blog | werkgroep caraïbische letteren

Amaisa wint weer!

door Els Moor

Op het Kinderboekenfestival Paramaribo 2011 lieten we in de stand ‘Lees je wijs!’, waar bijna alle Surinaamse kinderboeken lagen, alle kinderen die dat wilden de titel van het boek dat ze het mooiste vinden of dat hen het meeste aantrekt op een flap schrijven. Dat deden we ook eind februari en eind maart op de Kinderboekenfestivals van Albina en Nickerie. In Albina had de serie van de stichting PCOS, samengesteld door Christine Feenstra over het dagelijks leven van het meisje Amaisa uit een dorp in het binnenland, de meeste stemmen. In Nickerie gingen Jack en Mia, de hoofdpersonen van de twee boekjes over onderwerpen uit de Surinaamse geschiedenis van Jerrel Pinas met de eer strijken.

Christine Feenstra (midden) aan het werk voor het Kinderboekenfestival

In Paramaribo hebben duizenden kinderen het festival op het terrein van KKF bezocht; tijdens de ochtenden met hun klas en juf of meester, in de middaguren met hun familie of vrienden en vriendinnen. ’s Morgens werden er creatieve activiteiten met de boeken gedaan, waarna ze een boek mochten kiezen voor de flap en ‘s middags kwamen kinderen zelf zitten lezen en schreven ze ook graag de titel van het boek van hun voorkeur op.

Enkele cijfers:
328 kinderen schreven de titels van 83 verschillende boeken uit de totale collectie op flappen
44 kinderen kozen voor de serie over Amaisa van de stichting PCOS
25 kinderen kozen voor de boekjes over Jack en Mia van Jerrel Pinas (foto rechts)
19 kinderen kozen voor de serie over het paard Manga van Susan van Dijk

Amaisa heeft deze keer dus glansrijk gewonnen. De Amaisaboekjes zijn zeker niet de spannendste, meest humoristische of meest creatief geschreven kinderboeken. Toch hebben ze al twee keer gewonnen. De serie is verschenen in het kader van het project ‘Vroege stimulatie taalontwikkeling’ dat tot voor kort door PCOS verzorgd werd in 9 dorpen aan de Boven-Suriname met Djoemoe als centrum en dat nu doorgezet wordt door bewoners van de dorpen met behulp van de boekjes. De doelgroep van het project bestaat uit moeders en andere opvoeders van jonge kindertjes die nog niet naar school gaan en uiteraard de kindjes zelf. Het doel is dat deze moeders en anderen in de moeilijke schooltaal, het Nederlands, leren praten met hun kindertjes over dagelijkse onderwerpen zoals eten, baden in de rivier, met de boot ergens op bezoek gaan, naar de poli gaan als je ziek bent en geld sparen. De zinnen in de vijf boekjes zijn dus uiterst eenvoudig en de duidelijke illustraties laten zien waar de zin over gaat. Het vijfde boekje werd tijdens het KBF gepresenteerd en heet: Amaisa gaat sparen.

Dat zoveel kinderen voor deze eenvoudige boekjes kiezen, ook in de stad en omgeving, zegt veel over het leesniveau van deze kinderen. Veel kinderen willen boekjes lezen waarin ze zichzelf herkennen, eenvoudig van taal en met leuke, aanschouwelijke tekeningen. Ook de boekjes van Jerrel Pinas en Susan van Dijk spreken de kinderen aan, van Pinas vanwege het aantrekkelijk maken van de geschiedenis en die van Susan omdat ze op een prachtige manier via het paard Manga herkenbare emoties verwoordt, ook alweer eenvoudig en met mooie illustraties.

Boeken die 10 of meer stemmen kregen zijn: Okorié en Agambé van Sherida Sabajo (17 stemmen) over twee jongens uit verschillende dorpen in het binnenland, Sam en Kim van Cynthia Mc Leod (13), over het dagelijks leven van enkele kinderen in de stad, Het grote Anansiboek van Johan Ferrier (11), waaruit er waarschijnlijk wordt voorgelezen op scholen, Mijn bijzondere bossen (11), een informatief boekje over zorg voor het milieu en de serie Moi boi (10) van de schrijversgroep Wagina uit Wageningen over een doodgewone jongen die overgaat naar de tweede klas en wat hij allemaal doet. De klassen die naar stand ‘Lees je wijs!’ kwamen, waren voornamelijk vijfde en zesde en een enkele vierde. Boeken met ingewikkelder verhalen met veel meer en moeilijker tekst, zoals bijvoorbeeld die van Gerrit Barron, kregen weinig stemmen. Een lach en een traan kreeg met 7 de meeste.

Wat leren we hieruit? De leescultuur in Suriname is langzaam groeiende. Zelf lezen is nog moeilijk voor veel kinderen. Er is nog veel behoefte aan eenvoudige, herkenbare boekjes met weinig tekst en veel illustraties. Deze fase is de eerste stap van zelfstandig lezen op weg naar de mooi geschreven fantasievolle of leerrijke, dikkere boeken met veel tekst die we ook in onze kinderliteratuur hebben en die op de scholen niet mogen ontbreken. Voorlezen is immers de perfecte stap om de kinderen naar zelf lezen te brengen!

Foto van Jerrel Pinas: @ Harmen Boerboom

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter