blog | werkgroep caraïbische letteren
Categorie: Album van de Nederlands-Caraïbische poëzie

Frater Gratus – Touwslagerslied

Als het wiel des morgens draaien gaat,
spinnen wij, spinnen wij, spinnen wij.
En al tripp’len op de vlugge maat,
spinnen wij, spinnen wij, spinnen wij.

lees verder…

Pierre A. Lauffer – Mi golèt/Mijn schoener

Mi golèt su belanan bolá di bientu
ta kapiando yen di brio
p’e por yega porta di sosiegu.
Ma promé ku basha anker
nos lo kore kosta,
yama tur e faronan ayó,
tur e meuchinan
kòrtando airu riba nos kabes.

lees verder…

J.G.A. Koenders – Siengie na Sranantongo

Siengie na Sranantongo

Wijse: ’t Zonnetje gaat vans ons scheiden e.s.m.f.[1]
Son, de go liebie wie baka,
Netie agen kon fadon,
Wrokoman wroko de saka,
Ala see doengroe fadon.
Loekoe din stärie, din brinkie so krien,
Ruste din tjarie gie ala piekien.
Ruste na foto, na fierie,
Ruste foe wroko en plee.

lees verder…

Bernardo Ashetu – Matroos

Matroos

Het kleine land
en het schip dat binnenloopt.
De kleine matroos die
aan wal stapt.
Het meisje dat lacht
en roept:
Jij daar, jij kleine matroos!
De weide.
Het verwijlen
en straks weer verder zeilen.
De valreep die wacht.

lees verder…

Richard de Veer – Oda na Hooiberg

Sinta den stupi di mi wela
Cara fiha pariba
Mi ta weita y gosa ful
Con mahestuoso bo ta.
O, wardado di Playa!
Unda cu mi bay
Bo ta mane mi sombra
Cu no ta laga mi so.
Ora mi ta core auto
Bo ta mi Stre’I Nort
Pa indica mi sin faya
Na unda asina mi ta.
Den tempo di awacero
Bo ta gusta laba cabes
Mane ta fiesta bo ta bay
Perfuma pa hole dushi.
Despues flor di kibrahacha
Ta tapa bo dj’ariba te abou
Un bata mane di oro
Ni si ta rei di Congo bo ta.
O, mi guia di tur dia
Con mi por lubida bo nunca!
Ta bo ta mi compañe
Mainta, merdia, atardi.
Awor, cada bes mi yega dj’afo
Bo ta di prome pa cuminda mi.
Mi curason ta mane habri
Mirando alomenos un cos conoci.

[Papiamento]

lees verder…

Nadine van Maasakker – Berano/Zomer

Berano

Henter siman bo a sigui tur notisia di wer.
E biaha aki si nan tur ta unánimemente den nan kobertura.
E palabra mágiko a kai: 30 grado, bo mes no por kere. lees verder…

Mooie mannen in de mondi (een hekeldicht)

Het gemekker op de Nederlands-Caribische eilanden dat homoseksuele en lesbische relaties niet ‘eigen’ zijn aan het eilandelijk samenleven, stuit tegen de borst.
door Aart G. Broek

lees verder…

Nieuw werk van Astrid H. Roemer in 2015

Vrijdag 22 mei 2015 was Astrid H. Roemer na lange tijd weer even in Nederland voor ‘Was Getekend, hommage aan Astrid H. Roemer’. Bij die gelegenheid las ze enkele nieuwe gedichten. lees verder…

Kwame Dandillo – Paramaribo

Heerenstraat Paramaribo met links de YWCA, ca. 1940
Verloren loop ik langs
je mooie straten
en zie de krotten
als een reeks van gaten
in een blinkend wit gebit
De mensen schuiven transpirerend
in alverzengend zonlicht rond
en vraag mij vreemd verwonderd af
waarom men lacht
waar vinden zij de kracht
te gaan te staan
terwijl de hitte stijgt
en elk levend wezen hijgt
Ik voel de drang naar vrijheid
wurgend om mij heen
Vergeef mij als ik
in mijn wanhoop meen
dat oog om oog en tand om tand
de wet moet zijn van elk land
waar scharen armen eindloos paraderen
tussen limousines van
de nieuwe heren
[uit Palito, 1970]
Paramaribo 2014

Hecht en Sterk

door Lila Gobardhan-Rambocus

Shrinivási bij de presentatie van Hecht en Sterk op Curaçao in  het auditorium van de Nationale Bibliotheek Curaçao op 2 februari 2013

 

Hecht en Sterkverschijnt tweeëntwintig jaar na Sangam, de bundel waarvoor Shrinivási de Literatuurprijs van Suriname 1989-1991 werd toegekend. Geert Koefoed heeft in 1993 de tweede uitgave verzorgd en nu ook Hecht en Sterk, waarin hij een mooi nawoord heeft geschreven.
Shrinivási’s poëzie is voor elk wat wils: mooi, eenvoudig van taal én met diepere betekenislagen. Denkend aan Shrinivási komt meestal meteen ‘Deháti’ in mij op. Het gedicht uit zijn eerste bundel Anjali (1963) dat mij toen zo heeft geraakt. Het deed me denken aan het kind dat ik was toen ik op Meerzorg woonde. Ik voelde de pijn die de dichter verwoordde:
Opgebezemd
uit de modder
met koemest
aan de hielen
heb ik de drempel
van de Stad overschreden.
Ik heb een nieuw geloof beleden
van Caritas
Justitia.
Maar de patriciërs
braken het brood
nimmer met een paria.
Toen keerde ik
terug naar de rook
van de stallen
vreemd en
verstoten
onder mijn eigen volk.
Shrinivási en de Arubaans-Nederlandse criticus Henry Habibe

 

In Hecht en Sterk komen thema’s uit zijn eerdere poëzie terug. Zes gedichten uit Sangam zijn in deze bundel opgenomen, omdat, volgens Koefoed, Sangam niet bekend is in Nederland en Vlaanderen. Een van de mooiste gedichten uit deze groep is ‘Toen realiseerde hij zich…’ (p. 68). In dertien versregels een enkele zin. Het terugkeren van de thema’s – steeds anders verwoord – geeft deze bundel iets vertrouwds, en in deze fase van zijn leven accepteert de dichter het leven zoals het komt. Hij heeft net als in eerdere bundels oog voor alle details die naar hem toekomen, zoals een kind dat verwonderd zijn kleine wereld tegemoet treedt.

 

In 1991 schreef ik op de achterkant van het omslag van Sangam onder meer dat Shrinivási’s schrijven een zoektocht is naar de essentiële vraagstukken in het menselijk leven, waarin leven en dood centraal staan. Binnen deze zoektocht bleef hij oog hebben voor de schoonheid van de samenleving. Voor Shrinivási geldt daarom nog steeds dat een kunstenaar maar één lied heeft. In Hecht en Sterk is de melodie heel anders dan bij de vorige bundels: herinnerend, beschouwend, aanvaardend en speels. Zij blijft echter mooi en blijft nog lang in onze oren naklinken.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter