blog | werkgroep caraïbische letteren

Alida Kock: Kinderverhalen moeten humor bevatten (1)

door Quito Nicolaas
Alida Kock

Na een studie Spaanse taal en letterkunde, dacht ze niet meteen aan een rol in het literaire circuit en ging gewoon les geven. Jaren later ontdekte ze het schrijversvak en sloot zich aan bij Stichting Simia Literario. In korte tijd liet ze een tweetal kinderboeken Yuuwaanaa/Leguuwaantje (2006) en Kachó di rasa/Rashondje (2007) het licht zien. Daarnaast zijn haar gedichten in enkele bloemlezingen opgenomen: Fruta hecho (2006), Kinderen van het heelal (2008) en Symbiose tussen pen en penseel (2008). Vaak denkt men dat het schrijven van kinderboeken in betrekkelijk korte tijd geschiedt en dat het vrijwel gemakkelijk is. Vandaag een gesprek met deze kinderboekenschrijfster en dichter.

Je bent begonnen als kinderboekenschrijfster en hebt tot nu toe een tweetal kinderboeken geschreven. Hoe zijn de boeken door het publiek ontvangen?
Dit moet ik even corrigeren. Eigenlijk ben ik begonnen als dichteres en heb hier en daar in Antilliaanse welzijnsbladen als Hacha, Stiwa en OCAN-info gedichten gepubliceerd. Het eerste boek dat ik publiceerde is in feite een lang gedicht dat geïllustreerd is en als prentenboek is uitgegeven, namelijk Yuuwaanaa. Daarna volgde Kachó di rasa. De boeken zijn goed ontvangen door volwassenen maar vooral door kinderen. Ik denk dat het te maken heeft met de humor in beide verhalen.

 

Beschrijf eens hoe je te werk gaat om een kinderverhaal goed te doen aansluiten op de denkwereld van een kind?
Dat is een moeilijke vraag omdat een kind van vier anders is dan een kind van negen bijvoorbeeld. Ik ben eigenlijk verhalen voor kinderen gaan publiceren omdat ik kinderen wilde laten lezen. Hiermee bedoel ik voornamelijk kinderen uit de voormalige Nederlandse Antillen en Aruba. Een manier om de aandacht van kinderen te krijgen is humor. Ik heb in veel verhalen daarom humor gebruikt om de aandacht van de kinderen te krijgen in de hoop dat ze de volgende keer uit zichzelf een boek oppakken en gaan lezen.

Als kinderboekenschrijfster sta je ook bekend als dichter. Waarom deze verandering in je schrijfcarrière?
Nou eigenlijk is het geen verandering in mijn carrière al vind ik dit een groot woord. Ik schrijf al heel lang gedichten maar heb ze nooit durven publiceren of zelfs aan anderen te laten lezen. Ik ben verhalen voor kinderen gaan verzinnen toen mijn kinderen klein waren omdat veel boeken niet tot hun verbeelding sprak. Als ik een verhaal vertelde over een leguaan of over een dansende geit zag ik aan hun ogen dat ze enorm veel plezier hadden en ze vroegen ook vaak om die verhalen weer te vertellen. Natuurlijk zijn er schrijvers die ze leuk vonden zoals Annie M.G. Schmidt en later Paul van Loon maar veel boeken waren saai of te moralistisch. Ik ben serieus gaan nadenken over het publiceren van mijn verhalen door mijn werkzaamheden als tolk. Ik merkte dat veel ouders niet konden voorlezen omdat ze het Nederlands niet genoeg beheersen. Toen ben ik op het idee gekomen om mijn verhalen tweetalig te publiceren, dus zowel in het Nederlands als in het Papiaments.
In het gedicht Ta ken mi ta [Wie ik ben] behandel je de meervoudige identiteit die Caribbeans vertonen. Is dit een droomwereld of doorgaans de gespletenheid van het individu?
Nou wat mij betreft is er zeker geen sprake van een droomwereld en ook niet van een gespletenheid van het individu. Ik heb een analyse gegeven van hoe ik in elkaar zit en met mij veel mensen uit het Caraïbisch gebied. We wonen nou eenmaal in een regio waar er sprake is van veel migratie en dat zal voorlopig niet veranderen denk ik. In feite is onze identiteit een geheel van diverse culturele en levenservaringen. Dat is volgens mij cruciaal voor het begrijpen van de identiteit van iemand vanuit het Caraïbisch gebied.

Dakota, Aruba. Foto: Familie Fingal
Het feit dat je op Aruba in de wijk Dakota – een multiculturele wijk – werd grootgebracht, is dit van invloed op je schrijven geweest en hoe is dat merkbaar?
Ik weet niet of iemand uit Dakota anders schrijft dan iemand uit Noord of Santa Cruz. Waar ik wel in geloof is dat je zijn jouw bewustzijn bepaalt. Als je als klein kind gewend bent verschillende talen te horen, verschillende geuren uit diverse keukens te ruiken en andere gewoontes te zien dan thuis verandert dat wel je perspectief van de wereld. Ik denk dat je dan rijker bent en ook open staat voor dingen en mensen die anders zijn. Ik denk dat het invloed heeft op mijn schrijven omdat ik als persoon gevormd ben door diversiteit.[wordt vervolgd]

[uit Caribe Magazine, 28 november 2012]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter