blog | werkgroep caraïbische letteren
All posts by Carlet:

Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (2)

door Fred de Haas

Factoren die het gebruik van het Nederlands in Suriname stimuleerden
De Surinaamse assimilatiepolitiek werd flink gesteund door de Creoolse (in Suriname: inwoners van Afrikaanse origine) elite. Omdat er veel Creoolse kinderen in de stad Paramaribo woonden en de meeste Hindustani en Javanen in de buitendistricten, kregen de Creoolse kinderen het Nederlands makkelijker onder de knie dan de kinderen van de twee andere groepen. In de stad werd immers het beste onderwijs gegeven. En de affectie voor het Nederlands in de Creoolse bevolkingsgroep is sindsdien altijd blijven bestaan.

Het onderwijs in het Nederlands werd sterk bevorderd door Bestuur, wetgeving, missie, de kerk, de Sticusa (1955) en de media.

Ferrier
De latere president Ferrier had in zijn proefschrift (1950) al aangegeven dat hij de mening was toegedaan dat de taal met het meeste sociale prestige – in zijn ogen dus het Nederlands – moest worden gebezigd in het onderwijs. Bovendien was het Nederlands de beste keus omdat de keus voor een andere onderwijstaal maar animositeit zou opwekken bij de andere bevolkingsgroepen. Een bijkomend voordeel was dat de Creools-Surinaamse en Hindoestaanse bovenlaag al vertrouwd was met het Nederlands. De heer Ferrier zorgde er ook voor dat er een kleuterklas vóór het basisonderwijs werd opgericht waar de kinderen alvast konden wennen aan het gebruik van de Nederlandse taal, waardoor ze makkelijker het begin van het basisonderwijs zouden kunnen volgen. Voor die kleuterklassen werden speciale leerkrachten opgeleid.

Albert Helman
Ook de Surinaamse schrijver Albert Helman (ps. van Lou Lichtveld, die minister van onderwijs was van 1949-51) zei op een congres in 1956 dat het een conditio sine qua non was dat elke Surinamer minstens één cultuurtaal goed zou moeten kennen. En dat was nu eenmaal het Nederlands.

Standaardnederlands
In 1962 werd er, op initiatief van de Sticusa en de Surinaamse regering, een Taalbureau in het leven geroepen dat zich bezig zou gaan houden met de opleiding in de Nederlandse taal. In 1963 werd er op een congres van taalleraren besloten dat het Standaardnederlands de norm moest blijven. Wel moet worden gezegd dat men tolerant stond ten opzichte van de Surinaamse variaties op het Standaardnederlands. In 1967 kwam er een volledige, gedegen MO-opleiding die veel taalleraren aan het voortgezet onderwijs heeft afgeleverd.

Algemeen Leerplan
In 1965 verscheen het Algemeen leerplan voor het gewoon lager onderwijs in Suriname dat een ‘stabiele tweetaligheid’ beoogde met als doel ‘…enerzijds om de leerlingen uit te rusten tot volledige actieve en passieve deelname aan de eigen Surinaamse cultuur, voor zover die uitdrukking vindt in het Nederlands en anderzijds de leerlingen de sleutel te verschaffen tot de voor hen vreemde Nederlandse cultuur’. Verder zou het Nederlands moeten worden onderwezen als een vreemde taal, een voorschrift waar tientallen jaren de hand mee werd gelicht. Men bleef immers gebruik maken van moedertaalmethodes die uit Nederland werden ingevoerd. Tegen het einde van de 20e eeuw kwam hierin eindelijk verandering.

Venetiaan
De heer Venetiaan, de voormalige president van Suriname stelde in het voortgezet onderwijs het Nederlands en Engels verplicht. De andere talen werden facultatief. In 1974 schreef de heer Venetiaan in een nota dat op lange termijn wellicht het Nederlands als officiële voer- en schooltaal zou worden vervangen door een andere.

Conclusie
Deze geschiedenis maakt duidelijk dat het Nederlands in Suriname betere kansen heeft gehad dan het Nederlands op de Antillen. Het gebruik ervan werd in Suriname aan alle kanten gestimuleerd en de bevolking werd gemotiveerd om zich het Nederlands eigen te maken om goed te kunnen functioneren in de Surinaamse maatschappij en voorbereid te zijn op verdere studie.

[vervolg klik hier]

NAKS revitaliseert Du-theater

Met Forbidden love, een theatervoorstelling, brengt NAKS zaterdag 16 juli het Du-theater naar Suriname. Du-theater was in de slaventijd een zang- en dansspel van verenigingen die overwegend bestonden uit vrije slaven, merendeels vrouwen, onder leiding van een welgestelde vrije vrouw. Du-feesten werden gegeven met toestemming van de slavenmeesters rond Nieuwjaar en Emancipatie.

Opvallend in de Du zijn de prachtige koto’s en angisa’s van de vrouwen en hun banya-dans. Bij banya slingeren de vrouwen heen en weer met gesteven angisa’s in beide handen. In de Du kwam ook toneel voor, waarbij via liederen kritiek werd geuit op de slechte behandeling van slaven. De Du komt nu niet meer voor, wat is overgebleven is de banya-dans die nu nog voor de voorouders wordt gedanst.

NAKS werkt samen met University Edwardsville (SIUE). Vijf Amerikaanse studenten zijn, samen met hun begeleider Kathryn Bentley en een assistent-onderzoeker, in Suriname om het Du theater te onderzoeken. Zij zullen aan het eind van hun onderzoek een mini-Amerikaanse versie van het Du-theater presenteren aan het Surinaamse publiek. In samenwerking met NAKS-leden en externe experts wordt de groep studenten vanaf 4 juli getraind.

De voorstelling vindt zaterdag 16 juli plaats om 18.30 uur ‘s avonds in het CCS aan de Henck Arronstraat.

[uit Starnieuws, 13 juli 2011]

SRD 100.000 voor schilderen schouwburg CCN

Paramaribo – Ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Hakrinbank biedt de financiële instelling in samenwerking met Varossieau Suriname de schouwburg van het Cultureel Centrum Nickerie (CCN) een schilderbeurt aan. De schouwburg neemt een belangrijke plaats in het district in, vooral bij het organiseren van culturele activiteiten en shows.

“We willen het stenen gebouw in de Van Pettenpolder in een nieuw jasje aanbieden aan de gemeenschap van Nickerie”, zegt Jim Boussaid, algemeen directeur van de Hakrinbank. Hij was vorig week in Nickerie om het heugelijk feit te vieren. “We zijn nog bezig met het opmaken van een begroting. De inschatting is dat het project ons bijkans SRD 100.000 zal gaan kosten,” zegt de bankdirecteur. Volgens hem ziet het oude gebouw er van binnenuit prachtig uit, maar is de buitenkant niet zo fraai. Voor het realiseren van het project heeft de bank contact gelegd met de WiNGroep, die het beheer voert over het gebouw.

“Een prachtig initiatief, wanneer de Hakrinbank in samenwerking met Varossieau dit project voor ons wil uitvoeren,” was de eerste reactie van Antoine Elias, voorzitter van de WiN-Groep. Namens de gemeenschap van Nickerie bedankte Elias de bankdirecteur voor de toezegging. De bank heeft eerder projecten uitgevoerd in het westen van het land. Boussaid blikte terug op de bouw van de tribune op het Volksplein. Ter gelegenheid van de viering van het 35-jarig bestaan van het filiaal in Nickerie vorig jaar, zijn er plaatsnaamborden geschonken. Daarnaast heeft de bank een aantal grote projecten gefinancieerd in Nickerie. “Wij willen een bijdrage leveren aan de vooruitgang van de samenleving, vandaar dat wij veel sociale en andere projecten ondersteunen.”

[uit de Ware Tijd, 13/07/2011]

Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (1)

door Fred de Haas

Het valt over het algemeen iedereen op dat Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen. Dat komt natuurlijk niet omdat Surinamers intelligenter zouden zijn, maar omdat de geschiedenis van het Nederlandse taalonderwijs in Suriname een andere is dan die op de voormalige Nederlandse Antillen.

In dit artikel wil ik in het kort ingaan op de oorzaken die ten grondslag liggen aan de moeilijkheden die gepaard gaan met het zoeken naar een onderwijstaal in twee van de voormalige koloniën van Nederland: Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen. Ik zal hierbij putten uit geschreven en – actuele – gesproken bronnen

Het Nederlands in Suriname
We zullen de lange en moeizame geschiedenis van het taalonderwijs tussen 1667 (het begin van de Nederlandse kolonisatie van Suriname) en 1954 (het Statuut) overslaan. We volstaan hier met te vermelden, dat de Nederlandse kolonisatoren het aanvankelijk niet belangrijk noch gewenst vonden dat het Nederlands zich al te zeer verbreidde buiten de elitaire kaste van bestuurders en plantagemanagers. Maar ze konden dit proces echter niet tegenhouden omdat de planters kinderen gingen verwekken bij Afrikaanse vrouwen. En die kinderen – vrije mulatten – gingen Nederlands spreken om zich te onderscheiden van de onvrije Afrikanen.

Het onderwijs
Het Nederlandse Bestuur had twee eeuwen lang geen belangstelling voor enige vorm van gestructureerd onderwijs. De koloniale overheid in Suriname heeft pas vanaf het laatste kwart van de 19e eeuw het onderwijs goed ter hand genomen en vanaf die tijd een constante assimilatiepolitiek gevoerd: het Nederlands werd boven de andere talen verplicht gesteld en gepromoot. Dat is te begrijpen omdat men een gemeenschappelijke taal moest hebben die de communicatie tussen de verschillende taalgroepen in Suriname mogelijk maakte. In Suriname sprak men het Sranan Tongo (een Creoolse taal op voornamelijk Engelse basis), het Saramaccaans (een Creoolse taal met veel Engelse en Portugese invloeden), Indiaanse talen, het Sarnami-Hindustani, het Javaans en het Chinees. De laatste drie talen zijn meegekomen met de contractarbeiders.

Dat is een taalsituatie die dus sterk verschilde met die op de Antillen waar men maar één Creoolse taal sprak: het Papiaments.

[vervolg klik hier]

Dwight Isebia – Wardando karta

Lantando tur maínta
for di kama, pa sinta pensa
kiko hasi hinter día,
lugá di tira bista riba kaya,
wak auto pasa y hende kana,
wardando un bendita karta,
ku aínda no tin fin di yega,
El a hasta haña gana
di kwe piedra pa bai benta,
kibra bentana di bisiña,
ku a tribi di bisa su amiga,
ku ta mihor e kibra kunele,
pasobra damsita asina bunita,
lo por a haña hòmbu fasilmente
pa dunele renchi ku diamante,
loke su frèi pober y desempleá
no por kumpra pa regalele:
Pero el a pensa, y maske ya
e tabatin piedra den su man,
a disidi di no bai kibra mas
ku loke el a kibra kaba,
y sigui warda numa riba karta,
tirando bista riba kaya,
wak auto pasa y hende kana

Huwelijk volgens Winti-religie erkend

Na een traject van zes jaar telt Suriname voor het eerst twee huwelijksambtenaren die huwelijken kunnen inzegenen volgens de Winti-religie. Juliën Zaalman (foto links) en Kortencia Sumter-Griffith, beiden ambtenaar, hebben de cursus tot huwelijksambtenaar met succes doorlopen en mogen nu op de traditionele Winti-wijze huwelijken inzegenen.

Beiden waren voorgedragen door de stichting Tata Kwasie Ku Tata Tinsensi de binding met jezelf en het uiterlijke). Na twee weken van intensief les volgen mochten zij op 8 juli met nog 25 anderen van verschillende religiën hun certificaat in ontvangst nemen in de trouwzaal van het CBB.
Het toegelaten worden is niet zonder slag of stoot gegaan. Volgens Zaalman moest de minister van Binnenlandse Zaken, Soewarto Moestadja, ervan overtuigd worden dat er in de gemeenschap grote behoefte bestaat naar erkenning van de Winti-religie. Uiteindelijk gaf de minister toestemming.

Kortencia Summer-Griffith, zelf gehuwd voor de Evangelische Broedergemeente, ziet twee mooie dingen in de Winti-religie. “Vaak denkt men aan bonu en winti terwijl het gaat om het geven van een handvat aan mensen, om licht door het leven te gaan. Een leven zonder haat en wrok.”
Winti is een van de eerste geloofsovertuigingen in Suriname, zegt Zaalman. Hij vindt het jammer dat de overheid deze religie lange tijd ondergewaardeerd heeft. Met deze acceptatie heeft er volgens hem erkenning plaatsgevonden.

Zaalman, die zelf ook volgens Winti-traditie is gehuwd, is ervan overtuigd dat geloven via de Winti-principes de mens onderricht in het hebben en krijgen van zelfvertrouwen, innerlijke rust bewerkstelligt en zekerheden biedt in het leven. Ook meent hij dat de huidige Winti-religie momenteel “op basis van koloniale inzichten” is beschreven. Daar wil hij verandering in brengen. Hij is van plan de minister van Onderwijs te benaderen voor herziening van het curriculum. Ook hoopt hij erop Winti-vertegenwoordigers worden toegelaten tot de Inter Religieuze Raad van Suriname (IRIS).

[uit Starnieuws, 13 juli 2011]

‘Theo Bean was een sociaal, diep bewogen mens’

door Harold Biervliet

Toen Emile Wijntuin, oud-parlementsvoorzitter van de Republiek Suriname onlangs in Nederland op bezoek was bij zijn vriend en partijgenoot Theo Bean, kreeg hij de schrik van zijn leven. “Hij was nog maar een schim van de man die ik vroeger gekend heb.”

Een jarenlang gevoelde diepe heimwee naar zijn geboorteland Suriname had de eens zo robuuste en stoere (strijd)makker en medeparlementariër van Wijntuin geknakt.

Schreeuw om hulp
Weken daarvoor had Theo Bean per ‘smeekbrief’ zijn oude partijvrienden en anderen in Suriname laten weten dat hij kapot ging aan het almaar groeiende verlangen naar zijn geboortegrond. “Un’ yep’ mi! Heimwee e kir’ mi”, luidde zijn schreeuw om hulp richting Suriname, – het land dat hij zo lief had. Het land ook dat hij op smadelijke wijze, vernederd en belasterd, moest verlaten omdat hij, volgens de militaire machthebbers, in 1980 een tegencoup zou hebben beraamd.

“Bos’ a kondre dyi mi”, zei hij tegen Wijntuin bij diens vertrek. Woorden die na de dood van Theo Bean “diep blijven nagalmen”, volgens de erevoorzitter van de Progressieve Surinaamse Volkspartij (PSV). Namens die christen-democratische partij zat Bean van 1973 tot 1980 als volksvertegenwoordiger in de Staten van Suriname (die na de onafhankelijkheid in 1975 werd omgedoopt tot Parlement van de Republiek Suriname).

Angry young man
Marius Theodorus Johannes Bean (geboren 30 januari 1941 in Paramaribo) was één van de ‘angry young men’ die beginjaren ’70 de politiek ingedutte PSV nieuw elan wilden inblazen. “Een rooms-katholieke jongen van Combé”, die als jong onderwijzer vol overgave zijn diensten gaf aan de Surinaamse jeugd, – van de Aloysius tot de Pascalis en de Louiseschool aan toe.

Behalve als leerkracht en politicus was hij ook actief als ‘kader-’ en bestuurslid van de Katholieke Onderwijzersbond (KOB). Daarnaast was Bean ook dichter die onder het pseudoniem Tejo mooie verzen schreef. Vrienden en kennissen voelden zich vereerd als ze op hoogtijdagen een gedicht van Tejo mochten ontvangen. Na de Bijlmerramp redigeerde hij Een gat in mijn hart: een boek gebaseerd op tekeningen en teksten van kinderen na de vliegramp in de Bijlmermeer van 4 oktober 1992 (1993).

Sociaal bewogen
Toen hij ruim 30 jaar terug Suriname verliet, zwoer Bean niet eerder terug te zullen keren naar zijn vaderland dan wanneer “gerechtigheid is geschied”. Het mocht niet zo zijn. Theo Bean, volgens Wijntuin “een sociaal diep bewogen mens”, stierf op 2 juli 2011 ten gevolge van een tragisch ongeval. Hij werd 70 jaar oud.

[RNW, 12 juli 2011; tekst aangevuld door red CU]

Men United: uitspraken Asabina “zeer onsmakelijk”

door Gloria Bottse

Paramaribo – “Zeer onsmakelijk en als een messteek in de rug.” Dat is de reactie van Kenneth van Emden, voorzitter van Suriname Men United (SMU), op uitspraken van BEP-parlementariër Ronny Asabina. Die bestempelde maandag, tijdens de DNA-vergadering, homoseksualiteit als een “afwijking” en “ziekte”. “Uitspraken die DNA-leden doen moeten gebaseerd zijn op de wet en niet vanuit persoonlijke opvattingen”, meent Van Emden. “Door zulke persoonlijke opvattingen te ventileren als DNA-lid maak je mensen monddood.”

Verder noemde Asabina het erkennen van homohuwelijken een ‘Europese epidemie’. De SMU, een belangenvereniging voor homoseksuele mannen, zal een brief richten aan Asabina om “onze ongenoegen kenbaar maken over zijn persoonlijke mening geuit in de Assemblee”. Ondanks de uitspraken van Asabina is Van Emden blij dat de discussie nu ook in het Surinaams parlement wordt gevoerd. “Want ook de homogemeenschap maakt deel uit van deze samenleving. BEP staat voor ‘broederschap en eenheid’. Waar is dan die broederschap naar die homobroeder? En met zulke uitspraken zorg je voor verdeeldheid in de samenleving.”

Van Emden adviseert Asabina zich meer te verdiepen in de materie en dan zal hij “ongetwijfeld tot de ontdekking komen” dat er binnen de Marrongemeenschap ook homoseksuelen zijn. “Deze worden echter verstoten en uitgesloten en worden op deze wijze gedwongen hun seksuele geaardheid geheim te houden met alle gevolgen van dien” aldus Van Emden.

Ook vindt hij dat Asabina zich als parlementariër beter moet laten informeren aangezien de WHO al in 1990 homoseksuualiteit van de lijst van ‘geestesziekten’ heeft geschrapt. En behoeft dan ook ‘geen genezing’. Van Emden: “Wat men goed moet begrijpen, is dat het geen knop is die we aan en uit doen maar dit aangeboren is. Wij hebben recht op het kiezen van onze partner. Don’t judge me, but know me.”

[uit de Ware Tijd, 12/07/2011]

Claudett de Bruin – letterlijk hersenspinsel

mijn neef is een nicht
en mijn nicht is een pot
allebei onder vuur
want die tori is hot

diep in de kast
zijn ze niemand tot last
maar nicht wil ook even
op stap met zijn neven
en die pot wil ook eens
naar de schuur.

goede raad is duur
wat is nep en wat is puur.
is het goed wat je doet
is het nodig dat je boet
voor vrolijk, vrolijk
vrolijk zijn.

(N.a.v. de discussie over homorechten in De Nationale Assemblee op 12 juli 2011)

The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature

 

International Conference on Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature

September 15-17, 2011

University of California, Berkeley

Dutch literature is more than just literature about a tiny piece of land at the estuary of the Rhine. From the Caribbean to Southern Africa, from Southeast Asia to Western Europe, the Dutch language forms a common bond in a literature that was and is deeply marked by intercultural connections. In recent decades, considerable attention has been given to Dutch colonial and post-colonial literature, but the importance of intercultural connections within the Dutch colonial network has been neglected. What were the cultural and literary networks between Batavia, Galle, Nagasaki, and the Cape Colony? How did the slave trade connect authors in Willemstad and Paramaribo with Gorée and Elmina at the African West Coast? How did Jewish communities link Recife in Dutch Brazil to New Amsterdam on the American East Coast? And how did Amsterdam, Leiden or The Hague function as intellectual intermediaries between the Netherlands and its colonies?

This pluricentric perspective on Dutch literature remains relevant in modern times. After the colonial era ended, the Dutch language continued to produce literature that fostered intellectual bonds between the Caribbean, Southeast Asia, South Africa, and Western Europe. These intercontinental contacts were even intensified and grew in diversity when, three centuries after the first Dutchmen ventured out into the wide world, the world came to the Netherlands. Inhabitants of the former colonies first, followed by immigrants and refugees, transformed the Dutch literary landscape to the point that an international perspective on Dutch literature has become a necessity.

Organizing Committee

• Jeroen Dewulf | University of California, Berkeley

• Michiel van Kempen | Amsterdam University, the Netherlands

• Olf Praamstra | Leiden University, the Netherlands

• Siegfried Huigen | Stellenbosch University, South Africa

Conference Program

Thursday, Sept. 15:

2-3pm: Meeting at the lobby of the Berkeley City Club Hotel. Guided tour on the UC Berkeley campus by Jeroen Dewulf, Queen Beatrix Professor.

3-5pm: Guided visit to the UC Berkeley Doe Library by James H. Spohrer, Librarian for Berkeley’s Germanic Collections, followed by a visit to the UC Berkeley Bancroft Library, where a selection of Berkeley’s rare books collection dealing with the Dutch colonial expansion will be presented by Anthony Bliss, Berkeley’s Rare Books and Literary Manuscripts Curator.

5-6pm: Coffee break at the Free Speech Café.

6-7pm: Introductory lecture by Dutch-Aruban author Giselle Ecury Steps in History, Paces in Personal Lives: A Post-Colonial Family History from Aruba at the Institute of European Studies. Introduction by Michiel van Kempen (University of Amsterdam).

Friday, Sept. 16:

Faculty Club, Seaborg Room.

9-9.30am: Inauguration of the conference by Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley): Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature.

Presentations Section 1. Chair Michiel van Kempen.

9.30-10am: Danny L. Noorlander (Georgetown University, Washington D.C.). The Reformed Churches of the Netherlands and the Regulation of Religious Literature in the Seventeenth-Century Dutch Atlantic World.

10-10.30am: Barry Stiefel (College of Charleston/Clemson University, SC). A Press of Many Tongues: The Globalization of Dutch Jewish Literature during the Seventeenth and Eighteenth Centuries.

10.30-11am: Coffee Break.

Presentations Section 2. Chair Olf Praamstra.

11-11.30am: Manjusha Kuruppath (Leiden University, the Netherlands). When Vondel Looked Eastwards: A Study of Representation and Information Transfer in Joost van den Vondel’s “Zungchin” (1667).

11.30-12pm: Jacqueline Bel (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Nationalism and Postcolonial Literature from the Dutch colonies in the Netherlands: Noto Soeroto, Albert Helman, Anton de Kom, and Cola Debrot.

12-2pm: Lunch

Presentations Section 3.

2-2.30pm: Wilma Scheffers (The Hague, the Netherlands). Everything Starts with Knowledge: A Voice of Humanity in Colonial Times. W.R. van Hoëvell 1812-1879.

2.30-3pm: Rudolf Mrázek (University of Michigan). Beneath Literature? Imprisonment, Universal Humanism, and (Post)Colonial Mimesis. The Internment Camp Boven Digoel in New Guinea.

3-3.30pm: Coffee Break.

Presentations Section 4. Chair Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa).

3.30-4pm: Michiel van Kempen (University of Amsterdam). Complexities of canonization in former colonies.

4-4.30pm: Olf Praamstra (Leiden University, the Netherlands). A World of Her Own, the Eurasian Way of Living and the Balance Between East and West in Maria Dermoût’s Novel “The Ten Thousand Things”.

4.30-5pm: Pamela Pattynama (University of Amsterdam, the Netherlands). A Transnational Perspective on Marion Bloem’s Indo-Dutch Narratives.

Special evening program in the Berkeley City Club – Drawing Room – offered by the Netherlands America University League in California.

7.30pm: Welcoming by Em. Queen Beatrix Professor Johan Snapper (University of California, Berkeley).

7.45pm: Introduction to the speaker by Queen Beatrix Professor Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley).

8-9pm: Keynote lecture by Dutch author Adriaan van Dis: Squeezed between Rice and Potato: Personal Reflections on a Dutch (Post-)Colonial Youth.

9–10pm: Wine and Cheese Reception.

Saturday, Sept. 17

Faculty Club Seaborg Room

Presentations Section 5. Chair Olf Praamstra.

9-9.30am: Christine Levecq (Kettering University Flint, MI). The Cultural Hybridity of the Dutch-Ghanaian Minister Jacobus Capitein.

9.30-10am: Adéle Nel and Phil van Schalkwyk (North-West University, South Africa). The Early Cape Colony: Karel Schoeman and/on Relationality.

10-10.30am: Luc Renders (University of Hasselt, Belgium). Better Than the Original: Christianity in Afrikaans Literary Texts by Colored and Black South African Authors.

10.30-11am: Coffee Break

Presentations Section 6. Chair Michiel van Kempen.

11-11.30am: Ena Jansen (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Similar Pasts Remembered: South African and Dutch Caribbean Slavery Novels.

11.30-12pm: Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa). New Batavians and Orientalist Philology: Historiography in François Valentyn’s “Oud en Nieuw Oost-Indiën” (1724-6).

12-12.30pm: Lodewijk Wagenaar (University of Amsterdam, the Netherlands). A Theatrical Reflection of Colonial Relations in Dutch Ceylon: The 18th-Century Reports on the Annual Apparition of Cinnamon Peelers with the Dutch Governor in Colombo.

12.30-2.30p: Lunch

Presentations Section 7. Chair Siegfried Huigen.

2.30-3pm: Britt Dams (Ghent University, Belgium). Writing to Comprehend: The Role of Intertextuality in Johannes de Laet’s “Iaerlyck Verhael” on Dutch-Brazil.

3-3.30pm: Paul Hollanders (University of Amsterdam, the Netherlands). ‘Animus Revertendi’ versus ‘Animus Manendi’. The Will to Return versus the Will to Stay in Dutch Colonial Literature Applied to Colonists in Late 18th Century Surinam.

3.30-4pm: Hilde Neus (Paramaribo, College of Education). From Belle van Zuylen to Gertrude Stein, building modern literature.

4-4.30pm: Coffee Break

Presentations Section 8. Chair Jeroen Dewulf.

4.30-5pm: Florencia Cornet (University of South Carolina). 21st Century Curaçaoan Women Writers: Re-visiting, De-stabilizing and (Re) imagining the Kurasoleña.

5-5.30pm: Nicole Saffold Maskiell (Cornell University, NY). Bequeathing Bondage: Slave Networks in the Dutch Atlantic.

6-7.30: International premiere of the film on the life of the Dutch-Surinamese writer Edgar Cairo: ‘I Will Die for Your Head’ by Cindy Kerseborn. Introduction by Michiel van Kempen and Cindy Kerseborn. Room Dwinelle 142.

7.30-9pm: Wine and Cheese Reception offered by the Dutch Consulate in San Francisco. Room Dwinelle 370.

Any information, please contact jdewulf@berkeley.edu

Sanne Landvreugd en Cindy Kerseborn

Horb is vermoord

door Theo Para

Roy Horb, de in ongenade gevallen tweede man van het toenmalige Militaire Gezag, is vermoord. De lezing van het militaire regime dat Horb zich op 2 februari 1983 in zijn cel in Fort Zeelandia ‘met het koord van zijn onderbroek aan een spijker’ had verhangen blijkt gelogen. Horb zou eerst met behulp van ‘een arts’ om het leven zijn gebracht, daarna hingen zijn moordenaars hem met een koord op aan een spijker in de muur van zijn cel.

De getuigenis van oud-politieofficier Herman Doorson liet er geen misverstand over bestaan. De voormalig politieman verscheen op 8 juli als getuige à décharge voor de Krijgsraad in het 8 december strafproces. Dat Doorson als ‘vriend van Bouterse’ deze onthullende verklaring aflegde draagt bij aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van zijn versie van de noodlottige epiloog van de decembermoorden van 1982.Bouterse en zijn groep wilden met de brandstichtingen, folteringen, decembermoorden, mediaverboden en afschaffing van verkiezingen niet alleen afrekenen met de democratische volksbeweging, zij wilden ook andersdenkenden binnen hun regime liquideren. In het boek Decembermoorden in Suriname. Verslag van een ooggetuige (1983) liet Horb zijn getuigenis optekenen door ex-minister Jan Sariman. Hij vertelt daarin dat hij door Bouterse ‘werd gedwongen’ mee te doen aan de moorden op 8 december 1982. De ‘Leider van de Revolutie’ wilde van hem af omdat hij zich niet kon vinden in de koers richting een ‘linkse’ totalitaire staat in Suriname. Om hem te compromitteren liet Bevel, Horb op de televisie met de aangeslagen journalist Jozef Slagveer verschijnen.

Slagveer las onder geweldsdreiging een valse zelfbeschuldigende verklaring voor waarin de gearresteerden van 8 december 1982 van een staatsgreep en samenzwering met buitenlandse machten werden beschuldigd. Ook André Kamperveen, een ander 8 decemberslachtoffer, moest zo een valse verklaring voorlezen. Hij verscheen niet op de televisie, slechts op de radio was zijn gebroken stem te horen. Pas veel later, in een zitting van het 8 december strafproces, zouden filmbeelden van zijn verklaring worden vertoond. Op die beelden, die op 8 december 1982 in het Fort Zeelandia waren geschoten, was ook zijn verhoorder te zien: Desi Bouterse. Voor de goede verstaander was daarmee de hoofdverdachte op heterdaad betrapt, hij was wel in het Fort tijdens de folteringen en moorden. Toen de VN rapporteur voor de mensenrechten mr. Amos Wako verhaal kwam halen bij de legerleiding was het duidelijk in welke schoenen de schuld zou worden geschoven. Sgt. Majoor Zeeuw, toenmalig ondercommandant van de Militaire Politie en vertrouweling van Bouterse, vertelde volgens de rapportage van Wako het volstrekt ongeloofwaardige verhaal dat ‘een soldaat’ met een ‘Bren gun’ plots begon te schieten op de ‘gevangenen’, omdat hij ‘waarschijnlijk ten onrechte dacht dat ze zouden vluchten’. Op de vraag wie de soldaat dan wel niet was, zei hij dat het een ‘dienstplichtig soldaat’ betrof ‘die alleen majoor Horb kende’. Zowel naar verklaringen van Zeeuw, kapt. Graanoogst, als lt. Gorré was alleen (!) Horb in Fort Zeelandia. En Horb was er niet meer. Maar Horb was voorzienig en liet deze getuigenis optekenen: ‘Als ik mocht doodgaan bij een verkeersongeluk, door verdrinking of wat dan ook, weet één ding: ik ben vermoord. Vermoord door Desi en zijn bende.’

Meineed als ‘geheugenverlies’

Irwin Kanhai, advocaat van de hoofdverdachte, was als PALU-kaderlid in 1982 militant van de ‘revolutie’, lees de militaire dictatuur. Hij verdedigt met de hoofdverdachte ook zijn eigen politieke biografie. De ethische gedragscode van advocaten vraagt om onafhankelijkheid van de advocaat in relatie tot zijn cliënt en diens belangen. Bij Kanhai lijkt die onafhankelijkheid zoek, niet alleen vanwege zijn politieke affiliatie met de hoofdverdachte, maar ook vanwege zijn meer politiek-ideologische, dan juridische strategie in de rechtszaal. Kanhai tracht met juridische middelen de desinformatie en lastercampagne van het toenmalige militaire regime tegen zijn slachtoffers en de laffe, valse alibiverhalen van de hoofdverdachte legitimiteit te verschaffen. Hij tracht de leugen dat de decembermoorden het antwoord waren op een dreigende invasie en staatsgreep, waaraan de slachtoffers zouden hebben deelgenomen, kredietwaardigheid te verschaffen. Maar de decembermoorden waren geen antwoord op een dreigende invasie, zij waren als volkenrechtelijk misdrijf tegen de menselijkheid juist aanleiding tot overwegen van een buitenlandse humanitaire interventie. Kanhai poogt slachtoffers en daders met elkaar te verwarren. Maar het is zoals de OAS in haar rapport over de decembermoorden stelde: ook al waren de slachtoffers voornemens een staatsgreep te plegen, dan nog rechtvaardigt niets het martelen en zonder vorm van proces executeren van ongewapende mensen. Soerendre Rambocus en Jiwan Sheombar werden zelfs uit hun gevangeniscellen in Santo Boma gehaald om hen op Bastion Veere dood te schieten. Wat Kanhai tracht te verhullen is dat de decembermoorden onderdeel waren van een totalitaire machtsgreep, waarvan hij en zijn politieke partij ruimschoots hebben geprofiteerd. Uit de kruitdampen van 8 december 1982 verscheen splinterpartij PALU in de totalitaire regering van 1983 als partij met de meeste ministersposten en het premierschap.Met Doorson trachtte onze politieke advocaat weer het invasiefabeltje iets van geloofwaardigheid te verschaffen. Hij had daarbij, ongetwijfeld tot zijn ergernis, niet alles in de hand. Want naast de ontboezeming over de moord op Horb, verklaarde deze ‘vriend van Bouterse’ ook nog dat oud vakbondsleider Fred Derby, anders dan Bouterse beweerde, geen ‘mol’ van het militaire bewind was en dat het ‘op de vlucht neergeschoten’ verhaal van bevelhebber Bouterse niet waar was. Deze toenmalige politieofficier was gedetacheerd bij Procureur Generaal R.Reeder, die hem na de decembermoorden vroeg gegevens te verzamelen omdat mogelijk strafbare daden waren gepleegd. Er werden geen mensen verhoord. Bovendien kreeg hij na de dood van Horb van de PG te horen dat hij ook met dat gegevens-verzamelen moest stoppen. Doorson zei nadrukkelijk dat het niet om een onderzoek en zeker geen strafrechtelijk onderzoek ging. De bewering van Bouterse, veel later, dat er onder zijn bewind na 8 december 1982 onderzoek was verricht, maar dat het was kwijtgeraakt, was dus de zoveelste leugen. Ook in het rapport (1985) van Wako vinden we daarvan de bevestiging. De VN rapporteur schreef dat ‘Lt.Kol. Bouterse’ tegenover hem had verklaard dat ‘er geen poging is ondernomen om een onderzoek naar de gebeurtenissen in te stellen.’ Doorson maakte van zijn verzamelde gegevens een dossier in drievoud. Twee exemplaren bewaarde hij op het kantoor van de PG en een gaf hij vertrouwelijk – ‘een vriendendienst’ – via toenmalig directeur Jozef Brahim in bewaring bij De Surinaamsche Bank. Ter zitting bleek dat alle drie exemplaren waren verdwenen. ‘Een groot raadsel’ zei getuige Jozef Brahim, die vertelde dat in 1993, toen hij met pensioen ging, het bankexemplaar er nog was. Toen de rechters aan getuige Doorson vroegen wat hij zich kon herinneren van zijn gegevens, zei hij dat hij zich had aangeleerd na een ‘zware zaak’ de gegevens uit zijn geheugen ‘te wissen’, want ‘anders word je gek’. Voor een ieder met enige kennis van de werking van het menselijke geheugen is die bewering lariekoek. De hersenen zijn geen computer. Treffend gebruikte auditeur-militair Roy Elgin het begrip ‘delete’ voor de ongeloofwaardige pretentie van de getuige. Maar het delete-knopje van Doorson werkte selectief. Want hij wist wel zich te herinneren dat in het dossier ‘90% harde informatie was dat Nederland Suriname zou binnenvallen’. Derby zou dat aan Horb gezegd hebben. Nee, hij herinnerde zich geen details, ook wist hij geen namen, geen gebeurtenissen, geen feiten, alleen van-horen-zeggen. Horb en Derby zijn er niet meer, het dossier is foetsie, we moeten het dus alleen doen met het delete-geheugen van de ‘vriend van Bouterse’. Dat deze getuige buiten zijn rol ging van vertolker onder ede van wat hij heeft waargenomen, bleek uit zijn verdachtmaking (www.caribiana.nl) dat het exemplaar uit de kluis van de bank mogelijk is weggehaald door de Nederlandse ambassade of door Ilse Labadie, voorzitster van de Organisatie voor Gerechtigheid en Vrede, die toen bij de bank werkte. Zowel Nederland als de nabestaandenzouden er baat bij hebben dat informatie over de ‘invasieplannen’ niet naar buiten zouden komen. De getuige verraadde hiermee niet alleen zijn partijdigheid, hij laadde ook de verdenking op zich de dief te zijn die roept ‘houdt de dief’. Want behalve Jozef Brahim en Herman Doorson wist niemand anders van het exemplaar in de bankkluis en de afspraak was dat alleen als de laatste erom vroeg het uit de kluis zou worden gehaald. En waarom heeft Doorson, toen midden jaren negentig bleek dat het exemplaar uit de bankkluis was verdwenen, geen onderzoek naar de verdwijning laten instellen?! In 1997 werd hij door het regime Bouterse-Wijdenbosch benoemd tot hoofd van de Centrale Inlichtingen Dienst (CID). Zijn ‘vriend’ en naar het unanieme verhaal van alle ooggetuigen de opdrachtgever van de decembermoorden, had alle belang bij de verdwijning van het dossier en waarom zou de gecompromitteerde Doorson zijn Baas daarbij niet van dienst zijn?! Als het gaat om zijn getuigenissen à décharge marcheert Doorson in de parade van pro-Bouterse-getuigen die meineed vermommen als ‘geheugenverlies’. Maar ook om andere reden is Doorson- die terloops, in lijn met de leugens van Bouterse en Kanhai, alle schuld in de schoenen van de nu overleden Paul Bhagwandas tracht te schuiven – als getuige à décharge onbetrouwbaar. Het NRC Handelsblad van 17 mei 1997 citeerde uit een vertrouwelijk proces-verbaal van de Haagse regionale criminele inlichtingendienst dat ‘H.C.E. Doorson, die in het dagelijks leven bij het korps politie Suriname werkt als inspecteur een cocaïnelijn heeft opgezet. Doorson zou een koelvrieshuis hebben in het bedrijf NV Doroe in Suriname alwaar cocaïne geprepareerd zou worden in bevroren vis, bestemd voor Nederland. Doorson heeft zakelijke belangen met Lowes en Bouterse.’

Heropening onderzoek

De justitiële autoriteiten in Suriname moeten op straffe van verlies van geloofwaardigheid onmiddellijk het onderzoek naar de dood van Roy Horb heropenen. Doorson moet worden verhoord, terwijl ook de ‘arts’ die mogelijk op flagrante wijze zijn medische eed en de mensenrechten heeft geschonden flink aan de tand moet worden gevoeld. Gezien de huidige ongunstige politieke omstandigheden, waarbij de hoofdverdachte president is, is internationale betrokkenheid bij het onderzoek belangrijk voor borging van procedural justice en de geloofwaardigheid van de onderzoeksresultaten. De Surinaamse staat is deze inzet tot waarheidsvinding verplicht aan de Surinamers en de collega’s, vrienden en nabestaanden van Roy Horb.

10-07-2011

‘Vrienden van OIS’ ondersteunen de strijd van het Inheems volk

De strijd van de Inheemsen van Suriname is nog niet gestreden. De situatie van deze Surinamers is triest te noemen. Suriname als 17e rijkste land ter wereld zou zich moeten schamen voor de manier waarop er wordt omgesprongen met de rechten van deze groep.

Meer dan 500 jaren na de ontmoeting met de westerse wereld, meer dan 30 jaren na de onafhankelijkheid van Suriname, kijken wij als Inheemsen nog steeds uit naar de verbetering van onze positie in de Surinaamse samenleving.

Hoe ironisch klinkt het dat jaar in jaar uit belangrijke issues deze groep rakende steeds terzijde worden geschoven, terwijl andere delen van de Surinaamse samenleving alles (o.a. alle gronden). Hebben wij geen recht op goede huisvesting, toegang tot adequate gezondheidszorg, gedegen scholing, kortom een menswaardig bestaan?

Het vraagstuk met betrekking tot de erkenning van grondenrechten, hoe moeilijk is dat om op te lossen? Kan iemand ontkennen dat deze groep afstamt van de oorspronkelijke bewoners van dit land, van Suriname? Een ontkenning hiervan zou strafbaar gesteld moeten worden.

Wij als Vrienden van de OIS (Organisatie van Inheemsen in Suriname, opgericht in 1992 door Noldus Jubithana) zijn begaan met het lot van onze Surinaamse broers en zussen die elke dag weer onder erbarmelijke omstandigheden moeten (over)leven. Wij kunnen ons daarom 100% terugvinden in de doelen die deze organisatie zich heeft gesteld n.l.:
a. het bevorderen van de ontwikkeling en positieverbetering van de oorspronkelijke bewoners van Suriname;
b. het bijdragen tot de bescherming van de eigen identiteit van de Inheemsen in Suriname met behoud van cultuur, zeden en gewoonten;
c. het bevorderen van de eenheid en de samenwerking tussen Inheemsen onderling en alle andere individuen en groepen;
d. het vertegenwoordigen van haar leden tegenover de totale nationale en de internationale gemeenschap.

Het is tijd om het belang van de OIS in te zien en de ondersteuning hieraan te geven zodat de gestelde doelen verwezenlijkt kunnen worden. Wij dragen alle andere vrienden van de OIS een warm hart toe en verwelkomen hen op onze Facebook pagina. Regelmatig worden berichten omtrent de progressie van de OIS geplaatst op deze netwerksite. De OIS maakt zich op voor betere tijden en een betere vertegenwoordiging van de Inheemsen in Suriname. Wij roepen de beleidsmakers op om niet te blijven uitstellen en de issues van het Inheemse volk op te lossen en ook hen een menswaardig bestaan te garanderen. Als ‘Vrienden van OIS’ houden wij een vinger aan de pols en zullen erop toezien dat de doelen daadwerkelijk bereikt worden.

De Vrienden van OIS
e-mail: vrienden_van_ois@yahoo.com,
of via Facebook
Andrew Karwafodi, tel # 8949385
Stanley Liauw-Angi, tel # 8599759
Ricky Chan Jet Soe
Michael Swedo
Roy Kewal
Just Orassie
Oriana Trameh
Lauwrence Daniel
Guno Marry
Romeo Dougle
Gonzales Natalie
Nelly Daniel
Suzanne Muller

[ingezonden op Starnieuws, 9 juli 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter