blog | werkgroep caraïbische letteren

Atman

door Elsje Dijkstra

Meester Ferrier was anders. Een jonge onderwijzer, maar als meisje van tien zag ik dat niet. Hij was voor mij bijzonder omdat hij op een andere manier lesgaf. Eens per week vertelde hij. Hij las niet voor, nee hij vertelde de verhalen van Anansi uit zijn hoofd. En daarbij zat hij niet stil op zijn stoel, we kregen een complete theatervoorstelling te zien.

Nu weet ik dat meester Ferrier (‘Hoe spreek ik die naam uit meester? Als Ferjé of als Ferrier?’ Het mocht allebei.) mij aangezet heeft tot nadenken. Zomaar nadenken. Niet omdat er een probleem is, maar omdat denken leuk is. Drie woorden, maak daar een verhaal van. Of stel een vraag over wat je altijd al wilde weten. Waarom is het water in de rivier zoet en in de zee zout, meester?

Ik zit op het vliegveld te wachten tot de gele deur open gaat. Mijn cd van Kenny B. heb ik al een keer afgeluisterd. Nog een rondje maken? Vooruit dan maar. In de hoek is een kiosk met boeken en tijdschriften. Ik slenter erheen, zo weinig te doen en zoveel tijd om stuk te slaan. Niet echt geïnteresseerd kijk ik naar de uitstalling van boeken voor het raam. Leo Henri Ferrier, de naam staat in schuine letters gedrukt op de pocket. Mijn meester van toen.

Zou hij nog leven? Hoe is het hem vergaan terwijl ik langzaamaan volwassen werd? Was hij werkelijk zoals ik dacht? En dan kom ik er achter dat ik hem net gemist heb. Tot op heden verbonden aan de Stichting Surinaams Museum, lees ik op de achterflap. Het museum waar ik voor heb gestaan, deze zelfde dag nog. We gingen niet naar binnen, de rondleiding was net afgelopen, zo vertelde de suppoost. Ik kan niet meer terug, de vlucht is geboekt en ik word thuis verwacht.

In het boek lees ik over zijn zoektocht. Na de PABO studeerde hij muziek, hoofdvak piano. Belangstelling voor letteren, filosofie en sociologie. Nu weet ik waarom hij mij aanzette tot denken. Niet omdat hij een probleem zag, maar omdat hij denken leuk vond. Van drie woorden kon hij een verhaal maken. Hij wilde altijd weten. En hij had een eigen mening.

Het boek is geschreven in 1968 en in 1996 heeft Ferrier zelf een nawoord geschreven. Suriname is in rustig vaarwater gekomen, al zijn de krassen van de decembermoorden en de binnenlandse oorlog nog diep. Hij schrijft over de stakingen van de beginjaren ’70, de opstand tegen de overheid die werd geleid door een jonge generatie van intellectuelen die vrijwel allen hadden gestudeerd in Nederland.

In die tijd woonde ik in Wageningen, Nederland en ik kwam regelmatig in de Surinaamse sociëteit. De jongens daar (het waren voor het merendeel jongens) hadden grootse plannen met Suriname. Ze waren, net zoals Ferrier beschrijft, op de eerste plaats Surinamer. En, hoe revolutionair de plannen ook mochten zijn, ze hadden tegelijkertijd een grote hang naar de traditionele Surinaamse cultuur. Zodra ze de studie af hadden zouden ze teruggaan, om daar samen een betere wereld te maken.

Ferrier ziet in de hedendaagse kunst het bewijs van zijn stelling dat in Suriname, ondanks alle onderlinge strijd, de mensen op een goede manier samenleven. Ze hebben belangstelling voor elkaar, erkennen elkaars manier van leven en hebben een gezamenlijke Surinaamse identiteit.

Verder op zoek ga ik, als ik thuis ben. Misschien kan ik hem een brief schrijven, hem vertellen dat ik door de jaren heen vaak heb teruggedacht aan de vierde klas van de lagere school. Het jaar waarin hij me leerde denken, mijn leven een zetje in de goede richting gaf. Maar dan lees ik, het is haast terloops vermeld, dat Ferrier in 2006 is overleden. Te laat? Heb ik hem definitief gemist?

Nee. Zijn boek is er nog. Voorin staat het geschreven.

Atman:

Adem, Bewustzijn, het Zelf, de Wereldwet duidt

subjectieve, innerlijke leven aan;

Kennis van Atman leidt tot Onsterfelijkheid.

[Dit artikel verscheen eerder als blog van de Volkskrant]

 

on 06.08.2011 at 9:13
Tags:

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter