blog | werkgroep caraïbische letteren

Activisme of wetenschap: de geschiedenis van de slavernij

Anders dan een activist kan een historicus zijn lezers of toehoorders maar zelden een warm gevoel van binnen bezorgen.

door Piet Emmer

In een interview in de Kanttekening beklaagt universitair docent Karwan Fatah-Black zich over het feit dat hij meestal activist wordt genoemd en geen wetenschapper. Nochtans uitte Fatah-Black in november nog de vrees dat opvattingen die afwijken van de zijne ‘voedsel geven aan Baudet en andere radicale politici’, dixit Trouw. Daarmee suggereert hij dat een historicus maatschappelijk onwelgevallige resultaten maar beter kan verzwijgen of verdraaien. Een wetenschapper is echter niet geïnteresseerd of de uitkomsten van zijn onderzoek op maatschappelijke goed- of afkeuring kunnen rekenen, een activist wel.

Monument op de Dam / foto Aart G. Broek

Wat zou er gebeurd zijn met ons beeld van de Bezetting (1940-1945) als historici van die periode net als Fatah-Black alleen maar hadden geprobeerd bij de publieke opinie in het gevlij te komen? In de eerste jaren na de oorlog wilden de Nederlanders immers graag horen dat ze zich bijna zonder uitzondering dapper hadden verzet, vele Joden het leven hadden gered en dat de grote spoorwegstaking in ons land het einde van het Derde Rijk dichterbij had gebracht. Het speurwerk van historici bleek echter tot volstrekt andere uitkomsten te leiden. Dat toonde aan dat het percentage collaborateurs in ons land niet kleiner, maar groter was dan in andere bezette landen, en het percentage overlevende Joden lager. Inderdaad riepen deze onderzoeksresultaten veel maatschappelijke verontwaardiging op. Hadden de onderzoekers die resultaten dan maar moeten verzwijgen, zoals Fatah-Black voorstelt?
Zo’n suggestie veroorzaakt ernstige wetenschappelijke schade, want dan zou niemand op het idee komen om uit te zoeken waarom die percentages zoveel lager waren dan in andere landen. En de spoorwegstaking? Die bleek een verwaarloosbaar effect te hebben gehad op het oorlogsverloop, terwijl die staking onbedoeld wel een belangrijke bijdrage leverde aan de ongekende hongersnood in West-Nederland. Dat was weer geen populaire boodschap en veel personeelsleden van de NS waren verontwaardigd, want door te staken hadden ze wellicht hun leven in gevaar gebracht. Op den duur werden deze ongemakkelijke onderzoeksresultaten toch geaccepteerd, want wetenschappelijke resultaten hebben gelukkig meer gezag dan activistische.    

Dat komt omdat een historicus informatie probeert te verzamelen, te wegen en te analyseren. Morele oordelen laat hij of zij aan de lezer. Activisten daarentegen bewandelen de omgekeerde weg en beginnen met een moreel oordeel en zoeken daar de passende informatie bij. Dat Fatah-Black geen historicus is maar activist blijkt onder meer uit de onderstaande voorbeelden, waarbij zijn activisme steeds verstopt zit een wetenschappelijk façade. Om dat te illustreren, is elk voorbeeld voorzien van enkele inleidende zinnen. 

Slavenskeletten in St. Eustatius
De laatste decennia is er veel historisch en archeologisch onderzoek gedaan naar de veranderingen in lichaamslengte. Waren de opgegraven skeletten kleiner dan die van vorige generaties, dan kon dat worden toegeschreven aan minder calorieën en meer ziekten. Werden de skeletten langer, dan hadden die generaties geprofiteerd van meer en beter voedsel en waren ze minder ziek geweest. Dit mechanisme verklaart waarom Nederlandse mannen de afgelopen eeuw gemiddeld maar liefst twaalf centimeter langer zijn geworden, waarom de nakomelingen van de Europese landverhuizers in de Nieuwe Wereld gemiddeld langer werden dan de kinderen van de thuisblijvers en waarom de onderdanen van de oude bondsrepubliek Duitsland gemiddeld langer zijn dan de voormalige burgers van de DDR. Ook de slaven in Noord- en Zuid-Amerika werden gemiddeld langer dan de Afrikaanse slaven in Afrika.     

Sint-Eustatius

 Uiteraard past dit laatste onderzoeksresultaat niet in het activistische slavernijbeeld, want daarin behoren de slaven ziek en ernstig ondervoed te zijn. Uit een wetenschappelijke studie over 32 slavenskeletten uit St. Eustatius blijkt dat er onder de slaven op het eiland in sommige perioden geen sprake was van groei, maar juist van een stagnatie in de lichamelijke ontwikkeling. Dat geeft Fatah-Black de gelegenheid om vorig jaar april in Trouw te verwijzen naar dat artikel en de onderbroken lichaamsgroei te wijten aan ‘een periode van extreme stress en ondervoeding’.  Dat lijkt op wetenschap, maar het is activisme. Het minuscule St. Eustatius is immers niet te vergelijken met de grote, slavenrijke plantagekolonies, zoals Suriname, waar genoeg grond was om voedsel te produceren. Daarom waren verreweg de meeste in de Nieuwe Wereld geboren slaven langer dan hun lotgenoten in Afrika. Zo hadden in Suriname de slaven in tijden van oorlog niet te lijden onder de verbroken scheepvaartverbindingen en hadden ze ook zonder aanvoer van buiten voldoende te eten. Dat was op eilandjes als St. Eustatius onmogelijk.

Dat een vergelijking tussen twee volstrekt ongelijke situaties tot vreemde resultaten leidt, kan worden geïllustreerd met de cijfers over zuigelingensterfte. Nederland heeft – zoals bekend – een van de laagste percentages ter wereld. Toch is het mogelijk om de zuigelingensterfte in ons land gelijk te stellen aan de hoge sterfte in het doodarme Ethiopië. De percentages kloppen als je je voor Nederland maar beperkt tot de cijfers uit Amsterdam van maart 1945 tijdens het dieptepunt van de hongerwinter. Anders dan een activist zou een historicus een vergelijking met zo’n unieke uitzondering onmogelijk in overeenstemming kunnen brengen met zijn of haar wetenschappelijk geweten.   

Gedenkplaat voor Tula en zijn rol in de revolte van 1795 - Fortmuur, Punda, Curacao - foto Aart G Broek
Gedenkplaat voor Tula en zijn rol in de revolte van 1795 – Fortmuur, Punda, Curacao – foto Aart G Broek

Afschaffing van de slavernij
Het tweede voorbeeld betreft de afschaffing van de slavernij in de Europese koloniën. Hoewel daarvoor allerlei verklaringen circuleren, wijzen de meeste studies op het veranderde mensbeeld van de Europeanen in de tweede helft van de achttiende eeuw. Weliswaar werden Afrikanen en Aziaten nog steeds als minderwaardig gezien, maar steeds meer inwoners van West-Europa vroegen zich af waarom de ene mens het eigendom van een ander kon zijn.  

Anders dan een historicus varieert Fatah-Black zijn verklaringen voor de afschaffing van de slavernij al naar gelang de vraag van zijn publiek. Op de website van de Internationale Socialisten noemt hij de ‘sociale strijd’ van zowel de slaven als ‘door campagnes van onderop’ als belangrijkste oorzaak. Dat laatste zullen de trotskistische lezers van die website zeker weten te waarderen. Maar in zijn Keti Koti-lezing op 30 juni 2020, ter gelegenheid van de afschaffing van de slavernij, noemt Fatah-Black alleen nog het slavenverzet. Als kroongetuige voerde de herdenkingsredenaar de slavenopstand op Haïti ten tonele, die in 1791 begon en het einde van het gehele slavernijsysteem zou hebben ingeluid. Ook die verklaring zal zijn toenmalige toehoorders – deels afstammelingen van Surinaamse en Antilliaanse slaven – een warm gevoel hebben bezorgd. Eindelijk bleken het hun eigen voorvaderen te zijn geweest, die de slavernij hebben afgeschaft en niet de onderdrukkers uit Europa. Deze opvallende draai toont aan dat Fatah-Black zijn ‘wetenschappelijke’ inzichten ter ondersteuning van het geloof der kameraden wel erg makkelijk inruilt voor dat van de nazaten van de slaven.

Anders dan een activist kan een historicus zijn lezers of toehoorders maar zelden een warm gevoel van binnen bezorgen. Daarvoor is het verleden te gecompliceerd en dat geldt a fortiori voor de slavenopstand op Haïti. Die opstand heeft het einde van de slavernij helemaal niet dichterbij gebracht, hoe plezierig dat het Keti Koti-publiek ook in de oren klonk. Wie aan deze mythe wil vasthouden, dient veel te verzwijgen zoals het feit dat er na die opstand nog ongeveer vier miljoen (!) slaven van Afrika naar de plantages in Noord- en Zuid-Amerika zijn gebracht, dat de slaveneconomieën van Brazilië en Cuba pas na Haïti hun grootste omvang bereikten en dat na Haïti de snelle industrialisatie van de plantages deze sector nog afhankelijker maakte van slavenarbeid dan voorheen. Geen wonder dat de verkoopprijzen van slaven maar bleven stijgen en dat was niet gebeurd als hun kopers in de veronderstelling hadden verkeerd dat na Haïti de slavernij ook elders spoedig zou worden afgeschaft. De indrukwekkende groei van de slavenplantages na Haïti zien sommige historici zelfs als een aparte periode in de slavernijgeschiedenis, die van een ‘second slavery’.

Luchtfoto van Citadelle Laferrière Haiti / foto US Federal Government public domain

Geen wonder dat in de tijd zelf de tegenstanders van de slavernij, de abolitionisten, over de Haïtiaanse opstand liever zwegen. Daarentegen wezen de tegenstanders van de afschaffing juist graag naar de chaotische samenleving van de eerste zwarte republiek, de onderlinge moordpartijen en oorlogen, die het land jarenlang zelfs in tweeën deelden. In Nederland boezemden deze ontwikkelingen de leden van de Nationale Vergadering zoveel angst in, dat een meerderheid besloot het uit Frankrijk geïmporteerde gelijkheidsideaal niet toe te passen en, anders dan de Franse grondwet, de afschaffing van de slavenhandel en de slavernij niet te noemen in de eerste Nederlandse constitutie van 1798. Alleen al dat feit maakt duidelijk dat je activist moet zijn om de Haïtiaanse opstand als het begin van het einde te betitelen. Een historicus zou zich daarvoor schamen.

Stantvastigheyt – gevelsteen I foto Aart G. Broek

Een gelovige kent geen twijfel
Wie de homepage van Fatah-Black op de website van de Universiteit Leiden bekijkt, ziet in een oogopslag dat de universitair docent zich de laatste jaren heeft gespecialiseerd in het schrijven van opiniestukken, het geven van interviews en andersoortige mediaoptredens. Het werk van collega’s met afwijkende opvattingen over het slavernijverleden dan de zijne, doet hij daarin – net als in het interview in de Kanttekening – stelselmatig af als borrelpraat, vergoelijkingen en dooddoeners. Inhoudelijke bewijzen waarom hun werk niet deugt, komen in zijn stukken niet voor. Een voorstel van de geschiedenisredacteur van de NRC voor een discussie met zijn opponenten, ging hij uit de weg. Iedereen die aan een universiteit studeert, krijgt verplicht colleges wetenschapsfilosofie waarin geleerd wordt dat wetenschappers hun vooronderstellingen, methoden en resultaten voortdurend kritisch tegen het licht moeten houden. Kennelijk waren die colleges aan de student Fatah-Black van destijds niet besteed. In plaats van te beargumenteren waarom de hem niet welgevallige visies op het slavernijverleden onjuist zijn, zet hij mij en collega Henk den Heijer in zijn interview in de Kanttekening liever weg met de opmerking ‘dat hun inbreng een ideologische lading heeft en kan bijdragen aan blanke identiteitspolitiek’. Een gelovige kent geen twijfel en dat is nu net het verschil tussen een activist en een wetenschapper.

Eveneens verschenen op de website de Kanttekening, 26 januari 2022.

8 comments to “Activisme of wetenschap: de geschiedenis van de slavernij”

  • Als Fatah Black de activist is, dan is Emmer de historicus die zich wentelt in de rol van slachtoffer van de activist en zijn gelijk lijkt te willen halen door middel van een ouderwets onderscheid tussen de historicus als activist en de historicus als wetenschapper en verteller van objectieve waarheden..Emmer verwijt Fatah Black o.a. dat hij zijn verhalen over het Nederlandse slavernijverleden aanpast aan de smaak van het publiek. Dat er meerdere verklaringen (verhalen) kunnen zijn voor bijvoorbeeld de opstand in Haiti en de invloed daarvan op de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse kolonien gaat er bij Emmer niet in. Emmer is de historicus die gelooft in de enige echte verklaring hiervan. Een historicus, schrijft hij, probeert informatie te verzamelen, te wegen en te analyseren. Emmer lijkt ervan uit te gaan dat weging en analyse van informatie objectief en eeuwigdurend zijn, en dus niet beinvloed kan zijn door het vigerende paradigma en persoonlijke voorkeuren. Elke verklaring van een fenomeen is op haar best partieel en instabiel. Schrijven over het verleden is allesbehalve neutraal. Teksten over de slavernijgeschiedenis zijn verhalen, interpretaties van het verleden. Dat maakt iedere geschiedschrijving tot een inherent fictief gebeuren waaraan ook Emmer zich niet kan onttrekken.

  • @John Schuster / Onze koning verdedigde dezelfde opstelling naar gebeurtenissen in het verleden als jij: ach, het is uiteindelijk slechts een mening. Alex liet de betrokkenheid van de vader van zijn (aanstaande) vrouw Max bij de dood van duizenden in haar vaderland als geheel aan hem [de vader] voorbijgegaan.
    Kortom, je weet je in goede kringen, dat zal geruststellend kunnen zijn voor je.

  • Aart G. Broek, je maakt met je commentaar duidelijk dat je niets hebt begrepen van mijn interventie. Beetje dom. Misschien kun je uitleggen waarom de teneur van mijn commentaar te vergelijken zou zijn met het goedpraten van de daden van de fascist Videla. Lees daarvoor eerst een boek, bijv van Frank Ankersmit over de filosofie van de geschiedwetenschap.

    • @ John Schuster / Niet een ‘beetje dom’ (maar ernstiger gemankeerd) is het reduceren van alle onderzoek en de ‘verhalen’ die erop gebaseerd zijn tot hetzelfde niveau van wankele interpretaties, partiele waarheden, ficties. Een dergelijke reductie van kennis(verwerving) gooit (activistische) verhalen over slavernij op de mesthoop van meningen zoals die van Alex. Het (slavernij)verleden verdient beter en krijgt dit ook door deugdelijk wetenschappelijk onderzoek dat het activisme overstijgt.

  • Aart G. Broek, ik merk dat je mijn advies om eens te kijken naar het werk van Frank Ankersmit hebt genegeerd. Je had er veel van kunnen opsteken. Zo veel dat je je had onthouden van de projectie dat ik alle onderzoek en de ‘verhalen’ die erop gebaseerd zijn reduceer tot hetzelfde niveau van wankele interpretaties, partiele waarheden, ficties. Je had de termen die ik gebruik in een bepaalde context kunnen lezen in plaats van zo duidelijk te laten zien dat je er geen snars van snapt. Ik verklaar ze nader [***]. Over interpretatie: cijfers, gebeurtenissen en acties vliegen ons niet zomaar aan. Er gaat altijd een interpretatie, van ons of een ander, aan vooraf. Dat is een algemene regel. Of jij een bepaalde interpretatie van bijvoorbeeld de Haïtiaanse revolutie wil reduceren tot een wankele interpretatie, zonder daarbij aan te geven waarom, is aan jou. Het getuigt van luiheid. Een ‘partiële waarheid’(jargon) is een verklaring die op een bepaald moment is aanvaard als de ‘ware’ toedracht van zaken. Ze is partieel omdat op grond van verder onderzoek een betere verklaring, waarin nog meer factoren worden betrokken, die een veelomvattender beeld van de oorzaken en het verloop daarvan geven, tot stand komt. Begrijp je nu wat ik met ‘partieel’ bedoe? Fictie: ik begrijp dat je waarschijnlijk, niet gehinderd door enige kennis van zaken, aan een roman hebt gedacht. Ik maak er in navolging van Ankersmitprepresentatie van.
    Je hebt het over (activistische) verhalen over slavernij die op de mesthoop van meningen, zoals die van Alex (even bijblijven Broek, de naam Alex is niet gevallen) belanden. De vraag die ik dan opwerp is op grond van welke rationele gronden de ene representatie/verhaal van/over het verleden (bijv. de gevolgen van Haïtiaanse revolutie voor de afschaffing van de slavernij) de voorkeur krijgt boven andere representaties? Weet jij het?

    • [Reactie op suggestief taalgebruik verwijderd – red CU.]

      • [Suggestief scheldwoord verwijderd – red. CU.]

    • Op de plaats van de sterretjes heeft de redactie suggestief taalgebruik verwijderd -= red. CU.

2 Trackbacks/Pings

Your response at Werkgroep Caraïbische Letteren

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter