blog | werkgroep caraïbische letteren

door Peter Meel

Anansi zat tot zijn nek in de schulden. Hij kon geen stap buiten de deur zetten of de andere dieren vroegen hem: ‘Zeg Anansi, wanneer krijg ik mijn geld terug?’ Steeds meer dieren begonnen ongeduldig te worden. Hoe vaak hadden ze hem al niet verzocht om zijn schulden af te lossen? Van welke kant je het ook bekeek, ze stonden in hun recht. Het was hun geld! Anansi diende zijn verplichtingen na te komen.

Louise Bourgeois (1911-2010) – Spider (1996). New Orleans. Foto © Michiel van Kempen

Vrijpostig als zij konden zijn, gingen sommige dieren ruwe taal gebruiken om hun argumenten kracht bij te zetten. Ze bedreigden Anansi en stelden hem de meest vreselijke dingen in het vooruitzicht als hij niet met de gevraagde middelen over de brug kwam.
   Het viel Anansi niet gemakkelijk om met de toenemende onvrede om te gaan. Het wilde er nog wel bij hem in dat de dieren een punt hadden, maar hij weigerde de schuld hiervoor bij zichzelf te zoeken. Elk dier moet nu eenmaal eten. En van een kale spin kan je niet plukken. Hadden dieren dan niets meer voor elkaar over? Dat hij vandaag slecht bij kas was, betekende toch niet dat het hem ook morgen aan middelen zou ontbreken? Je moest wel flink van het padje af zijn om dat te denken! Hij had het zo vaak met zijn omgeving gedeeld. Elk uur staat de deur naar nieuwe kansen open. Iedere dag is een uitnodiging om je hand in de ton met mogelijkheden te steken. Wie die gedachte verwierp, begreep maar weinig van het leven.   
   Anansi droeg zijn opvatting met flair uit. Aan zijn welsprekendheid lag het niet, maar de overtuigingskracht van zijn woorden schoot tekort. De dieren volhardden in hun gemor. Zij wisten steeds meer anderen voor hun zaak te winnen, draaiden Anansi in het openbaar de duimschroeven aan en belasterden hem onder valse naam op sociale media. Het begon er steeds somberder voor hem uit te zien.
   Maar het tij keerde. De greep in de ton met mogelijkheden had resultaat. Bij het vallen van de avond vond Anansi een tijgervel. Hij pakte het van de grond en liet het bewonderend door zijn vingers gaan. Voordat hij het wist, had hij het om zijn lichaam gedrapeerd. De dunne vacht hing in plooien om zijn stakkerige lijf, maar de magische kracht van het omhulsel voelde weldadig aan.
   Als herboren begaf Anansi zich op straat. Niets weerhield hem er meer van om zijn schuldeisers onder ogen te komen. Op hun vraag wat er met hem was gebeurd, draaide hij er niet om heen: ‘Ik had geld geleend aan Anansi. Toen ik bij hem langs ging om het terug te vragen, gooide hij plotseling een tovermiddel over mij heen. Sindsdien ga ik in dit vel gehuld.’ De dieren waren verbijsterd door deze uitleg. Niemand van hen durfde Anansi nog op zijn betalingsverplichtingen aan te spreken. Maar de onvrede hield aan. En de spanning steeg. Het wachten was op de dieren om een greep uit de ton met mogelijkheden te doen.

Geïnspireerd door een Anansi tori uit Globetrotter no 7, december 1992. Een uitgave van het Museum voor Volkenkunde in Rotterdam.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter