blog | werkgroep caraïbische letteren

‘Als hij er was, was hij er helemaal’

Hernieuwde aandacht voor schrijver/schilder Edgar Cairo: ‘We respecteerden elkaar in de relatie die we met hem hadden’

door Ad van Dam

Tien jaar geleden overleed in Amsterdam op 52-jarige leeftijd de Surinaams-Nederlandse schrijver en schilder Edgar Cairo. Cairo schreef in zijn leven een veertigtal boeken, was columnist van De Volkskrant en hield zich gedurende zijn laatste jaren bezig met schilderen. In zijn werk komen allerlei thema’s aan de orde: huidskleur, sekse en de onverwerkte koloniale erfenis. Onlangs verscheen de documentaire Ik ga dood om jullie hoofd van Cindy Kerseborn en werd één van zijn belangrijkste boeken, Famir’man-sani (Kollektieve schuld), herdrukt. Cairo was naast een opvallende, veelzijdige kunstenaar ook een bijzondere persoonlijkheid, aldus Jenny Hoolt en Hans de Visser, Cairo’s twee liefdespartners.

Hoewel Edgar Cairo zijn homoseksualiteit niet verborgen hield en hij zelfs enige tijd columnist was van het tijdschrift Homologie, wilde hij zich niet in een hokje laten stoppen. Hij onderhield geruime tijd een liefdesrelatie met zowel Jenny Hoolt (1946) als Hans de Visser (1963).
Jenny: “Ik werkte eind jaren zeventig voor de Gemeente Amsterdam en deed onderzoek onder Surinaamse en Antilliaanse Amsterdammers. Ik vond het nodig om Surinaams te gaan leren en ben toen een cursus gaan volgen. Edgar was de docent. Ik werd verliefd op hem. Ik wilde hem blijven zien nadat de cursus was afgelopen. Hij bleek dicht bij mij in de buurt te wonen. Het heeft een tijdje geduurd voordat het echt wat werd. We hebben nooit samengewoond. Dat zijn we wel ooit van plan geweest, maar hij bedacht zich. Hij vond zichzelf niet geschikt om samen te wonen. In februari 1988 is het uitgeraakt. Dat voorjaar vierde Edgar zijn veertigste verjaardag. Ik weet nog dat hij kort daarna met een bevriende naar een psychiater ging. Edgar kwam daar binnen en zei dat hij de grote Surinaamse schrijver Edgar Cairo was. Die psychiater concludeerde meteen: grootheidswaanzin!”
Hans: “Ik was achttien jaar toen Edgar Cairo op mijn middelbare school een lezing kwam geven. Hij was toen al vrij bekend als schrijver. Ik ben na de lezing op hem afgestapt. Zo is de relatie, de vriendschap, begonnen. Ik kende hem en zijn werk eigenlijk niet. Ik vond het gewoon een aantrekkelijke man, that’s it. Ik denk wel dat Edgar gevleid was. We hebben een jaar of vier een relatie gehad, maar nooit samengewoond. Het was een liefdesrelatie, maar zijn werk stond voor hem altijd op de eerste plaats. Als hij schreef, was dat echt het enige wat-ie deed. Daarnaast had hij vaak nog optredens door het hele land. Hij was vaak ’s avonds laat thuis. Ik had een heel ander leven. Ik studeerde inmiddels rechten en moest ’s morgens om negen uur in de collegebanken zitten. Edgar en ik praatten altijd over allerlei maatschappelijke onderwerpen en dagelijkse dingen, ook toen hij ziek was, maar hij was een binnenvetter. Belangrijke mededelingen kwamen soms op momenten dat je het niet verwachtte. Persoonlijke kwesties – ondermeer over zijn vader – besprak hij niet met mij. Van het feit dat Edgar ergens voor stond en een duidelijke mening had, heb ik veel geleerd. Het leeftijdverschil was vijftien jaar, maar later voelde dat anders. Het vlakte af. Onze relatie ontwikkelde zich later tot een gewone vriendschap. Toen was Edgar inmiddels ziek geworden.”

“Ik denk wel dat hij mijn grote liefde is geweest, maar dat weet ik niet helemaal zeker”, stelt Jenny. “Dat klinkt een beetje raar, want dat dacht ik op dat moment wel. Ik denk ook niet dat er maar één grote liefde in je leven komt, dat kunnen er meer zijn. Maar hij was een grote liefde, dat wel.”

Uitgever Franc Knipscheer, Jenny Hoolt
en Hans Visser bij de presentatie van
de Cairo-film van Cindy Kerseborn.
Foto © Hellen Gill.

Hans: “Edgar was wel mijn eerste grote liefde. Dat kun je zo wel zeggen. Hij was iemand met een heel scherp brein en met veel gevoel voor humor. Hij was heel aanwezig, maar niet op een vervelende manier. Hij was echt een personality, iemand waar je rekening mee hield. Wanneer hij er was, was hij is er helemaal.”
Jenny: ”Hans en ik zijn ooit door Edgar aan elkaar voorgesteld. Zo deed Edgar dat. Hij stelde zijn vrienden aan mij voor en vertelde zijn vrienden over mij. We hebben samen de laatste jaren voor Edgar gezorgd. We maakten duidelijke afspraken over wie wanneer naar hem toeging. Zo zijn we bevriend geraakt. We hebben Edgar samen gevonden toen hij overleden was.”
Hans: “We respecteerden elkaar in de relatie die we met Edgar hadden. We gingen er verder niet al te diep op in. Dat is nog steeds zo.”

“Wat mij in zijn werk het meest ontroerd heeft, is de allereerste versie van Zij die liefhebben”, zegt Jenny. Het verhaal van wat er met hem gebeurd is ontroerde me. Dat verdriet van hem raakte me enorm. Ook het moeizame en het ambivalente in de relaties tussen mensen, die aan de ene kant van elkaar houden en elkaar aan de andere kant pijn doen. Dat is natuurlijk precies wat er gebeurt wanneer je van mensen houdt. Dan kunnen ze je ook meer pijn doen. Of liever gezegd: dóet het veel meer pijn wanneer er wat gebeurt. Hij zat ook met zijn eigen pijn, omdat dingen niet zo liepen zoals hij zou willen.”

.
Edgar Cairo – The Birds
Foto © Michiel van Kempen

Hans: “Edgar schreef veelal in een zelf samengestelde taal van Surinaams-Nederlands en Sranantongo. Het later zogenoemde Cairojaans is zeer poëtisch en taalvernieuwend en alleen door hem zelf op onnavolgbare wijze voor te dragen. Ik vond Temekoe een heel mooi boek. Over een indringende vader-zoonrelatie. Een aangrijpende passage is het moment waarop de zoon zijn vader een hand wil geven en de vader die hand niet aanneemt. Dat zijn scherp omschreven momenten. Die raken me.”
Jenny:” Edgar had op een gegeven moment een groot en kleurrijk schilderij gemaakt. Dat hing bij hem thuis. Hij had al eens schilderijen weggegooid en ik was bang dat hij dit ook aan de straat zou zetten. Toen hij op een dag geld nodig had, zei ik: ‘Jij kunt dat geld krijgen als je mij dat schilderij geeft.’ Het werk, The Birds uit 1990, hangt nu prominent in mijn woonkamer. Edgar kon precies vertellen welke Surinaamse vogels er allemaal op staan. Ik ken ze niet, maar zie wel die ene vogel tussen al die andere vogels. Allemaal zitten op één lijn, zo schuin, en die ene vogel gaat er zo dwars doorheen. Dat doet me op een bepaalde manier aan Edgar denken.”
Hans: “Eén schilderij heeft hij mij gegeven toen ik in 1993 mijn eigen advocatenkantoor opende. De compositie, de kleuren en de dieptewerking spreken me aan. Nadat ik het had uitgekozen heeft Edgar er met goudverf nog extra figuren aan toegevoegd. Dat was best grappig. We hebben het samen naar mijn kantoor gebracht. Ik ben niet zo lang geleden van kantoor verhuisd en ga het nu bij mij thuis ophangen.”

“Doordat er weer aandacht is voor het werk van Edgar komen er opnieuw dingen naar boven, constateert Hans. “Ik mis zijn intellectuele stevigheid. De warmte en de scherpte van zijn persoon. Je kon echt ontzettend met hem lachen.”
Jenny: “Ik mis de momenten dat hij me opbelde om te zeggen dat hij eraan kwam. Hij parkeerde zijn auto voor de deur, ik keek uit het raam en zag hem dan aan komen rijden. Ik voelde dan dat het goed was tussen ons. En dat we later samen door de stad liepen en hij ineens zijn hand uitstak als er een auto aan kwam. Met al zijn ziekte was hij dan toch nog zorgzaam. Dat ontroerde me.”

Kollektieve schuld/Famir’man-sani, uitgeverij In de Knipscheer. Meer informatie over de documentaire Ik ga dood om jullie hoofd op cimakefoundation.eu

[overgenomen uit de Gay Krant]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter