Beleidsvernieuwing 2025 – 2028
Stichting Werkgroep Caraïbische Letteren
Vernieuwing met Omkijken
Vanaf het eerste kwartaal 2025 heeft De Werkgroep Caraïbische Letteren meer flexibiliteit en beweging in de activiteiten van de Werkgroep gebracht. Flexibiliteit en beweeglijkheid passen bij het Caraïbische perspectief. Het zit in de genen van Caraïbische mensen waarvan de oorspronkelijken verdreven werden naar andere eilanden of naar diep in het amazoneregenwoud; het zit ook in de nazaten van slachtoffers van de brute trans-Atlantische ontheemding; en is evenzeer aanwezig bij nazaten van de koloniale volksplantingen uit Azië. In de 20ste eeuw volgde de grote verhuizing van diaspora naar het koloniale moederland in Europa. Het is in die vele ontberingen, bewegingen en multiculturele ontmoetingen dat veel van onze verhalen zijn ontstaan en Caraïbisch zijn versmolten. Die beweeglijkheid en multiculturele versmelting willen wij in ons programma eren en toegankelijk maken voor een breed lezerspubliek: geschreven, gesproken en verbeeld op podia en filmdoeken. Tijd voor de Caraïbische Letteren Karavaan!

De Werkgroep Caraïbische Letteren is sinds 2006 een feit; de jongste werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Onze werkgroep is er om het werk van onze kleurrijke gemeenschap van schrijvers, dichters en verhalenvertellers voor het voetlicht te brengen. Met hun wortels in Suriname en het Caribische deel van het Koninkrijk, geven zij woorden en woordkunst uitingen op podia aan een Caraïbisch perspectief binnen de Nederlandse letteren. Dat perspectief is historisch uniek, de plaats binnen de Nederlandse Letteren is vanzelfsprekend en het zal met de tijd, mede door de Werkgroep, natuurlijk onderdeel moeten worden van de Nederlandse letterkunde. Dus niet uitzonderlijk en exotisch in een onbeduidend hoekje. In het spoor van het Nederlands kolonialisme en het slavernijverleden, met aansluitend de periode van contractarbeid uit Azië, leven er vandaag aan de dag in Nederland, Suriname en in het Caribisch deel van het Koninkrijk schrijvers, dichters en inheemse verhalenvertellers die –omdat ze veelal in het Nederlands schrijven—van nature de Nederlandse culturele belevingswereld intens zouden kunnen vergroten. Zij kunnen het letterenlandschap in Nederland kwalitatief opwaarderen door de inbreng van hun Inheemse, West-Afrikaanse, Chinese, Indonesische en Indiase perspectieven. Aan onze werkgroep de taak om de inbreng van deze perspectieven een zichtbare plek te geven, zowel in de bijdrage aan taalvernieuwing als aan letterkunde, zowel online als offline.
De Werkgroep Caraïbische Letteren is sinds 2006 een feit; de jongste werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Onze werkgroep is er om het werk van onze kleurrijke gemeenschap van schrijvers, dichters en verhalenvertellers voor het voetlicht te brengen. Met hun wortels in Suriname en het Caribische deel van het Koninkrijk, geven zij woorden en woordkunst uitingen op podia aan een Caraïbisch perspectief binnen de Nederlandse letteren. Dat perspectief is historisch uniek, de plaats binnen de Nederlandse Letteren is vanzelfsprekend en het zal met de tijd, mede door de Werkgroep, natuurlijk onderdeel moeten worden van de Nederlandse letterkunde. Dus niet uitzonderlijk en exotisch in een onbeduidend hoekje. In het spoor van het Nederlands kolonialisme en het slavernijverleden, met aansluitend de periode van contractarbeid uit Azië, leven er vandaag aan de dag in Nederland, Suriname en in het Caribisch deel van het Koninkrijk schrijvers, dichters en inheemse verhalenvertellers die –omdat ze veelal in het Nederlands schrijven—van nature de Nederlandse culturele belevingswereld intens zouden kunnen vergroten. Zij kunnen het letterenlandschap in Nederland kwalitatief opwaarderen door de inbreng van hun Inheemse, West-Afrikaanse, Chinese, Indonesische en Indiase perspectieven. Aan onze werkgroep de taak om de inbreng van deze perspectieven een zichtbare plek te geven, zowel in de bijdrage aan taalvernieuwing als aan letterkunde, zowel online als offline.

Raoul de Jong © Shody Careman
“Ik heb nog nooit zoveel lof ontvangen voor mijn boek Jaguarman, maar toch, dat moet
gezegd, ook nog nooit zoveel onwetendheid. Ondanks alle literaire prijzen waarvoor
Jaguarman werd genomineerd, belandde het in veel boekwinkels op een plankje met
doorsnee boeken over Suriname of Zuid-Amerika, niet bij literair werk. Zo treffen lezers
het boek alleen aan als ze al geïnteresseerd waren in Suriname, niet als ze op zoek zijn naar
iets over menselijkheid en literatuur”.
Raoul de Jong in zijn Boekenweekessay Boto-Banja (2023)
Veel mensen nemen aan dat onze werkgroep nu de wind in de rug heeft, met alle aandacht voor het slavernijverleden en de onderstreping van inclusie en diversiteit binnen de culturele sector. Dat de attentie voor en het besef van het Caraïbische perspectief steeds beter onder de aandacht van een breed publiek komt, ervaren wij als buitengewoon positief. Maar nu is het de zaak om deze aandacht vast te houden en te verdiepen en te verbreden. Als het gaat om de rijkdom in de Caraïbische letteren, dan zijn er nog oneindig veel parels te ontdekken, en in vitrines aan te bieden, niet alleen in de randstad. Sterker nog, nu er meer ruimte ontstaat voor mensen om hun Caraïbische schrijverschap te ontdekken waarbij zij zich minder hoeven te vormen naar een enkelvoudige Nederlandse norm, willen wij hét aanspreekpunt en hét podium worden in alle provincies, waarbij wij talent kunnen laten zien en verbinden aan een bestaand en nieuw publiek.
Onze werkgroep heeft daartoe recentelijk een grote verjongingsslag gemaakt met nieuwe leden als Raoul de Jong, Milouska Meulens, Roberto Refos, Guus Pengel, Robby Henar, Esmeralda Wijngaarde, Shantie Singh en Peter Sanches. Het is een stap die past bij het beeld dat we hierboven hebben geschetst: een nieuwe generatie schrijvers, dichters en verhalenvertellers treedt naar voren om samen met een nieuwe generatie van specialisten die zowel de geschiedenis als het heden van die Caraïbische schrijvers kunnen duiden. Tegen de achtergrond van onze verjonging kijken we graag met een frisse blik samen vooruit. Wij willen verder bouwen aan bestaande samenwerkingen, zowel organisaties op het vlak van literaire ontmoetingen en theater, bibliotheken en letteren cultureel erfgoed, maar ook de Caraïbische Letterenleerstoel aan de UvA, de leerstoel Anton de Kom aan de VU en Lalla Rookh aan de RUU. Samen kunnen wij een brug slaan tussen de Maatschappij der Nederlandse Letteren, het Nederlandse leespubliek, de literatuurmarkt en literaire media enerzijds en schrijvers, dichters en verhalenvertellers met Caraïbische wortels anderzijds. Wij zijn ook bezig met nieuwe verbindingen met schrijversorganisaties in Suriname en de Caraïbische landen van het Koninkrijk. Kortom, initiatieven die passen bij het lied
van de Surinaamse Macrooy ‘the birth of a new age’.
De Caraïbische Letteren Karavaan
Als vernieuwde Werkgroep hebben we samen een helder doel gesteld: meer zichtbaarheid en ruimte voor Caraïbische letteren, bij voorkeur vooral buiten de academische bubbel, en juist midden in de maatschappij, binnen handbereik van jongeren, van scholieren en leerkrachten en bovenal in alle provincies in Nederland, evenals in (online) verbinding met letteren activiteiten in Suriname en de Caraïbische landen van het Koninkrijk. Ons middel? Een jaarlijks meerdaags festival: De Caraïbische Letteren Karavaan. Overal waar de Caraïbische Letteren Karavaan neerstrijkt, wordt aanstormend schrijftalent gepresenteerd, worden hedendaagse levensliederen vertolkt en is er muziek, dichtkunst, spoken-word en woord in beeld/ film dat onder de aandacht gebracht wordt van het publiek. Er blijft uiteraard ook ruimte voor eerbetoon aan oude Caraïbische meesters op wiens schouders wij mochten staan.
Jongeren worden uitgenodigd om plaats te nemen aan boekentafels en in discussies met een gerenommeerde Caraïbische woordkunstenaar als gastheer. Ook is er de incubatie van taalverrijking van adolescenten met woordkunst en woorddans. Op de laatste dag is de standplaats gereserveerd voor kinderen tot twaalf jaar. Zij mogen hun fantasie de vrije loop laten in de tropische sferen van een ondoordringbaar oerwoud, zandstormen op witte stranden of op cultureel-historisch bijzondere plekken. Kortom, de Caraïbische Letteren Karavaan is twee, drie tot vier dagen lang een bruisend festival met boeken, (voor)lezen, debat, ‘talk-abouts’, muziek, film, eten en drinken. Buiten de fysieke standplaats als jaarlijks hoogtepunt van de Caraïbische Letteren viering, wil de Werkgroep inzetten op een digitaal podium (website en sociale media) 365 dagen per jaar waarop jongeren in Nederland, Suriname en de Caraïbische landen van het Koninkrijk, elkaar kunnen motiveren, mobiliseren en interactief in verbinding zijn met Caraïbische Letteren, het culturele erfgoed en multiculturele innovaties.

Milouska Meulens © Bete van Meeuwen
“De dag daagt dat onze Caribische manier van vertellen en schrijven niet meer als
opvallend, afwijkend of exotisch wordt gezien, maar gewoon ís. Dat ook onze titels massaal
meedingen naar de grote prijzen. Dat het voor scholieren in Nederland, Suriname en de
Nederlands-Caribische eilanden eindelijk vanzelfsprekend is om ook onze namen op hun
leeslijst te zetten. Net als mijn grote voorbeeld Frank Martinus Arion en Lionel Janga,
voorzitter van het Prins Bernhard Cultuurfonds Caribisch gebied, wil ik me met hart en
Caribische ziel inzetten voor die mooie dag”.
Milouska Meulens, bij haar aantreden als Werkgroeplid, mei 2024
De Vernieuwing in Actie
Hieronder volgt, na een korte uiteenzetting over onze organisatie, een schets van
belanghebbenden, gevolgd door onze voorgenomen activiteiten en het beoogde publiek.
Onze hernieuwde ambities en de verwachte uitkomsten krijgen aandacht, evenals de
projectplanning van de Caraïbische Letteren Karavaan, en beoogde samenwerking op de
standplaats. Tenslotte volgt aandacht voor een nieuw communicatieplan.
De organisatie
Onze Werkgroep bouwt grotendeels op vrijwillige participatie. Zowel het dagelijks bestuur
als de leden ontvangen in de regel geen vergoeding. Uitzonderingen zijn er wanneer wij ter
versterking van onze vaste parttime programmamanager, noodzaak zien tot aanvullende
inhuur om geplande activiteiten in uitvoering te kunnen brengen.
Daarnaast willen wij ons inzetten om waardevolle stageplekken te faciliteren,
omdat wij geloven dat wij onze organisatie daarmee jong en scherp houden. Bezoldiging
voor alle inhuur vindt plaats volgens de geldende code voor fair practice. Wij gebruiken
administratief ook nieuwe rekentools als digiPACCT en vragen, bij twijfel, om advies bij
organisaties als Cultuur en Ondernemen. Bij het vormgeven van de jaarprogramma’s van
de Werkgroep committeren wij ons ook aan de codes diversiteit en inclusie.
Onze organisatie is als volgt opgebouwd:
Sinds 2006 zijn we een Werkgroep binnen de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde
en sinds 2022 zijn we een Stichting met een ANBI-status, de Stichting
Werkgroep Caraïbische Letteren. Deze laatste stap hebben wij in samenspraak gezet met
het bestuur van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De stichtingsvorm biedt niet
alleen kansen om zelfstandig in aanmerking te komen voor subsidies maar ook voor het
ontvangen van particuliere giften.
De Stichting Werkgroep Caraïbische Letteren heeft een Dagelijks Bestuur van drie leden
(voorzitter Rita Rahman, secretaris Peter Sanches en Penningmeester Robby Henar), met
benoemingstermijnen van vier jaar, met de mogelijkheid van een keer verlenging.
Samen zorgen zij voor sturing en controle van de uitvoering van ons programma.
Financiële en juridische zaken, onderhoud van het relatienetwerk, de samenwerking met de
drie relevante Leerstoelen en de vertegenwoordiging van de Werkgroep naar
ondersteunende fondsen en De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde zijn daarbij
hoofdtaken van het Dagelijks Bestuur.
Met het aantreden van Rita Rahman als nieuwe voorzitter (na aftreden van Michiel
van Kempen) is de grote verandering in gang gezet. Daar waar de tijd achter ons
gekenmerkt werd door een sterke academische verankering enerzijds (activiteiten), en een
(te) brede thematiek in onder andere de blog van Caraïbisch Uitzicht, stuurt het bestuur
onder leiding van Rahman nu aan op een meer maatschappelijke, educatieve en bredere
geografische verankering van Caraïbische letteren, en actieve weliswaar bescheiden
samenwerking met schrijvers en woordkunst organisaties in Suriname en de Caraïbische
landen van het Koninkrijk. Het dagelijks bestuur werkt samen met de overige Werkgroep
leden aan de Visie en Missie, de Meerjaren Programmering, en de ondersteuning van de
uitvoering en evaluatie van activiteiten en evenementen. Leden van de Werkgroep zijn in
meerderheid Caraïbische-Nederlanders met wortels in Suriname en de Caraïbische landen
van het Koninkrijk. Als vrijwilligers zetten zij hun expertise en creativiteit in voor de
vertegenwoordiging en erkenning van het Caraïbische perspectief binnen de Nederlandse
Letteren. De Werkgroepsleden komen met het dagelijks bestuur jaarlijks minstens vier keer
bijeen. Ook wordt er jaarlijks inhoudelijk en financieel verslag afgelegd aan de
Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. De verslagen worden tevens gepubliceerd op
de website van de Werkgroep.

Rita Rahman @ Henna Josias, 2024
“Toen ik in 2002 in India de Calcutta International Book Fair mocht openen, de wereldwijd
op een na grootste boekenmarkt, voelde ik pijnlijk de teleurstelling onder de vele
tienduizenden Indiase bezoekers over het gemis van werk van Nederlands-Caraïbische
schrijvers bij de inzending van Nederland.
Inmiddels maken wij al sinds de oprichting van de Werkgroep in 2006, en nu versneld met
de vernieuwde Werkgroep, sprongen vooruit op dit vlak. Wij staan ondertussen bekend als
een van de actiefste Werkgroepen van de Maatschappij, terwijl wij zowel
voor wat betreft ons doelgroep als de belanghebbenden meer trans-Atlantisch
opereren.”
Rita Rahman, voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren
Belanghebbenden en doelgroep
Onder de belanghebbende scharen we zowel degenen wiens pennenvrucht we voor het
voetlicht willen brengen als degenen die met deze schrijvers, dichters en verhalenvertellers
willen samenwerken. Niet te vergeten ook, onze doelgroep, het publiek, de mensen die
Caraïbische Letteren willen lezen, zien en horen in hun werk-, studie- of vrijetijd. Ook het
publiek dat voor het eerst kennis mag maken met de boeken, dichtbundels, podium
producties en films van Caraïbische woordkunstenaars worden door de Werkgroep op de
standplaats van de Karavaan met prioriteit benaderd.
Primair faciliteert de Werkgroep Caraïbische Letteren dus de schrijvers, dichters en
Verhalenvertellers met hun wortels in Suriname of het Caraïbische deel van het Koninkrijk,
maar ook zij die door langdurig verblijf geworteld raakten én schrijven vanuit een
Caraïbisch perspectief. Velen van bovengenoemde primaire doelgroep hebben een
bi- of multiculturele achtergrond, met ouders, familie en voorouders van buiten Nederland.
Allen zijn woordkunstenaars die hun plek in de taalontwikkeling en de Letterkunde
in Nederland, maar ook in het Caraïbisch deel van het Koninkrijk en Suriname verdienen.
Om die reden zijn we er, onder meer, ook voor cineasten, liedjesschrijvers, mimespelers,
gebarenverhalers, rappers, schrijvers van literaire non-fictie. Zolang de Nederlandse taal
(in al zijn vormen) en het Caraïbisch perspectief (in welke mate dan ook) een rol spelen in
de creatieve productie, staat de Werkgroep klaar.
Verbonden met deze primaire, pluriforme belangengroep, stuurt de Werkgroep ook aan op
contact en co-creatie met schrijvers, dichters en verhalenvertellers in Suriname en het
Caraïbische deel van het koninkrijk. In het bijzonder willen we relaties aanjagen met
collega’s die graag ook internationaal aansluiten bij het Caraïbische perspectief. Zo zal,
bijvoorbeeld, een Curaçaose auteur genoeg herkenning vinden bij een Haïtiaanse auteur
vanwege een verleden van strijd tegen slavernij en een Chinese Indonesiër bij een
Hindoestaanse Surinamer vanwege gemeenschappelijke ervaring in koeliearbeid voor
Nederland. Wij hebben in dat verband ook belang bij het samenwerken met andere
organisaties als werkgroepen, stichtingen, schrijversgroepen, uitgevers, en agentschappen,
waarmee onze Werkgroep een of meerdere doelstellingen deelt. Voorbeelden daarvan zijn
Shebang, de Black Archives, Imagine IC, maar ook Schrijversgroep’77, Stichting Skrifi
in Suriname en Wintertuinen en Uni Arte in het Caraïbische deel van het Koninkrijk.
De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde is vanzelfsprekend onze
gesprekspartner. Hun doel om “de beoefening van de schone letteren en de studie van de
Nederlandse taal- en letterkunde, geschied- en oudheidkunde in hun onderlinge samenhang
te bevorderen”, delen wij, terwijl wij ons onderscheiden door het multicultureel en
historische Caraïbische perspectief en de ruimte die we laten voor vormen van
meertaligheid. Hoewel de weg nog lang is, kunnen wij ons voorstellen dat er een moment
komt dat onze Werkgroep niet meer nodig is en alle verschillende perspectieven als
vanzelfsprekend verankerd zitten in de letterkunde van de Maatschappij. Tot die tijd is de
Werkgroep als verbinder en uitdager juist hard nodig.
Voorbeelden van actuele noodzakelijk verbinding zijn de Koninklijke Bibliotheek (met een
nieuwe collectiespecialist Nederlandse Cultuur), de regeling Literatuur Caribe van het
Nederlands Letterenfonds, de Taalunie en opleidingen Nederlands wereldwijd. Traditioneel
staan wij ruim twintig jaar in nauw contact met de leerstoel Caraïbische Letterkunde
aan de Universiteit van Amsterdam. De Werkgroep heeft in 2023 in een schrijven aan het
UvA Bestuur aangedrongen op verlenging en fte uitbreiding (van 0,2 naar 1,0) van de
leerstoel. Ook is aangedrongen op samenwerking van de leerstoel met relevante faculteiten
op universiteiten in Suriname en de Caraïbische landen van Koninkrijk.
Breed publiek als doelgroep
Het werk van onze schrijvers, dichters en verhalenvertellers verdient een breed publiek.
Maar ook en vooral andersom: een breed publiek verdient het om het werk van Caraïbische
schrijvers en andere woordkunstenaars te lezen, zien en te horen.
Tot voor kort richtten veel van onze activiteiten zich vooral op beroepslezers en een belezen,
literair publiek. De verjongde werkgroep is het erover eens: laten we meer energie steken
in het bereiken van een diverser en breder publiek en ons tegelijk ook harder maken voor
een jonger publiek.
Door de loop van onze geschiedenis is onze jeugd niet anders gewend dan te leven in een
multiculturele maatschappij, zowel in Suriname en de Caraïbische regio als vanaf de
jaren zeventig ook zichtbaar in Nederland. Groeiend is ook het aantal Nederlandse kinderen
met wortels in gebieden die behoren of behoorden tot het Koninkrijk. Scholieren met
Surinaamse en Caraïbische wortels zijn daar een zeer prominent voorbeeld van. Zij kijken
vanuit een ander, uniek, perspectief naar Nederlandse letteren en de wereld. Dat perspectief
moet vertegenwoordigd zijn in het formele en informele lees- en luistercurriculum van
scholieren.
Onze werkgroep wil voorop gaan lopen in het vinden van innovatieve manieren waarop de
jeugd voorbij de grenzen van Nederland, met Suriname en de Caraïbische landen van het
Koninkrijk verbonden kan raken. Bijvoorbeeld door online-leesclubs en lesprogramma’s.
Orale tradities zijn diep in de Caraïbische letteren verankerd. Niet alleen inspireert die
traditie veel van het geschreven werk, ook vormt het op zichzelf een literair en poëtisch
discours. En, niet onbelangrijk, het is de Caraïbische orale traditie die momenteel ook een
grote stempel drukt op mainstream voordrachtskunst en theater in Nederland.
De Werkgroep wil nauwere samenwerking met relevante werkgroepen en andere
vergelijkbare initiatieven, ook buiten Nederland. Wenselijk is het dat we zowel in de
Randstad als in provincies waarin ook jongeren wonen met een bi- en multiculturele
achtergrond, netwerkrelaties ontwikkelen rond activiteiten van de Caraïbische Karavaan.
Zo ook werken wij in Suriname en het Caraïbische deel van het Koninkrijk aan
samenwerking met zelfsturende, gelijkwaardige zusterwerkgroepen. Hiermee wordt onze
Werkgroep slagvaardiger, met meer oog voor de transnationale interesses van onze
schrijvers, dichters en verhalenvertellers.
Onze nieuwe programmering geeft handen en voeten aan deze ambitie. Tegelijkertijd wil
de Werkgroep het aanjagen van academische kennis die nodig is om de Caraïbische
letteren te duiden, continueren. Zowel het publiek als leraren behoeven meer handvatten
om tot een groter begrip te komen van de woorden en de teksten van Caraïbische schrijvers.
Ook willen we dat de academische inzichten beter en breder landen binnen de maatschappij
en niet, zoals vaak het geval is, enkel beschikbaar zijn voor ingewijden. Het overdragen
door wetenschappers van hun onderzoeksbevindingen en kennis van Caraïbische Letteren
aan een geïnteresseerd lekenpubliek, behoort ook tot onze ambitie.
Nieuwe Ambities
Wij zien de orale traditie ook als een vorm om meer publiek geïnteresseerd te krijgen in de
letteren. Als werkgroep stimuleren wij daarin niet enkel vormen als spoken word en
voordracht, maar wij kijken ook uit naar nieuwe vormen en mengvormen van literaire
productie. In deze context zijn wij blij met een aanvullend financieringsinstrument als
‘Buiten het boek’.
Veel van onze nieuwe ambities hebben overigens te maken met het bereiken van een
Diverser en jonger publiek en het vinden van een prominente plek voor literaire productie
‘Buiten het boek.’ Veel van onze nieuwe ambities hebben overigens te maken met het bereiken van een
Diverser en jonger publiek en het vinden van een prominente plek voor literaire productie
‘Buiten het boek.’
In het Veld
Hoe zichtbaarder de Caraïbisch letteren worden, des te steviger zullen de makers ervan in
hun schoenen komen te staan. De Werkgroep wil daarom dat het werk van de schrijvers,
dichters en verhalenvertellers met wortels in Suriname of de Caraïbische landen van het
Koninkrijk, daadwerkelijk naar mensen toe wordt gebracht; in de meest letterlijke, fysieke
zin en ook op afstand via nieuwe media.
De ambitie is dat mensen door de Caraïbische letteren begrijpen dat een eigen
perspectief ertoe doet; dat je kunt genieten van verhalen die verder weg van je staan en
daarmee je blik buiten je bubbel kunt scherpen.
Plezier in lezen en schrijven staat dezer dagen onder druk en het zijn nieuwe perspectieven
die nieuwe werelden kunnen openen en meer jongeren helpen om zichzelf te herkennen en
anderen te leren begrijpen. Veel van onze Werkgroep leden geven aan dat hun jeugd er
anders uit had gezien als ze meer in aanraking waren gekomen met de letteren die inspelen
op hun ervaring thuis.
Het bereiken van een diverser en jonger publiek en het vinden van een
prominente plek voor literaire productie buiten het boek, leunen op het creëren van een
infrastructuur waarbij de grens tussen gedrukt en digitaal vervaagt, tussen on- en offline en
tussen geschreven en gesproken woord. Onze programmering heeft oog voor digitaliteit
en het betrekken van een jonger publiek, ook het binden van een
publiek aan de makers en bij het verkleinen van de geografische en culturele afstand tussen
de gebieden van Nederland, Suriname en het Caraïbische deel van het Koninkrijk.
Het is zaak om ook het blog Caraïbisch Uitzicht te vernieuwen of anders af te sluiten. Oud-
voorzitter Michiel van Kempen signaleerde rond zijn aftreden drie uitdagingen voor het
blog zoals die nu bestaat. Ten eerste, de blog is door een breed aanbod ‘enigszins kleurloos’,
staat niet echt duidelijk voor iets, behalve de pluriformiteit zelf’. Ten tweede is ‘door de
grote breedte (…) een enigszins evenwichtige afspiegeling van wat er op dit moment
allemaal gebeurt in het culturele Caraïbische veld, niet langer mogelijk.’ Ten slotte, ‘de
omloopsnelheid van de artikelen is te hoog, zodat belangwekkende teksten vaak te snel
weggedrukt worden door actuele berichten die niet zelden van minder of zeer tijdelijk
belang zijn.’
Het huidige bestuur en de nieuwe leden delen deze zorgen en vinden dat met
het oog op onze ambities het tijd is voor een nieuwe online infrastructuur die een klemtoon
op de letteren legt en artistieke ruimte biedt aan schrijvers, dichters, verhalenvertellers,
spoken word etc. Die infrastructuur moet de fysieke en online realiteit verbinden, een breder
en jonger publiek aanspreken en uitnodigen tot artistieke, literaire bijdragen.
Er is in Nederland discussie over de geschiedenis en de toekomst van Suriname en de
Caraïbische landen van het Koninkrijk en de rol die Nederland historisch hierin gespeeld
heeft en hoe Nederland voortaan gelijkwaardige samenwerking kan bevorderen.
Aan onze Werkgroep de taak om onze aandacht daarin bij de letteren te houden, om het
werk van de Caraïbisch-Nederlandse schrijvers, verhalenvertellers en dichters zo veel
mogelijk voor zichzelf te laten spreken en het publiek aan te sporen om het werkelijk zelf
te gaan lezen of beluisteren.

Noraly Beyer @ Margriet
“Als je racisme de wereld uit wilt helpen, moet je bij kinderen beginnen. Maak ze vertrouwd
met de diverse samenleving. Boeken kunnen herkenning bieden, maar ook je blik op de
wereld verbreden. Daarom zet ik me in voor alles wat met lezen te maken heeft.”
Noraly Beyer in Margriet Special 12 juni 2024
Jaarlijks met een Letteren Karavaan onderweg
Uit bovenstaande ambities heeft de Werkgroep unaniem gekozen voor De Caraïbische
Letteren Karavaan als programma inrichting voor de komende jaren.
De Caraïbische Letteren Karavaan wordt een evenement van viering van woordkunst dat
zich fysiek verplaatst, ook tot over de oceaan. De Werkgroep opereert daarin als een paraplu.
Onder die paraplu zullen onze eigen activiteiten plaatsvinden, met ruimte voor
ondersteuning en samenwerking met lokale organisaties in provincies en initiatieven in
Suriname en de Caraïbische landen van het Koninkrijk.
Met onze Karavaan doen we elk jaar een locaties binnen Nederland aan, terwijl wij
onder de paraplu ook minstens een parallelle karavaan activiteit online in Suriname en of in
het Caraïbische deel van het Koninkrijk laten aansluiten. Omdat wij met de Caraïbische
Letteren Karavaan én een jonger publiek willen bereiken én Nederland, Suriname en de
Caraïbische landen van het Koninkrijk creatief en interactief in de woordkunst willen
verbinden, zelfs tot buiten de grenzen van het programma, vinden we het erg belangrijk om
in en rond de Karavaan het hele jaar door een uitdagend en verbindend digitaal podium in
te richten met een goede online infrastructuur.
Door in beweging te komen, fysiek en digitaal, verwachten wij niet alleen meer jong talent
en een groter publiek te bereiken om aan ons te binden, maar ook contacten aan te jagen
tussen hen en de generatie van meer gevestigde schrijvers, dichters en verhalenvertellers.
Door het rond- en meebewegen zullen wij veel meer en een zeer divers publiek kunnen
bereiken.
Caraïbische Letteren Karavaan, standplaats in provinciehoofdsteden
Waar wij ons in het verleden vrijwel uitsluitend manifesteerden in woordkunst evenementen
in Amsterdam en Leiden, staat vanaf 2026 het rondreizen, fysiek en virtueel, centraal in de
programmering. Om de Caraïbische woordkunst in haar vele vormen direct naar het publiek
te brengen gaat de Werkgroep dus reizen, van provincie naar provincie en de randstad in
Nederland, en online naar Suriname en de Caraïbische landen van het Koninkrijk.
Een jaarlijks terugkerende feestelijke manifestatie van woordkunst met
verrijkende signatuur, die rouleert tussen Nederland, Suriname en de Caraïbische landen
van het Koninkrijk. Bij elke editie is er de hoofdkaravaan en flankerende karavanen.
De hoofdkaravaan heeft een meerdaagse programmering. De Werkgroep nodigt voor het
meerdaagse festival op standplaats telkens een aantal schrijvers, dichters
en andere woordkunstenaars uit voor creatieve interactie met het publiek.
Dat gebeurt zoveel mogelijk in samenwerking met evenknieën in Suriname en in het
Caraïbisch deel van het Koninkrijk. Flankerend in een klein onlineprogramma op de andere
locaties. Met moderne technologie en social media kunnen wij in beide vormen
(hoofdkaravaan roulerend in Nederland en kleine flankerende karavanen in het Caraïbisch
gebied) samen één verbonden verhaal laten vertellen.
Hoofdkaravaan in 2026 in Forum in Groningen-stad
Voorbereidingen zijn door de Werkgroep getroffen om in 2026 een eerste Caraïbische
Letteren Karavaan met standplaats Groningen te organiseren. Daartoe is de Werkgroep in
overleg getreden met Forum Groningen (ontmoetingsplek in het hart van de Groningen-
stad voor iedereen die nieuwsgierig is naar de wereld van nu en de mogelijkheden van
morgen) met als resultaat een samenwerkingsinspanning voor de Karavaan in juni
2026
Vervolgens is het projectvoorstel, de activiteitenplanning en de begroting uitgewerkt
en voor financiering voorgelegd aan een tweetal donoren. Ook is het committeren van
schrijvers en andere woordkunstenaars van start gegaan. Omdat het om een eerste
Caraïbische Letteren Karavaan gaat, is gekozen voor de try-out in een eendaags programma.
De vijf programmaonderdelen zullen op de zaterdag op 20 juni simultaan in het grote
Forumgebouw in uitvoering worden gebracht. Daags na de uitvoering volgt dan de
programmering van de Karavaan in 2027, waarbij lering kan worden getrokken uit de
ervaring in Forum.