blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

‘Buitenland nog groeiproces’

Vertrekkend DBB-hoofd: Eensgezind Curaçao naar hoger plan brengen

door Gijs van den Heuvel

Willemstad – Het buitenland is belangrijk voor het kleine land Curaçao. Maar dat er een Directie Buitenlandse Betrekkingen (DBB) is die de belangen van Curaçao buiten het eiland behartigt, blijft voor veel mensen een blinde vlek.

Arthur Kibbelaar

Arthur Kibbelaar

 

Diplomaten werken vooral achter de schermen en zijn huiverig voor publiciteit. Bij zijn vertrek wil DBB-hoofd Arthur Kibbelaar die stilte voor het Antilliaans Dagblad wel een keer doorbreken. DBB, dat valt onder het ministerie van Algemene Zaken, werkt nauw samen met het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag. Dat is een Koninkrijksaangelegenheid, maar Kibbelaar voegt eraan toe dat buitenland ook tot de autonome taken van Curaçao behoort.

Bij DBB werken ongeveer vijftien mensen: ,,Dat is te weinig voor de ambities die Curaçao heeft. Er zouden eigenlijk 20, 21 ambtenaren moeten werken. DBB is in opbouw en heeft beleidsmakers nodig die de visie van Curaçao kunnen uitdragen”, aldus het vertrekkend hoofd. ,,We zijn nog in een groeiproces. Er is vooruitgang. Onlangs zijn vier nieuwe, jonge, veelbelovende mensen aangenomen. Twee ervan gaan naar het zogenoemde diplomatenklasje.”

Kibbelaar wordt volgende maand ‘civil advisor’ bij de VN-missie Minusma in het Afrikaanse Mali, waar ook Nederlandse troepen aan bijdragen. ,,Ik ga adviseren in civiele, politieke zaken. Ik zit daar voor Buitenlandse Zaken, maar val wel onder de verantwoordelijkheid van de militairen. Ik val onder een kolonel.” Hij heeft veel zin in zijn nieuwe baan, waarvoor hij werd gevraagd te solliciteren. ,,Ik beschouw dat als een voorrecht.” Kibbelaar zat eerder in Afrika, namelijk in Burundi. ,,Ik beschouw dat als een hoogtepunt in mijn carrière. Het bouwen aan een vredesproces vind ik erg belangrijk, waardevol en nodig werk. Je zit aan de frontlinie, dat is de ‘core business’ van de diplomatie.”
Daarom kijkt hij uit naar de terugkeer naar Afrika, waar hij anderhalf tot twee jaar zal blijven.
De afgelopen 3,5 jaar heeft Kibbelaar leiding gegeven aan DBB. Dat vindt hij een mooie periode, maar de kans om iets anders te gaan doen greep hij aan: ,,Ik geloof erg in rotatie in de diplomatie. Wisselen van positie heeft belangrijke voordelen, het geeft het werk meer kracht.”
Of het werk bij DBB veranderd is sinds de veranderde status voor Curaçao op 10 oktober 2010, kan hij niet echt zeggen. ,,Ik ben pas aangetreden na 10-10-10. Curaçao had wel het voordeel dat hier de infrastructuur van de Nederlandse Antillen al aanwezig was, het bureau was hier al gevestigd. Maar Curaçao moet zich nu wel zelfstandig internationaal positioneren. Er is een andere politieke situatie. Bij de ministeries moest veel gebeuren.” De wisselingen van coalities maakte het lastig, geeft Kibbelaar toe. ,,Er gebeurde heel veel, heel snel. En diplomatie is gebaat bij continuïteit.”

Kritiek op Nederland, dat te weinig oog zou hebben voor de Caribische landen, vindt Kibbelaar prima. ,,Maar ik heb niets met de reflex die sommigen op Curaçao hebben om tegen alles te zijn dat uit Nederland komt. We moeten de discussie niet uit de weg gaan. Sommige mensen lopen daarvoor weg, maar door een goede discussie kom je uit op een win-winsituatie. Er is constructief overleg met Buitenlandse Zaken.” DBB levert een bijdrage voor de Curaçaose belangen en die wordt volgens hem door de vertegenwoordigers van het Koninkrijk altijd meegenomen.

 

Arthur Kibvelaar2

Arthur Kibbelaar met een mevrouw met een prominent halssieraad (links) en Roos Leerdam-Bulo (rechts).

Kibbelaar geeft toe dat het goed zou zijn om meer vertegenwoordigers te hebben op ambassades in het buitenland. ,,Nu hebben we alleen iemand in Washington. Curaçao moet de vertegenwoordiging in het buitenland sinds 10-10-10 opnieuw opbouwen. Vergis je niet hoeveel werk dat is. Een vertegenwoordiger in het buitenland moet van binnenuit gevoed kunnen worden, er moet worden afgestemd. Er is tijd nodig om mensen goed te plaatsen.”

,,Er is een goede interne samenwerking met Buitenlandse Zaken over de regio, zoals de problemen die Venezuela nu heeft”, antwoordt hij op de vraag of het niet nodig zou zijn om juist nu iemand namens Curaçao in Caracas te hebben. ,,We doen alles om de banden zo goed mogelijk te houden. De lacune in Caracas is intern goed opgevangen zonder eigen vertegenwoordiger. We trekken samen op.”

,,Ook binnen de regering is er altijd goed samengewerkt met DBB”, aldus Kibbelaar. De posities bij de ministeries worden langzaam opgevuld en hij is ervan overtuigd dat DBB daarvan gaat profiteren. Zijn werk als hoofd heeft hij overgedragen aan secretaris-generaal
Stella van Rijn van Algemene Zaken. Met zijn opvolging heeft hij verder geen bemoeienis. Ongevraagd wil Kibbelaar nog kwijt dat hij DBB ziet als een portaal naar de toekomst voor Curaçao. ,,Ik hoop dat mensen beseffen hoe ingewikkeld het buitenland is en dat er internationale perspectieven zijn. We doen niet alleen het klassieke diplomatieke vertegenwoordigende werk, maar zijn ook bezig met veiligheid, welzijn en handelsbevordering. Dat moeten we effectief invulling geven, investeren in de omgeving, eruit halen wat je wilt. Curaçao heeft een goede basis met zijn mengsel aan culturen: Caribisch, Latijns-Amerikaans, Amerikaans en Europees. Als we eensgezind werken dan kunnen we Curaçao naar een hoger plan brengen. Vooruitgang van landen is afhankelijk van de intermenselijke verhoudingen. Dat heeft sociaal-econoom Fred van Dam mij geleerd en die stelling hanteer ik nog steeds.”

Kibbelaar zegt ook geïnspireerd te zijn door Youssef Mahmoud, de Tunesische VN-gezant in Centraal-Afrika. ,,Zijn integriteit en visie zijn voor mij een voorbeeld geweest.”

[uit Antilliaans Dagblad, 25 januari 2016]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter