blog | werkgroep caraïbische letteren

Bea Vianen overleden

Gisteravond, 6 januari 2019, is in Paramaribo plots in haar slaap overleden Bea Vianen, romanschrijfster en dichter. Zij werd, net als de vorige maand overleden auteurs Michael Slory en Bhai, 83 jaar. Zij geldt als misschien wel de belangrijkste Surinaamse proza-auteur van de jaren ’70.

Bea Vianen in 2008. Foto © Peter Meel

 

door Michiel van Kempen

 

Beatrice Sylvia Vianen, geboren in Paramaribo op 6 november 1935, was decennialang de meest gelezen schrijfster van Suriname – aan beide zijden van de oceaan. Die reputatie bouwde zij vooral op met haar eerste twee romans, Sarnami, hai (1969) en Strafhok (1971), beide verschenen bij de vooraanstaande uitgeverij Querido. In heel haar werk ging het om de problematiek van ingekapseld-zijn en ontsnappen, vrijheid versus onvrijheid. Suriname was alfa en omega van haar werk, maar zij beschreef met buitengewone scherpte de sfeer van benauwenis in haar geboorteland. In haar debuutroman Sarnami, hai (Suriname, ik ben) keert het meisje Sita zich tegen de hindostaanse tradities; zij wil zijn wie zij is en geeft zelfs haar kind op om te ontsnappen naar Nederland. In Strafhok (1971) worstelen verschillende personages om zich staande te houden in een politiek corrupte samenleving, bepaald door een koloniaal verleden en etnische segregatie. Evenals in de roman met de nietsverhullende titel Geen onderdelen (1979) blijken geloofstegenstellingen en vooroordelen struikelblokken op de weg naar het beleven van persoonlijke vrijheid. Voor de internaatsjongens in Ik eet, ik eet tot ik niet meer kan (1972) heeft Bea Vianen geen perspectief weggelegd.

 

De in 1969 verschenen debuutroman Sarnami, hai.

Bea Vianen was van gemengd-etnische afkomst, maar leunde sterk tegen de hindostaanse levenssfeer aan, zoals ook een van haar partners, de schrijver Henk van Teylingen, duidelijk maakte in zijn autobiografische De huilspiraal uit 1996. Zij had niettemin een katholieke opvoeding gekregen en schreef over die vroege wereld van strenge moraliteit het verhaal ‘Nonnen en straffen’, dat verscheen in Avenue van juli 1969 als opmaat tot haar debuutroman (het werd opgenomen in de bloemlezing Verhalen van Surinaamse schrijvers, 1989). Vianen was in 1957 naar Nederland gegaan en leefde sedertdien voortdurend periodes aan beide zijden van de oceaan, afgewisseld met lange reizen door Zuid-Amerika waarvan zij menigmaal berooid huiswaarts keerde.

 

Vianens eerste dichtbundel, Cautal, uit 1965.

 

Zij debuteerde met poëzie en proza in het legendarische tijdschrift Soela (1962-1964) en bracht in 1965 haar eerste boekje uit: de dichtbundel Cautal, ingeleid door de man die in 1957 het startschot had gegeven voor de grote generatie Surinaamse dichters: Trefossa. Cautal bevatte ‘liefdesliederen aan Krishna’, maar in deze eerste gedichten laat zich al de migrantenpsyche zien. Want ook het leven onder Surinaamse migranten in Nederland ontleedde Bea Vianen met een vlijmscherp kartelmes: de in Nederland spelende roman Het paradijs van Oranje (1973) zet Surinamers neer als principeloze materialisten, die ergens tussen twee landen zijn blijven hangen.

 

Bea Vianen op een foto in het speciale Vianen-nummer van De Vlaamse Gids (1978).

De thematiek van vrijheid versus onvrijheid bepaalde ook haar poëzie. Aanvankelijk was die anekdotisch, als in Liggend stilstaan bij blijvende momenten (1974), later steeds sterker associatief, als in Over de grens (1986). Bea Vianen leek de fragmenten van een leven dat steeds sterker  paranoïde kreeg, niet meer bij elkaar te kunnen rapen. Ervaringen van reizen door Zuid-Amerika, jeugdherinneringen aan Suriname en flitsen uit Nederland spelen door elkaar in het nauwelijks te volgen proza van Yo te espero, señora Ramkumari (1979). In de vrijere poëzie konden die levenssplinters soms nog indringende beelden opleveren, zoals in de bundels Op het laatst krijgen wij met z’n allen donderop (1989), Is als het zo ruist een vermogen (1993) en Begraaf mij in dit gruis (2002).

In de jaren ’90 werd Vianen in populariteit voorbijgestreefd door een auteur als Cynthia Mc Leod die haar vizier richtte op het kolonialisme, met historische romans als Hoe duur was de suiker? Vianens romans werden nog wel herdrukt door de uitgeverijen Conserve en In de Knipscheer, maar blijkbaar had het Surinaamse publiek dat worstelde met alle problemen van de onafhankelijk geworden natie niet zoveel meer op met iemand die in haar populairste roman de vrijheid van Nederland had verkozen boven de engte van het eigen land.

In eigen beheer bracht Vianens dochter Kunti Elstak in 2015 nog drie oudere verhalen uit bij gelegenheid van Bea Vianens 80ste verjaardag, onder de titel Een kinderbedje. Het laatste verhaal was een herdruk van het allereerste: ‘Over nonnen en straffen’, de cirkel was rond.

 

 

2 comments to “Bea Vianen overleden”

  • Mooi geschreven Michiel. We zijn een paar keer bij Bea geweest met Els Moor…..Dat waren bijzondere ontmoetingen.

  • Heeft mij op de Hendrikschool in de jaren 60 nog les gegeven.
    Was een vrouw van ongekende schoonheid.

Your response at Wilma van Geemert

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter