Op donderdag 27 mei 2021 ondertekenden Rita Rahman, voorzitter van de Werkgroep Caraïbische Letteren, en... Lees verder →
Debat dubbele nationaliteit bij Veronsur
Volgens cijfers van het CBS in Nederland woonden er in 2008 335.679 “Surinamers” in Nederland. Hiervan behoren 185.346 tot de eerste generatie (geboren in Suriname) en 150.333 tot de tweede generatie, waarvan ten minste een van de ouders in Suriname is geboren.
Ongeveer 4.4 procent (ca. 15.000 personen) hiervan heeft naast hun Nederlandse – ook de Surinaamse nationaliteit; en dat terwijl de Surinaamse wetgeving momenteel niet voorziet in een dubbele nationaliteit. Ranu Abhelakh schreef De formule van de Surinaamse identiteit Toescheidingsovereenkomst, dubbele nationaliteit, PSO-kaart of duaal burgerschap over het ontstaan en de werking van de Toescheidingsovereenkomst (TO), waarvan de uitvoering serieuze problemen met zich brengt in de praktijk. Op zondag 24 juli, van 15.00 uur tot 17.30 uur, zullen vertegenwoordigers van afdelingen van Surinaamse politieke partijen in Nederland met elkaar in debat gaan over het vraagstuk van de dubbele nationaliteit voor Surinamers. Gebouw Vereniging Ons Suriname. Zeeburgerdijk 19-a. Amsterdam. Info: 020 – 693 50 57 E: info@veronsur.org
Scholenactie Publishing Services
In het schooljaar 2011-2012 zal Publishing Services Suriname voor de vierde keer, in samenwerking met een keur van schrijvers/uitgevers, een boekenactie op scholen voeren. In 2010-2011 zijn er 50.000 colorfolders gedrukt met foto’s van boeken en informatie over inhoud en schrijver. De folders zijn op meer dan honderd scholen in de kustvlakte van Suriname verspreid. Leerlingen werden hierbij in de gelegenheid gesteld de boeken te bestellen via de school. Ze hadden keuze uit een lijst van ruim 66 boeken variërend in prijs van 6 srd tot 62,50 srd. De boeken waren gecategoriseerd naar leeftijd. Zo waren er boeken beschikbaar voor lezers vanaf 2 jaar tot en met volwassen lezers. Veel leerlingen hebben gebruik gemaakt van deze mogelijkheid om een boek aan te schaffen. Schrijvers/uitgevers die mee willen doen met de actie van het volgend schooljaar, kunnen zich tot 31 juli opgeven.
Info: 520513 / 8912005
Buena Vista gitarist Manuel Galban overleden
Manual Galban, gitarist van de Cubaanse groep Buena Vista Social Club, is donderdag (7 juli) in de Cubaanse hoofdstad Havana overleden aan een hartaanval. Galban was 80 jaar. Galban was nog altijd actief in de muziek, hij werkte in Havanna aan een solo-album, getiteld Blue Cha Cha.
read on…Reisbelevenissen uit Swit’ Kontren
Charles Chang levert al enkele jaren uitgebreide reisreportages aan de rubriek Swit’ Kontren in de de Ware Tijd. Hij heeft de reportages gebundeld tot Reisbelevenissen uit Swit’ Kontren. Het boek, dat ruim voorzien is van foto’s, is vanaf volgend week bij boekhandels, reis- en tourorganisaties te krijgen. Prijs Srd 42,50. Op 31 augustus wordt het boek officieel gepresenteerd in Tori Oso, tijdens de maandelijkse S’77 avond.
ArtZuid ook voor kunstenaars uit Suriname en Antillen
door Stuart Rahan
In het chique en rijke Amsterdam-Zuid is een internationale sculptuurroute aangelegd waaraan ook kunstenaars uit onder andere Suriname in participeren. Marcel Pinas, Roberto Tjon A Meeuw en Dhiradj Ramsamoedj hebben tussen de zestig wereldkunstwerken van onder andere Salvador Dali, Corneille, Klaas Gubbels, Karel Appel en Hulya Yilmaz een prominente plaats ingenomen.
In de omgeving van de Apollolaan, Minervalaan en de Zuidas in Amsterdam-Zuid zijn tot eind augustus de kunstwerken te bewonderen. Elk jaar wordt een spraakmakend persoon gevraagd de beeldententoonstelling samen te stellen. Eerder maakte acteur Michiel Romeyn een selectie en dit jaar viel de eer ten deel aan schrijver en kunstenaar Jan Cremer. Hij haalt herinneringen op aan het rijke handelsverleden van de stad Amsterdam toen de VOC en de WIC hun rijkdommen vergaarden ten koste van Nederlandse koloniën en wingewesten. In de zeventiende eeuw waren het de eerste multinationals in de wereld. De Nederlanders hadden handelsposten in verschillende landen, waaronder Ghana, Zuid-Afrika, Brazilië, Suriname, Curaçao, India, Indonesië, China en Japan.
Cremer, zelf een afstammeling van een tabaksindustrieel, voelde ich geïnspireerd door dit thema en ging op zoek in deze landen naar kunstenaars die nog in de eigen traditie en geschiedenis van hun land werken, zoals Marcel Pinas, Yubi Kirindongo, Maria Nepumoceno, Eko Prawoto, Yayoi Kusama, Atta Kwami, Ryas Komu en Subodh Gupta. Cremer kiest ook voor westerse grootheden als Karel Appel, Jean Dubuffet, Jean Arp, Joan Miró, Dennis Oppenheim en hedendaagse topkunstenaars zoals Antony Gormley, Ryan Gander, Stephan Balkenhol, Richard Jackson, Joost Conijn, Ugo Rondinone en Georg Herold. Klapstuk van de route is de Heureka van Jean Tinguely die nog niet eerder in Nederland is tentoongesteld. Het is een soort machine die zich tussen een opstijgende stoommachine en een ruimteschip nestelt. Marcel Pinas staat er met zijn Kibii Wi Totem, een stellage van gebruikte olievaten waarop zijn kenmerk, het Afakaschrift, weer prominent aanwezig is. Een dergelijk kunstwerk staat ook bij Fort Zeelandia in Paramaribo. Dhiradj Samsoedj houdt met zijn Mighty Man elke voorbijganger staande. Het kunstwerk is een mensfiguur afgebeeld als een mysterieus wezen. In dit geval zouden wij zijn mensfiguur als een Leba omschrijven, het opperwezen dat ons pad schoonveegt en houdt. Roberto Tjon A Meeuw is een kunstenaar die zijn objecten van afval bij elkaar timmert. Zijn bekende Fatubangi staan erbij alsof zij horen bij het straatdecor. Bezoekers kunnen na een pittige wandeling langs de kunstwerken tevreden neerploffen op de levensgrote zitbanken om de benen al bungelend te laten ontspannen. Hulya Yilmaz heeft zich verdiept in de wintirituelen van Suriname, waarbij het gebruik van water een wezenlijk aspect vormt. Haar onderzoek liep langs en op de Surinamerivier die zich volgens haar mosterdkleurig door het landschap keert en wendt. Het resultaat is een majestueus sculptuur opgebouwd uit verschillende grillige lagen in lichte en donkere mosterdkleurige tinten.
Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (3)
door Fred de Haas
De situatie op de Antillen
Toen in 1954 aan de koloniale situatie op de Antillen een eind kwam en het Statuut in werking trad was er inmiddels op de Antillen een situatie ontstaan die het ergste deed vrezen:
‘Echter, toen in 1954 de koloniale periode eindigde en de Nederlandse Antillen een autonome status kregen, was de taalsituatie in feite nog weinig anders dan toen Hamelberg in 1896 zijn ideeën uiteenzette over tweetalig aanvangsonderwijs. In de boedel die de Antilliaanse regering meekreeg zat geen officiële spelling van het Papiaments, noch een beslissing over de positie van de moedertaal, evenmin een leerplan Nederlands voor moedertaalsprekers van het Papiaments, nauwelijks of geen aangepast lesmateriaal voor en in het Nederlands, noch een woordenboek Papiaments-Nederlands of een enigszins uitvoerige spraakkunst van het Papiaments. De koloniale taalpolitiek had uiteindelijk eerder een probleem gecreëerd dan er een opgelost’ (F.C.M. van Putte in Koloniale taalpolitiek in Oost en West, AUP, 1997).
Laten we de officiële ‘visie’ op het taalbeleid die verscheen in 2006 maar eens nader beschouwen.
Instructietaal in het Antilliaans Funderend Onderwijs
(Visie op taalbeleid I/ De instructietaal in het funderend onderwijs/april 2006/minoc Leeflang)
“In 2002 is een begin gemaakt met een fundamentele verbetering (sic!) van het basisonderwijs.
Alle instanties en actoren en stakeholders waren ervan overtuigd dat het onderwijs vernieuwd moest worden. Er moest een verschuiving plaats vinden van methodecentraal naar kindcentraal gericht onderwijs.
In 2002 is het Funderend Onderwijs geïmplementeerd op alle scholen op de Antillen.
De visie op de instructietaal in het funderend onderwijs is verschillende malen gewijzigd.
Eerste versie
Het concept Landsverordening eerste versie gaat uit van een taalmodel waarbij in de eerste cyclus de instructietaal Papiaments is, met uitzondering van de vier scholen op Curaçao en twee op de andere eilanden (totaal 6 scholen).
In cyclus 2 en 3 is de instructietaal Nederlands.
Laatste versie
De laatste versie van de Landverordening schrijft voor dat de instructietaal Papiaments zal zijn in cyclus 1 en 2. Het bevoegde gezag kan verzoeken een andere instructietaal te hanteren in de tweede cyclus. De eilandsraad besluit hierover. Dit tweede concept belemmert de invoering van de tweetalige school.”
Schoolbesturen in het nauw gedreven
Deze ‘visie’ heeft ertoe geleid dat de schoolbesturen met hun handen in het haar zaten bij gebrek aan leermiddelen in het Papiaments – een toestand waarvoor de overheid verantwoordelijk is – en door de druk die op hen wordt uitgeoefend door de ouders van de kinderen die willen dat hun kind goed Nederlands leert.
In Nederland komt de Volkskrant op 23 juli 2007 met het volgende alarmerende bericht:
Willemstad – Op Curaçao zijn 813 van de 1.185 basisschoolleerlingen die het komende schooljaar naar een Nederlandstalige school willen, afgewezen wegens plaatsgebrek. Zij zijn nu aangewezen op scholen waar in het Papiaments wordt lesgegeven. Dit heeft minister Omayra Leeflang van Onderwijs bekendgemaakt. Op Curaçao is destijds de taalkeuze in het onderwijs vrijgegeven voor zowel scholen als ouders. Nu lijkt het erop dat er onvoldoende leerkrachten zijn om te voldoen aan de sterk toegenomen vraag van ouders die willen dat hun kinderen in het Nederlands les krijgen. Op Curaçao bieden vier basisscholen Nederlandstalig onderwijs aan. Op één school wordt het onderwijs in het Nederlands en het Papiaments gegeven. De overige scholen geven les in het Papiaments.
Het onderwijsveld
Het water stond anno 2008 inmiddels de schoolbesturen aan de lippen. En het Rooms Katholiek Centraal Schoolbestuur op Curaçao heeft daarom besloten om in het schooljaar 2008/09 op haar 29 basisscholen vanaf groep drie (de ‘oude’ eerste klas) op een gedoseerde en tweetalige wijze het Nederlands als taal van instructie in te voeren. Reden: onvoldoende of helemaal niet aanwezig lesmateriaal in het Papiaments en in beide talen slecht opgeleide leerkrachten.
De wal heeft het schip gekeerd. De arme leerkrachten hebben voor de zoveelste maal zonder voldoende opleiding weer eens jarenlang een kar moeten trekken met een zwak paard dat ook nog achter de wagen was gespannen.
Laten we eens luisteren naar de directeur van het R.K. Centraal Schoolbestuur die in een interview van Radio Nederland Wereld Omroep op 25-4-2008 het volgende had te zeggen naar aanleiding van de vraag hoe het kwam dat zij hiertoe hadden besloten (ik resumeer):
– De reden waarom wij het Nederlands vanaf groep drie gaan invoeren is het ontbreken van lesmateriaal en het feit dat de leerkrachten niet zijn geschoold om les te geven in het Papiaments als instructietaal. De leerkrachten hebben noch voldoende beheersing van het Papiaments noch van het Nederlands.
– Hoewel het gebruik van het Papiaments een positief effect zou hebben op het alfabetiseringsproces kan dit niet worden geëffectueerd bij gebrek aan leermiddelen.
– Iedereen geeft elkaar de schuld van het ontbreken van die leermiddelen.
– We schakelen over op het Nederlands omdat de kinderen er niet op kunnen wachten tot het lesmateriaal er over tien jaar eens komt. Bovendien hebben we verplichtingen tegenover de ouders van onze leerlingen.
[vervolg & slot klik hier]
Badal: enige krabbels over kriebels
door E.N. Ketwaru
Badal, de hoofdfiguur uit de gelijknamige roman, behoort tot die onuitstaanbare mensen die we allemaal wel eens hebben ontmoet: figuren die elk gesprek aangrijpen om hun feitenkennis ten toon te stellen. Het zijn verbale spammers en je zou met liefde hun nek willen omdraaien. Het merkwaardige is dat Badal’s gesprekspartners – altijd vrouwen – hem blijven opzoeken om van zijn ‘prikkelende’ persoonlijkheid te genieten. En ook al leveren de vrouwen hier en daar wel kritiek op zijn intellectualisme, nergens laten ze merken dat ze hem een grote charlatan vinden. Want een charlatan is Badal natuurlijk wel omdat driekwart van zijn feitendiarree gestolen is van de essayist Anil Ramdas.
Reclame
Hier ga ik even buiten mijn boekje want het vervelende is dat Anil Ramdas zijn hoofdfiguur, Badal, ontworpen heeft met nadrukkelijke verwijzingen naar zijn eigen leven als essayist. Het boek schreeuwt als een dorpsomroeper om Badal’s leven te vergelijken met die van de schrijver Ramdas, met alle problematiek die zo’n vergelijking natuurlijk voortbrengt. En waar de essayist Ramdas zelf zijn lezers op den duur begon te vermoeien door zijn eeuwige verwijzingen naar het postmodernisme, naar Naipaul, Stuart Hall en Edward Said, valt het absoluut niet mee om voor de zoveelste keer, nu via Badal, met Ramdas’ stokpaardjes geconfronteerd te worden. Je slaat steeds sneller de bladzijden om in de hoop iets te lezen dat op een verhaal lijkt. Het boek, 412 forse pagina’s, laat zich daarom consumeren als een Amerikaanse tv-serie die om de tien minuten telkens door dezelfde reclame onderbroken wordt. Met wat huis- tuin- en keukenpsychologie ligt het voor de hand dat Badal zijn feitenkennis gebruikt om indruk te maken en om zijn eigen kwetsbaarheid te verhullen. Maar om een bos te beschrijven, hoef je als schrijver niet alle bomen op te noemen.
Cold turkey
Hier komt nog bij kijken dat de roman geen mensen van vlees en bloed heeft. Badal is niet alleen onuitstaanbaar als type, maar lijkt ook onbestaanbaar. Badal is net als Anil Ramdas essayist en alcoholist – beiden hindostanen, toe maar – en na zijn zoveelste beschamende dronkenschap besluit hij – Badal – om van zijn verslaving af te komen. Hij sluit hij zich drie dagen op in een hotelkamer om af te kicken. Als zijn vrouwelijke gesprekspartner hem kort daarna vraagt hoe het afkicken ging, zegt hij dat het in enkele dagen voorbij was, met de gebruikelijke verschijnselen, maar zonder enige kalmerings- of andere hulpmiddelen:
‘Na drie dagen was het over?’ vroeg ze.
‘Wat tremor, meer niet.’
‘En toen?’
‘Ik waste en schoor me, trok schone kleren aan ging naar een speciaalzaak en kocht een paraplu, een Senz Original. Vijfenvijftig euro, maar het weer in Zandvoort zal me niet kleinkrijgen.’
Zou je als lezer die Badal niet willen schieten? Al was het alleen maar om die gespeelde macho-achteloosheid waarmee hij zijn afkicken vermeldt om in een adem over te stappen op z’n speciale paraplu: shaken, not stirred.
Maar hoe komt een angsthaas als Badal erbij om radicaal – cold turkey – met drinken te stoppen? Iemand die alle feiten kent, hoort te weten dat het afkicken van alcohol zonder bijstand of hulpmiddelen levensbedreigend is. En waarom wijdt de schrijver aan zo’n kardinale daad in Badal’s leven slechts enkele regels? Bovendien ondervindt Badal nergens in het verhaal substantieel last van onthoudingsverschijnselen, hoogstens in het begin: ‘wat tremor, meer niet’. Badal is een medisch wonder.
Kriebels in de broek
Behalve een medisch wonder, is hij ook een kosmopoliet. Hij wipt van het ene werelddeel naar het andere alsof hij even iets gaat halen bij de supermarkt om de hoek, hij weet alles van kunst en cultuur, kortom, hij gilt het op alle bladzijden uit dat hij tot Het gilde van de culturele en intellectuele elite behoort. Ook vrouwen vallen hem dus ten deel. Maar hier wordt niet gewipt. Intellectuele Adonis die Badal is, bestaat zijn geslachtsdaad uit oeverloze gesprekken met de vrouwen die hijgend – maar slechts figuurlijk – aan zijn lippen hangen.
Op deze vrouwen valt wel het een en ander aan te merken. Ten eerste zijn de gesprekken met de vrouwen – die driekwart van het boek vullen – heel onrealistisch. Ze lijken op telefoongesprekken die Badal met zichzelf voert. De vrouwen krijgen geen eigen stem, geen eigen karakter, mee. Ramdas gebruikt deze gesprekken als een vehicle om wat variatie in de feitenbrij van Badal aan te brengen. Ten tweede zijn de verhoudingen met deze hoogbegaafde vrouwen onnatuurlijk kuis. Badal brengt nachten alleen met de vrouwen door, maar Badal wipt niet. Hij en zijn vrouwen filosoferen. Over films, over van alles en nog wat, in de meest elementaire vorm die Plato voor ogen had. Niks kriebels in de broek. Dan denk je als lezer: waarschijnlijk heeft Badal bij het bezwangeren van zijn vrouw – een op zich onbestaanbare daad – haar hijgend toegefluisterd: wist je dat de beste copulatie maximaal drie minuten duurt en dat zaadcellen een spiraalvormige weg… Badal is een mannelijk wonder.
Ootmoed
Niet alleen de personen zijn flinterdun, ook de plot is een Schots geschenk: Badal wil een essay schrijven over ‘white trash’. Om deze in grote getale bij elkaar te zien, bezoekt hij een concert waar vooral white trash op afkomt. Maar eenmaal daar heeft hij de ontnuchterende ervaring dat de concertbezoekers geen bloeddorstige, schuimbekkende randdebielen zijn, maar gewoon mensen die van muziek komen genieten. Sterker nog, hij ziet in dat het trash-gehalte een universeel element van de menselijke conditie is. Zo slaat Badals intellectuele hybris om in ootmoed. Maar niet voor lang, want al gauw pakt hij weer een glaasje, zij het een illusie armer waar hij uiteindelijk niet zonder kan leven.
Nu is de plot niet eens zo van belang, het gaat erom hoe Ramdas ons overtuigt van het onafwendbare van de handelingen en hoe de karakters zich ontwikkelen en elkaar beïnvloeden. Badal als roman ontbeert dit alles in hoge mate. Op zich is het mijden van en het neerkijken op al het aardse (zo kan Badal niet tegen zand, lichamelijkheid en gevoel) een belangwekkend thema. Ramdas schetst echter alleen de buitenkant. We krijgen nauwelijks zicht in Badals twijfels en worstelingen. De ontknoping dient zich zonder opgebouwde spanningsboog uit het niets aan als de dam van een stuwmeer die zonder waarschuwing doorbreekt. Het is echter te laat om de roman te redden. We hebben slechts een kleine vijftien bladzijden te gaan. Pas in deze bladzijden licht Ramdas een tipje van de sluier op: eindelijk krijgt Badal iets van een mens. Hier zou de roman moeten beginnen.
Het is jammer dat Ramdas zijn hoofdfiguur zo naar zijn eigen leven en naar de Nederlandse maatschappelijke realiteit volgens Ramdas, gemodelleerd heeft. Dit is niet eerlijk tegenover de lezer. Het dwingt hem tot dubbelspel: immers, waarom zo nadrukkelijk? Want alleen met het wel en wee van Ramdas en Nederland in ons achterhoofd, krijgt de roman, ten goede of ten kwade, wat reliëf. Alleen met de mens/essayist Ramdas die tussen de regels meefluistert: dit ben ik niet, dit ben ik wel, dit ben ik niet…, krijg je kriebels van het boek. En als Ramdas op zijn beurt in vraaggesprekken commentaar op zijn roman en hoofdpersoon levert, leidt dit tot dubbelspel van beide kanten. Postmodernistischer kan het haast niet.
Rest Ramdas. Waar staat hij nu met zijn debuut als schrijver? Hij schoot met zijn sprankelende essays als een komeet omhoog om daarna als een maan cirkels te blijven draaien om de intellectuele (blanke) elite van Nederland. Blijft hij zich blindstaren op ‘cultuur en beschaving’ als een hogere orde van mens-zijn of durft hij als een gewone boerenlul – waar Badal aan het einde van het boek niet in het reine mee kan komen – de aardse orde der dingen aan te vechten, zonder Naipaul c.s. aan te roepen? Dit zou een heel andere Ramdas opleveren. Een gerijpte, die het minder gaat om de indruk die hij maakt dan om wat en hoe hij wil uitdrukken. Hij zou misschien te rade kunnen gaan bij zijn complementaire vriend Stephan Sanders die met zijn inductieve essays veel minder aan de weg timmert. Maar voorlopig blijft Ramdas ons in zijn vijfsterrenrestaurant een smakelijke saus zonder snack serveren.
Badal is verschenen bij De Bezige Bij.
Lindor Award voor Kenny B. en Banaissa
door Steven Seedo
Paramaribo – Kenny B en Benaissa zijn in Frans-Guyana voor hun muziek onderscheiden met de Lindor Award. “We zijn bijzonder blij voor de erkenning en dragen de prijs op aan de Surinaamse muziekindustrie. Dit is wederom een bevestiging dat onze muziek niet onderdoet voor de buitenlandse”, reageren Kenny B en Benaissa, in een gesprek met de krant. Ze hopen dat de onderscheiding ook een stimulans is voor jonge artiesten.
De uitreiking van de Lindor Award vond op zaterdag 6 juli in Cayenne plaats tijdens een televisieshow. De Lindor Award is bedoeld om waardering toe te kennen aan iedereen die bezig is met muziek. ‘Het is ook een manier om extra bekendheid te geven aan de kwaliteiten van artiesten in Frans Guyana en daarbuiten’, meldt de organisator Megamazonie in een verklaring.
Kenny B en Benaissa hebben de prijs te danken aan het succes van Yu Faya in Frans-Guyana. “Je ziet dat de taal waarin je zingt geen belemmering is om door te breken”, weet Kenny B. De onderscheiding staat volgens Megamazonie ook in het teken van de vriendschapsbanden tussen Suriname en Frans-Guyana. Een dag na de uitreiking reisden Kenny B en Benaissa naar Suriname voor enkele dagen. Vandaag keren ze samen met Tekisha Abel terug naar Cayenne voor twee cluboptredens. Zaterdag zijn ze weer even ‘thuis’ voor een optreden op de Pier van hotel TO Torarica. Kenny B en Benaissa zien het succes in hun muziekcarrière als een middel om een bijdrage te leveren aan de ontwikkeling van de Surinaamse muziekindustrie. Na Yu Faya is Wai Gwe de nieuwe hit van het duo in Nederland. Het nummer staat nu op de vierde plaats van de hitparade FunX, een van de grote jongerenzenders in het land aan de Noordzee.
[uit de Ware Tijd, 13/07/2011; enigszins ingekort]
Documentencentrale IISR
IISR wil een digitale documentencentrale opzetten waarbij scripties, werkstukken en papers die normaal niet gepubliceerd worden beschikbaar komen voor een groot publiek. De documenten worden dan via een documentencentrale van IISR ter beschikking gesteld.
De IISR documentencentrale is vooral geïnteresseerd in materiaal op de twee programmalijnen van IISR zoals die op haar website zijn uitgelegd: Koloniale geschiedenis en decolonizing the mind (thema 1) en De relatie tussen ras, klasse, etnische identiteit en natievorming in multiculturele samenlevingen met speciale aandacht voor diaspora gemeenschap (thema 2).
Mensen die materiaal hebben over deze thema’s waarvan ze denken dat die interessant zouden kunnen zijn, kunnen contact opnemen met info@iisr.nl
Simia Literario viert 2de lustrum
Woorden willen bloeien – Palabranan ke floria
Stichting Simia Literario viert op 4 september a.s. haar tweede lustrum met een spetterend programma in de Openbare Bibliotheek van Amsterdam. Er is de boekpresentatie van de bloemlezing Wie ik ben – Ta ken mi ta. Er zijn voordrachten van schrijvers en dichters van Schrijfgroep Simia Literario. De muzikale omlijsting wordt verzorgd door ‘Pro Guitara’ en Izaline Calister.
read on…Verhouding met Europa centraal tijdens viering Bastille Dag
Marigot — De Europese visie op de overzeese gebiedsdelen, en vice versa, evenals de vraag in hoeverre deze visies geïntegreerd kunnen worden, kwamen tot uiting tijdens de viering van de Bastille Dag aan de waterkant van Marigot.
Het thema van de dag, gewijd aan de viering van de Franse Revolutie, was dit jaar ‘De plaats van de overzeese gebiedsdelen in Europa’.
De voorzitter van de Collectivité Frantz Gumbs bracht in herinnering dat president Nicolas Sakozy 2011 als het Jaar van de Overzeese Gebiedsdelen had uitgeroepen. om tot een betere verstandhouding te komen en cliché’s over de overzeese gebiedsdelen, zoals hun bestempeling als ‘belastingparadijzen’, weg te nemen.
Gumbs bracht naar voren dat de Bastille Dag-vieringen in Parijs werden beïnvloed door het nieuws van woensdag omtrent de dood van zeven Franse militairen, die in Afghanistan dienst deden.
“De overzeese gebiedsdelen worden gekarakteriseerd door hun verscheidenheid en zijn over de vier uithoeken van de wereld verspreid”, bracht Gumbs naar voren in zijn toespreek. Hij ging in op de diversiteit van etnische en culturele afkomst en de biodiversiteit van de natuur. De vraag is of de overzeese gebiedsdelen van belang zijn voor Europa. Volgens Gumbs is het antwoord op deze vraag positief, omdat politieke, administratieve en economische structuren grotendeels goed onderhouden zijn. Europa kan echter niet voldoende waardering opbrengen voor alle voordelen van de overzeese gebiedsdelen op zeven geografische locaties.
Gumbs is ook van mening dat Europa van belang is voor de overzeese gebiedsdelen, omdat Europa een belangrijke economische partner is. Europa is ook een bakermat van de beschaving en een belangrijke militaire partner.
Voorzitter Gumbs citeerde de predikant, die de in de ochtenduren gehouden religieuze dienst leidde. Hij vergeleek de relatie tussen de overzeese gebiedsdelen en Europa met drie zusters: Frankrijk, Engeland en Nederland.
Zij kregen kinderen overzee en deze kinderen werden nichten, St. Martin, St. Maarten en Anguilla. De familieband eist van nichten dat zij een vorm vinden om in alles samen te werken.
Préfect Jacques Simmonet was de enige andere spreker en haalde Europa aan als thema. Eerder deed zich een protocollair incident voor, toen de parade begon voor Simmonet aanwezig was. Hij werd opgehouden na de kranslegging. Toen Gumbs met zijn toespraak begon, sprak hij hiervoor zijn verontschuldigingen uit. Simmonet beschuldigde zijn eigen staf. Ambtsbekleders van St. Maarten en Anguilla waren aanwezig tijdens de ceremonies.
[uit Amigoe, 15 juli 2011]
Bonaireaans erfgoed van oud op jong
Stichting Mangazina di Rei introduceert nieuw beleidsplan
Kralendijk — Stichting Mangazina di Rei heeft afgelopen weekend in aanwezigheid van autoriteiten, sociaal-culturele leiders en andere genodigden uit de Bonaireaanse gemeenschap, haar nieuwe beleidsplan geïntroduceerd.
Dit vond op een speciale manier plaats middels een symbolische overdracht van het sociaal-culturele erfgoed van de oudere aan de jongere generatie.
De overdracht gebeurde door Chemmy Cicilia, een van de leiders van de zanggroep Kanta Orkidia, die een bundel bij elkaar gebonden sprokkelhout overbracht van haar hoofd op het hoofd van een jong meisje. Naast het feit dat men vroeger traditioneel hout bij elkaar sprokkelde om mee naar huis te nemen, impliceert deze overhandiging tevens een initiatief ter behoud van het sociaal- cultureel erfgoed van Bonaire en de verdere evolutie hiervan. In haar begeleidende toespraak heeft Chemmy Cicilia dan ook gewezen op de grote noodzaak van het behoud van de authenticiteit van de Bonaireaanse cultuur binnen de totaliteit van de hedendaagse nieuwe ontwikkelingen en de toenemende invloed van buitenlandse culturen.
Het nieuwe beleidsplan werd onder andere aangeboden aan de gedeputeerden Miralva Cicilia en Delno Tromp en verschillende sociaal-culturele leiders die aanwezig waren, maar ook aan rijksvertegenwoordiger Wilbert Stolle. Pacheco Domacassé die in naam van CommUnity Consultancy N.V. het beleid voor de Mangazina di Rei heeft geschreven, bracht op inspirerende wijze de relevantie en urgentie van het beleidsplan naar voren met betrekking tot de toekomstplannen van de Stichting. Uit het plan moet namelijk diverse projecten voortvloeien die gefinancierd kunnen worden, zodat de stichting door kan gaan met haar activiteiten.
De stichting Managzina di Rei is voortgekomen uit een sociaal-cultureel emancipatiestreven die enkele decennia terug in beweging kwam op Bonaire en waarbij door de jaren heen langzaam maar zeker een verschuiving plaatsvond van het passief overbrengen van kennis en instandhouding van het eigen sociaal-culturele verleden, naar een meer interactieve benadrukking van het educatieve en vormende aspect hiervan naar de eisen van de tijd. Onder de kundige leiding van Projectmanager Danilo Christiaan moet de Stichting Mangazina di Rei als het ware de kans bieden aan in het bijzonder kinderen en jongeren om zich tot volwaardige burgers te ontplooien.
Bestuurslid van de Stichting, Evert Piar, heeft dit beaamd door aan te geven dat de Mangazina di Rei meer is dan alleen een museum. Hij noemde Danilo Christiaan als de grote drijfkracht achter het Mangazina di Rei-gebeuren en bedankte ook Heleen Christiaan-Quartel en de andere teamleden van de Mangazina di Rei voor hun grote inzet en toewijding ten behoeve van de Bonaireaanse gemeenschap.
[uit Amigoe, 13 juli 2011]