blog | werkgroep caraïbische letteren

We hebben 28 zoekresultaten voor je gevonden.

Lucia Nankoe in gesprek met Hein Eersel

De Caribische literatuur in tekst en context in Galerie Sukru Oso

Op donderdag 26 januari organiseerden de heren dr. Hein Eersel, mr. Carlo Jadnansing en dr. mr. Edwin Marshall een causerie over de Caribische literatuur. De gastspreker was Lucia Nankoe. Zij trad in dialoog met Hein Eersel en het publiek.

Tori Oso

De dialoog begint met de vraag van Hein Eersel, taalkundige, aan Nankoe welke literatuur gerekend mag worden tot de Caribische literatuur. Nankoe laat duidelijk blijken dat zijn geen voorstander is om de Caribische literatuur in te delen vanuit een geografisch optiek. Deze kenner van de Caribische literatuur kiest evenmin voor een historische indeling.

Volgens Nankoe is de tijd aangebroken om naar stromingen te kijken, want achter deze stromingen gaan ook veel ideeën, gedachtes en verwachtingen schuil. “Er moet eerder gekeken worden wat er is geschreven en welke stromingen aanwezig zijn”, vindt deze literatuurwetenschapper. Heel duidelijk en met veel enthousiasme onderbouwt Nankoe haar mening. Zo vrij als een vis zich in het water voelt, zo vrij en boeiend vertelt Nankoe over de geschiedenis van de Caribische literatuur waarin de vele literaire stromingen aan de orde komen. Zij geeft veel voorbeelden van schrijvers die thuishoren bij de verschillende stromingen. Ook worden de thema’s bij elke stroming kort belicht.

De Négritude

Zij begint met de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw waarin auteurs uit de verschillende Caribische eilanden toentertijd Afrika idealiseerden. Alles wat Caribisch Gebied was, was Afrika. Afrika was het moederland, Europa, Azië enz. telde niet mee. Frank Martinus Arion met zijn boek Stemmen uit Afrika is een duidelijk voorbeeld hiervan.

Er was een opkomst van auteurs die zich in een beweging, de Négritude, bundelden met name uit het Frans Caribische eiland Martinique. Deze Négritude-schrijvers stelden Afrika centraal in hun werken.

Gedurende de dialoog kwam Nankoe enkele keren terug op het thema Afrika. “Wat je ziet in de Caribische literatuur is aan het begin van de twintigste eeuw en zeker in Londen en met name Parijs dat er studenten uit de verschillende koloniën bijeenkomen.” Deze aanstaande ‘zwarte’ intellectuelen gaan op zoek naar hun verleden. Uit Martinique is bekend geworden Aimé Césaire (Martinique, 26 juni 1913-17 april 2008). Uit Frans-Guyana kwam Léon-Gontran Damas (28 maart 1912-januari 1978). Uit Afrika, Senegal, Léopold Sédar Senghor (9 oktober 190620 december 2001), die later ook nog president wordt. Zij richtten de Négritude-beweging op.

Deze beweging is volgens Nankoe heel erg belangrijk in de literaire geschiedenis van het Caribische Gebied. Er ontstaat zodoende een link tussen Frans-Guyana (Damas) en de rest van de Frans Caribische eilanden (o.a. Cesairé) en een link met Afrika via Senghor. Afrika werd geïdealiseerd, het moederland, maar dit was de eerste aanzet om het Caribische Gebied te herwinnen of te hervinden. Een belangrijke thema hierbij was het idealiseren van de zwarte vrouw. Alle zwarte personages in hun werken waren de mooiste vrouwen of zwarte godinnen. De gedichten van René André de Rooy (Paramaribo, 1917) staan bekend om de verheerlijking van de zwarte vrouw.

Négritude in Suriname: een voorbeeld

Met deze thematiek (Négritude) toonde ook de Surinaamse Eugène Rellum zich verwant aan dichters uit de négritude-beweging en dan met name met de van Cayenne afkomstige Léon Gontron Damas. Een van de bekendste gedichten over de Surinaamse neger zou ‘Negerschap’ worden:

Negerschap
is als bloeiende vanille
hoog in de bomen van het bos;
in wijde omtrek
laat de geur niemand los,
hij dwingt een ieder
om naar hem
omhoog te kijken


Antillanité

Langzamerhand verandert de ‘Back to Africa’-gedachte in de Antillianiteit (Antillanité) met als bekende schrijver Edouard Glissant (21 september 1928 3 februari 2011). Hij is de absolute grote denker die pleit voor het Antilliaan zijn. Daarom moet, volgens Nankoe, deze schrijver uit Martinique zeker op de leeslijst voorkomen van studenten. “Wij zijn niet meer Afrika, India, en China, wij zijn Antillianen! Daar schrijft Glissant over.”

In Suriname lijkt gedurende de jaren ‘60 en de eerste helft van de jaren ‘70 het merendeel van alle schrijvers – en zeker van alle dichters – er zich terdege rekenschap van gegeven te hebben dat hun inzet een ernstig en concreet realiseerbaar doel diende: de strijd voor de onafhankelijkheid van Suriname! De maatschappelijke betrokkenheid van auteurs was ook altijd groot, maar vanaf het einde van de jaren ‘60 zijn alle maatschappelijke ontwikkelingen praktisch van dag tot dag te volgen in vooral de poëzie. De auteurs identificeerden zich met hun land in de meest letterlijke zin. Eugène Rellum:

Sranan na mi,
mi na Sranan.
Suriname ben ik;
ja, ik ben Suriname.
In dit opzicht was de literatuur van Suriname helemaal in lijn met de massa van niet-westerse letteren.

Creolité

Vervolgens komt de nieuwe generatie van auteurs. Hun stroming wordt de la Creolité genoemd. Bekende auteurs zoals Patrick Chamoiseau (Martinique, 1953), Jean Bernabé (Martinique, 1942), Raphaël Confiant (Martinique, 1951). “Dat zijn drie wilde jongens die gigantische veel schrijven. Zij schrijven niet alleen gedichten en of romans. Zij gaan verder. Zij probeerden bepaalde gedachtegoed te verwoorden”, weet Nankoe dit op een humorvolle manier het publiek mee te delen.

In het Frans Caribische Gebied komen de auteurs op het punt dat de natuur belangrijk werd. Uit de andere taalgebieden zou er een raakvlak getrokken kunnen worden om te kijken welke auteur binnen deze stroming past, “want er zijn nog steeds mensen die leven vanuit de literaire ervaring met de Afrika-gedachte”’, eveneens met de ‘India-gedachte’”, volgens Nankoe.

“Dit betekent dus dat de we het Caribisch Gebied de indeling van letterkunde in talen zouden moeten loslaten, concludeert Eersel. “Een regio met een eigen cultuur, een eigen geschiedenis die tot uitdrukking komt in minimaal vier talen: het Engels, het Spaans, het Nederlands en het Frans. Nankoe vult aan, dat tegenwoordig ook het Frans Creools een erkende taal is. Vooral Haïti schijnt hele goede schrijvers in deze taal voort te brengen.

Thema’s

De thema’s die vaak dan nog aan de orde komen zijn: het slavernijverleden, de koloniale geschiedenis, ras, kleur, exodus naar de metropool etc. Eersel geeft een mooi voorbeeld van de Cubaanse dichter Nicolás Guillén (Nicolás Cristóbal Guillén Batista, 10 juli 190216 juli 1989). In een van zijn mooiste gedichten ‘Balada de los dos abuelos’ probeert hij een duidelijke tegenstelling tussen blank en zwart op te lossen in het mulat zijn.

Ook de klassentegenstellingen komen aan de orde. De Surinamer Dobru heeft het over de bakadyari. Dobru doorbreekt het taboe door het naar buiten brengen van het leven op de bakadyari (achtererven) te beschrijven. Maar niet dit alleen, hij doorbreekt ook het taboe op winti en dat is zeker een groot verdienste van deze grote Surinaamse dichter geweest!

 

Lucia Nankoe (links), Renate de Bies & Hein Eersel
 

Tekst en context

Nankoe vervolgt haar gesprek door te vertellen dat auteurs op gegeven moment naar de metropool (moederland) gaan: Parijs, Londen en Amsterdam. Zij geraken ver weg van de Caribische ervaring. De vraag is in hoeverre zijn deze auteurs nog Caribische auteurs. Als voorbeeld wordt de jonge schrijver Karin Amatmoekrim genoemd. Deze schrijfster is geboren in Suriname, maar is opgegroeid in Nederland. In hoeverre is zij nog een Surinaamse auteur? Want in sommige romans zijn deze auteurs weggeraakt van de Caribische context, want hun verhalen spelen zich dan ook in Europa af.

En als je ver weg bent geraakt van de Caribische cultuur, ben je dan nog een Caribische auteur of een Nederlandse auteur?, werpt Nankoe deze vraag op aan de aanwezigen. Misschien een leuk onderwerp voor een volgende causerie! Nankoes babbeltje in Sukru Oso heeft ongetwijfeld zelfs de aanwezige leek in de Caribische literatuur op deze avond absoluut een interessant beeld over de Caribische literatuur gegeven!

[uit DWT, 28 januari 2012]

Foto’s: Carmen Lie (behalve die van de Arion, Césaire en Rellum)

Donner gebelgd over Nankoe tijdens causerie

Op 26 januari organiseerden prominente cultuurkenners een causerie over Caribische Literatuur in Sukro Oso. Gast hierbij was drs Lucia Nankoe (foto rechts). Zij is een kenner van vooral de Franstalige Caraibische literuur en doceert deze thematiek in Nederland. Nankoe was in gesprek met Hein Eersel, taalkundige. Don Walther, die de causerie bezocht, ergerde zich over het feit dat Lucia Nankoe, geen Surinaamse boeken besprak en ook geen aanbevelingen wilde doen in deze richting. Het publiek kon zich in het algemeen hierin terugvinden. Inmiddels heeft Donner zijn ergernis verwoordt in een internetschrijven, waarbij hij Nankoe een ‘krabbenmentaliteit’ verwijt. De stoom die Donner blaast, kan een indicatie zijn dat er in inderdaad in Suriname zelf meer discussie moet komen over de producties van Surinaamse schrijvers en hun positie in het literaire en maatschappelijke veld.

[S’77 Info]

Tentoonstelling Surinaamse trouwfoto’s krijgt vervolg

AMSTERDAM, 10 dec – De foto tentoonstelling ‘Surinaamse voorouders in beeld 1868 – 1950’, die eerder in de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) Oost te zien was, krijgt een vervolg. Een selectie van de tentoonstelling die gaat over trouwportretten is van 6 december tot en met 4 februari 2019 te zien in de OBA – De Hallen. lees verder…

Dubbelbloed in Podium Mozaïek

Verhalen van en over Curaçao en Suriname

 

Op zondagmiddag 16 december 2018 presenteert uitgeverij In de Knipscheer zijn nieuwe uitgaven. Natuurlijk verwijst de titel van het programma naar het boek Dubbelbloed van Etchica Voorn dat vorig jaar in Podium Mozaïek gepresenteerd werd en dit jaar de OPZIJ Literatuurprijs won. Op 16 december 2018 gaat het niet alleen om de fysieke dubbelbloeden, maar ook om die schrijvers die in en met hun boeken bruggen slaan tussen hier en daar, tussen zwart en blank, tussen toen en nu, tussen kolonisator en gekoloniseerde, tussen slaaf en meester. lees verder…

Surinaamse voorouders in beeld 1868 – 1950

‘Oma, wie is die bruid op deze foto? Bent u dat, samen met opa?’ Hoe vaak klinkt zo’n vraag wel niet bij het zien van een ietwat vergeelde trouwfoto in een lijstje op de muur, in een album, op een dressoir, of op een mobiele telefoon. lees verder…

Simone Schwartz-Bart vertaald

Eenakter ‘Jouw mooie kapitein’

Op de redactie (van het Antilliaans Dagblad) is een boek bezorgd, van een Franse uitgever, met een theatertekst van Simone Schwartz-Bart in vijf talen. Naast het origineel, in het Frans, ‘Ton beau capitaine’, vier vertalingen, een in het Kreyòl (van Haïti) ‘Bèl gran kapitenn a’w la’, een in het Engels ‘Your handsome captain, een in het Spaans ‘Tu hermoso capitán’ en – u raadde het al – een in het Nederlands ‘Jouw mooie kapitein’. lees verder…

SP Politiek café: ‘De slaaf vliegt weg’ – 151 jaar afschaffing van de slavernij

Op vrijdag 27 juni 2014 komen literatuurwetenschapper Lucia Nankoe en cultureel erfgoedonderzoeker Jules Rijssen naar het politiek café van SP Leiden. Ze zullen spreken over de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de beeldvorming hierover en in discussie gaan met het publiek. lees verder…

De slaaf vliegt weg

door Nelly Rosa

‘Een volk dat geen toegang heeft tot de bronnen van zijn geschiedenis, wordt een volk met een zelfbeeld gebaseerd op mythen en stereotypen’. Deze stelling van de Amerikaanse historica en onderzoeker Barbara Tuchman wordt door de Surinaamse auteur Cynthia McLeod in de bundel De slaaf vliegt weg aangehaald. lees verder…

De slaaf is weggevlogen, maar…

Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis
door Jeroen Heuvel
Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
De slaaf vliegt weg, verbeelding van Elis Juliana,
siert de kaft van het boek
In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays, zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman, Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door Lucia Nankoe en Jules Rijssen.
Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting, blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk moeten we toch vooruit.
In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat, is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die beïnvloeding vindt wel plaats.”
Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.
In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de VolkskrantHet ParoolTrouw en NRC Handelsblad. Kranten uit de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de ‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.
Schwarzkopf van Natasja Kensmil
De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president, boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.
Het verhaal Twelve years a slave laat zien hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie, die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt en behandelt.
In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is? De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier besproken bundel.
Guillermo Rosario – Mi nigrita

 

 “Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht, uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django, unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de ander.
In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen” als titel meegekregen.

Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]
Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore
De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.
Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies – ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies – Stuart Hall aangestipt.
Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?
Nicolaas Porter – Facing truth
De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.
De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.
Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.
Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.
Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.
Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.
De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.
Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!
Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!
Nederland, 9 maart 2014

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter