheid van de natuur en van de vrouw bezong. Bij Ashetu zag ik soms beelden die me aan de Italiaanse commedia dell’ arte-traditie deden denken, maar ook veel gedichten waarin ik de stem van een beschadigd kind meende te horen.
Mijn muziek kon niet anders zijn dan een reflectie van de rijkdom en verscheidenheid die ik in al die gedichten vond. Sommige van mijn stukken staan vrij dicht bij de kawinatraditie; in andere stukken zal de ervaren luisteraar moeiteloos de stijl van de Europese kunstmuziek van de afgelopen honderd jaar herkennen; zoals de toonzetting van één van Ashetu’s gedichten (Amatijo) die een directe parafrase is van Arnold Schönbergs Pierrot lunaire. In weer een ander Ashetu gedicht (Marcel) kon ik de onweerstaanbare neiging niet onderdrukken om een stuk Nederlandse tekst (“God alleen …”) te versurinaamsen (“Gado nomo ….”) in de context van een gestileerde quasi-Surinaamse bazuinkoraal.
Ik kan alleen hopen dat het publiek even veel lol zal beleven aan het beluisteren van Kultuurtuin kawina als ik had tijdens mijn compositiearbeid.
(René Samson, november 2013)

René Samson (rechts) met partner, en met letterkundige Michiel van Kempen (links) en de musicologe Odilia Vermeulen, kleindochter van Alphons Diepenbrock en dochter van Matthijs Vermeulen, op de Citadel van Namen, België in 2005.

 

Over de componist
René Samson, geboren en getogen in Suriname, kwam de eerste helft van zijn professionele leven aan de kost als chemicus. Op z’n 40stejaar begon hij te componeren, min of meer als autodidact. Na een moeizaam begin wordt zijn werk nu met enige regelmaat uitgevoerd op concertpodia in Nederland en elders door gerenommeerde professionele uitvoerende musici. Voor meer gedetailleerde informatie (lijst van werken, concertagenda, uitgebrachte CD’s, recensies, enzovoorts) zie zijn website: www.renesamson.nl 

Klik hier voor het gehele programma van de lustrumviering op 6 december 2013 en voor informatie over het bestellen van kaarten.

 

Dave MacDonald’s band sluit lustrumviering af

Dave MacDonalds band tijdens Keti Koti 2012 in Amsterdam

Dave MacDonald met zijn elfkoppige Tiri Fu Bari band zal het slotoptreden verzorgen van de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren op 6 december a.s. David MacDonald nam poëzieteksten van Trefossa, R. Dobru en Shrinivási en zette die op muziek, telkens met een geheel andere klankkleur, soms intimistisch, soms op een spetterende kaseko. Het belooft een waar spektakel te worden in het Theater van ‘t woord, dat is de grote theaterzaal op de zevende verdieping van de Openbare Bibliotheek Amsterdam, want aan MacDonald’s band gaan drie andere, zeer uiteenlopende groepen en één pianosolist vooraf.

En alsof het niet op kan: Na de formele afsluiting van de viering in de grote zaal speelt Dave MacDonald nog zelf in de foyer enkele nummers samen met de saxofoniste van zijn band, Sanne Landvreugd. Voor het complete programma: klik hier.

Dave MacDonald
Sanne Landvreugd

*

Margriet Hoenderdos toonzette werk van Hans Faverey

Première bij lustrum Werkgroep Caraïbische Letteren

 

Op 6 december, bij de viering van het eerste lustrum van de Werkgroep Caraïbische Letteren, gaat de compositie voor blaaskwintet De lussen van Faverey in de première. De Nederlandse, in 2010 overleden componiste Margroet Hoenderdos schreef dit werk al veel eerder op teksten van de Surinaams-Nederlandse dichter Hans Faverey, en in nauwe samenwerking met de dichter die in 1990 overleed. In het voorwoord van De lussen van Favereyvalt te lezen:‘De compositie bestaat uit 5 maal 9 inzettten, verschillend in samenstelling en verloop. Deze 5 delen worden vrijwel aaneengesloten gespeeld, er is slechts een gezamenlijke adempauze, de concentratie wordt niet onderbroken.
De titel heeft betrekking op Faverey’s vermogen een taalbeweging uit te werpen en deze op kortere of langere termijn terug te halen, zoals een boemerang of dolfijn zijn curve maakt, elegant herneemt en terugkeert met soms zo’n grote kracht en zekerheid dat het uitgangspunt achterwaarts gepasseerd wordt.’

Margriet Hoenderdos nam al in 1987 gedichten van Faverey als uitgangspunt voor een compositie gebruikte. Dit is het werk ZICH – wederkerende bewegingen, voor fluit, klarinet, viool, contrabas, harp, mandoline en gitaar.

Daarnaast is het relevant dat De lussen van Faverey het gevolg is van een samenwerkingsproject met Hans Faverey. Het plan was dat beiden, onafhankelijk van elkaar, te werk zouden gaan. Faverey schreef zo in eerste instantie Het ontbrokene, wat later zijn laatste werk bleek te zijn. Margriet rondde haar werk af in december 1990, enkele maanden na het overlijden van Faverey. Anders dan in de oorspronkelijk opzet is in haar compositie geen tekst te horen.

Biografie
Margriet Hoenderdos (Santpoort, 6 mei 1952 – Amsterdam, 14 oktober 2010) was een Nederlands componiste. Zij volgde de studie compositie bij Ton de Leeuw aan het Amsterdams Conservatorium, waar zij ook in de elektronische studio werkte. Daarvoor studeerde zij piano aan het Conservatorium te Zwolle bij Thom Bollen en volgde zij lessen Hedendaagse Muziek bij Jos Kunst. Zij voltooide haar studie compositie in 1985 met het behalen van de Prijs voor Compositie.

Hoenderdos gaf lessen hedendaagse muziek aan de Zwolse muziekschool, waar zij van 1977 tot 1987 tevens een aanstelling had als pianolerares. Sinds 1987 was zij uitsluitend werkzaam als componist. In 1999 stond haar werk centraal tijdens de Rumori dagen. In 2008 beleefden gelijkertijd acht werken van Hoenderdos hun eerste uitvoering in de Witte Dame in Eindhoven. Op 6 mei 2012 gingen postuum vier werken in première in het Bethaniënklooster te Amsterdam.

Composities
Hoenderdos componeerde vooral kamermuziek, maar ook werk voor andere bezettingen, onder meer ter begeleiding van dans- en mimevoorstellingen. Sinds 1990 vormden de maand en het jaar van voltooiing de naam van de compositie. Een onvolledige lijst:
July ’90 voor orkest, uitgevoerd tijdens de Nederlandse Muziekdagen 1990 door het Radio Filharmonisch Orkest onder leiding van Lucas Vis.
December ’91 voor twee es-klarinetten,
Januari ’94 voor slagwerk,
Augustus ’93 voor strijkkwartet, meermalen uitgevoerd door het Quatuor Danel, dat tevens de première van

Maart ’98 voor strijksextet verzorgde.

Een CD waarop ook werk van Hoenderdos

 

Februari ’01 voor twee trombones,
December ’02 voor altviool
Januari ’03 voor altviool
Juli ‘03 voor marimba
December ’03 voor bariton en piano
Maart ’05 voor trompet
Oktober ’03 voor bas
September ’04 voor viool
Maart ’05 voor trompet
Mei ’06 voor sopraan, piano, trompet, altviool, marimba en contrabas, op tekst van Bas Geerts. Gecomponeerd voor het Zes Solisten Ensemble,
Juli ’06 voor sopraan op tekst van Bas Geerts
CD’s
Es verjüngt sich nach unten, Guus Janssen – CVCD 8703
December ’91, Michal Marang en Ivar Berix – Next Level Audio Recordings
January ’94, Arnold Marinissen – BVHaast 0503 LC 10235
June ’02, Duo Dubbelduet – SOLClassics sol004
’02, Duo Dubbelduet – SOLClassics sol004
Enkele links

[Informatie gebaseerd op Wikipedia en gegevens van Bas Geerts.]Klik hier voor het gehele programma van 6 december 2013.

 

UITVERKOCHT / Drie wereldpremières op Vijfde Caraïbische Letterendag

Michael Slory
Lucille Berry-Haseth

 

 
 
 
 
 
 
 


De Werkgroep Caraïbische Letteren nodigt u van harte uit voor de vijfde Caraïbische Letterendag. Voor deze lustrumviering pakken we groots uit met drie wereldpremières.

 
Speciaal voor deze avond en in opdracht van de Werkgroep schreven de befaamde componisten René Samson en Randal Corsen muziek op gedichten van Surinaamse en Antilliaanse schrijvers.
René Samson componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu (lees hier meer over het stuk). Pianist en componist Randal Corsen – Edison-winnaar en componist van de eerste Antilliaanse opera – geeft met zang, percussie, gitaar en piano zijn nieuwe jazz-interpretatie van Curaçaose gedichten van onder anderen Lucille Berry-Haseth.
René Samson
Margriet Hoenderdos componeerde in 1990 kort voor het overlijden van de Surinaams-Nederlandse dichter Hans Faverey een muziekstuk De lussen van Faverey. Het werk kwam in nauwe samenwerking met de dichter tot stand. Ook dit werk voor blazersensemble beleeft op deze avond zijn wereldpremière. (Klik hier voor meer informatie over het werk.)
Alwin Toppenberg
Het belooft een groot spektakel te worden, dat wordt geopend met swingende Antilliaanse pianomuziek van Alwin Toppenberg en als klap op de vuurpijl sluit Dave MacDonald met zijn elfkoppige Tiri Fu Bari band de avond af. De groep speelt composities op teksten van Trefossa, R. Dobru en Shrinivási. Het aantal muziekstijlen is uiteenlopend, spannend en nieuw. Deze avond vol Caraïbische muziek en poëzie is uniek in zijn soort. Mis het niet en reserveer snel uw plaatsen!
– Vrijdag 6 december 2013
– Openbare Bibliotheek Amsterdam (Theater van het Woord, 7e verdieping). Oosterdokskade 143, 1043 DL Amsterdam).
– Aanvang: 19.00 uur. De deuren sluiten om 19.30 precies!
 
De elfkoppige band van Dave Mac Donald sluit het programma af
 
Voordelig Kaarten Reserveren:
Tickets bedragen in de voorverkoop € 17,50 en bij de deur € 20,00. Reserveer uw ticket door € 17,50 over te maken op ING bank 3027698 t.n.v. Werkgroep Caraibische Letteren, Leiderdorp. Vermeld op uw betaling uw mailadres. U ontvangt een betalingsbevestiging. Uw kaarten liggen klaar op de avond van de lustrumviering bij de entree.
Deze avond komt tot stand met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunst en de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

Letterendag wordt Letterenfeest

door Giselle Ecury

Op zondag 23 september vond onder auspiciën van de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caraïbische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam een Letterendag plaats.

Carl Haarnack

Vier promovendi die hun proefschrift schrijven bij professor Michiel van Kempen, presenteerden aspecten van hun onderzoek aan het publiek. De vijfde, Benoît Verstraete-Hansen  (over “De Deense zendeling P.M. Legêne”) was helaas ziek. Daarna volgden interviews met en voordrachten van schrijvers. Hoogtepunt was een rechtstreekse verbinding via Skype met Michaël Slory vanuit Paramaribo, die inging op zijn zojuist bij uitgeverij In de Knipscheer verschenen dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie.
Wat mij bij gelegenheden rond het Caribisch Gebied aanspreekt, is dat het een feest van herkenning is, een reünie voor allen die zich professioneel of anderszins betrokken voelen bij de West-Indische Letteren: Een Letterenfeest.

Frontispice van Die Negerin in Guyana (1841); Buku

Na het openingswoord door Michiel van Kempen beet Carl Haarnack het spits af zich bewust van het feit, dat de term “Indianen” discutabel is: “De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname tussen 1700 en 1900”. Gebaseerd op o.a. reisbeschrijvingen, dagboeken, brieven en literatuur, begon hij met de definitie van reizen: je gaat vanuit de omgeving die je kent, naar een omgeving die nieuw voor je is. Over wat dit met je doet, kun je schrijven. Zo gingen de eerste Duitse onderzoekers op pad, meestal missionarissen, die moesten helpen de slaven te bekeren. Omdat die niet altijd bekeerd wílden worden, ging men zich bezighouden met Indianen, die men destijds “vooral niet moest zien als onbedorven mensen die nog niet te maken hadden met het kwaad”. Let wel: men beschikte niet over de telecommunicatiemiddelen, waarmee wíj ons kunnen voorbereiden. Hun ideeën over wat zij zouden kunnen aantreffen, haalden zij uit de zestiende-eeuwse literatuur. Vlot hield Haarnack een aantal Duitse onderzoekers in vogelvlucht tegen het licht: Wilhelm Bauberger met het opmerkelijke Die Negerin in Guyana over Blanca, die het dramatische slavenleven zelfs nog verkiest boven een uitweg via een huwelijk met een heidense Indiaan; Carl Lang; August von Schlözer; J.D. Kunitz (over Suriname en zijn bewoners); uit Johann Friedrich Ludwigs Neueste Nachrichten von Surinam zou blijken, hoe de Indiaan aan zijn platte neus kwam: door voor- en achterkant van het kinderhoofd tussen twee plankjes te klemmen. Een via PowerPoint geïllustreerd betoog, waarbij ook de toehoorders zich bij de afbeeldingen van lelieblanke Indianen met Duits/Europese gelaatstrekken uit “Malerische Länder- und Völkerkunde” van W.F.A. Zimmermann (pseudoniem voor Carl Gottfried Wilhelm Vollmer) mochten afvragen, of de goede man überhaupt wel eens een Indiaan gezien had. Toch was dit boek een belangrijke bron voor Karl May (1842-1912), voor velen bekend als dé auteur van avonturen over confrontaties met Indianen – wie kent Old Shatterhand en Witte Veder niet? 

Paul Hollanders

Paul Hollanders zette aan de hand van Paul François Roos (1751-1805) en de Surinaamse plantersletterkunde, de Animus Revertendi af tegen de Animus Manendi (een pril begrip), ofwel: de wil om terug te keren [van de uitgezonden blanke, G.E.] tegenover de wil om te blijven [in de kolonie, G.E.]. Hoewel Roos, geboren te Amsterdam, van huis uit de liefde voor de handels- en koopmansgeest meekreeg, wilde hij predikant worden, om uiteindelijk als blanke knecht/opzichter naar Suriname te gaan. Hij was werkzaam op diverse plantages en klom op tot directeur en administrateur, om uiteindelijk een welvarend koopman en planter te worden. In tegenstelling tot zijn collegae, die liefst zo snel mogelijk terugwilden na hun zakken gevuld te hebben – de Animus Revertendi– begon Roos van Suriname te houden. Hij wilde er blijven en is slechts twee maal teruggekeerd naar Holland. Hij schreef poëtisch over Suriname, over zijn zorg omtrent het latere verval van het land. Als dé gelegenheidsdichter, die een belangrijke rol vervulde in het dan aardig ontwikkelde en bloeiende culturele leven van Suriname, heeft hij zich ingezet voor de samenleving.

Roos’ Surinaamsche Mengelpoëzij (1804)

Zo richtte hij het Genootschap “De Surinaamse Lettervrienden” op. De leden wilden met opbouwende verlichtingsideeën iets nalaten en zaaien in het geliefde vestigingsland. Paul Roos sprak gouverneur Jan Jacobs Mauricius tegen, die beweerde, dat de blanke kolonisten áltijd snel weg wilden uit het land met “die zure naam”. Hollanders betoogde het lonend te vinden, te onderzoeken of er in de geschriften meer is terug te vinden over de Animus Manendi. Hij refereerde aan het heden, waarin migranten eveneens soms liever blijven, terwijl er tevens een spagaat ontstaat door verlangens naar het land van herkomst. P.F. Roos echter bleef: “Ik ben Suriname mijn welvaart schuldig.”

Jos de Roo

Met enthousiasme lichte Jos de Roo “De invloed van de Wereldomroep op Caraïbische auteurs” toe. Hij noemde het een voorrecht van 1983 tot aan zijn pensionering in 2002 werkzaam geweest te zijn als programmamaker bij de Caraïbische afdeling van Radio Nederland Wereledomroep tijdens wat men noemt: “De periode Van de Walle”, waarin radio het meest populaire medium was. De Roo verdiepte zich voor zijn onderzoek in de archieven van de Wereldomroep, o.a. om inzicht te verkrijgen in de vroegste fase van de geschreven moderne letterkunde van het Caribisch Gebied en het enorme belang van de Wereldomroep daarin. In feite heeft die in de jaren vijftig van de vorige eeuw veel méér gepubliceerd, dan via tijdschriften gebeurde, zoals de ingezonden verhalen van auteurs die later grote bekendheid zouden verwerven (onder wie Boeli van Leeuwen, Jules de Palm en Frank Martinus Arion) en de orale literatuur van mensen als Raul Römer en Johan Ferrier. Dit blijkt nu van groot belang. De bescheiden De Roo kijkt in zijn proefschrift onder meer of de destijds reeds aangehaalde thema’s zullen terugkomen in hun latere werk. Met veel kennis van zaken onderstreepte hij, dat er nog veel meer te halen is uit die achtergebleven archieven. Wij kijken uit naar de afronding van zijn onderzoek.

Tim de Wolf

Over Tim de Wolfs “Muziek en muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied” kan ik kort zijn, onderstrepend, dat zijn werk daardoor alles behalve minder belangrijk zou zijn. Integendeel. Een charmant betoog over een onderwerp dat letterlijk leeft: hij houdt zich bezig met het beschermen van geluidsopnamen voor het nageslacht en ontsluit het materiaal door het te digitaliseren. Meer nog is dit sinds 1982 zijn passie, toen hij een paar 78-toeren-platen uit het Caribisch Gebied vond op een rommelmarkt in Hilversum. Het onderzoeken begon, zonder te selecteren. Dit resulteerde in het prachtboek Discography of music from the Netherland Antilles & Aruba, including a history of the local recording studios (Walburg Pers, Zutphen 1999).

Tim de Wolf bezig met een reddingsactie van bandmateriaal op Curaçao

> Hij verzamelt alles en wellicht richt hij zich ooit eveneens op Suriname. Tim liet zijn toehoorders op humorvolle wijze genieten van muziekfragmenten van platenlabels  als Hoyco en Padú en onderstreepte eveneens het belang van het digitaliseren van bandopnamen. Zo werd voor even de stem hoorbaar van Cola Debrot, die in 1969 als Gouverneur zijn nieuwjaarsrede uitsprak, en van Pierre Lauffer senior, die een gedicht voorlas.

Michael Slory via een Skype-verbinding. Foto Anya Hollanders

De tijd liep. Het gesprek via skype met Michaël Slory (1935) was echter ondanks de soms uitvallende verbinding vanuit het huis van Ruth San a Jong (auteur en nog veel meer, zoals oprichter van de Schrijversvakschool te Paramaribo, zie www.ruthsanajong.com) bijzonder en zeer zeker hartverwarmend. Het door hem voorgelezen gedicht voor de onlangs overleden John Leefmans, zijn rake opmerkingen en mooie woordkeus – waar hoor je nog het fraaie woord”nimmer”? Michiel van Kempen noemde hem een groot voorbeeld van wat idealisme kan zijn. “Tegenwoordig ben ik niet meer zo idealistisch, dat begrijp je, het is allemaal niet meer zo leuk, hoor!” zegt hij gevat, doelend op de ongemakken die zijn hoge leeftijd brengt. Hij is blij met zijn nieuwe dichtbundel, is altijd nog bezig met poëzie: “Nu ook in het Engels. Ik ben koloniaal, weet je, ik heb een zekere “erfenis”, zodat ik dat kan.” De bekende fluitist Ronald Snijders vroeg hem hoe hij zo’n romanticus heeft kunnen blijven, ondanks de vele teleurstellingen. Het antwoord was even ontwapenend als mooi: “Ik ben een gelovig mens, ik lees ’s nachts uit de Koran. Ik heb Spaans gestudeerd en ben altijd verbonden gebleven met die Arabische invloeden binnen die cultuur. De troostrijke boodschap helpt me.” Geraakt bedankte Michiel van Kempen hem voor al die jaren poëzie, een warm applaus volgde. “Met deze nieuwe dichtbundel is mijn gezicht weer een beetje gered,” volgde helder een toegift uit Paramaribo. “De mensen kennen me scheldend in het Nederlands, Engels en Spaans. Nu zien ze dan weer mijn poëzie! Het is een mijlpaal. In elk geval geen testament!” volgde levenslustig. “Er zijn veel méér mensen die van je houden,” antwoordde Michiel. “Dat heb ik hard nodig, want je begrijpt: dit is geen lolletje,”  reageerde Slory, weer doelend op de ouderdom. Hij sloot af met een gedicht, waarvan de regels “Zoveel ik kon, heb ik de straat bezongen, […], maar waar de hoop verdween, bleef liefde” mij zullen bijblijven. Zoals ook dat laatste beeld op mijn netvlies gebrand staat: een zwaaiende Slory.

John Leefmans. Foto @ Buku

Professor Michiel van Kempen stond daarna aandachtig stil bij leven en werk van John Leefmans, die eind augustus 2012 overleed. Uit zijn bewogen gesproken tekst kwam steeds diens sprankelende lach naar voren, zoals Michiel ook omschreef in het In Memoriam van zondag 26 augustus, geplaatst op zijn blog Caraïbisch Uitzicht:  “Je wist altijd vrij nauwkeurig waar John Leefmans zich ophield, als hij ergens aanwezig was: je hoorde iemand druk praten, op een heimelijke toon die toch veel mensen konden horen, de spanning liep op, de toon werd hoger en uiteindelijk klonk er en een volle, luide schaterlach. Hoe druk een bijeenkomst ook was, je wist: dáár is John Leefmans.” (Michiel van Kempen).http://caraibischeletteren.blogspot.nl/search/label/Leefmans%20John

Het was mooi hem hier op deze wijze te gedenken, zeker toen de improvisatie van de in het publiek aanwezige dichter en musicus Raj Mohan erop volgde. Hij zong in het Hindi en a capella “Song of the birds” met de slotwoorden: Op een dag zul je vliegen.
Peter de Rijk interviewt Orchida Bachnoe. Foto @ Anya Hollanders

Peter de Rijk interviewde vervolgens de als altijd prachtig geklede Orchida Bachnoe n.a.v. haar nieuwste roman Azijn in mijn aderen (In de Knipscheer, 2012) Hij, redacteur van de uitgeverij, complimenteerde haar om het frisse van haar proza, terwijl het een zwaar onderwerp behandelt: suïcide. Aanleiding was, dat een meisje, dat Orchida begeleidde, zich huilend bij haar aan de deur meldde met de mededeling, dat ze pillen geslikt had. Door adequaat te handelen, wist de auteur dit meisje deze keer te redden. Maar zij vond dat ze er iets mee moest doen, want blijkbaar schieten de hulpverleningstrajecten hun doel voorbij. Suïcide moet bespreekbaar zijn: Dit zijn de signalen en dan moet je zó ingrijpen. Deze roman is het resultaat met als thema “Dromen is prima, maar zorg dat je daarnaast een plan hebt. Blijf daarin geloven en eraan werken.” Het boek heeft veel los gemaakt en geleid tot Kamervragen, omdat ook in Nederland veel jonge Hindoestaanse meisjes zelfmoord plegen. De schrijfster heeft haar boek opgedragen aan Anil Ramdas, de Surinaams-Nederlandse auteur die begin dit jaar eveneens een einde aan zijn leven maakte.

T. Martinus/Quinsy Gario

Na een kort, voornamelijk Engelstalig, intermezzo door de dichter en performer T. Martinus (pseudoniem voor Quinsy Gario) over The bearable ordeal of the collapse of certainties – mooi qua dictie, goed om te zien hoe vast en zeker hij als het ware stond in zijn tekst – was het de beurt aan Professor Dr. Michiel van Kempen, Hoogleraar West-Indische Letteren, om in samenwerking met Peter de Rijk, zijn poëziedebuut met de titel Wat geen teken is maar leeft te presenteren. Peter was vol lof over het fantastische werk dat is verricht en dat – ik citeer – “in alles afwijkt van de Michiel van Kempen, zoals wij die kennen uit de tientallen publicaties die hij op zijn naam heeft staan. De lezer mag kijken in het hoofd van de auteur aan de hand van zijn openhartige, goede poëzie, soms op het randje van proza. Heel veel woorden, lange gedichten over verliefdheid en verdriet, met goed getroffen metaforen, bijvoorbeeld over een voorbije liefde, waarbij je opeens als vreemden tegenover elkaar komt te staan.”

Peter de Rijk interviewt Michiel van Kempen. Foto @ Scott Rollins

“Ik liet eens in een groep zo’n gedicht voorlezen door een jonge vrouw. Halverwege begon ze te huilen en ik schrok daar erg van,” aldus Van Kempen. “Later kwam ik er in rust op terug. Ik vroeg of er soms iets met haar gebeurd was, dat haar zo raakte. Maar nee, zei ze. Het was het ritme.”

Peter liet weten al uit te kijken naar een volgende dichtbundel. Michiel: “Eerst wil ik werken aan de biografie van Albert Helman. Die wil ik afhebben. Dit blokkeert elke andere woordenstroom.”
Sanne Landvreugd

Sanne Landvreugd. Foto © Michiel van Kempen

Een passend moment mijn aantekeningenboek op te bergen. Het is vroeg in de avond geworden. Ongemerkt. Buiten regent het. Binnen sluiten de met verve gespeelde melancholische klanken uit de vakkundig door Sanne Landvreugd aangestuurde saxofoon de middag af. Wat geen teken is, maar leeft!

[eerder verschenen in het Antilliaans Dagblad]

Alle foto’s:, tenzij anders aangegeven: Michiel van Kempen

Caribische Letterendag in een nieuw jasje

door Quito Nicolaas

Afgelopen zondagmiddag vond in de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam de aftrap van het nieuwe literaire seizoen plaats. Komend jaar belooft  opnieuw een enerverend jaar te worden voor schrijvers, recensenten, uitgevers en webshops.
…goede opkomst bij Ons Suriname…; foto @ Anja Hollanders

Vorige week nog werden drie nieuwe uitgaven van Uitgeverij in de Knipscheer in Podium Mozaiek gepresenteerd: Woestijnzand, Terug naar Toledo en De bevlogen jaren van een bewogen dichter. Het programma voor deze zondagmiddag stond in het teken van debat met de promovendi, voordrachten, interviews, muziek, boekpresentaties en een boekenmarkt. Er waren vele bekende gezichten uit het literaire circuit komen opdagen om dit evenement mee te maken. In een hoek zaten Wim Rutgers en Henry Habibe gebroederlijk naast elkaar, met een vergelijkbare atitude als die van Harry Mullisch tijdens het boekenbal, zodat iedereen die binnenkwam hen moest begroeten. 
Carl Haarnack
De middag begon met een korte presentatie van een viertal promovendi, die onder verantwoordelijkheid van Michiel van Kempen hun proefschrift schrijven. Na afloop konden vanuit de zaal vragen aan de promovendi gesteld worden, waarvan goed gebruik werd gemaakt.
Carl Haarnack vertelde over De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname. Bij de eerste spreker miste ik de vraag over de doorwerking van de stereotyperingen over de indianen naar
het heden toe.
Paul Hollanders
Daarna kwam Paul Hollanders aan het woord, die had het over Paul François Roos en de Surinaamse plantersletterkunde en zijn eigen ontwikkelde theorie over de goede en malafide Nederlanders die zich destijds in de kolonies hadden gevestigd. 
Jos de Roo
Oud-journalist Jos de Roo gaf vervolgens een uiteenzetting over zijn onderzoeksthema: de bijdrage van de Wereldomroep aan de ontwikkeling van Caraïbische auteurs. Opmerkelijk was dat in de jaren vijftig voor de uitzending van de Caribische afdeling gebruik werden gemaakt van teksten die geschreven werden door Cola Debrot, Boeli van Leeuwen, Jules de Palm en Frank Martinus Arion. In het Caribisch gebied bestond in die tijd eveneens het BBC-radio-programma Voices of the Caribbean, dat van 1942 – 1957 werd uitgezonden en vele van de bekende Caribische schrijvers zoals Derek Walcott, V.S. Naipaul, George Lamming, Kamau Brathwaite bekend maakte. Ondanks dat in die tijd de koloniale mogenheden elkaar goed in de gaten hielden en dan met name op het vlak van het te voeren beleid in de kolonies, constateerde de Roo op een vraag uit de zaal [van Quito Nicolaas – red.] dat er geen vergelijking bestaat tussen de BBC en haar radioprogramma Voices of the Caribbean en de radio-uitzendingen van de Caribische afdeling van de Wereldomroep. 
Tim de Wolf toont Caribia van Edgar Palm & Trio
 
Tenslotte viel het Tim de Wolf de beurt om te vertellen over zijn onderwerp: Muziek en
muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied, waarbij hij fotomateriaal liet zien van zijn uitgebreide platencollectie. Hij schetste een beeld van de muziekwereld op Aruba en Curaçao, waar op eerstgenoemd eiland grammofoonplaten met Surinaamse muziek werden geperst. Op Curaçao was het met name dhr. Henriquez die actief was in de platenwereld en bij Radio Hoyer, en die voornamelijk folkloremuziek draaide, die een onderscheidende rol speelde. Een moment van nostalgie brak aan toen de Wolf de zaal een fragment van het populaire nummer Minirok van Rudy Plaate liet horen en erbij vertelde dat dit liedje bij de zanger thuis werd opgenomen. 
Minirok van Rudy Plaate
Een tweede hoogtepunt van deze middag was de rechtstreekse Skype-verbinding met
Suriname om een gesprek te voeren met dichter Michael Slory. Hier was het gespreksthema zijn onlangs uitgebrachte bundel Torent een man hoog met zijn poëzie. De 77-jarige Slory die continu de geringe erkenning die hem toekomt hekelt, barstte los in en in een woordenvloed en schakelde terug in de tijd om over zijn jaren in Nederland te praten. Vanuit het publiek kon men hem een vraag stellen en jammer dat de vraag ‘Hoe het politieke klimaat in Suriname zijn schrijverschap had beïnvloed’ er niet bij hoorde.
Rechtstreeks via een Skype-verbinding met Paramaribo: Michael Slory; foto @ Anja Hollanders
Een keerpunt vormde de korte herdenking van John Leefmans, die naam verwierf met de bundel Retro (2001). Hij is een man die werkelijk van alles deed in het leven en zelfs ambassadeur voor zijn land is geweest. Als dichter stond hij bekend als iemand die vrij complexe en ondoordringbare versen schreef. Zijn liefde voor zijn land Suriname viel wel tussen de regels af te leiden.
Orchida Bachnoe geïnterviewd door Peter de Rijk
Het derde blok van het programma werd ingenomen door een interview met schrijfster Orchida Bachnoe over haar debuutroman Azijn in mijn aderen, waarin het tragisch verhaal wordt verteld over de aard van de zelfmoordpogingen onder jonge hindoestaanse meisjes.
Later op de avond volgde het optreden van T. Martinus met The bearable ordeal of the collapse of certainties. Opnieuw wist deze woordkunstenaar het publiek, in een samenleving die al geruime tijd in verwarring verkeert, met zijn kritische noten te bewegen.
Voordracht van T. Martinus (Quinsy Gario)
Ter afsluiting was het de veelzijdige en onvermoeibare Michiel van Kempen die zijn poëziedebuut Wat geen teken is maar leeft wereldkundig maakte. Een boektitel die je al meteen aan het denken zet over al datgene dat leeft en geen teken vormt. Een voorbeeld van de talloze prachtige gedichten, vindt men terug in onderstaande strofe.

Nu is de hemel helder, geen vogel volgt
de laatste stip die regen nog zou kunnen dragen
maar die verder vallen zal, niet hier
niet in het ruim van lucht tussen deze flanken
en wij die binnen de klanken van dit waterland

wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

[uit het gedicht ‘Runenteken’ van M. van Kempen]

 

Peter de Rijk ontving een mystery guest
die zei te spreken namens Michiel van Kempen

Deze uitzonderlijke literaire middag van de Caribische werkgroep met een geweldige opkomst werd afgesloten met de muziek van Sanne Landvreugd. Nadat de afgelopen jaren verschillende formules  werden toegepast om het groot publiek aan te trekken, is het ditmaal eindelijk gelukt. Het is een samenzijn geworden van verschillende culturen die allen belangstelling hebben voor literatuur, wetenschap, muziek en een goede gedachtenwisseling.

Sanne Landvreugd speelt bij de VOS; op het achterdoek Michael Slory in Paramaribo

  Alle foto’s, tenzij anders aangegeven, van @ Michiel van Kempen

Een ontmoeting met de dichter des vaderlands

door Ruth San A Jong

Ik kopieer niet gemakkelijk typisch Nederlandse begrippen, maar vandaag kon ik het niet laten de kop van mijn bericht deze titel te geven. Vanmiddag was de presentatie van Michael Slory’s dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie bij Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Slory was vanmiddag bij mij thuis aan het skypen. De organisatie had mij gevraagd of dat mocht en kon en ik had zonder nadenken ja gezegd. Slory ken ik alleen van de boeken of ik zie hem vaak op straat, op zoek naar inspiratie voor de gedichten die hij neerpent. Mijn ontmoetingen met hem waren altijd van een afstand, bij een literair gebeuren, of in de CCS bibliotheek, maar nooit hadden we elkaar in de ogen aangekeken en gesproken. Ik heb hem altijd een aandoenlijk mannetje gevonden en vind de verhalen over de onvoldoende waardering die hij krijgt ronduit pijnlijk. Slory is voor mij een van de pioniers van de woordkunst in Suriname en daar heb ik alleen maar interesse en waardering voor.

Maar vandaag was een bijzondere zondag, toen Kirsten Dorrestijn uit de taxi stapte met Michael Slory aan haar zij om via mijn internetverbinding live bij de boekpresentatie aanwezig te zijn in Amsterdam. Kirsten is freelance journalist, of beter gezegd, de letterlijke ‘beschermvrouwe’ van Slory op deze dag, die voor de derde of vierde keer in Suriname is en naar ik vermoed elke keer wanneer ze in het vliegtuig naar Nederland stapt, denkt: ik wil hier blijven.

Een bescheiden man met een grijze baard en een zwart hoedje stapte mijn woonkamer binnen. Ik had eerder op de ochtend als de bliksem mijn woonkamer op orde gebracht. Het moest er allemaal goed uit zien voor de camera. Slory hield zijn tas van jute stevig vast en het moment dat hij zijn mond opendeed kwam er een woordenvloed die pas eindigde toen ik hem bij zijn huis afzette. Schrijvers zijn vertellers ging het door mijn hoofd en wellicht hadden de slokjes rode wijn die hij voor het interview had ingenomen een beetje geholpen. Hij slingerde Kirsten en mij tussen de herinneringen van de jaren zestig, zeventig, Nederland: waar hij meedeed aan protestmarsen als enige Surinamer, communisten, de olie van Coronie,  de Chinese contractarbeiders van 1853 die met Creoolse vrouwen kinderen kregen en meer.

Slory op SkypeHij vertelde hoe aangenaam verrast hij was dat dit mogelijk was, een live interview. Verbaasde zich over de technologie van nu, en vroeg mij of er bepaalde vragen waren waar hij zich op zou moeten voorbereiden. Ik had mij niet met de inhoud beziggehouden. Wel met kabeltjes, geluidsboxen, skype-verbinding gecontroleerd met iemand uit Nederland eerder, laptop op groot scherm aangesloten, extra belichting, bureaustoel iets lager gezet zodat zijn benen niet zouden bengelen. Kirsten zou wat drank en eten nemen. Vincent Soekra had zijn laptop ter beschikking voor aansluiting op een beamer daar in Nederland en had mij wat instructies gegeven voor dat technische deel. Het programma van de Letterendag was anderhalf uur eerder begonnen, ik had alles moeizaam kunnen volgen omdat de verbinding het geluid vertraagd of soms helemaal niet overbracht.

Slory ging gemakkelijk zitten op de stoel, ik deed een glas sap voor hem erbij. Hij moest vooral relaxed zijn. Zijn kladblok, dichtbundel die hij eerder had ontvangen ernaast en een pen.  Hij boog zijn hoofd: ‘Ik bid even voor een goede verbinding.’ We konden beginnen. Michiel van Kempen, de ‘reddende engel’ zoals Slory dat later zei, deed het interview. De volle zaal keek. En zo vlot als zijn pen is, zo rolde de ene na de andere anekdote eruit bij de vragen van Michiel. Jaartallen, de bezoeken van Bruma aan het Torarica-casino, namen van ontmoetingen die hij met mensen had, de ‘communistische’ verwijten die naar zijn hoofd geslingerd waren toen, een gedicht voor wijlen John Leefmans in Sranantongo, nog eens het gedicht voor Leefmans, weer een jaartal, zijn in de steek gelaten idealisme (waar hij met de grootse zelfspot over sprak), de eeuwige vrouw die hij nog steeds niet was tegengekomen, de gedichten die nog in zijn huis rondslingerden waar best nog een bundel van gedrukt zou kunnen worden, dat men vroeger absoluut geen Chinezen wilden laten halen naar Suriname…dat alles flitste in een uur door de woonkamer en de zaal van de VERONSUR.

“Is de dichtbundel een soort testament Michael?”, vroeg Van Kempen. “Nee! Geen testament maar een mijlpaal! Mijn gezicht is gered!” We hoorden de lachsalvo’s en applausjes van de zaal in de woonkamer. De slechte verbinding maakte mij nerveus: het geluid viel steeds uit. “De zwakke bandbreedte, daar ligt het aan.” hoorde ik Vincent op de achtergrond zeggen. ‘We doen de camera uit.” Het geluid werd inderdaad iets beter en Slory kon verder uit zijn dichtbundel voorlezen. Het publiek kreeg de gelegenheid hem te groeten. Hilli Arduin, Ronald Snijders en Cynthia Abrahams stelden vragen. Ronald Snijders vroeg waar hij ondanks de teleurstellingen toch nog in zijn werk de romantiek bleef behouden. “Ik bid altijd op mijn knieën en vaak lees ik uit de Koran, daar vind ik kracht. Ja, 75 van de 100 keren ben ik op mijn knieën.”

Het ging echt niet goed met de verbinding dus moesten we maar stoppen. Hij zwaaide nog naar het publiek, kreeg een luid applaus en bedankte een ieder waarvan in bijzonder Michiel van Kempen en Franc Knipscheer. “Gods zegen voor jullie allen daar. Gods zegen!”
En ik, ik heb bijna mijn gesigneerd exemplaar uit.

23 september 2012

Michael Slory live bij Ons Suriname

Michael Slory met een bewonderaarster. Foto: @ Annelies Verhelst

Zondag 23 september a.s. is Michael Slory – door velen beschouwd als Surinames grootse levende dichter – via een live Skype-verbinding te zien en te horen bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam, tijdens de Letterendag die de VOS organiseert in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam. Ook Orchida Bachnoe, T. Martinus (Quinsy Gario) en Michiel van Kempen dragen bij aan de middag, terwijl Sanne Landvreugd voor de muziek tekent (voor het volledige programma, klik hier).

 

Vanaf gisteren ligt in de boekhandels de nieuwste dichtbundel van Michaël Slory: Torent een man hoog met zijn poëzie. Het fraai ingebonden boek geeft poëzie in het Nederlands, plus een aantal verzen in het Sranantongo met vertalingen door John Leefmans, en een nawoord van Michiel van Kempen. De bundel verscheen in Haarlem bij In de Knipscheer, ISBN 978-90-6265-806-0.

Hieronder een gedicht uit die bundel:

Gerda Havertong?
Een kleed
van liefde
je lieflijk lichaam
tegen mij aangedrukt.
En waar de bloem
die hier tegen jou opweegt?
Waar het geluid
dat hier jouw stem vervangt?
Verbaasd kijken de bomen:
zoveel zachtheid
in je lendenen
die nu wegglijden
als naar een wereld
een ander paradijs.

Letterendag bij Ons Suriname

Op zondag 23 september a.s. organiseren de Vereniging Ons Suriname, de Werkgroep Caraïbische Letteren en de Leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam een Letterendag bij Ons Suriname in Amsterdam.

In het eerste gedeelte van de dag presenteren vijf promovendi die hun proefschrift schrijven bij prof. Michiel van Kempen aspecten van hun onderzoek aan het publiek. Het publiek krijgt alle gelegenheid om over de onderwerpen van gedachten te wisselen met de onderzoekers.

In het tweede gedeelte is er een boekenmarkt met interviews en voordrachten met schrijvers. Een hoogtepunt belooft een rechtstreekse verbinding met Paramaribo te zijn, waar Michael Slory zal ingaan op zijn zojuist bij In de Knipscheer verschenen nieuwe grote dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie.

Programma
14.00-15.40
Publieke voordrachten van 5 promovendi:
Benoît Verstraete-Hansen – De Deense zendeling P.M. Legêne
Carl Haarnack – De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname
Paul Hollanders – Paul François Roos en de Surinaamse plantersletterkunde
Jos de Roo – De bijdrage van de Wereldomroep aan de ontwikkeoing van Caraïbische auteurs
Tim de Wolf – Muziek en muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied

15.40-18.00 uur
Voordrachten, boekpresentaties, boekenmarkt

Korte herdenking van John Leefmans

Voordrachten & Interviews over nieuwe boeken:
T. Martinus over The bearable ordeal of the collapse of certainties
Orchida Bachnoe over Azijn in mijn aderen

Michael Slory; foto @ Nicolaas Porter

Ca. 16.30 uur: Interview met Michael Slory in Paramaribo via een Skype-verbinding over zijn net verschenen dichtbundel Torent een man hoog met zijn poëzie

Michiel van Kempen over zijn poëziedebuut Wat geen teken is maar leeft

Live muziek Sanne Landvreugd 

Locatie: Vereniging Ons Suriname Hugo Olijfveldhuis Zeeburgerdijk 19a 1093 SK Amsterdam
(nabij de molen en het KIT in Oost; vanaf CS stadsbus 22 stopt bij de Nicolaaskerk, richting Indische buurt, 8 min.)

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter