Beloning voor bewezen diensten? – Leren van geschiedenis 50
door Hilde Neus
Het deel van de bevolking dat goed geschoold is, vult slechts een deel van de overheidstaken uit. Dit is een gevolg van het benoemen van vrienden op (vaak goedbetaalde) posten, waar die ambtenaren eigenlijk niet thuishoren en taken niet naar voldoening vervullen. Veel hooggeschoolden mengen zich liever niet in de politiek, en leveren diensten via via als een consultancy, of blijven ver weg van overheidsbemoeienis. Denk maar aan hoe we wetenschappers beoordelen die zich voor de NDP hebben ingezet. Maar dat zal ook komen voor de VHP en ABOP, want je bent dan gelieerd aan een partij die pretendeert het land te kunnen draaien, terwijl de bevolking verarmt.
Het is dus niet eenvoudig om te besluiten of je wel of niet meedoet. Bij het wisselen van de wacht kun je in problemen raken, omdat de nieuwgekozen regering vanwege ‘andere beleidsinzichten’ je op non-actief stelt, en vervolgens thuis zet als spookambtenaar. Zoveel kennis gaat dan verloren, en zoveel gevoelens van onvrede worden gekweekt. Terwijl Suriname elke goedgekwalificeerde ambtenaar hard nodig heeft. Als je in functie blijft, maar je vindt dat je de zaken op het ministerie moet traineren, kan de leiding altijd nog besluiten je te ontslaan.

Miskennen van talent
Het lijkt iets van deze tijd, maar niets is minder waar. Dit zien we aan de levensloop van Alexander de Lavaux, die als vaandrig naar Suriname kwam toen hij 25 was, na zijn dienst in het Pruisische leger. Hij was een begenadigd tekenaar en op de tochten om de marrons te verjagen had hij veel kennis opgedaan over de geografie van ons land. Hij maakte als cartograaf opmetingen van gebieden die nog niet in kaart waren gebracht. Gouverneur De Cheusses was erg ingenomen met de kwaliteit van zijn werk en nam hem in dienst met de opdracht een kaart van geheel Suriname te vervaardigen. De bestaande kaarten waren van onvoldoende kwaliteit voor een juist en volledig overzicht van het grondbezit en de ligging van plantages. Bovendien werd ook het gebied van de Saramaccarivier toegevoegd.
In 1735 werd De Lavaux uitgenodigd om zijn kaart in Amsterdam in koper te laten graveren. Voor het eerst stonden alle in cultuur gebrachte gebieden op één kaart ingetekend. Zelfs de weglopersdorpen in het binnenland waren afgebeeld, waarbij de acties tegen de marrons zijn ingetekend, met brandende dorpen en aanvallen van honden. Naast de grote nauwkeurigheid was de kaart vooral van belang door de legenda, met alle namen van plantage-eigenaars, ligging en afmeting van de gronden, 440 in totaal.
Triest einde
De Lavaux werd bevorderd tot kapitein, tevens ingenieur. Hij kwam in 1740 terug in Suriname. Inmiddels was er een nieuwe gouverneur, De Schepper, die de aanstelling van de kapitein niet wilde accorderen of het achterstallige loon uitkeren. Zonder te melden scheepte de gefrustreerde kaartenmaker zich in op een Engels schip, en reisde af naar St. Eustatius. Feitelijk was dit desertie, en hij werd dan ook – na uitlevering – teruggehaald naar Suriname.
In de archieven is een kleine lijst van wat hij bij zich had: ‘Inventaris gedaan van de goederen toebehorende aan Alexander de Lavaux, gedetineerde binnen ’t Fort Oranje, ten overstaan van de Heer Jasper Ellis, commandeur over de Eilanden St. Eustatius, Saba & St. Maarten, op 20 Sept: 1741.’
1 Caart van Surinaame op Satijn
1 dito op catoen
1 dito van dito op dito
1 dito in klijn op Satijn
1 zo van de reisen daarin van de rivier van Suriname & de Nieuwe fortressen
10 gedruckte Caarten in kleijn van Surinaame
1 Kaart van Namen
1 dito van ‘t dorp Paramaribo.
1 dito van de plantagie Boxsel in Surinaame
& twee Cladden van de plantagie Meersorgs in dito
3 buitenste & 2 bovenstaande Caarten van Suriname op malkander passende
1 Clad van de Plantage WaterLand
1 Caart van bergen in Hinnebogen [sic]
2 Generaale Caarten van Suriname door Lavaux getrokken.
De Lavaux werd in Fort Zeelandia gedetineerd. In juni 1743 deed de krijgsraad uitspraak, een deel eiste zelfs de doodstraf. De lange opsluiting in het gebouw boven de poort van het fort eiste zijn tol, en vanwege hallucinaties werd hij krankzinnig verklaard. Het vonnis werd omgezet in uitzetting uit de militaire dienst en de kolonie. Deze uiterst capabele man kreeg geen erkenning voor zijn werk. Nu zijn de kaarten de belangrijkste ooit gemaakt en van onschatbare waarde.
Hoeveel mensen met een essentiële bijdrage aan Suriname, zullen we nog opzijzetten?