blog | werkgroep caraïbische letteren

door Klaas de Groot

‘Spanje is interplanetair’, schrijft Boeli van Leeuwen in Een vreemdeling op aarde, zijn tweede roman (1962). Want het hoort niet bij Afrika en niet bij Europa, is zijn redenering. Wat dat betreft leek Van Leeuwen dus op Spanje. Als Antilliaan zweefde hij ook tussen die twee werelddelen. Met zijn navelstreng in Curaçaose grond en zijn culturele blik voor een belangrijk deel van de tijd gericht op Europa, met name Nederland.

DSC_0241

Malta. Foto © Michiel van Kempen

Het tweede deel van Een vreemdeling op aarde ‘Dialoog met Maria’ opent met een indringend beeld van Spanje. Die tien bladzijden zouden zo een eigen leven kunnen leiden in Geniale anarchie, de verzameling verhalen waarmee Van Leeuwen in 1992 voorgoed zijn schrijverschap bewees. Het stuk begint als een lofzang met de opsommende stijl die kenmerkend is voor van Leeuwen. Spanje is het ‘país de santos y de cantos’, het land van ‘stier en maagd, muilezel en gitaar. En het land van Basken en Catalanen, Galiciërs en Valencianen, Andalusiërs en Castilianen (…). Aan het eind duiken citaten op van bekende Spaanse dichters als Garcia Lorca en Antonio Machado. En losjes citeren deed deze meertalige auteur ook graag.

de gouden eeuw van curacao

Spanje en de Spaanse poëzie zullen beslist onderwerpen geweest zijn tijdens het gesprek dat Walter Palm in 1977 had met Boeli van Leeuwen. Over dat gesprek vertelt Palm onder andere in zijn verhandeling De gouden eeuw van Curaçao (2004). In ieder geval spraken ze over de poëzie van Palm zelf, over de gedichten die zouden verschijnen in de bundel Genesis en Apocalyps (1980), de eerste Nederlandstalige bundel van Palm. Het wat en het hoe van het gesprek bracht Palm ertoe het gedicht ‘Castilië’ aan Boeli van Leeuwen op te dragen. Het gedicht staat in de verzamelbundel Met lege handen ging ik slapen, met een gedicht werd ik wakker (2002). Het is een gedicht over droog en golvend land dat door de opeenvolging van beelden en de herhaling in de zinsopbouw de dichtershand van Walter Palm verraadt. Ook zit er een mooie echo in van het gedicht ‘visser van ma yuan’ van Lucebert. Tegelijkertijd komt het gedicht door de inhoud vlakbij Van Leeuwen. Hierdoor hoort dit gedicht duidelijk bij de andere aan Van Leeuwen opgedragen gedichten die al op het Caraïbisch Uitzicht hebben gestaan: die van Helen Lashley, Coco Rais, Shrinivãsi en Hans Vaders. Een poëtisch genoegen kan het zijn om Palms beeld van Castilië te lezen naast het lange gedicht van Van Leeuwen ‘Mas Roig’ dat Jos de Roo in mei 2014 publiceerde op het C.U. Een gedicht dat ooit een ‘praatje voor de West ‘ was en in 1954 door de auteur voor de radio werd voorgelezen. Jaren voor zijn meest Spaanse roman Een vreemdeling op aarde te voorschijn kwam.

een vreemdeling op aarde

Castilië

Voor Boeli van Leeuwen

Een zee van land
en de bergen zijn versteende golven.

Een konvooi van wolken
en de vogels zijn vliegende vissen.

Een sporadische rivier is kurkdroog.
Kurkdroog in een zee van land.

 

 

Walter Palm

Met lege handen ging ik slapen,
met een gedicht werd ik wakker

Verzamelde gedichten

Haarlem 2002
In de Knipscheer
p 16

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter