blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Als gebeurtenissen achteraf ‘historischer’ blijken

Reactie op ‘26 februari 1981 – historische ontmoeting Lachmon en Arron? [klik hier]

door Peter Meel

In een lezenswaardige bijdrage liet Roy Khemradj afgelopen dinsdag zijn licht schijnen over een gebeurtenis die nog altijd vragen oproept: de ontmoeting tussen Jagernath Lachmon en Henck Arron op 26 februari 1981 thuis bij Ram Sardjoe. Het bijzondere aan deze ontmoeting was dat voor het eerst na de staatsgreep van 25 februari 1980 beide mannen elkaar weer de hand drukten en daarmee de grondslag legden voor een langdurige samenwerking tussen hun politieke partijen: de VHP en de NPS. Waren zij voorheen politieke tegenstanders, het aantreden van Desi Bouterse inspireerde hen om de strijdbijl te begraven en gezamenlijk een partijcombinatie te beginnen.

 

Een foto uit het Gedenkboek 70 jaar VHP. Jagernath Lachmon (rechts), oprichter van de VHP, met naast hem Henck Arron, voorzitter van de NPS.

Zoals ik het hierboven formuleer, zo staat het in andere bewoordingen opgetekend in het gedenkboek dat ter gelegenheid van 50 jaar VHP verscheen. Het jaar erna voerde ik lange gesprekken met Henck Arron ter voorbereiding op mijn biografie van hem. Natuurlijk legde ik Arron de bewuste passage voor en vroeg ik hem naar zijn herinneringen aan deze gebeurtenis. Zijn antwoord: ik was er niet bij en kan er dus ook niet op reflecteren. Ik gaf blijk van mijn verbazing hierover en suggereerde dat hij zich mogelijk vergiste. Haalde hij misschien bepaalde gebeurtenissen door elkaar? Nee, reageerde hij, ik weet waar je op doelt, maar de informatie in dat boek is niet correct: ik was er niet bij, Rodgers wel. Ik deed nieuwe pogingen om zijn geheugen op te frissen, maar Arron bleef bij zijn ontkenning. Ik besloot het daarbij te laten.

In mijn biografie nam ik het bewuste interviewfragment op en verwees ik in een voetnoot naar de weergave van de ontmoeting in het VHP-gedenkboek. In die noot verwerkte ik ook informatie over de ontmoeting die Roy Khemradj aan zijn interviews met Lachmon had ontleend. Het bevreemdde mij dat de visies op de gebeurtenis tamelijk haaks op elkaar stonden, maar het lukte mij niet er een sluitende verklaring voor te vinden. Uiteindelijk vond ik het allemaal ook weer niet zó belangrijk. Het hoofdstuk waarin de kwestie een plaats heeft gekregen, gaat over Arrons rol bij de terugkeer van Suriname naar de parlementaire democratie. Om die rol goed te kunnen begrijpen, besteedde ik in het hoofdstuk dat eraan voorafgaat veel aandacht aan Arrons ervaringen direct na de staatsgreep: zijn onderduikperiode en zijn gevangenneming door de militairen, zijn mensonwaardige behandeling door de nieuwe machthebbers, zijn strubbelingen met het Bijzonder Gerechtshof en vanaf 1981 zijn geleidelijke terugkeer in de burgersamenleving. Die belevenissen waren niet eerder onderzocht en leverden mijns inziens een indrukwekkend relaas op waarbij vergeleken de details van het weerzien van Lachmon en Arron van minder belang waren.

Na het verschijnen van mijn biografie van Arron in 2014 hebben meerdere VHP-ers mij er onafhankelijk van elkaar op gewezen dat Arron het toch echt bij het verkeerde eind had met zijn opmerking dat hij op 26 februari 1981 ontbrak bij Sardjoe thuis. Ram Sardjoe was een van hen. Ik antwoordde hen dat Arron zich tegenover mij zeer beslist over de gebeurtenis had uitgelaten en dat mijn vervolgvragen hem niet op andere gedachten hadden kunnen brengen. Vanaf dat moment realiseerde ik mij dat een voorval dat ik tot dan toe beperkte betekenis had toegekend, voor anderen van groot gewicht bleek te zijn. Achteraf gezien had ik misschien bij Otmar Rodgers navraag moeten doen naar 26 februari 1981. Maar zonder dat ik mij er op dat moment van bewust was, heb ik die kans voorbij laten gaan. We zullen het daardoor moeten doen met de informatie die ons ter beschikking staat.

Op basis van de getuigenissen van Sardjoe, Arron en Lachmon ben ik ervan overtuigd dat Arron en Lachmon elkaar op een zeker moment hebben ontmoet, dat dit weerzien tamelijk emotioneel is verlopen en dat hier de kiem ligt voor wat later het Front voor Democratie en Ontwikkeling is gaan heten. Of die ontmoeting op 26 februari 1981 plaatsvond, weet ik niet. Het is niet dat ik Sardjoe niet geloof, maar het is zijn woord tegen dat van Arron en het ontbreekt mij aan de argumenten om te kunnen zeggen wie van de twee ik hier gelijk zou moeten geven. Wat ervoor zou kunnen pleiten dat de ontmoeting op een later tijdstip dan 26 februari 1981 plaatsvond, was dat Arron diezelfde maand uit gevangenschap was ontslagen en een teruggetrokken bestaan leidde. Pas begin 1982 zou hij als NPS-voorzitter voor het eerst weer (kort) in het openbaar verschijnen.

Sardjoe laat in het artikel van Khemradj doorschemeren dat de verschillende versies van de werkelijkheid een partijpolitieke achtergrond hebben. Wat hij vertelt over Arrons aversie tegen de locatie van de bijeenkomst klinkt aannemelijk, al roept die tegelijk de vraag op waarom Arron niet bij Lachmon thuis werd ontvangen of waarom niet was gekozen voor een neutrale vergaderplek buiten Paramaribo. Als Lachmon het oprecht meende met zijn verzoenende opstelling richting Arron, dan had hij toch voor een passende locatie kunnen zorgen?

De kern van de zaak is wellicht dat de VHP 26 februari 1981 presenteerde als een triomfmoment. Ondanks zijn buitenspelpositie had de VHP in de eerste helft van de jaren tachtig het initiatief naar zich toe weten te trekken. Lachmon was in gesprek met Bouterse, de laatste liet weten Lachmon nodig te hebben om politiek verder te kunnen, waarna Lachmon erop stond dat ook de NPS bij de onderhandelingen met de militairen werd betrokken. Dat Arron op voorspraak van Lachmon een plek aan de onderhandelingstafel kreeg toebedeeld, moet de trotse NPS-leider als een vernedering hebben opgevat. Deze afhankelijkheid van een politieke rivaal paste niet bij het zelfbeeld van krachtige regeringsleider dat Arron vóór de staatsgreep koesterde. Om die reden wilde de NPS-top bij voorkeur niet herinnerd worden aan de ontmoeting tussen Lachmon en Arron.

Als historicus ben ik gewend het woord ‘historisch’ terughoudend te gebruiken. Iedere dag wordt er wel iets of iemand met het woord ‘historisch’ getooid, zonder dat duidelijk is waarom en zonder dat beseft wordt dat een dergelijke woordinflatie ons begrip van de werkelijkheid vooral vertroebelt. Ik zou ook voor de ontmoeting van 26 februari 1981 niet het woord ‘historisch’ reserveren. Wel wil ik erkennen dat de discussie erover mij aan het denken heeft gezet en dat deze laat zien dat we ons soms tevreden moeten stellen met speculeren als we de waarheid boven tafel willen krijgen.

1 Trackback/Ping

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter