blog | werkgroep caraïbische letteren

Beeldenstorm 2020 (1)

door Fred de Haas

In het jaar 2020 spoelde er een golf van vernietiging over monumenten en standbeelden die al of niet te maken hadden met het onrecht dat werd begaan tijdens de kolonisatie door Europese landen als Spanje, Frankrijk, Portugal, Engeland, Duitsland en Nederland.

Orgel in de protestantse Waalse Kerk, Amsterdam – AFBREKEN? /
foto Aart G. Broek

Omdat de meeste mensen zich pas in de loop van de laatste decennia bewust zijn geworden van dat onrecht heeft het enige tijd geduurd voordat de emoties zich ontlaadden op beelden die werden beschouwd als symbolen van onderdrukking en werden gezien als eerbetoon aan de onderdrukkers.
De geschiedenis herhaalt zich. Ook in de 16e eeuw was er een Beeldenstorm waarbij Protestanten hun woede koelden op de heiligenbeelden van de Katholieken. De sporen hiervan zijn nog steeds in sommige kerken te zien, bijvoorbeeld in de Domkerk in Utrecht.

In de volgende beschouwing zal ik me voornamelijk richten op de landen  die het Caribisch gebied hebben gekoloniseerd en wel heel speciaal op Frankrijk waar tientallen monumenten aan de volkswoede ten prooi vielen. Dat ‘het volk’ bij het verrichten van zijn daden niet altijd heeft getuigd van voldoende historisch inzicht zal in de loop van ons verhaal meer dan eens blijken.

George Floyd
Het is geen toeval dat de Beeldenstorm van 2020 voornamelijk werd ontketend door de langzame moord die op 25 mei 2020 door een blanke Amerikaanse politieagent in de uitoefening van zijn functie werd gepleegd op de Afro-Amerikaan George Floyd. Kort na de moord werd in Bristol (Engeland) het beeld van Edward Colston (1636-1721) die geld had verdiend met de handel in ‘slaven’ neergehaald (vooral door een jeugdig publiek) en in de haven van Bristol gedumpt. Het standbeeld van de zwarte activiste Jen Reid werd op de sokkel van Colston gezet, maar vervolgens door de gemeente weer weggehaald.

Gebroeders De Witt – NEERHALEN? / foto Aart G. Broek

Na Colston kwam in Leeds het standbeeld van de Engelse Koningin Victoria (1837-1901) aan de beurt. Het voetstuk  kreeg de tekst mee van o.a.  ‘murderer’ en ‘slave owner’. Ook Winston Chuchill’s beeld in Edmonton werd aangepakt vanwege het feit dat hij zich beledigend had uitgelaten over o.a. Chinezen en Indiërs. Om zijn middel was te lezen ‘Black Lives Matter’ en op de sokkel ‘Was a racist’. In Brussel werd een standbeeld van Leopold II beklad. De man had van 1884-1908 terreur gezaaid onder de Congolezen en had de dood van miljoenen mensen op zijn geweten.
Hoewel het alleszins te begrijpen is dat de meeste mensen de bekladding van het standbeeld zijn ‘verdiende loon’ vonden, waren er ook die afstand namen van dit soort vandalisme. Een Congolees (!) die werd geïnterviewd merkte op dat je dat soort monumenten moest behouden om de volgende generaties wegwijs te kunnen maken in de geschiedenis, of deze nu goed of slecht was. Overigens zette Belgische gemeentes in andere plaatsen hun standbeelden voor alle zekerheid in het museum.
Naar aanleiding van de moord op Floyd werd ook in Lissabon het beeld van Pater Antonio Vieira door activisten met verf bespoten vanwege de toenmalige Portugese kolonisatie van Brazilië. Vieira verdedigde overigens zijn hele leven de rechten van de inheemse bevolking en was fel gekant tegen de slavernij. Hij werd in de Indiaanse taal (Tupí) zelfs ‘Payasú’ genoemd, Grote Vader. Ook verdedigde hij de Joden tegen de Inquisitie. Je mag wel zeggen dat degenen die zijn standbeeld besmeurden geen flauw idee hadden van de persoon van Vieira. Hetzelfde zien we als we het zullen hebben over de Franse politicus Victor Schoelcher en zijn strijd tegen de slavernij.

Inde Barck 1626 – KOLONIAAL ERFGOED VERWIJDEREN? / foto Aart G. Broek

Mikpunten van vandalisme
Als we kijken op wie en waartegen de Beeldenstorm was gericht, doemt er een bont palet aan doelen op: koningen, ministers, presidenten, zakenlui, missionarissen, privépersonen, militairen en ontdekkingsreizigers. Soms vraag je je af wat de reden is waarom een bepaald voorwerp of personage wordt beschadigd. Cervantes is daar een voorbeeld van. De Spaanse ambassadeur protesteerde niet ten onrechte toen de Spaanse schrijver Miguel de Cervantes (1547-1616)  in San Francisco met verf werd besmeurd en verbaal (‘bastardo’) geschoffeerd. Ik kan moeilijk geloven dat de vandalen op de hoogte waren van het feit dat Sancho Panza zich in het beroemde boek van Cervantes (Don Quichotte) minachtend had uitgelaten over zwarte mensen of dat ze wisten dat Cervantes zelf vijf jaar gevangen had gezeten in Algiers.

Stereotypische verbeelding van de zwarte volksvrouw – NAAR DE KELDERS VAN MUSEA ERMEE? /
foto Aart G. Broek

In die tijd werd ook ‘De kleine Zeemeermin’, een 107 jaar oud beeld, geïnspireerd op een sprookje van Andersen met rode verf bespoten. Waarom? De vandalen hadden op het beeld de woorden ‘Racist Fish’ aangebracht. Wie de reden hiervan weet mag het zeggen. Misschien omdat Denemarken een kleine koloniserende rol heeft gespeeld?

De grote daden van Piet Hein
Waarom in Nederland het standbeeld van Piet Hein (1577-1629) in het Rotterdamse Delfshaven werd beschadigd is ook niet erg duidelijk. De activisten die dat deden vonden dat het geld dat Hein had binnengehaald bij de verovering van de Spaanse Zilvervloot, eigendom van de toenmalige vijand van Nederland, gebruikt was om de kas van de Nederlandse kolonisator te spekken! Ja, wie de hond wil slaan vindt wel een stok. Hein was ook nooit betrokken geweest bij enige slavenhandel en was allang overleden voordat de Nederlandse slavenhandel begon. Sterker nog, toen Piet Hein in de haven van San Salvador (Brazilië) een paar Portugese schepen veroverde, liet hij de slaven die in het ruim zaten meteen vrij.
De daden van Piet Hein ‘bennen’ dus best groot en de kinderen mogen zijn liedje best blijven zingen.

standbeeld Johan van Oldenbarnvelt, Den Haag - foto Aart G. Broek
standbeeld Johan van Oldenbarnevelt, Den Haag / VAN Z’N SOKKEL SLAAN? – foto Aart G. Broek

Dat het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) een doel van activisten werd, is, binnen de onbeschaafde context, nog wel te begrijpen. Coen bracht tenslotte 15.000 inwoners van de Banda eilanden om het leven omdat deze zich verzetten tegen de koloniale politiek van de V.O.C. die het monopolie op de handel in nootmuskaat wilde behouden. Met racisme had dit overigens niets te maken.
Ook de aanval op het beeld van Pim Fortuyn (1948-2002) in Rotterdam was onbegrijpelijk. Fortuyn werd beschuldigd van  discriminatie terwijl hij juist op de bres stond voor de verbetering van de positie van moslimvrouwen en niets liever wilde dan dat moslims goed zouden integreren in de Nederlandse samenleving in plaats van een aparte groep te blijven die zich vanwege mogelijk ongelijke en discriminerende behandeling zou blijven keren tegen de maatschappij.

(wordt vervolgd – deel 2)


Oorspronkelijk verschenen in Antilliaans Dagblad, 4 oktober 2021.

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter