blog | werkgroep caraïbische letteren

Bris Mahabier: 80 èn 81!

Een vriendenboek

Vandaag, 29 mei 2022, wordt hij 81: Bris Mahabier, vaste medewerker aan deze blogspot. Corona gooide vorig jaar roet in het eten en zijn 80ste verjaardag moest worden uitgesteld, zoals ook het liber amicorum dat voor hem is gemaakt. Gisteren werd het aan Bris aangeboden in partycentrum Ons Huis in Den Haag: Bris(path) Mahabier; Dromer en idealist uit Magenta.

Van een verjaardag wil Bris Mahabier zelf overigens niet weten. Hij heeft een broertje dood aan het woord ‘feestvarken’, zo liet hij in zijn dankwoord weten. Tegelijkertijd hield hij een pleidooi voor rehabilitatie van het voor moslims en hindoes onreine varken; tenslotte had hij enkele jaren geleden zelf een hartklep gekregen vervaardigd uit varkensmateriaal. Het is Bris ten voeten uit. Zoals hij ook pleitte voor kritische grafredes aan zijn adres in plaats van laudatio’s, zodat hij tenminste tijdens zijn leven nog een eerlijk beeld krijgt van wat men van hem denkt.

De redactie van Caraïbisch Uitzicht feliciteert het feestvarken Mahabier met zijn twee verjaardagen en zijn vriendenboek!

Bris Mahabier krijgt het Vriendenboek uit handen van redacteur Krishna Autar. Foto © Rabin Baldewsingh

Bris(path) Mahabier; Dromer en idealist uit Magenta. Samenstelling & redactie Krishna Autar & Rabin Baldewsingh. Den Haag: Surinen, 2022, pp. 61-63. Geen ISBN-nummer. Met bijdragen van Naushad Boedhoe, Djiet Baldewsing, Krishna Autar, Amar K. Soekhlal, Anand Rewat, Andre J. Ratan, Bhasker Rewti, Bis Sukul, Bridj Ramautarsing, Chan Choenni, Chander & Anne Santokhi, ‘Doza’ N. Lalaram, Helga Meijer, Humphrey Nabibaks, Irene Ramautar, Jagdish Datadin, Kris Bajnath, Lal Goerdayal, Mahender Autar, Michiel van Kempen, Nirmala Gangaram Panday, Nirmala Balkaran, Peter van der Veer, Prem Girjasing, Radjin Gena, Raj Ramdas, Ram Soekhlal, Ron Reeder, Satya J. Singh, Shanti Matai, Shiwdatt Ramdhari, Sigurd Rimmelszwaan, Soerdj Badrisingh, Suren Mahabali, Surender Kisoentewari, Surrendra Santokhi’, Suruj Biere, Rabin S. Baldewsingh.


[De onderstaande tekst komt uit het vriendenboek voor Bris Mahabier.]

Draaien aan de stelschroef, het prisma scherp stellen

door Michiel van Kempen

Weinig zichzelf atheïst noemende mensen zijn zo intens en lang met religie bezig geweest als Bris Mahabier. Althans ik ken ze niet. Maar misschien moet je juist wel erg lang bezig zijn met de zaken van het Bovennatuurlijke, voordat je de moed kunt opbrengen jezelf atheïst te noemen. Wonderlijk vind ik het wel. Vooral als redacteur van de website Caraïbisch Uitzicht heb ik de toewijding gezien waarmee hij zaken tegen het licht houdt en op schrift stelt (en ook niet mis: zelden een taalfout, kom daar de dag van vandaag eens om, vind eens een foutloos artikel in Het Parool, op nu.nl of in de Ware Tijd). En hij neemt zonder vrees de ruimte die hij denkt nodig te hebben: een achtdelige biografie over zijn biologische ajá Antu Mahabier (1870-1928) van de Libanonweg in Wanica, of een tiendelige reeks over Hari Rambaran, getiteld ‘Haridat Rambarans parivartan: zijn ontwikkeling van árya samáji hindoe tot atheïst’ – elke aflevering op zich al van een lengte die meer dan een volle pagina in een dagblad zou beslaan. Met die twee series alleen al schreef hij dus eigenlijk twee boekjes in feuilletonvorm.

Reshma, nichtje van Bris Mahabier, op een Zündapp

Het is ook heel goed mogelijk dat hij als telg uit de arya samáj familie zichzelf de hoogste maat nam en principes van sociaal, kritisch en no-nonsens bezig-zijn hoog wilde houden. Dan is het ook niet verwonderlijk dat de man die een flink deel van de Hindoeïstische religieuze cultuur bekritiseert en verwerpt, juist het scherpst oordeelt als het om de religieuze leidsmannen van de arya samáj gaat, zijn eigen bloedgroep. Het is wel goed te beseffen dat de man die het mes aan de slijpsteen scherpt, dat niet lichtvaardig doet: vele jaren van denken, debatteren en lezen zijn daaraan voorafgegaan, eerst als student, later als leerkracht, vanaf de jaren ’70 binnen de gelederen van Nauyuga, het Kollektief Jumpa Rajguru en de Sarnámibeweging.

Het wantrouwen tegenover de pandit als repeterend geweer van eindeloos zonder kritische reflectie herhalen van oeroude geloofsdogma’s, zit diep bij Bris, ongetwijfeld vanuit het besef dat dogma en hindoeïsme voor hem een contradictio in terminis vormen. Als hindoe-zijn betekenis heeft voor Bris (en die betekenis heeft het waarschijnlijk nog veel sterker dan hij zelf zal toegeven), dan is het als instrument van een nooit eindigend sociaal bewegen, om niet te zeggen: een sociale revolutie. In de nuance zit de menselijke essentie, in de beweeglijkheid het humane ideaal, het is allerminst toevallig dat hij in één van zijn artikelen met instemming een column van Amar Soekhlal aanhaalt die de titel draagt: ‘Elke roti heeft twee kanten.’ In zijn denken heeft Bris Mahabier veel van een sadhu, zij het dat ik hem vooralsnog niet gekleed in slechts een lendenschortje op een tak van een eikenboom zie zitten: hij verafschuwt de de drie-d-Hindoestanen, die van de dáru, doksá en dánsi, oftewel zij die de bestaansessentie zoeken in alcohol, eendenvlees en dansen. Daarin heeft hij ook nooit de strengheid afgelegd die de serieuze schoolmeester verbond met de jaren-60-activist en aanhanger van de marxistische heilsleer.

Bris Mahabier als linkse cultuuractivist

En wat ik ook zo prachtig aan hem vindt: je treft hem dan weliswaar niet op een boomtak aan, maar de natuur, moeder Aarde roept hij altijd dicht bij zich. Hij is de laatste om zich beledigd te voelen als hem het etiket boiti-Hindoestaan wordt opgeplakt, in tegendeel: hij ís een man van boiti, van de districten, van de koemest aan de hielen. Boiti-Hindoestaan is bij hem een geuzennaam, met trots gedragen. Toen hij een paar jaar geleden op familiebezoek in Wanica was, stuurde hij me vrolijke plaatjes van lemmetjes aan de struiken en antroewa waaraan je de verse grondgeur bijna kon ruiken. Maar ook van broccoli, geteeld door zijn nicht in Houttuin (wat direct toch een heel ander licht werpt op de broccoli-interpretatie der onnozele zielen van het Songfestivallied van Jeangu Macrooy). En toen ik eens een verkeerd vissenplaatje bij een artikel plaatste, ontving ik per omgaande een Whatsappje: ‘Michiel, dat zijn geen kwikwi’s! Ik eet geen kwikwi maar ik herken het zo.’

In zijn stukken vervlecht Bris consequent een aantal thema’s die allemaal aanleiding geven tot veel misverstand en debat, en die hij met weldadige nuchterheid kan uiteenzetten: wie ben ik?, wie is de Hindoestaan?, waar staat de Hindoestaan in de driehoek Suriname-Nederland-India?, welke rol speelt de moedertaal daarin?, waar blijf ik tussen traditie en moderniteit,  tussen geloof en rede? hoe kun je als kleine krabbelaar fier overeind blijven tussen de kaken van globaliseringsprocessen en niet ontmoedigd raken? Hij neemt zelf het object van zijn gedachten in één mooi, groots gebaar samen in deze twee zinnen: ‘Volgens mij heeft identiteit een mondiale reikwijdte en relevantie, ondanks de toenemende globalisering, of juist dankzij de globalisering. Eigen identiteit en een soepele, aanvaardbare vervlechting ervan met elementen uit de dominante Nederlandse cultuur blijft – althans voor onze generatie – een uitdaging en verliest in mijn ogen geen actualiteitswaarde.’ Wie Bris Mahabier ten voeten uit wil leren kennen, zou ik aanraden zijn stuk ‘Surinaams-Hindoestaanse identiteit; Reflecties op mijn culturele eigenheid’ te lezen, verschenen op de site van het Sarnámihuis op 30 september 2018 en op Caraïbisch Uitzicht van 2 oktober 2018.

Bris Mahabier op 28 mei 2022, daags vóór zijn 81ste verjaardag. Foto © Rabin Baldewsingh

Bris houdt zich altijd bezig met de Hindoestaan, de Hindoestaanse cultuur, de Hindoestaanse taal en psyche, de Hindoestaanse geschiedenis en samenleving. Daarmee is hij een vooraanstaand Sarnámist, maar tegelijk, juist ook dankzij die bijzondere scope, een Surinamist. Iemand die door het in- en uitzoomen evenveel zegt over het object tussen de glaasjes van de microscoop, als de grotere wereld. Hij draait en manoeuvreert aan de stelschroef van zijn microscoop tot zijn prisma verhelderend werkt voor de grotere context der verschijnselen.

Als we op een rijtje zetten wat hij de afgelopen zes jaar aan opstellen heeft gepubliceerd – op de site van het Sarnámi-huis, op de site van Hindorama en op Caraïbisch Uitzicht, dan zie je direct hoe de stelschroef van Bris werkt: inzoomen, uitzoomen, nooit het object uit het oog verliezen. Een greep uit zijn pak van Sjaalman:

De betekenis van Nauyuga voor het verdere leven en carrière.

5 juni 2017: Apan ájá aur sab kalkatihan ke yád men.

Dag der vrijheden, Mansipasi of Keti Koti.

Leenwoorden in het Sarnámi en het Hindi.

M.K. Gandhi: (g)een Mahátmá voor shudra’s, dálits en ádivasi’s?

Zijn wij ‘laffe, vluchtende’ Hindoestanen met een ‘krabbenmentaliteit’?

Persoonsnamen in de Hindoestaanse cultuur in Magenta.

Enkele beelden van vroegere, Hindoestaanse rijstboeren in de Surinaamse literatuur.

Veertig jaar geleden: godsdienstkritiek toen en nu.

Verwikkelingen rond de naamgeving van onze moedertaal Sarnámi.

Machteloosheid: karma, takdir of onkunde?

Sarnámi Sanskirti: Een nieuw boek over enkele facetten van de Hindoestaanse cultuur in Suriname en Nederland.

De kleine wereld van árya samáji Hindoestanen in Den Haag en Suriname.

Tolerantie van goden, geesten en gelovigen in Suriname.

Leen- en bastaardwoorden in Sarnámi Yátrá van Rabin Baldewsingh.

Ik kan me voorstellen dat er lieden zijn die hebben staan bibberen of sidderen onder de laserstraal van Bris’ analytische oog. Ze hebben het er dan ook meestal naar gemaakt. Maar lees goed en je ontdekt iemand die bij alle scherpte – en teleurstelling soms ook – gedreven wordt door een buitengewone gulheid. Niet alleen gul in het delen van zijn eigen gedachten met anderen, maar ook gul in de zin van: iemand anders iets gunnen. Respect voor wat mensen tot stand brengen is een sterke drijfveer van Bris Mahabier, dat kan zijn voor de diep peilende poëzie van Jit Narain, de Sarnámi teksten van Rabin Baldewsingh of de eigenzinnige recht-door-zee mentaliteit van Hari Rambaran, of van de werkzaamheid van een eenvoudige boer die de spade in de klei steekt. Iemand die anderen zo onbaatzuchtig veel gunt, gunnen wij ook veel: nog vele jaren, Bris!

8 comments to “Bris Mahabier: 80 èn 81!”

  • Ondergetekende, was aanwezig op de avond van Bris Mahabier. Ik vond het een zeer geslaagd
    onvergetelijke belevenis voor hem. De team die dit spektakel had georganiseerd getuigt van
    een buitengewoon waardering hetgeen hij voor ons allen betekent. Wat mij uit het geheel niet loslaat
    is, dat Bris aangaf, dat voor het blijvend functioneren van zijn hart er varkensmateriaal vervaardigd is
    en geplaatst t.b.v. zijn hartklep. Waarom ik dit benoem, vind ik het bijzonder ongepast van diverse
    stromingen die ronduit al vele jaren roepen, dat de varken onrein is. Ter vergelijking een klein
    voorbeeld een kip is ook een alleseter, maar wordt niet afgeraden voor consumptie.
    Niet dat ik het opneem voor de varkens. De vraag blijft wat eet de mens niet?
    In dit verband geldt een varken voor mij als redder in nood.
    Soerin Marhé.

  • Heer Van Kempen,

    Wat een prachtige hommage aan Bris. Als er iemand in de Hindoestaanse gemeenschappen in Suriname en Nederland terecht zo een geweldige eerbetoon verdient, dan is het wel de messcherpe Bris. Trouwens, de persoon op de Zündapp is niet Bris.

    Surender Kisoentewari

    • Beste Surender Kisoentewari, Dank voor het commentaar. De foto van de jongeling op de Zündapp staat in het boek en wordt daar gepresenteerd als zijnde Bris. Als dat niet zo is, moeten we dat even rechtzetten. Heeft u enig idee om wie het wel gaat?
      Vriendelijke groet

      • Best Michiel, de dame op de brommer van Bris heet Reshma Raghoebier. Zij is een nicht van Bris.
        Vriendelijke groet,
        Surender Kisoentewari

  • Nu zal vast Bris reageren, dat eerbetoon onzijdig is.

  • Bij de aanbieding van het vriendenboek werd door verschillende sprekers een aantal zijden van briljante Bris belicht. Het vriendenboek is voor Bris een prachtig document dat hij met recht heeft verdiend. Het was voor mij een voorrecht om mee te werken aan het vriendenboek en de aanbieding ervan mee te maken.
    Ik wens Bris veel, leesplezier.

  • Heel erg goed dat de gemeenschap zo om Bris Mahabier heen gaat staan bij zijn 81 e verjaardag. Een hele bijzondere man.

  • Mijn schoolervaring bij Meester Bris in de zesde klas daarna in de eerste klas van de Mulo School in Suriname heb ik met passie gedeeld voor zijn boek. Ik denk terug aan die tijd…..”later wil ik ook zo mooi schrijven en aardrijkskunde les geven op school….” En ja hoor, ik schrijf mooi althans heb een mooi handschrift en heb Aardrijkskunde gegeven op de Middelbare school.
    Meester Bris, ook ik mag erin geloven: Ik ga dit schooljaar met pensioen!
    Mijn schoolleven heb ik volbracht. Het voorbeeld van u gevolgd!

    Namaste, mooise rehaiyo.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter