blog | werkgroep caraïbische letteren
All posts by Carlet:

Dancing Feet

door Ruth Nortan

Paramaribo – Gisteren werd Gurupurnima (ode aan de Leermeester) herdacht. Deze dag is speciaal ingesteld om leermeesters te eren voor het werk dat zij verrichten ‘liefdevol onderrichten en vormen van leerlingen’ en is vergelijkbaar met een dag als moederdag. Deze Indiase gedenkdag is een dag waarop leerlingen respect tonen aan hun leermeesters op het gebied van kunst en cultuur.

Guru betekent in het Sanskrit ‘leermeester of leraar’. Een guru is iemand die wordt beschouwd als iemand die veel kennis, wijsheid en bevoegdheid te hebben op een bepaald gebied en om vervolgens anderen liefdevol daarin te begeleiden. Tegenwoordig wordt deze term gebruikt om de waardering voor bijvoorbeeld ouders, onderwijzers en levensfilosofen te uiten.

In Suriname hebben de Bharata Natyam-beoefenaren deze dag met Madhoerei Jagmohan doorgebracht. De Zuid-Indiase tempeldans Bharata Natyam is een dansstijl die overgedragen wordt volgens het guruprincipe (de leermeester op leerling- traditie, één op één). De dansstijl is één van de oudste dansstijlen van India met een traditie van ongeveer 3000 jaar. Deze dans wordt tegenwoordig wereldwijd als een hoogstaande kunstvorm beoefend. De wortels van deze kunstvorm zijn terug te vinden in het zuidelijk gedeelte van Tamil Nadu en worden uitgebreid beschreven in de Natyashastra (heilig geschrift). Dit zeer authentiek boek over dans en drama is geschreven door de schrijver en danser Bharata Muni.

De kunstvorm omvat de volgende elementen:
BHA Bhava Expressie, RA Ragam Melodie, THA- Thalam Ritme , Natyam-dans
De Bharata Natyamdansstijl werd door guru Smt. Madhoeri Jagmohan in Suriname geintroduceerd. Zij werd in 1996 benaderd door de Hinos-organisatie om voor een contractperiode van vier jaar danslessen te verzorgen. Jagmohan die reeds vijfentwing jaar actieve Baharata Natyam-beoefenaar is, ontdekte binnen een jaar dat er genoeg talent was en begeleidde daarom in 2001 een groep van elf studenten naar hun ‘Arangetram’.

Het ‘Arangetram’ is het officiële examen waarbij de leerling ingewijd wordt tot danser(es). Arangetram betekent letterlijk: het bestijgen van het toneel voor de eerste maal. Tijdens dit afdansen moet de leerling gedurende een twee uur durend optreden zijn/haar bekwaamheid in deze hoogstaande kunstvorm tonen. De leerling is vanaf dit moment bevoegd lessen te verzorgen in de Bharata Natyam-dansstijl. Op deze manier werd deze kunstvorm qua authenticiteit gewaarborgd. Dit is waarom wereldwijd deze eeuwen oude traditie in haar oorspronkelijk vorm gehandhaafd is gebleven.

In verband met tien jaar Arangetram in Suriname slaan Madhoerie Jagmohan en haar ex-leerlingen (nu zelf docenten) de handen in elkaar om een wervelende show te geven aan het Surinaams publiek. De voorstelling op 5, 6 en 7 augustus 2011 in theater Thalia heet Dancing Feet. De dansers Madhoeri Jagmohan, Kavita Ramphal, Namita Ajodhia, Sadhana Mohan en Malti Nidhansing zijn zeer enthousiast bezig met de voorbereiding voor dit optreden. Klassieke dans, volksdans, stokkendans en bollywood maken deel uit van het programma. Kavita Ramphal: “Wij delen met u middels deze show onze liefde voor de dans.”

[uit de Ware Tijd, 15/07/2011]

Shantabhikarie Benefiet

Op 17 juli vindt er een benefietprogramma plaats van de Stichting Savo ten bate van de Hindostaanse boo tijdens de Gay Parade in Amsterdam.

Programma
Welkomstwoord Stichting SaVo
14:20 uur: Toespraak door dhr. Marcel La Rose, Stadsdeel Zuidoost
14:30 uur: Toneelstuk door Stichting Hindustani
15:10 uur: Modeshow van bruidskleding door Tridevi Fashion Centre
15:40 uur: Toespraak door Tanja Jadnanansingh
15:50 uur: Pauze
16:10 uur: Cabaretvoorstelling door Narsingh Balwantsingh
17:10 uur: Muziek door Raj Mohan en Lourens van Haaften
17:40 uur: Afsluiting door Stichting SaVo

Locatie: Bijlmerparktheater, Anton de Komplein, Amsterdam
Datum: zondag 17 juli, 14.00-18.00 uur
Entree standaard € 17.50

Kunstenaar Yubi Kirindongo: een stukje koppig Curaçao

In mei van dit jaar werd de expositie Art Zuid Internationale Sculpture Route Amsterdam geopend door Koningin Beatrix. Tussen kunstwerken van grootheden als Salvador Dali en Karel Appel stond een ijzeren ros opgebouwd van roestige metaalstrips op het gazon te grazen. De kunstenaar: ‘Yubi Kirindongo from Curaçao’. “Nu maar hopen dat ik het verkoop,” zegt Yubi gekscherend, maar hij vervolgt op een serieuze toon “Dit was echt heel geweldig. Meestal staat onze kunst ergens achteraan. Of erger op een zolderetage waar mensen die niet goed ter been zijn niet kunnen komen. Dali is een van mijn grote voorbeelden. Zijn olifant stond vlakbij mijn paard. Dat is toch heel bijzonder.”

“Ik heb voor dit vak gekozen omdat ik kan werken wanneer ik wil. Ik werk om te leven. Mijn hardnekkige koppigheid heeft ervoor gezorgd dat ik op dit pad ben gebleven,” vertelt Yubi. Vijfendertig jaar zit hij inmiddels in het kunstenaarsvak dat overigens niet zijn eerste passie was. “Ik wilde varen. Het avontuur omarmen. Ik hing op de werf van de Annabaai rond. Bij het Zeemanshuis probeerde ik ergens aan te monsteren. Net zolang totdat dat lukte en ik op een Zweeds schip terecht kwam.” Reizen, weg van Curaçao en de wereld zien. “Maar nog niet met een oog voor de mooie dingen. Ik heb in Europa veel rondgekeken maar echt gezien… nee dat kwam later pas.” Ergens anders zijn dan op Curaçao was voor Yubi niet moeilijk: “Ik adopteer de grond waar ik me bevind. Ik vloei ermee samen en leef er. Alleen de zon en het zuivere natuurlijke licht van Curaçao waren dingen die ik miste.”

Tien jaar vertoeft Yubi in het buitenland. Als hij terugkomt wordt hij leerkracht handvaardigheid. “Dat hielp me met weer aarden op Curaçao.” Hij is er gebleven en werd de kunstenaar die al sinds zijn jeugd in hem verstopt zat. Kunst maken is voor Yubi een way of life en hij is één van de weinigen die er ook zijn levenswerk van heeft weten te maken. “Iets is kunst als het wat met je doet. Het roept een emotie bij je op. Het raakt je, ontroert je. Dat bepaalt niet de kunstenaar maar degene die het kunstwerk ervaart.”

[uit C-post Magazine]

Brass Babes naar Italië

Exotic female jazz group de Brass Babes is gevraagd om deze zomer tien dagen te spelen op het festival Ferrara Buskers in Ferrara in Italie. Ze zullen daar spelen van 18 augustus tot en met 28 augustus. Het festival bestaat al aardig wat jaren en trekt mensen van heinde en verre al sinds jaar en dag vanwege de leuke bands en de gezelligheid.

Voor meer informatie over het festival klik hier
Klik hier voor de site van de Brass Babes

Raya Hadzhieva op trompet en bugel, Sanne Landvreugd op alt- en sopraansaxofoon en Mechteld Bannier op baritonsaxofoon.

Herlezen: Barche Baromeo

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag E parto van Barche Baromeo.

De erfenis van Dertig Mei 1969; Een nieuw Curaçao?

door Wim Rutgers

Op 30 mei 1969 trokken grote groepen stakende arbeiders naar het centrum van Willemstad. Vijf jaar later trekken opnieuw een groot aantal mensen, dit keer in lange rijen toeterende auto’s naar datzelfde centrum. De eerste tocht ontaardde in plundering en brandstichting; de tweede is ter viering van de geboorte van een baby. De eerste tocht was destructief; de tweede staat in het teken van de creativiteit. De eerste tocht was harde werkelijkheid; de tweede bestaat alleen maar in de fantasie van een auteur.

Wilfred Florencio (Barche) Baromeo begint zijn nieuwe roman E parto (de bevalling) met wat later wel genoemd is ‘de onlusten van dertig mei’, hij besluit met een uitgebreide beschrijving van de tweede, gefan¬taseerde, tocht. De verteller is niet geheel negatief over wat er op dertig mei 1969 gebeurde, want hij zegt dat het zaad dat in 1969 gezaaid werd nu eindelijk vrucht draagt. Dat is de eerste en de belangrijkste betekenis van de titel, de geboorte van een nieuwe tijd. Het verhaal begint dan ook op 5 mei, een dag die immers als bevrijdingsdag gevierd wordt.

Experimenteerschool
Tussen de realiteit van het begin en de fantasie aan het einde krijgt de lezer een ietwat ingewikkeld maar boeiend verhaal voorgeschoteld over een onderwijsteam dat in de armoedewijk Pasenshi een experimenteerschool start om daarmee de noodzakelijke onderwijsvernieuwing gestalte te geven. Verhaal en beschouwing, realiteit in de vorm van verwijzingen naar historische gebeurtenissen en personen, en pure fantasie wisselen elkaar af.
De in 1943 geboren Frèt Wilbar (wie herkent niet het anagram) is het centrale personage. Hij is niet alleen leraar, maar ook auteur, ook pop-artiest en een romantische dromer. Hij maakt een prachtige pop-art-collage van de gebeurtenissen en figuren rond dertig mei 1969. In zes stukken is hij bovendien de hoofdverteller van het verhaal, dat hij in het geheim in de kurá van Ma’a Lin geschreven heeft. Ze worden in de roman cursief afgedrukt.
Frèt heeft achtereenvolgens drie vriendinnen: de uit een relatief welgestelde wijk afkomstige Ada, de links-revolutionaire Ida alias Kitty Emmen, en de sociaal voelende Sindia die als het verhaal begint zeven maanden van hem in verwachting is – de letterlijke betekenis van de titel.
De leden van het onderwijsteam van de Skol di Pasenshi en diverse historische en eigentijdse politieke figuren vinden naast deze hoofdpersonages een plaats in het verhaalgeheel. Naast doktoor Da Costa Gomez, Amador Nita en Papa Godett wordt vooral Stanley Brown met nadruk naar voren gehaald. Maar er zijn er vele anderen – te veel om allemaal op te noemen.

Manuscriptfictie
Het onderwijsexperiment kent zijn successen en zijn dalen en in een van de laatste ziet Frèt het niet meer zitten en neemt zes maanden verlof. Sindia ontdekt in een oude koffer een kennelijk opzettelijk voor haar achtergelaten blauwe map, met daarin de verhalen, enkele gedichtjes en beschouwingen van Frèt. Sindia begint te lezen – en wij lezen met haar mee. De fragmenten worden afgewisseld door Sindia’s reacties en een verteller die recente gebeurtenissen en het verhaalheden weergeeft. En ingewikkelde maar knappe constructie.

Historie
De Nederlandse auteur Harry Mulisch heeft eens gezegd dat er in een verhaal in feite vijf tijden een rol spelen. Dat zijn naast de vaak onderscheiden verteltijd en vertelde tijd, de tijd waarin de auteur leeft en schrijft, de tijd waarin de lezer het verhaal leest en de tijd die in het verhaal zelf beschreven wordt.

Zoals Frèt zijn collage van dertig mei 1969 maakte, zo is ook dit boek een kaleidoscoop, van beschreven gebeurtenissen geworden. Frèt Wilbar stopt zowel veel van de actualiteit rond dertig mei 1969 en de jaren daaraan voorafgaande en erop volgende, als historische gebeurtenissen en personen in zijn geschriften.

Wat is de rol van de geschiedenis? Dertig mei staat niet op zich, maar werd voorafgegaan door de slavenopstand van 1795 met Tula, de emancipatie van 1863 die geen mentale vrijwording voor de massa was, door de havenstakingen van 1922 met Feliz Chacuto, en de onderwijsstaking in de jaren zeventig voor een betere onderwijsinhoud en Papiamentu als voertaal. Sociale aspecten als het armoedige maar solidaire erfleven, de in achterstandwijken zoveel voorkomende tienerzwangerschap, armoede en achterstelling, politieke macht, willekeur en patronage, het zijn allemaal motieven die in het verhaal geweven zijn.

Een nieuwe mens
Zoals Pierre Lauffer indertijd van ‘de nieuwe mens’ sprak en schreef, zo wil ook Frèt Wilbar een nieuwe mens en een nieuwe maatschappij. Door de ritmiek van het verhaal wordt deze boodschap herhaaldelijk en nadrukkelijk geponeerd. Het onderwijsteam werkt er enthousiast aan, Sindia begint met de actie Mama Pasenshi om de ongewenste tienerzwangerschappen te lijf te gaan. De zelfmoord van het jonge schoolkind Chela leert ons dat de acties jammer genoeg te vaak mislukken.
De verhaalclimax vindt plaats met de officiële opening van de school in de bario Pasenshi, die voortaan – o ironie! – het Dr. Efraim Jonckheer College zal moeten gaan heten. Maar bij de onthulling van deze fraaie nieuwe naam gaat er iets mis… De lezer leze zelf!

Overeenkomst
Het einde van het verhaal met zijn hilarische beschrijvingen doet direct denken aan Dubbelspel. Dat Barche Baromeo in Frank Martinus Arion een voorbeeld gevonden heeft, blijkt eveneens uit de benadrukking van de creativiteit zoals Frank in Nobele wilden de verbeelding aan de macht wilde, uit de beschrijving van de CIA zoals in ander werk van Frank Martinus. Er zijn trouwens meer echo’s te onderscheiden. De chaos bij de schoolopening doet mij direct denken aan Bea Vianen, die in Strafhok op vergelijkbare wijze een uit de hand gelopen rechtszitting beschrijft. Maar Baromeo zèlf zal ongetwijfeld aan een pop-art-voorstelling, een happening volgens de tijd van toen, gedacht hebben.

Barche Baromeo heeft met E parto een erudiet boek geschreven dat door zijn ironische stijl en door de ondergraving van zekerheden eveneens heel leesbaar is. In het middendeel worden de beschouwingen wel wat erg uitgebreid en dik aangezet in links radicale richting, maar daarna trekt de auteur het verhaal gelukkig weer vlot.
Barche Baromeo geeft op een tot nu toe in de Papiamentse literatuur ongekende stijl en compositie een beeld – zijn beeld – van dertig mei 1969 en de jaren direct daarna. Het boek is een toren als het met ander recent verschenen werk vergeleken wordt.
Blijft de vraag wat Curaçao met de ontdekte creativiteit moet gaan doen èn de vraag waarom die zo gewenste creativiteit de twee decennia die er sinds 1974 inmiddels ruim verlopen zijn, zo weinig heeft uitgericht. Maar daarvoor hoeft een schrijver zich niet verantwoordelijk te voelen, daarvoor hebben we immers politici. Ze krijgen er van Frèt ongenadig van langs omdat ze het onderwijsexperiment van Skol di Pasenshi afbreken in plaats van helpen op te bouwen èn omdat ze uitsluitend op macht en stemmen uit lijken.

Aan het einde van het verhaal wordt Frèt Wilbar een contract aangeboden, onder meer om E parto in andere talen te vertalen. Dat zou inderdaad geen gek idee zijn.

Barche Baromeo: E parto
Imprenta Intergrafia n.v.
Curaçao 1996
300 pagina’s
ISBN 99904 0 185 3

Nieuwe faculteiten AdeKUS bevroren

Paramaribo – De twee nieuwe faculteiten Humaniora en Exacte Wetenschappen, die het vorige jaar van start gingen, worden voor enige periode bevroren. Tot dan zullen deze twee faculteiten worden ondergebracht bij de faculteiten Maatschappijwetenschappen en Technologische Wetenschappen. Deze mededeling deed onderwijsminister Raymond Sapoen gisteren tijdens zijn betoog in het parlement. Volgens de bewindsman heeft het huidige AdeKUS-bestuur besloten om de realisatie van de studieprogramma’s onder de banier van de twee nieuwe faculteiten voorlopig te bevriezen; wat inhoudt dat de relevante studieprogramma’s zullen worden opgestart onder de paraplu van de bestaande faculteiten. De studieprogramma’s behorende bij de Faculteit der Humaniora zullen worden ondergebracht bij de Faculteit der Maatschappijwetenschappen en die behorende bij de Faculteit der Exacte Wetenschappen bij de Faculteit der Technologische Wetenschappen. Het bestuur achtte het van belang dat er een goed voorbereid werkplan dient te bestaan ter concretisering van de nieuwe faculteiten.

Zonder dit goed voorbereid werkplan kan niet voldoende vooruitzicht geboden worden op succes, hetgeen niet bevorderlijk werkt op de kwaliteit van de universiteit die als bedrijf juist een toonbeeld moet zijn van een verantwoordelijk beleid.
In april van het vorige jaar werden onder het bewind van minister Edwin Wolf de twee nieuwe faculteiten geproclameerd. Op de Faculteit der Exacte Wetenschappen zouden onder meer de vakken Wiskunde, Natuurkunde, Biologie en Scheikunde op een wetenschappelijke basis gedoceerd worden. En op de Faculteit der Humaniora wordt de mogelijkheid geboden om academische opleidingen in Letteren te beginnen. De Faculteit der Humaniora betrof die van de menswetenschappen met de daaraan samenhangende subfaculteiten, die zich bezighouden met de Surinaamse kunst, cultuur, geschiedenis en taal.

Op de Faculteit der Humaniora startte op 31 januari de cursus Mandarijn als de eerste cursus. Daartoe werd de professor Yue Hongli van de Shandong Technologische Universiteit van China naar Suriname gehaald. Met de twee nieuwe faculteiten werd de Anton de Kom Universiteit van Suriname uitgebreid naar 5 faculteiten. De drie reeds gevestigde faculteiten zijn de Faculteit der Medische Wetenschappen (FMeW), de Faculteit der Maatschappijwetenschappen (FMijW) en de Faculteit der Technologische Wetenschappen (FTeW).

[uit Dagblad Suriname, 15/07/2011]

Art Rules Aruba

Docenten van Art Rules Aruba poseren tijdens het openingsfeest van de editie van 2011, vrijdag j.l. De tweede editie van het zomerkamp voor kunstzinnige jongeren startte gisteravond in Surfside Marina met veel dans. Voor het eerst kent het zomerkamp een thema: ‘Superstars’. 220 jongeren doen dit jaar mee aan Art Rules Aruba. In de komende weken volgen zij cursussen op gebied van onder meer dans, rap en poëzie, theater, beeldende kunst, fotografie, mode en deejayen. De cursussen worden gegeven door professionals uit het buitenland, onder wie de Nederlandse rapper Winne.

Charlatan blijft charlatan

door Xaviera Jabini

In een café, paar jaar geleden
een onvergetelijk amusant verleden
terwijl hij zat, nippend aan een glas
waarvan de inhoud een alcoholplas

Is dit een strofe van een gedicht? Nou, het is in ieder geval wel gerijmel: geleden – verleden, glas – plas. Verder is het een stuntelig in elkaar geknutselde scène waarvan het niet duidelijk is wat er nu exact wanneer gebeurt. Het gedicht heet ‘Mijmeraar aan de bar’ dus de hij-figuur zal wel die mijmeraar zijn. Maar zit hij daar nou een paar jaar geleden? Of denkt hij aan een paar jaar geleden? Hij zit daar, zo wil het cliché ‘nippend aan een glas’ – een tegenwoordig deelwoord dat bij elke schrijfcursus direct naar de afvalbak met het etiket ‘moeizaam taalgebruik’ wordt verwezen. En wat zit er in zijn glas? ‘waarvan de inhoud een alcoholplas’ – hoe een plas in een glas kan behalve omdat die woordjes in het Prima Rijmwoordenboek staan? Joost mag het weten. Is het rimisch? Is het metrisch? Is er iets dat op poëzie zou kunnen duiden? Nee. Kan dus ook allemaal in dezelfde afvalbak ‘moeizaam taalgebruik’.

Tweede strofe:

Plots, het ontwaren van een gedaante
geheel begiftigd met een pedante
bekoring van een lieflijke schoonheid
waarvoor op de knieën iedere vent
zelfs lijdend aan een statische loomheid

Volgt u het nog, lieve lezer? Of bent u na 9 regels van dit vers al helemaal dolgedraaid? Nee, denk niet dat u nu arrogant bent als u denkt dat u dit zelf tienmaal beter zou kunnen. Het is zo!

De twee strofen maken deel uit van de 27 rijmsels die Rabin Gangadin samenbracht in het bundeltje De stadswandelaar. Er zit geen liefde in deze rijmsels, geen mededogen, geen inleven in de geobserveerde personen. Moet dat dan? Nee, dat moet niet, het mag allemaal puur sarcasme zijn, maar dan moet het wel superieur zijn verwoord, en geen zinloze woordenbrij zoals hier.

Plagiaat

De stadswandelaar is Gangadins eerste boekpublicatie sinds een kleine vijfentwintig jaar (!). Hij publiceerde een handvol dichtbundels, een essay en een verhalenbundel die door Michiel van Kempen treffend getypeerd werd als ‘kotsen op de landgenoten’ (lees die recensie hier). Toen die literaire carrière gesmoord werd in de grootste doodzonde die een schrijver kan begaan: het overpennen van het werk van anderen en dat dan publiceren als eigen werk, ofwel plagiaat, was het gedaan met de literaire krullendraaierij. De charlatan was ontmaskerd. De auteur dook nog wel eens op internetfora die speciaal gecreëerd lijken te zijn om te schelden, en hij werd geïnterviewd door Vrij Nederland in een reeks van mislukte schrijvers, een interview waarin hij bekende in de bijstand te zijn beland. Hoe kon dat? Hij was toch een schrijver die publiekelijk verkondigde minstens een twaalftal academische studies te hebben gevolgd? Die allerlei proefschriften had geschreven en die een reeks van titels gebruikte (zie hier)? Zo’n man moest toch allang minstens staatssecretaris zijn geweest? Dat moet hij zelf ook gedacht hebben, want hij spande een proces aan tegen Van Kempen die wat kritischer was over al zijn titels. Gangadin verloor het proces smadelijk (zie een verslag hier).

Nu werkt Gangadin aan zijn ‘literaire come-back’, hij wil zo graag literator zijn, hij wil zo graag Literèèèr schrijven. Ik denk niet dat er nu veel plagiaat zit in zijn nieuwste boekje. Je vindt gewoonweg geen auteur die zo slecht schrijft, dat je die zou willen plagiëren. Maar de geciteerde strofen maken wel één ding duidelijk over Rabin Gangadin: een literaire charlatan blijft altijd een literaire charlatan.

De stadswandelaar in verschenen in de reeks De Windroos.

Waarom Surinamers beter Nederlands spreken dan Antillianen (4 en slot)

door Fred de Haas

De Overheid
In hetzelfde interview kunnen we luisteren naar de reactie van de minister van Onderwijs van de Antillen op het besluit van het Schoolbestuur (ik resumeer en cursiveer mijn commentaar):

– Ik sta achter deze beslissing. Schoolbesturen moeten die keuzemogelijkheid hebben. Papiaments, Engels en Nederlands kunnen instructietalen zijn. Het is een verstandig besluit van het R.K. Schoolbestuur. Vóór mijn tijd was het verboden om het Nederlands als instructietaal te gebruiken met uitzondering van vier scholen (er ontstond dan ook een ware run op die scholen van ouders die wilden dat hun kinderen goed Nederlands leerden).
– Het ontwikkelen van leermiddelen is niet de verantwoordelijkheid van de minister maar van het eilandgebied (daar hadden de leerkrachten geen boodschap aan).
– Ik heb van tevoren gezegd dat het te ambitieus was om te denken dat je voldoende menskracht en financiën hebt om leermiddelen te maken voor het hele funderend onderwijs (daar hadden de leerkrachten ook geen boodschap aan).
– Ja, we hebben jaarlijks wachtlijsten van honderden kinderen voor wie de ouders een Nederlandse school willen hebben. De gemeenschap had eigenlijk al een beslissing genomen (sinds wanneer regeert de gemeenschap?)
– Het gaat op school niet om de taal, maar om het kind. We hebben in het verleden steeds politiek-emancipatorische doelstellingen verward met onderwijs-didactische doelstellingen. (Een fraaie, nietszeggende zin die geen excuus inhoudt)
– De status van het Papiaments moet op een andere manier worden geregeld. Dat heb ik gedaan door van het Papiaments een officiële taal te maken. Dat is belangrijk voor de emancipatorische realiteit. (Waarom heeft het zolang geduurd voordat het Papiaments een officiële taal werd?)

Dit alles stemt tot nadenken. We moeten concluderen dat zowel de Nederlandse als de Antilliaanse overheid hun plicht hebben verzaakt. Lees het Statuut er maar op na:

Elfde hoofdstuk
Het onderwijs, de openbare gezondheid en het armbestuur

Art. 140.

1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der Regering.
5. De eisen van deugdelijkheid, aan het geheel of ten dele uit de openbare kas te bekostigen onderwijs te stellen, worden bij landsverordening geregeld, met inachtneming, voor zover het bijzonder onderwijs betreft, van de vrijheid van richting.
6. Deze eisen worden voor het algemeen vormend lager onderwijs zodanig geregeld, dat de deugdelijkheid van het geheel uit de openbare kas bekostigd bijzonder onderwijs en van het openbaar onderwijs even afdoende wordt gewaarborgd. Bij die regeling wordt met name de vrijheid van het bijzonder onderwijs betreffende de keuze der leermiddelen en de aanstelling der onderwijzers geëerbiedigd.

Het is de hoogste tijd dat kinderen goed opgeleide onderwijzers, goede leermiddelen en taalkundig houvast krijgen.

Epiloog
In de afgelopen 40 jaar hebben zo’n tien Nederlandse ministers en staatssecretarissen zich beziggehouden met de Antillen. De heer De Gaay Fortman heeft verstandige dingen gezegd over taal, de heer van der Stee besteedde één uur per week aan de Antillen, de heer den Uyl had geen tijd (Suriname was net onafhankelijk met de bekende gevolgen), de heer de Koning was 6 uur per week bezig met de Antillen, veranderde weinig maar gaf veel geld, professor Hirsch Ballin wist wat hij wou (rechtstatelijkheid en goed bestuur) en wilde dat ook doorvoeren, maar hij was zo geleerd en sprak zo ingewikkeld dat ie niet werd begrepen, professor Voorhoeve had te maken met de Balkanoorlog etc. En al die ministers volgden de koers van hun machtige ambtenaren die het ook niet altijd wisten. De Nederlandse samenleving – in tegenstelling tot de Antilliaanse gemeenschap over wie het allemaal ging – was sowieso niet betrokken (de voorlichtende media hadden en hebben nauwelijks belangstelling voor de Antillen behalve voor schandalen, de wereld van Peter Stuyvesant en de BES-eilanden).

Kapers op de kust
Er zijn ook kapers op de kust. De consul-generaal van Venezuela beloofde in The Daily Herald van 2 augustus 2008 koeien met gouden horens: ‘Op een heldere dag kan ik met het blote oog een deel van de kust van Venezuela zien. Zo dicht bij elkaar liggen we…’ En ze vervolgde: ‘we kunnen net zo ver gaan als de locale (lees: Antilliaanse) overheid wil […..] Door de (Venezolaanse) overheid gesubsidieerde sociale, economische en culturele projecten kunnen hun nut afwerpen voor de Venezolaanse inwoners hier op het eiland en ook voor de Antilliaanse gemeenschap. Venezuela heeft uitstekende, niet te dure openbare universiteiten die een grote verscheidenheid aan curricula aanbieden. Na hun studie kunnen de afgestudeerden zich dan aan hun Caraïbische gemeenschap wijden. Zo dicht bij huis naar school gaan kan behoorlijk veel voordelen hebben’.

De goede verstaander leest: zorg ervoor dat de onderwijstaal Spaans wordt, stuur je kinderen naar Venezolaanse vervolgopleidingen en het wordt nog eens wat tussen ons, wíj trekken de knip wel open.

Hier geldt het oude woord van Ovidius: ‘Timeo Danaos et dona ferentes’ ( vert.: ik vrees de Grieken ook al brengen ze geschenken).

Nawoord
We zijn nu een paar jaar verder en schrijven 2011. Het Nederlands op Aruba en Curaçao is op de terugtocht. Begrijpelijk, het is voor de Antilliaan een wezensvreemde taal. Leraren en onderwijzers hebben een hekel aan het Nederlands en weigeren soms om die taal met hun leerlingen te spreken, niet in de laatste plaats vanwege politieke motieven. De vraag is door welke (wereld)taal het Nederlands vervangen zal worden in het onderwijs. Om verschillende redenen, zoals ik elders heb betoogd, ben ik persoonlijk voor de invoering van het Engels als taal van instructie. Het Engels biedt de Antilliaan verreweg de meeste kansen.

Anil Ramdas – de zen van Suriname

door Tessa Leuwsha

Paramaribo, de vrolijkste stad van de jungle (2009) was de titel van het vorige boek van Anil Ramdas. Op zich een vreemde noemer want vrijwel iedere Surinamer doet er alles aan om sprietjes groen op verre afstand te houden en voor velen is de jungle een onbekend en onbemind terrein.

read on…

Vooys over hoge en lage cultuur

Slauerhoff versus Stieg Larsson, Bach versus Bauer, Rothko versus graffitikunstenaar Laser 3.14. Hoge versus lage cultuur. Hoewel het onderwerp inmiddels wat uitgekauwd lijkt, kon de redactie van het literair-wetenschappelijk tijdschrift Vooys er goed mee uit de voeten. Er staat genoeg lezenswaardig in het jongste (dubbele) themanummer dat gaat over hoge en lage cultuur, over kwaliteit en populariteit. Bijzonder hoogleraar West-Indische letterkunde en kenner van de Surinaamse literatuur Michiel van Kempen vergelijkt puntsgewijs (en met veel voorbeelden) literaire canonvorming in Suriname en de Antillen met die in Nederland.

Lees hier verder op De Papieren Man

Agnosia: Zwarte Nederlandse kunstenaars krijgen een podium

door Stuart Rahan

Amsterdam Zuidoost – In vervolg van het debat Am I Black Enough for You vorig jaar in Rotterdam, heeft kunstenaar Charl Landvreugd nu als curator de tentoonstelling Agnosia samengesteld. Op zijn uitnodiging participeren zeven kunstenaars in de groepstentoonstelling, die gehouden wordt in het kunstcentrum CBK Zuidoost.

Als voorwaarde stelde de curator dat de deelnemende kunstenaars, door Landvreugd zwarte Nederlanders genoemd, niet alleen een zwarte koloniale achtergrond moesten hebben, maar hun navelstreng ook nog begraven moet zijn in de Nederlandse grond.
Vanuit die achterliggende gedachte en opgegroeid in de sociale Nederlandse omgeving hebben zeven kunstenaars werk gemaakt. “Ik streef ernaar om de omlijning van het zwarte perspectief iets duidelijker gestalte te geven door de mensen die deze vorm van Nederlandsheid beleven”, verklaart Landvreugd zijn insteek. Het is al sinds enkele jaren dat zwarte kunstenaars, ook uit Suriname, regelmatig hun werk in Nederland exposeren of deel uitmaken van een groepsexpositie. Hun werk wordt dan besproken op grond van hun etnische afkomst en beoordeeld vanuit een multiculturele hoek.


Import-Amerikaan

Wat Charl Landvreugd nastreeft, is een zekere omlijning terwijl kunstenaars en kunst zich moeilijk laten inkaderen. Kunstenaars en kunst zijn juist cultuuruitingen die grensoverschrijdend zijn. Agnosia stelt volgens Landvreugd voor om die nieuwe groep Nederlanders aan te duiden met de term Zwart Nederlands, vergelijkbaar met Fries Nederlands of Limburgs Nederlands op basis van de beleving van cultuur.
Daarentegen trekt Stephan Sanders in zijn essay de vergelijking met Amerika, dat ten opzichte van Europa wel als immigratiegebied ontwikkeld heeft. “Je hoeft niet per se als Amerikaan geboren te zijn om toch een ‘echte Amerikaan’ te worden.” Een aantekening die voor het Europese continent met een zekere teleurstelling en nijd wordt aanschouwd.
Het integratieproces in Europa, is als gevolg van allerlei behoudende factoren van immigranten niet zo succesvol verlopen. En dan te bedenken dat de autochtone Amerikaan in zijn woon- en leefklimaat veelal op grote achterstand leeft in vergelijking met de import-Amerikaan.
Stephan Sanders vraagt zich af of de afro-Nederlandse identiteit waar Landvreugd naar op zoek is, te vergelijken is met de Amerikaanse. Hij antwoordt positief: “Het moet een politieke identiteit zijn, die gebaseerd is op een keuze, eerder dan op de bloedlijn.” In het verlengde daarvan wil Sanders weten hoe het idee met betrekking tot de kunsten zich verhoudt met de tentoongestelde werken en de titel Agnosia. “Het gevaar bestaat dat hier stiekem het “ius sanguinis (recht van het bloed)” weer gebruikt wordt, nu op de al even wankele basis van de zwarte huidskleur.”

Agnosia staat voor niet bekend, niet weten, verlies van kennis en of curator Landvreugd die ontbrekende kennis haalt uit de zeven kunstenaars en hun werk, zal door elke bezoeker verschillend ingevuld worden. Kunst roept oergevoelens op die te maken hebben met de culturele en politieke bagage die in de loop van de tijd zijn verzameld. De zeven in Nederland geboren kunstenaars zijn Avantia Damberg, Brian Coutinho, Faranú, Felix de Rooy, Patrick de Vries, Rose Manuel en Tiquestar Illuminat Rex. Rose Manuel gaf een performance waarin zij vrouwen met kroes haar een spiegel voorhoudt. Gekleed in weinig verhullende kleding gemaakt van nephaar bereid zij een haarmaaltijd om deze op een met haar bedekte tafel, zittend op een met haar beklede stoel, te verorberen.

De expo Agnosia is tot en met 24 september te zien in het Centrum voor Beeldende Kunst in Amsterdam Zuidoost.

[uit de Ware Tijd, 16/07/2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter