blog | werkgroep caraïbische letteren

Boy Ecury: een monument

Boy Ecury, meer dan een foto in een album, een monument

door Giselle Ecury
.

Foto van het bidprentje van mijn oom Boy

Nederland viert op 5 mei haar Bevrijdingsdag. Voor ons land kwam 65 jaar geleden aan de Tweede Wereldoorlog een einde. De dag ervoor vindt in tal van plaatsen op ingetogen wijze de Dodenherdenking plaats.
Telkens weer is de hoeveelheid mensen die meeloopt in de te houden stille tochten verrassend groot, terwijl er steeds minder werkelijke ooggetuigen van dit drama zijn. De oorlog kent slachtoffers in de eerste, tweede en wellicht zelfs in de daarop volgende generatie. Kinderen van de destijds nog jonge meisjes en jongens worden ook ouder en realiseren zich wat hun vader en moeder, hun grootouders doorgemaakt moeten hebben in en na die periode. Daardoor hebben ook zij vanuit hun perspectief elk hun eigen oorlogservaringen om te overpeinzen.
Zo denk ik altijd aan mijn oom, Boy Ecury.
Diep onder de indruk was ik van het fotoalbum, dat mijn grootmoeder vrijwel direct uit haar oude kamferkist pakte, toen ik haar voor het eerst weer opzocht op Aruba. Ik was 18 en had wat onwennig plaats genomen op een schommelstoel in haar huis. De pijn was nog af te lezen van haar gezicht, terwijl ik haast devoot keek naar de afbeeldingen van de aankomst van Boy’s lichaam en de teraardebestelling met militaire eer. Het verlies van een kind kom je nooit te boven.
Ik heb in Den Haag gewoond, vlakbij Het Oranjehotel (de gevangenis in Scheveningen) en de Waalsdorpervlakte, waar Boy respectievelijk gevangen gezeten had en op 6 november 1944 gefusilleerd werd.

Uit het fotoboek van mijn grootmoeder: De teraardebestelling van Boy Ecury, april 1947.

Boy opereerde onder de naam Max Ernst. Hij heeft in de loop van zijn verzetstijd geweten, dat het hem heet onder de voeten zou worden. Op 25 september 1944 bracht hij zijn zussen Mimi en Baby in Voorburg een afscheidsbrief voor hun ouders. De meisjes hebben geprobeerd hun broer om te praten.
“Wie doet het dan wel? Niemand is afhankelijk van me, ik kan het doen,” was zijn antwoord.
Op 27 september schreef hij een laatste wilsbeschikking. Twee weken later probeerde Mimi nogmaals haar broer ervan te weerhouden door te gaan met zijn verzetswerk. In Rotterdam werd hij echter als lid van een knokploeg extra opgeleid om zijn gevaarlijke werk te kunnen doen.
Boy en zijn medeverzetsstrijders werkten onder grote druk. Regelmatig moesten ze onderduiken, maakten ze mee dat vrienden van hen gevangen werden genomen. Boy bleek meelevend voor de direct betrokken achterblijvers.
Op 5 november 1944 bezocht hij samen met een Nederlandse verzetsvriend de hoogmis in de katholieke kerk aan de Mathenesserlaan, dicht bij hun onderduikadres. Toen ze langs het hoofdkwartier van de SD liepen, werd Boy (alias Max) waarschijnlijk herkend. De jongens werden bestormd en meegenomen, zonder dat Boy het pistool dat hij op zak had, heeft kunnen gebruiken.
De metgezel (die het overleefde) vertelde later, dat Boy bereid was alles onder ogen te zien. Men wist teveel van hem af. Hij heeft de vijand toegegeven “hen te blijven bevechten”. Ze werden met zijn vieren in een cel opgesloten. Het werd avond. Een vijfde figuur werd tijdelijk aan dit groepje toegevoegd. Iemand die eveneens verzetsstrijder leek te zijn. In vertrouwen is erg veel uitgewisseld. Achteraf gezien te veel. De man werd weggeleid. Boy had sterk het gevoel, dat het nu dus af zou lopen – zijn leven. Hij had achter zijn daden gestaan, want tijdens deze oorlog had zich het grootste onrecht voltrokken dat hij zich kon indenken, doelend op de Jodendeportaties, een uiterste vorm van discriminatie. Hij had het gedaan voor Aruba, “want Aruba is toch Nederlands”. Die nacht zei hij “te zullen sterven met een glimlach op de lippen”.
De volgende morgen werden de jongens in staat van beschuldiging gesteld. Twee van hen kregen nog het voordeel van de twijfel. “Max” en de vierde man zeiden dat er niets in te brengen was tegen de beschuldigingen. Ze werden ter dood veroordeeld en op de Waalsdorpervlakte omgebracht.
In Nederland staat men er meestal niet bij stil, hoe het er vroeger aan toeging binnen het Koninkrijk, waartoe de Nederlandse Antillen en Aruba samen met Nederland behoren. Ik vermoed dat veel mensen zelfs niet beseffen dat de in het Caribisch Gebied liggende eilanden ooit zelfstandig waren. Ik zal daar nu niet over uitwijden. Dit artikel gaat immers over Boy en over de wijze waarop hij voor ons vaderland en onze vrijheid heeft gestreden ten tijde van oorlog. Wat hem bewoog en de tragiek die dit alles teweeg bracht.
In 1863 werd de slavernij afgeschaft. Slechts 59 jaar na dato werd Segundo Jorge Adelberto geboren, het zevende kind binnen het gezin Ecury: a Boy!
Ik noem dit getal 59 expliciet, omdat het niet veel afwijkt van de periode tussen het einde van de Tweede Wereldoorlog en nu. Er zijn altijd nog mensen die een ooggetuigenverslag kunnen geven over de oorlog en de bevrijding. Ongetwijfeld gold dat eveneens voor degenen die leefden in het tijdperk na de afschaffing van de slavernij. Er waren ook toen nog mensen die het aan den lijve hadden ondervonden. Die het uit overlevering konden navertellen.
Mijn vader Doe, die in 1911 geboren werd als het eerste kind van Dundun Ecury en Anna Ecury-Ernst vertelde me, dat hij opgevoed is met de wetenschap, dat alles wat “het moederland bracht” goed was. Hij genoot aanvankelijk onderwijs bij de Rooms-katholieke fraters en de nonnen die een strenge discipline aan de dag legden en die trots waren op het hoge niveau waarop zij lesgaven. Hem werd verzekerd, dat dit een voorrecht was en dat hij scherp moest opletten op school om de Nederlandse taal perfect te leren spreken en de grammatica onder de knie te krijgen. Alleen dat bood nieuwe kansen, een mooie toekomst en vooruitgang. Ook de gewoonten van de Nederlanders zou je moeten overnemen. Zoiets straalde klasse uit en ontwikkeling. Men geloofde er oprecht in, dat Nederland het goed voorhad met de Antillen en er was geen reden om het tegendeel aan te nemen. Zo gebeurde het, dat de kinderen Ecury van deze generatie allemaal de kans kregen een goede vervolgopleiding te genieten in het verre Nederland.
Met tegenzin vertrok Boy in juli 1937 per schip met zijn broer Nicky en zus Mimi onder begeleiding van mijn vader (hun broer Doe) naar Nederland voor verdere studie. Later volgde zusje Elvia (Baby). Zo vertrouwd als zij waren met het fenomeen huidskleur, zo onbekend was de Nederlander daarmee. Op zich begrijpelijk, want van televisie of ander veelvoorkomend beeldmateriaal was nog geen sprake. Veel mensen waren nooit verder gekomen dan de grenzen van de plaats waar zij woonden. Het overkwam deze Antilliaanse jongeren regelmatig, dat zij werden aangegaapt, dat er werd gelachen om hun wat vreemde uitspraak van het Nederlands en dat ze zelfs werden uitgemaakt voor ‘neger’.
Met het thuisfront hadden ze alleen contact via de post. Dit werkte traag. De oorlogsdreiging werd onderschat, de kinderen konden niet meer terug naar Aruba. Boy Ecury vond alles wat de bezetter ons land en de mensen aandeed onrechtvaardig. Het maakte hem oprecht woedend en hij was opgelucht dat hij zijn machteloosheid kon omzetten in daadkracht. In koelbloedigheid was hij bereid te vechten voor de vrijheid, de vrijheid van anderen, van alle Nederlanders.


Uit het fotoboek van mijn grootmoeder: de repatriëring van het stoffelijk overschot van Boy Ecury. Een brief van Koningin Wilhelmina. (Klik op de foto voor een leesbaar formaat.)

Ik vind het wrang ermee geconfronteerd te worden, dat er tegenwoordig door verschillende Nederlandse politici over de Antillen zo negatief gedacht en gesproken wordt, waarbij geld het meest belangrijke lijkt. We vormen met elkaar één Koninkrijk en moeten met elkaar de gerezen problemen respectvol oplossen, onze verantwoording nemen. Toen na de oorlog het lichaam van Boy gevonden en geïdentificeerd was, werd hij in de Chapelle Ardente in een barak van het voormalige concentratiekamp te Amersfoort opgebaard in een kist die bedekt was met de Nederlandse vlag onder een portret van Koningin Wilhelmina. Gestorven voor ons aller vaderland net als vele anderen. Het is goed om op 4 mei zelfs na 65 jaar te blijven herdenken dat er ook op de Antillen direct betrokkenen waren bij de Tweede Wereldoorlog, om stil te staan bij die eenheid van onze volkeren en het positieve dat daarvan uitging. Ik ben dat in elk geval verplicht omwille van de vrijheidsstrijd die mijn oom Boy heeft geleverd tegen zo een hoge prijs. Voor iedereen die na zijn dood werd geboren.

Voor dit artikel heb ik geraadpleegd:

Boy. Een Antilliaanse jongen in het Nederlands verzet
Ted Schouten, 1985
Charuba/Oranjestad
Leopold/Den Haag
Boy Ecury. Een Antilliaanse jongen in het verzet
Ted Schouten 2003
Walburg Pers

Op basis van dit boek heeft de Nederlandse auteur Arthur Japin een scenario geschreven voor de film Boy Ecury onder regie van Frans Weisz. In 2003 kwam deze film uit. Hij heeft diverse prijzen gewonnen.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter