blog | werkgroep caraïbische letteren

Boeli van Leeuwen en de woestijn

door Klaas de Groot

Curaçao was in poëtische, dus ook in figuurlijke zin een woestijn voor Boeli van Leeuwen. In zijn bekendste gedicht ‘In dit licht’ zegt hij het zo: “dit is geen land van melk en honing / maar van sprinkhaan en profeet”. Dat gedicht opent niet voor niets het beeldende Curaçaose fotoboek In dit licht uit 1995 met foto’s van Carlos Tramm en teksten van Van Leeuwen. Teksten die behalve het genoemde gedicht prozagedichten lijken te zijn.

 

Tempels in woestijnen - BvL - omslag voorzijde - resized

Woestijnen en profeten, het zijn onderwerpen waarover Van Leeuwen, sinds in 1947 zijn schrijversleven begon, nooit meer heeft gezwegen. Als hij in dat jaar in eigen beheer de dichtbundel Tempels in woestijnen en de verhandeling De Mensenzoon publiceert, moet hij al jaren nagedacht hebben over de stof die in de publicaties naar buiten wordt gebracht.

Dat valt op te maken uit het sterk autobiografisch verhaal ‘Wie zegt gij dat ik ben?’ Dat verhaal verscheen voor het eerst op 22 augustus 1980 in de Ñapa, de weekendbijlage van de Amigoe. In 1997 werd het opgenomen in de bundel De taal van de aarde, en uitgegeven door In de Knipscheer. Met die bundel werd een trits afgesloten van verzamelingen van krantenstukken. Waarschijnlijk zijn er weinig lezers van het werk van Van Leeuwen die niet willen bevestigen dat die stukken parels bevatten.

‘Wie zegt gij dat ik ben?’begint met een herinnering aan zijn middelbare schooltijd in Den Haag tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hij bezoekt de gymnasiumafdeling van een lyceum, een particuliere school voor leerlingen uit welgestelde gezinnen. “Op het gymnasium waar achterlijke aristocraten door mislukte leraren voor het examen werden klaargestoomd en waar ik door mijn moeder ten einde raad was ondergebracht, leerde ik weinig maar las ik mijn wereld bij elkaar” is de karakteristiek door één van die aristocratenkinderen. Het ‘achterlijke’ neemt de lezer met een flinke korrel zout, hij denkt aan wat het kind nog zal schrijven als het ouder geworden is.
Op dezelfde school zat de aankomende dichter Hans Lodeizen. In de eerste biografie van Lodeizen, geschreven door Gerard Bes, kunnen we lezen dat de gymnasiast Van Leeuwen meer deed dan lezen: “Achter de rebelse Boeli van Leeuwen (…) liepen de klasgenoten als trouwe honden aan.” Het lijkt erop dat die klasgenoten de eerste volgelingen waren van de latere profeet Van Leeuwen.

 

Hans Lodeizen

Hans Lodeizen

Je zou kunnen denken dat de gymnasiast zich op school als in een woestijn voelde. Hij voelt zich in “onmetelijke ruimten”, weliswaar Russische, dankzij het proza van Tolstoj en historische figuren als Napoleon en Kutuzov, maar toch. Een oase is er ook: “Achter een mooie oude poort lag een paradijselijk binnenhof, overschaduwd door een machtige boom”. Daar leest Van Leeuwen voor het eerst het evangelie van Marcus. Daar begint hij aan zijn ‘Mensenzoon’, lijkt het. Onder die boom, in die ruimte “schreed Jezus uit de klare klassieke wereld van Homerus en zijn stralende helden op mij af.”

 

De taal van de aarde Boeli van Leeuwen

In ‘Wie zegt gij dat ik ben’, dat vooral geïnspireerd is door het boek Jezus, het verhaal van een levende, van Edward Schillebeeckx o.p., vertelt Van Leeuwen hoe dat boek hem omverwierp en hem deed belanden in een ‘gevoelschaos’.Hij noteerde 78 pagina’s aantekeningen, die helaas niet teruggevonden zijn bij de ordening van de literaire nalatenschap in 2012. Het boek vervult Van Leeuwen met dankbaarheid: “Schilleebeeckx leutert niet in duistere geloofstaal”, maar kijkt net als Van Leeuwen ‘radeloos en sprakeloos’ naar het kwaad op de wereld en het zinloze lijden van onschuldigen. Ook de visie van Schillebeeckx op Jezus werkt verhelderend. Die visie zorgt voor inzicht, het zien wordt vergroot. En de lezers van Van Leeuwen weten dat zien in de zin van begrijpen een kernbegrip was voor de auteur van Door sterren verblind. Van Leeuwen gaat zelfs zo ver dat hij zijn ideeën over Jezus, Judas en Pilatus, verwoord in De Mensenzoon, als godslastering gaat zien, het boek herroept. Het lijkt net of Schillebeeckx Van Leeuwen door zijn boek uit een woestijn heeft geleid, uit een omgeving waar geestelijke dorst overheerste. Ook wordt de lezer de met behulp van Wittgenstein de kant opgestuurd waar Van Leeuwen kan laten zien dat niet het ‘geleuter’ dus de theorie een uitkomst biedt voor degene die ‘radeloos en sprakeloos’ naar de ellende op de wereld kijkt. Het gaat niet om woorden. Om het citaat van Wittgenstein dat van Leeuwen in zijn betoog gebruikt maar even samen te vatten: er zijn dingen die niet verwoord kunnen worden, die dingen tonen zich, en ze horen bij de mystiek.

 

Edward Schillebeeckx

Edward Schillebeeckx

Voor van Leeuwen kunnen die dingen zich manifesteren in mensen. Hij ziet ze bijvoorbeeld in Abram Salas, in diens gezicht, “waar de goedheid van een leven op ligt”. Salas ontmoet hij in de Mikvé Israël synagoge in Willemstad. Waar poederachtig woestijnzand op de grond ligt. De goedheid die niet in woorden te vatten is, zag hij ook in Pater Brenneker die zich jarenlang inzette voor de verschoppelingen op Curaçao en hij zag haar in Ingeborg Zielinski, een vrouw die keihard werkte om dove kinderen bij het leven te betrekken dat hen onthouden werd, omdat men die kinderen liever niet naar buiten liet gaan. Als Van Leeuwen over haar en die kinderen schrijft, dan herkent de lezer de toon en de emotie die ook spreken in de ingezonden brief in de Amigoe van 5 februari 1991 met het kopje ‘De kinderen’.

 

Leeuwen ingezonden brief

In dat korte briefje lezen we over de bombardementen op Irak, op het Mesopotamië van Abraham, “geboren, niet ver van waar het graf van Jona, de profeet, te vinden is”. Bombardementen met ‘smart weapons’, wapens die niet huilen voor kinderen en van het land een woestenij maken. Van Leeuwen schreef het ingezonden stuk 24 jaar geleden en hij zou het in 2015 weer kunnen doen. Hoe de woorden en gedachten van Van Leeuwen ook in deze tijd voort leven, is te lezen in een recensie die Job van Schaik op 6 november 2015 (in het Dagblad van het Noorden) wijdde aan een nieuwe druk van Van Leeuwens tweede roman: Een vreemdeling op aarde. Die vreemdeling was ook een mens die zich geregeld in een woestijn waande, juist aan het slot om inzicht vraagt, niet om woorden: “Here mijn God, ik ben een vreemdeling op aarde. Verberg je geboden niet voor mij”.

 

een vreemdeling op aarde

***

PS.
Het ingezonden briefje vond ik in augustus in één van Boeli van Leeuwen dozen in het onvolprezen Mongui Maduroarchief op Rooi Catootje, Curaçao.

1 comment to “Boeli van Leeuwen en de woestijn”

  • Indrukwekkend, Klaas… Ik ga me toch meer met BvL bezighouden! Toen je me belde was ik in Teylers: goede en drukke expositie van winterschilderijen – kan ik je aanraden. Groet Gerard.

1 Trackback/Ping

Your response at gerard bes

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter