blog | werkgroep caraïbische letteren
1
 

Column: De waarheid maakt ons vrij

Geachte president Bouterse,

U bent op democratische wijze gekozen tot president van Suriname. Aan het eind van uw nieuwe presidentschap bent u 75 jaar, een leeftijd om na te denken over uw nalatenschap voor de geschiedenis van Suriname.

Moiwana (9)

Moiwana-monument, district Marowijne, ontworpen door Marcel Pinas. Alle foto’s © Michiel van Kempen

Wij kennen elkaar niet persoonlijk. We hebben elkaar nooit eerder ontmoet. We delen samen een drama: de Decembermoorden van 1982. Mijn broer, John Baboeram, is toen onder uw verantwoordelijkheid gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Het heeft het leven van mijn vader en moeder, en ons heel gezin, getekend voor de rest van hun bestaan. Hun verdriet heeft altijd heel zwaar op mij gedrukt. En niet in het minst vanwege het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen.

U beschouwt 25 februari als een revolutie. Ik beschouw het als een militaire coup met contradicties van links en rechts. Kort na de Decembermoorden werd ik gebeld door een ambtenaar van het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken. Hij nodigde me uit voor een gesprek met ex-president Chin A Sen. In dat gesprek vroeg Chin A Sen me om steun uit te spreken voor een militaire operatie die hij met de CIA zou voorbereiden. Hij zou voor zijn vertrek naar Amerika op Schiphol een persbijeenkomst organiseren met iedereen die hem zou steunen. Ik weigerde.

 

Moiwana (10)

Voor mijn lieve ouders was dat een onbegrijpelijk besluit. Hun pijn vroeg om gerechtigheid. Ik weet heel goed dat mijn antwoord heel onbevredigend voor hen was. Ik gaf een politieke reden voor mijn besluit. Nooit zal ik welke actie van de CIA dan ook ondersteunen, want hun acties hebben nooit het belang gediend van onderdrukte volkeren in de wereld. Ik gaf ook een morele reden: de militaire acties van de CIA zullen leiden tot de dood van onschuldige burgers in Suriname, die ook een vader en moeder hebben. De politieke reden stuitte op onbegrip, de morele leek hen ietsje meer aan te spreken. Op hun vraag “wat is het alternatief?” antwoordde ik: “Geweldloze actie”. Ondanks hun bewondering voor Mahatma Gandhi, hechtten ze weinig waarde aan die strategie. Het spanningsveld tussen mijn liefde voor mijn ouders en mijn politieke en morele opvattingen ging gepaard met een andere pijn, de pijn van principes.

In de jaren daarna heb ik intensief samengewerkt met wijlen Fred Derby voor een herstel van de rechtsstaat in Suriname. Die kwam er dankzij de inzet van veel krachten in Suriname. In 1987 waren de eerste verkiezingen. In 2015 heeft uw partij die gewonnen met een meerderheid van 26 zetels.
In de afgelopen 33 jaar zijn de Decembermoorden als een donkere wolk blijven hangen over de Surinaamse gemeenschap in en buiten Suriname. Er is veel veranderd in die tijd. Eertijds tegenstanders van u zijn bij tijd en wijle medestanders geworden. Paul Somohardjo en Ronnie Brunswijk zijn slechts twee opvallende voorbeelden. Pogingen om u via juridische weg aan te spreken op de Decembermoorden zijn op niets uitgelopen. In dat traject heeft de amnestiewet een belangrijke rol gespeeld. Ook daar heb ik de pijn van principes moeten ervaren.

Aan de ene kant is er een groep nabestaanden – ondersteund door politieke krachten in binnen- en buitenland – die pleiten voor een juridisch proces. Ik begrijp hun emoties. Aan de andere kant heeft uw regering – waarin ook Somohardjo en Brunswijk zitting hadden – u vooraf amnestie toegekend en een waarheidscommissie ingesteld. Die commissie is op niets uitgelopen.
Ik heb gepleit voor een traject van waarheidsvinding als alternatief voor een juridisch traject en tegen een wet die vooraf amnestie gaf. Het werd me niet in dank afgenomen. Beide trajecten hebben de donkere wolk niet kunnen verdrijven. En die wolk drukt in negatieve zin op onze gemeenschap. Relaties tussen mensen op allerlei niveaus – politiek, economisch, cultureel etc. – worden nog steeds beïnvloed door een standpunt t.a.v. de Decembermoorden. Die verdeeldheid zal blijven zolang er geen proces is van het verwerken van de ervaringen rond deze kwesties. Waarheidsvinding is een belangrijk onderdeel in dit proces. De waarheid maakt ons vrij. Het stelt ons in staat om tegen elkaar te zeggen: ook al zijn we het niet met elkaar eens over hoe we het verleden beoordelen, het feit dat dit verleden niet bedekt wordt, is voldoende om tegen elkaar te zeggen: laten we deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis omslaan en samen bouwen aan een nieuwe toekomst voor onze gemeenschappen in en buiten Suriname. Het zal ons goed doen in alle opzichten: politiek, economisch, cultureel etc.

U heeft in dit proces de sleutel in handen. Daarom doe ik u hierbij het volgende voorstel in het licht van het falen van een waarheidscommissie. Dat voorstel bestaat uit vijf punten.
1. U legt in een uitgebreid en diepgaand interview met mij een getuigenis af van de gebeurtenissen waarbij u betrokken bent geweest en waarbij geweld een bepalende factor is geweest. Ik beperk die gebeurtenissen nadrukkelijk niet tot de Decembermoorden. Het gaat hier niet om de verwerking van mijn persoonlijk verdriet, maar om de verwerking van het verdriet van tal van mensen die hebben moeten dealen met geweld in de aanloop naar 25 februari en daarna, inclusief de Decembermoorden, Moiwana en de Binnenlandse Oorlog (van beide zijden). Het gaat mij niet om geweld in de context van persoonlijke verhoudingen, maar om de maatschappelijke en politieke context te begrijpen van wat er is gebeurd, waarom beslissingen zijn genomen zoals ze genomen zijn en hoe achteraf die beslissingen worden beoordeeld. De getuigenis is uw verhaal. Het is geen discussie met mij. Het is geen rechtbank. Het is waarheidsvinding.

 

Moiwana (6)

2. Als zo´n gesprek onvoorbereid is, kunt u me alles op de mouw spelden. De waarde van het gesprek is dan ook minimaal. Daarom stel ik voor dat ter voorbereiding van deze getuigenis ik met een team van mensen gedurende een paar maanden intensief onderzoek zal doen naar deze periode om de feiten op een rijtje te krijgen en op basis daarvan een serie vragen op te stellen die u vooraf opgestuurd krijgt. Dat onderzoek is gebaseerd op openbare bronnen, interviews met mensen en bronnen binnen het overheidsapparaat. Het beperkt zich niet tot de Decembermoorden maar gaat over de hele periode inclusief de aanloop naar 25 februari. Ik stel voor dat uw regering meewerkt om de bronnen binnen het overheidsapparaat beschikbaar te stellen (justitie en veiligheidsdiensten). Op basis van het onderzoek zal ik de vragen opstellen voor de getuigenis. Ik stel voor dat we net zoveel tijd nemen als nodig is om de getuigenis vast te stellen, ook al zal dat enkele dagen duren. Ik realiseer me dat een president van een land niet zomaar enkele dagen vrij zal kunnen maken voor een interview, maar ik meen dat deze kwestie cruciaal is voor de toekomst van de verhoudingen in onze gemeenschap, ook lang nadat u het tijdelijke met het eeuwige heb verwisseld.

3. Op basis van het onderzoek en uw getuigenis stel ik een rapport op voor de gemeenschap met de onderzoeksfeiten en uw volledige getuigenis. Het rapport zal ik aanbieden aan de voorzitter van De Nationale Assemblee en downloadbaar stellen zodat iedereen het kan raadplegen. Het bronnenmateriaal (de onderliggende stukken en de audiobanden van ons gesprek) zal ter beschikking worden gesteld aan het Nationaal Archief Suriname zodat toekomstige onderzoekers ze kunnen controleren.

4. Als dit idee u niet bevalt, hoeft u niets te doen. Als het u aanspreekt, dan stel ik voor dat u in reactie op deze brief iemand uit uw apparaat aanstelt om dit traject met mij op te starten en dat in een openbare verklaring kenbaar maakt. Het hele proces zal transparant zijn. Ik zal regelmatig via de media verslag doen van de voortgang van het proces.

5. Zo’n traject kost geld. Ik vraag uw regering niet om geld. Als uw regering geld aanbiedt, zal ik het weigeren. Ik zal onze gemeenschap vragen voor financiële bijdragen. Als die niet komt, zal ik toch doorgaan. Het onderzoek zal in alle opzichten onafhankelijk moeten zijn.

Ik heb lang nagedacht over de vraag of ik dit wil doen. Emotioneel valt mij dit heel zwaar. Het idee dat ik in één ruimte met u zal zitten — man-to-man, face-to-face — is bijna een ondraaglijke gedachte. Het idee om u een hand te geven bij een ontmoeting, zoals ieder beschaafd mens hoort te doen, roept sterke emoties bij me op, omdat die gedachte zich mengt met herinneringen aan mijn vader en moeder en hun intens verdriet. Ik weet niet of ik dit zou kunnen als het niet mijn broer, maar mijn kind was geweest.

Ik zie er tegen op. Na dit traject zullen we geen vrienden worden. We zullen niet bij elkaar op bezoek gaan en onze gevoelens en gedachten over het leven uitwisselen. Na dit traject zal ieder van ons doorgaan met zijn leven. Ik weet niet wat dit voor u persoonlijk zal betekenen. Ik weet dat het heel veel zal betekenen voor mij en grote delen van de gemeenschap waarvan u president bent: het zal ons bevrijden van een geestelijke knoop waar we nu al decennialang in vastzitten.

Hoogachtend,

Sandew Hira

[van Starnieuws, 20 juli 2015]

 

Moiwana (5)
Bouterse accepteert voorstel van Sandew Hira

President Desi Bouterse heeft het voorstel van Sandew Hira (Dew Baboeram) voor waarheidsvinding geaccepteerd. Hira had in een open brief aan Bouterse in zijn column van de vorige week gevraagd om in een uitgebreid en diepgaand interview met hem een getuigenis af te leggen. Het gaat om de gebeurtenissen waarbij Bouterse betrokken is geweest en waarbij geweld een bepalende factor is geweest. Sandew Hira is de jongere broer van John Baboeram die op 8 december 1982 is gemarteld en vermoord in Fort Zeelandia. Vijftien mannen werd het leven ontnomen.

 

Het antwoord
Bouterse beantwoordde op zaterdag 25 juli de brief van Sandew Hira.

Geachte heer Sandew Hira,

Afgelopen week heb ik uw schrijven over waarheidsvinding gelezen over wat u noemt “een drama welk wij samen delen; de Decembermoorden van 1982”. Net als u noem ook ik het een drama. Ik zeg wel, dat daar vele gebeurtenissen zijn, vanaf 1980, en zelfs al daarvoor, die uiteindelijk hebben geleid tot dit drama. Daarom noem ik het de “December-gebeurtenissen.”
Net als u heb ik dit drama bij verschillende gelegenheden in het verleden een “zwarte bladzijde in onze geschiedenis” genoemd.

Ik weet niet of u het op dit moment wil horen, maar weet dat ik uw pijn en verdriet en dat van uw ouders, het hele gezin, alsook van andere nabestaanden begrijp. Wij zijn allen mens en geen van ons zou deze pijn en dit verdriet willen ondergaan, geen van ons gunt een ander deze pijn. Ik ook niet. En toch heeft het kunnen gebeuren.

Toen de “Groep van 16” in februari 1980 de staatsmacht overnam, had ik nimmer kunnen bevroeden hoe gevaarlijk het was om aan de macht te zijn. Er waren veel entiteiten in ons land die hun macht, en daarmee hun invloed, voor hun gezicht zagen wegglippen. Ik was mij toentertijd nog niet bewust van deze (verborgen) belangen en de verstrekkende reacties die daarop zouden volgen. De periode van euforie over de revolutie en de verandering die dit zou brengen, was nog niet eens over, of deze reacties kwamen reeds – vaak achter de schermen – op gang. Keer op keer werden kwade plannen, tegencoups, inmenging van buitenlandse inlichtingendiensten, onheilspellende geweldscenario’s, aanslagen door huurmoordenaars en infiltranten van buiten, tegen mij en getrouwen beraamd en sommige ook in uitvoering gebracht. Maar niet alleen van buiten, zelfs tot binnen in de “Groep van 16”, werden sommigen omgekocht door het aan hun aanbieden van visa en giften, met als doel het ingezette vernieuwingsproces ongedaan te maken.

U spreekt zelf over Chin-A-Sen en zijn verzoek aan u op het Ministerie van Binnenlandse Zaken van Nederland, om uw steun uit te spreken over een te ondernemen militaire operatie met de CIA in Suriname. U weigerde, want u gaat vanwege uw politieke principes niet met de CIA in zee. U weigerde, want onschuldigen zouden dood gaan. U bent voorstander van geweldloze actie. Ik noem u in deze een patriot.
Anderen hebben op hun beurt toen een andere keuze gemaakt. Surinamers werden verwikkeld in een strijd tegen Surinamers en dat door toedoen en met behulp van buitenlandse machten . Stelselmatige destabilisatie. Verhevigde machtsstrijd. De spanning was te snijden. De sfeer van angst in ons land was alom. Ik wist dat we Suriname voor de Surinamers moesten behouden en beschermen. Een zwarte bladzijde ontstond tegen wil en dank. Ik heb het mogen overleven. Maar de kosten voor Suriname waren hoog.

 

Moiwana (7)

Ik zeg u eerlijk, ik begreep het niet, wij begrepen het niet, noch minder onze vrouwen, kinderen en ouders die wisten dat onze plannen altijd vóór Suriname waren. Ik had nimmer andere intenties dan alleen een beter Suriname te scheppen. Hoe, wist ik nog niet helemaal. Ik wist wel dat het moest! Wij waren allen militairen en hebben ons verdedigd waar het moest en waar het niet anders kon, vaak met dezelfde middelen als zij die ons coûte que coûte wilden verwijderen. Reeds op mijn jonge leeftijd (34 jaar), was mijn leven radicaal veranderd: ik leefde continue tussen dood en leven. Moest ik doorgaan? Moest ik mijn volk in de steek laten? Moest ik dan toch kiezen voor een ander, zorgeloos leven? Nee, er was geen weg terug. Als militair en volksleider, is er maar één weg en dat is verdediging van land en volk, dus bleef ik volharden in mijn strijd voor een betere toekomst voor het volk van Suriname. Dit zou mijn leven blijven tot de dood met alle gevaren van dien.

Ik heb de afgelopen 35 jaar veel ervaring en veel inzicht mogen opdoen over hoe onmenselijk en meedogenloos de werking van macht kan zijn. En ik heb het vele malen aan den lijve ondervonden. Ik ben door de diepste dalen, nederlagen en aanslagen gegaan, maar ik heb ook successen geboekt door de steun van het volk.

Nu ik President ben, hoor ik er te zijn voor de hele samenleving. Ik kan me nauwelijks een voorstelling maken hoe het voor de nabestaanden moet zijn om mij in deze positie te zien. Tegelijkertijd hoor ik als President, maar ook als medemens, er te zijn wanneer mijn volk of delen daarvan problemen heeft, pijn en verdriet ondergaat. Ik wil er zijn om deze problemen en emoties te helpen oplossen en/of te verlichten. Ook ik heb in mijn leven fouten gemaakt, meerdere zelfs, met steeds andere helingsprocessen. Uw voorstel is evenwichtig, gericht op oplossing om samen als volk verder en beter te kunnen leven naar de toekomst. Een dergelijk voorstel om mee te werken aan waarheidsvinding, kwam niet eerder in deze vorm. Helaas. Ook niet van mij. Zal het waar zijn dat niets voor zijn tijd komt? Misschien is dit dan het moment.

Bij deze wil ik u zeggen dat ik uw voorstel accepteer om door waarheidsvinding deze zwarte bladzijde in onze geschiedenis om te slaan. Net als voor u zal dit ook voor mij een emotionele tocht zijn. Maar Suriname heeft recht op de waarheid, recht op afsluiting en verwerking, zodat we samen als natie verder kunnen.

Met respect en waardering,
D.D. Bouterse
25 juli 2015, Paramaribo

[van Starnieuws, 27 juli 2015]

 

Moiwana (2)
Geen voordeel van twijfel meer voor Bouterse

De Stichting 8 December 1982 vindt dat hoofdverdachte Desi Bouterse niet eens meer ‘het voordeel van de twijfel’ kan worden gegeven. Dit zegt de organisatie in een verklaring naar aanleiding van de ‘acceptatie’ van het voorstel van Sandew Hira. De stichting stelt dit op basis van de uitspraken die Bouterse in het verleden heeft gedaan.

“De Stichting is van oordeel dat de weg die de nabestaanden hebben ingeslagen op zoek naar gerechtigheid niet verlaten wordt en dat de objectieve en onafhankelijke rechterlijke macht alwaar het proces loopt tot waarheidsvinding moet komen en de verdachten die de 15 mannen gefolterd en vermoord hebben, indien schuldig bevonden moet veroordelen.

De hoofdverdachte die sinds 8 december 1982 niet de moed en de convictie heeft getoond te staan achter zijn daden en steeds heeft volhard in de grote leugen dat de slachtoffers op de vlucht zijn doodgeschoten en hij dat niet lijfelijk aanwezig was tijdens de gruwelijke moordpartij op 8 december in het Fort Zeelandia hebben zijn geloofwaardigheid bij de nabestaanden en grote delen van de gemeenschap tot nul gereduceerd.

Naast deze grote leugens probeert de hoofdverdachte D.Bouterse nu middels het sentiment, en met medewerking van dhr Sandew Hira grove mensenrechtenschendingen waaronder moord en folteringen “even weg te poetsen” middels een interview. Noch de heer Bouterse noch Sandew Hira hebben het monopolie over de waarheid.

 

Moiwana (4)

Het is overigens opmerkelijk dat de verdachte Bouterse zelf in een schrijven aan de PG om onderzoek gevraagd had naar de 8 decembermoorden en nu, wederom, woordbreuk pleegt.
Straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen is onder alle
omstandigheden onacceptabel, en daarom verwerpt de Stichting 8 December 1982 de solobeweging van Sandew Hira en de verdachte Bouterse.

De stichting strijd voor recht en waarheid omdat wat de nabestaanden hebben meegemaakt op 8 en 9 december 1982, nl. het met geweld ophalen van hun geliefden in het holst van de nacht en ze daarna terug te zien in het mortuarium, gemarteld en doorzeefd met kogels, NOOIT meer door anderen hoeft te worden ervaren en dat het als een waarschuwing moet dienen voor alle machtswellustelingen dat in Suriname niemand boven Wet en Recht staat en iedereen verantwoordelijk gesteld gaat worden voor zijn daden.”

Stichting 8 December 1982
Sunil Oemrawsingh

[van Starnieuws, 27 juli 2015]

 

Moiwana (3)

Bijval voor interview Theo Para op ABC

Het in de maandagmorgen bij Radio ABC uitgesproken kritische commentaar van essayist Theo Para naar aanleiding van de briefwisseling tussen Desi Delano Bouterse en Sandew Hira, wordt door de twee mensenrechtenorganisaties Organisatie voor Gerechtigheid Vrede (OGV) en Stichting 8 December 1982 volledig gesteund. (Luister hier  voor het interview.)

De mensenrechtenorganisatie steunen de conclusie dat het project Bouterse-Hira gericht is tegen de strijd van nabestaanden en mensenrechtenorganisaties voor gerechtigheid. Hira pleitte openlijk voor stopzetting van het 8 december strafproces. Hij noemde de herdenkingsbijeenkomsten van nabestaanden in Amsterdam ‘pro-koloniaal’. Hij is ideologisch verwant aan Bouterse, die hem een ‘patriot’ noemt. Als columnist stond hij kritiekloos ten aanzien van de regering Bouterse. Nog voor de decembermoorden was Hira voorzitter van het Grenada Comité, een steunclubje in Nederland voor de putsch van Maurice Bishop, een politieke biografie waar hij nooit afstand van heeft genomen. Bishop moedigde Bouterse in oktober 1982 aan ‘af te rekenen’ met de Associatie voor Democratie die tegen de militaire aanwezigheid in het machtscentrum protesteerde.

Volgens Para zetten Bouterse en Hira het publiek op het verkeerde been door spontaniteit van de briefwisseling te suggereren. Hij geeft aan dat het initiatief voor de samenwerking Bouterse-Hira ligt bij de directeur Nationale Veiligheid Melvin Linscheer, die Hira vorig jaar uitnodigde voor een onderhoud. De recente briefwisseling is voorafgegaan door maandenlange voorbereiding van beide partijen. Dat verklaart ook de snelle instemming van Bouterse en onmiddellijke operationalisering van het plan. Volgens Para laat de brief van Bouterse zien om welke ‘waarheid’ het gaat. ‘Het is hetzelfde narratief waarmee de politiek gemotiveerde mensenrechtenschendingen zijn verdedigd. Niet mijn slachtoffers zijn het slachtoffer, maar ik, de dader, ben slachtoffer. Suriname leeft in de leugen van ‘op de vlucht neergeschoten’.’ Volgens Para is verder niets nieuws aan het project, zo een ‘waarheidsvinding’, met alleen het propagandaverhaal van Bouterse, is eerder door journalist Willem Oltmans neergeschreven. ‘Leugens voorzien van het predicaat waarheidsvinding worden daardoor geen waarheid.’

De directe nabestaanden zullen zich op korte termijn beraden over deze situatie.

[van Starnieuws, 27 juli 2015]

 

Moiwana (1)
Getuigenis afleggen door Bouterse ‘ongeloofwaardig’

Een getuigenis afleggen door president Desi Bouterse als hoofdverdachte van de decembermoorden, tegenover Sandew Hira (Dew Baboeram), komt niet geloofwaardig over. Dit vindt niet plaats binnen het strafrechtelijk kader. Op grond hiervan denkt procesgemachtigde Hugo Essed dat de nabestaanden geen instemming hiervoor zullen geven.

“Het ongeloofwaardige is natuurlijk geheel het gevolg van het gedrag van de hoofdverdachte die sinds de moorden onophoudelijk de 8 december leugens heeft herhaald. Zelfs in de acceptatiebrief geeft hij reeds een voorschot van wat ook in de toekomst zijn waarheid zal zijn, namelijk de onverholen suggestie dat de slachtoffers met huurmoordenaars een CIA tegencoup beraamden,” stelt Essed om een reactie gevraagd tegenover Starnieuws.

Dew Baboeram heeft niets onthuld toen hij in zijn open brief aan Bouterse ons meedeelde dat hij benaderd was om mee te doen aan een CIA-coup, meent Essed. “Dat was namelijk ná de decembermoorden en overigens geen nieuws, omdat de CIA dat zelf heeft aangegeven. Het is wel koren op de molen van Bouterse die daar naadloos bij aansluit door te stellen dat er onschuldigen zouden doodgaan. Wat Bouterse eigenlijk doet is de leugen herhalen dat de 15 vermoorde slachtoffers schuldige coupplegers waren en Dew Baboeram legt het voor hem op een presenteerblaadje,” benadrukt Essed.

“Met dit voorstel wordt met één pennenstreek het 8 decemberstrafproces weggedacht. Het voorstel bouwt voort op de Amnestiewet 2012, waarin ook een waarheidscommissie is voorgesteld. De snelle ‘acceptatie’ verwondert me dan ook niet. Als dit geen doorgestoken kaart is, dan is het wel een grote mate van naïviteit of misschien grootheidswaanzin, van Dew Baboeram. Het zal me niet verbazen als er gewoon nooit een rapport komt, omdat Dew Baboeram er gauw achter komt dat hij de zoveelste moor wordt die kan gaan, maar in dit geval nog voor het werk is gedaan. Bouterse heeft op dit moment, vlak voor zijn tweede termijn, een schoon blazoen nodig en Dew Baboeram lijkt met het oppoetsen behulpzaam te zullen zijn. Als hij werkelijk denkt dat Bouterse van plan is hem ook maar iets van de waarheid over de gruwelijke moorden te vertellen, dan vergist hij zich. Dan kent hij Bouterse werkelijk niet.”

“Ik denk ook dat Bouterse de hete adem van het Hof van Justitie voelt, omdat het Hof binnenkort een beslissing zal geven op het verzoek van de nabestaanden om de procureur-generaal te bevelen datgene te doen dat nodig is om het december strafproces te kunnen hervatten. Dew Baboeram heeft meerdere keren verklaard niets te zien in berechting van de 8 december verdachten. Die mening mag hij hebben. Het is echter niet te hopen dat Dew Baboeram Bouterse behulpzaam wenst te zijn om de gerechtelijke dans blijvend te ontspringen. Rechtgeaard Suriname zal hem dat niet in dank afnemen,” vindt Essed.

[van Starnieuws, 28 juli 2015]

 

Moiwana (11)

  • OPEN BRIEF SANDEW HIRA AAN PRESIDENT BOUTERSE
    PLEIDOOI VOOR STRAFFELOOSHEID

    De open brief, die historicus, schrijver en politiek activist
    Sandew Hira via Starnieuws aan president Bouterse heeft
    geschreven, is een pleidooi voor straffeloosheid.
    Dat ben ik geheel met de heren Essed en Oemrawsingh eens.
    Hira roept Bouterse [die het voorstel inmiddels heeft geaccepteerd]
    op tot een ”getuigenis” over, om het in gewoon Nederlands te zeggen,
    de mensenrechtenschendingen, die hebben plaatsgehad vanaf de
    aanvang van de coup.
    Zonder verdere consequenties, wat ook niet kan, omdat het
    Decembermoordenproces is opgeblazen met de aanname van
    de amnestiewet in 2012.
    Even in herinnering gebracht:
    Bouterse, legerbevelhebber vanaf juli 1980 draagt als zodanig
    verantwoordelijkheid voor onder anderre arrestaties op vage gronden van politici
    van de ”oude politiek”, waarbij niet zelden sprake was van mishandeling.
    Arrestatie/slechte detentieomstandigheden van ”dissidente” militairen
    [Sital, Mijnals en Joeman], buitengerechtelijke executie [op een brancard,
    voor de TV camera] van tegencouper sergeant majoor Hawker, natuurlijk
    de Decembermoorden, repressie in het algemeen en de massaslachting in Moiwana tijdens de Binnenlandse Oorlog.
    Het is duidelijk, dat een dergelijke verantwoording alleen in de rechtszaal
    kan geschieden en niet via ”waarheidscommissies” en een ”waarheidsvinding”
    die Hira voorstelt.
    Het is teleurstellend, dat Hira, die zo voorop loopt in de strijd tegen
    racisme en vecht tegen bagatellisering van het slavernijverleden, een
    dergelijk onverteerbaar mild standpunt inneemt tegenover een
    ex dictator met bloed aan zijn handen.

    GEEN STRAFFELOOSHEID
    RECHT EN WAARHEID MAKEN VRIJ

    Astrid Essed

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter