blog | werkgroep caraïbische letteren

We hebben 66 zoekresultaten voor je gevonden.

Don Walther Donner overleden

door Michiel van Kempen

Vandaag bereikte ons het bericht dat gisteren, donderdag 1 september 2022, is overleden Walther Donner, jurist, econoom, hoogleraar, politiek commentator zonder vrees, verteller, veelschrijver. Een van de meest productieve auteurs die Suriname heeft voortgebracht is heengegaan. Buiten zijn land van herkomst zullen weinigen zijn naam kennen, maar hij vond zichzelf wereldbekend en hij was er niet zuinig mee om zijn eigen werk lof toe te zwaaien: hij had ‘tienduizenden’ van zijn boeken verkocht en deed niet onder voor Margaret Mitchell (Gone with the Wind),  Frederick Forsyth (The Day of the Jackal), of Harold Robbins (The Carpetbaggers). Walther Donner werd 92 jaar.

lees verder…

Don Walther Donners De politici

 door Carlo Jadnanansing

Een partijtje schaak met als inzet duizend gulden vormt het begin van De politici van Walther Donner, dat zich afspeelt in het gok- en eethuis van Mok, ergens in de binnenstad van Paramaribo eind jaren 40 van de twintigste eeuw. Het is vlak na de Tweede Wereldoorlog en de Nederlandse koningin heeft haar koloniën autonomie toegezegd. Suriname maakt zich op voor de Ronde Tafel Conferenties. In 1948 wordt het algemeen kiesrecht voor mannen en vrouwen ingevoerd.

lees verder…

Don Walther Donner: chroniqueur pur sang

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over Switi Sranan uit 1990 van Don Walther Donner, dat onlangs werd herdrukt.

door Carlo Jadnanansing

De eerste uitgave van Switi Sranan verscheen in 1990 maar deze is reeds decennia geleden uitverkocht. Kort geleden heeft de stichting Don Walther Fonds op verzoek van velen besloten een herdruk uit te geven. Ralicon heeft de taak op zich genomen het boek te redigeren en in een nieuw jasje te steken. lees verder…

Porter beziet/herziet Don Walther

In reactie op het gisteren op deze blogspot geplaatste interview met Don Walther/ Walther Donner zond onze bloedeigen hoffotograaf Nicolaas Porter ons deze foto.

Don Walther (Walther Donner)

Portret van de Surinaamse schrijver Don Walther (ps. van Walther Donner), gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 111 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Don Walther – Opnieuw raaskallen

We hebben een nieuwe bezigheid gevonden. Het drammen. Er wordt nu gedramd om 10 oktober tot nationale vrije dag te verheffen. De drammers kennen de historie van ons land niet of doen bewust aan volksverlakkerij. De drammers willen ons doen geloven dat alleen de Aukaners zich vrij hebben gevochten. 10 oktober is immers de dag dat vrede met hun voorouders werd gesloten. De feiten zijn anders. Er zijn maar liefst drie marronoorlogen gevoerd waarvan die der Aukaners niet eens de belangrijkste was. Namelijk de oorlog aan het oostelijk front die werd afgesloten met de vrede te Auka op 10 oktober 1760 waaraan de Aukaners hun naam ontlenen. De oorlog aan het westelijk front (de Saramacca-oorlog) die op 19 september 1762 werd afgesloten met de vrede van Sara Kreek/ Surinamerivier. De Bonni-oorlog tegen de Cotticanegers die eindigde met de dood van Bonni in februari 1792.

De Bonni-oorlog
Deze oorlog was belangrijker, heftiger en heldhaftiger dan de twee voorafgaande. Het had maar een haar gescheeld of Bonni (een mulat) had het hele land veroverd. Wolbers geeft op pag. 326 van zijn bekende boek over de geschiedenis van Suriname een navrante weergave van de sfeer in het land tijdens die oorlog. ‘De weglopers vermeerderden bij den dag,’ schrijft hij. ‘Schrik en ontzetting heersten alom door de kolonie. Men zag de schoonste plantages door de vlammen verteren, de eigenaars of directeuren ontvingen door de hand der Marrons of die hunner eigen slaven den dood. Verscheidene planters bevreesd voor een algemeen bloedbad, verlieten hunnen effecten en begaven zich naar Paramaribo.’
‘De Cottica negers,’ vervolgt Wolbers, ‘aldus genaamd naar het district waar zij voor het eerst hun aanvallen hadden begonnen, schenen geduchter voor de kolonie te worden dan die van Auka en Saramacca immer geweest waren, want niet slechts was hun getal zeer aanzienlijk, niet slechts vonden zij veel sympathie bij de slaven, maar daarenboven bezaten zij in Baron, Jolicoeur en Bonni moedige en energieke aanvoerders.’ Tot zover Wolbers. (Baron scheen de strateeg te zijn. Hij had als slaaf van een Zweed Dahlberg geheten een grote reis gemaakt naar Europa en zijn ogen goed de kost gegeven).

Niet opgewassen
Het Surinaamse leger bleek niet opgewassen tegen de strijdkrachten der zwarten. In 1770 was daarom een corps vrije negers en mulatten opgericht en was de dienstplicht ingevoerd voor alle vrijen en vrijgelaten slaven van 14 tot 60 jaar. Ze kregen een soldij van fl. 9.- per maand. Vervolgens waren 300 slaven voor 1250.- per stuk gekocht van de slavenhouders om als soldaat te dienen. Zij kregen een stuk grond voor het bouwen van een woning en voor het planten van hun eigen voedsel. Ze werden reddimoessoes genoemd. (Hun nazaten maken ons het leven nog steeds zuur met roddel, achterklap en karaktermoord). Ook waren de marrons betrokken bij de oorlog krachtens het bepaalde in Artikel 8 van het verdrag.
Effie fettie kom na condre foe tarra condre, bacara effoe tarra boesie nengre, innie
wan effie innie plessie dem sa dé, dan onnoe vrie man sa moesoe kom foe helpie bacara, foe Saranam Condre.
[If the colony should get in a war with another nation, whether they are Whites or other Maroons, whoever or wherever they may be, then you Free Blacks should come help the Whites, for the sake of Suriname.]
En dem no sa moesoe mankerie foe sendie soo menni man nanga gon allekie grandiman nanga couroetoe sa haksie foe goo na da plessie grandman sa takie of sendie takie na dem, en fou harkie na dissie sama dissie granman sa pottie foe tirrie dem, foe helpie bacara inni fassie dem sa kan doe.
[And they should not fail to send as many armed men as the Governor and the Court will ask to the place the Governor will (have somebody) tell them, and to obey the person the Governor will appoint to lead them, to help the Whites any way they can.]
Zij vernietigden een vesting van Bonni en kregen prompt ruzie over de beloning. Ook de Indianen moesten eraan geloven. In december 1772 vielen ze een kampement van Bonni achter Paramaribo aan doodden enige mannen namen enige vrouwen gevangen en kregen daarvoor een beloning van maar liefst 2000 gulden. De beloning was op haar plaats. Bonni scheen met een omtrekkende beweging de stad vanuit het noorden te willen aanvallen en had alvast daar een kwartier gevestigd.

In augustus 1772 werd het fort Boucou (volgens de bronnen moet het in de buurt van Maretraite gestaan hebben. Ik hoop dat iemand met meer kennis van zaken mij hieromtrent zal willen inlichten) met een aanzienlijke troepenmacht van meer dan 500 man aangevuld met Aukaners aangevallen. Terwijl de hoofdmacht een schijnaanval ondernam, drong Het Korps Zwarte Jagers via een onder het moeraswater verborgen pad, het fort binnen. Baron en Bonni wisten te ontkomen. In alle kerken werd God gedankt voor de overwinning en enige dagen werd feest gevierd in de stad.

Kolonel Fourgeoud
Maar Bonni was nog lang niet verslagen. Het bestuur stond met de rug tegen de muur. Daarom werd de Zwitserse kolonel Louis Henry Fourgeoud die de marrons van Guyana had overwonnen ingehuurd om de strijd aan te binden tegen de Cotticanegers. Hij kwam in december 1772 in ons land aan met een troepenmacht van 800 man. Ook hij was niet opgewassen tegen Bonni. Hij zou zes jaar later Suriname met het overschot van zijn troepen ongeveer 100 man van de 1200 man die van tijd tot tijd naar Suriname waren ingescheept verlaten. Hij overleed kort na terugkeer in Nederland en werd met militaire eer in den Haag begraven. Het enige wat hij had bereikt was dat Bonni over de Marowijnerivier was getrokken waar hij uit vrees voor een conflict met Frankrijk niet kon worden aangevallen.

Einde van Bonni
In augustus 1788 trok Bonni weer met een troepenmacht over de Marowijne, viel plantages aan die met de grond werden gelijkgemaakt, bevrijdde slaven en doodde soldaten. Hij werd pas drie jaar later (in september 1791) in een veldslag aan de Cottica door luitenant-kolonel Beutler verslagen. Hij stuurde twee van zijn zoons naar Paramaribo voor het voeren van vredesbesprekingen. Gouverneur en Raden wilden zijn aanbod wel aanvaarden maar directeuren der Sociëteit verwierpen het. Ze begrepen dat hij aanzienlijk verzwakt was. Diens onderbevelhebber en strateeg Baron was al gesneuveld. De strijd werd dus voortgezet. De zoon van Bonni, genaamd Agouroe, veroverde een dorp van de Aukaners genaamd Anderblauw en maakte die met de grond gelijk. Bambi de opperbevelhebber der Aukaners ondernam in 1792 met zijn strijdkrachten aangevuld met blanke troepen en manschappen van het vrijcorps een tegenaanval op het hoofdkwartier van Bonn dat op een eiland in de Marowijne lag. Bonni sneuvelde tijdens de veldslag.

Achting
Mijn vraag is: wie verdient meer onze achting? Bonni die zijn hele leven consequent heeft gevochten om slaven te bevrijden of de bevredigde marrons die voor elke gevluchte slaaf die ze terugbrachten 50 vijftig harde guldens ontvingen?
Artikel 9 van het vredesverdrag bepaalde
And when your people will bring run-away Blacks or (other) people they captured to Paramaribo, then they should collect their money right-away, and they will have to take care of their food themselves without the Whites having to give them any.
ËDisie toe.
[?? – red.]
(They agree to) this too.

Dag der Vrijheden
De marrons eisen nu van ons dat wij hun dag meevieren. De dag dat zij zich verbonden om onze voorouders te vangen als wilde dieren en terug te voeren in slavernij. Ik kan mij voorstellen dat mevrouw Belliott destijds wethouder van Amsterdam, op bezoek in Ghana weigerde de hand te schudden van de koning van dat land omdat diens voorouders haar voorouders hadden gevangen genomen en naar Suriname hadden verkocht. Misschien hebben de voorouders van de huidige marrons mijn voorouders opgepakt en teruggebracht in slavernij om afgeranseld te worden.

Dan maar Bonni. Die heeft net als alle grote figuren die hebben gestreden tegen onrecht en onvrijheid de strijd met het leven moeten bekopen. Kijk maar: Willem van Oranje, John Kennedy, Martin Luther King, Mahatma Gandhi, Abraham Lincoln, Toussaint Louverture, Simon Bolívar, Manuel Piar, Francisco de Miranda. Zij allen lieten het leven voor de vrijheid. Tijdens de regering Emanuels werd de 1 juli-dag omgedoopt tot Dag der Vrijheden. Bonni zou in deze reeks niet hebben misstaan. Elk jaar zou een van de genoemde helden worden herdacht en besproken en de jeugd als rolmodel worden voorgehouden. Daar is niets van gekomen. Wat is er eigenlijk met ons aan de hand? Terwijl wij van de koningin eisen dat zij excuses komt aanbieden dat haar voorouders onze voorouders als slaaf hierheen hebben gebracht (als ze dat niet gedaan hadden waren we vandaag de dag misschien de sigaar geweest daar in Afrika) moeten wij feest gaan vieren met de nazaten van de mensen die onze voorouders hebben teruggevoerd naar de slavernij nadat het hun gelukt was te ontsnappen.

Gul
De president was zo gul de drammers te beloven dat hij 10 oktober zou verheffen tot nationale vrije dag (te betalen door de werkgevers dat wel). Ik heb een paar mooie suggesties voor de president. 19 september lijkt ook niet gek. Toen werd het vredesverdrag gesloten met de Saramaccaners. En wat te denken van de dag der Boeroes, de dag der Chinezen, de dag der Indonesiërs en niet te vergeten de dag der Indianen ter herinnering aan de dag dat hun land door Abraham Crijnzen [Crijnssen – red.] werd ingepikt. We kunnen dat alles gemakkelijk betalen uit de opbrengst van de Zilvervloot die Drs. Armand Zunder voor ons allen hoopt binnen te slepen. (120 miljard Euro).

Bronnen
De Beet, Chris & Richard Price (eds), 1982. De Saramakaanse vrede van 1762: Geselecteerde documenten. Institute for Cultural Anthropology, University of Utrecht.
Dragtenstein, Frank, 2002. ‘De ondraaglijke stoutheid der wegloopers’: Marronage en koloniaal beleid in Suriname, 1667-1768. PhD Diss., University of Utrecht. Institute for Cultural Anthropology, University of Utrecht.
Hartsinck, Jan Jacob, 1770. Beschryving van Guiana… Amsterdam: Tielenburg.
Hoogbergen, Wim & Thomas Polimé, 2000. ‘De Saramakaanse vrede in het Sranantongo.’ Oso 19:221-40.
W. Donner: De Marronoorlogen in Suriname. Oorspronkelijke druk 1957. Als feuilleton verschenen in dagblad Beurs- en Nieuwsberichten, Willemstad, Curaçao.

[overgenomen van website Schrijversgroep ’77]

Twee romans van Walther Donner

Bij uitgeverij Ralicon zijn twee romans verschenen van Don Walther Donner namelijk Boete zonder schuld – roman van een verwoest leven 250 pagina’s en Peter Pendergast alias Ananse the Great (a political comedy) 150 pagina’s. lees verder…

Professor Walther Donner: ‘Ik ben als romanschrijver wereldbekend’

door Tanya Wijngaarde

Walther Donner
Onlangs werd professor Walther Donner in de Ware Tijd omschreven als ‘de bekendste Surinaamse schrijver van het Caribisch gebied’. Zelf noemt hij zich ‘wereldbekend’ als romanschrijver. Toch blijken maar weinig Surinamers van hem gehoord te hebben. Voor Parbode aanleiding om onmiddellijk langs te gaan bij deze miskende auteur.
Waar ligt uw navelstreng begraven?
“Hier, in Suriname. Ik ben opgegroeid in de Gonggrijpstraat. Wat kan ik daarover zeggen? Nee, over mijn vader praat ik liever niet; hij heeft ons nog vóór mijn geboorte verlaten. En ook mijn moeder, Augustina Vervuurt, heeft mij niet opgevoed. Ik ben opgebracht door mijn grootouders van moeders kant. Het staat allemaal in mijn boek Swietie Sranang kan me nog meer vertellen; herinneringen aan een rotjeugd. Heeft u het al? Jammer, ik had u ermee willen verblijden.”

Over uw ouders vertelt u weinig in het boek. En als ik de verhalen lees, klinkt het allemaal reuze vrolijk. Voetballen, zwemmen, kwajongensstreken en seks… Had u wérkelijk zo’n rotjeugd?
“Ach, rotjeugd. Ik doelde er daarmee vooralop dat iedereen bezig was met ‘weggaan’. Als het goed is, wil je toch niet weg? Maar als ik er op terugkijk, was het misschien zo slecht nog niet. Ik verkeerde eigenlijk in gelukkige omstandigheden, met een grote, beschermende familie. De Vervuurts waren een echte clan. Toch ben ik blij dat ik rond mijn dertiende uit Suriname ben vertrokken, dat heeft me gemaakt tot wie ik ben. Anders was ik nu een volstrekt onbenul.”

In uw boeken en artikelen bent u buitengewoon kritisch, om niet te zeggen uitgesproken negatief, over Surinamers. Het zijn betweters, laatkomers, ze laten zich niets zeggen en denken dat ze zonder enige kennis van zaken toch álles kunnen…
“Prins Bernhard heeft mij ooit gezegd: ‘degene die mij wijst op mijn fouten, die is mijn ware vriend’. Degene die me mijn gang laat gaan, terwijl hij wéét dat ik verkeerd bezig ben, zou mijn vijand kunnen zijn. Ik heb gewoond op Curaçao, Aruba en Barbados, in de VS, Nederland, Suriname en jarenlang in Costa Rica. Zo kan je goed vergelijken met Suriname. En je ziet ook in Nederland dat Surinamers het relatief slecht doen, in vergelijking met bijvoorbeeld Turken en Marokkanen. Er zitten maar drie Surinamers in het parlement, en wel twaalf Turken en Marokkanen! Terwijl er véél meer Surinamers zijn, en Surinamers bovendien Nederlands spreken. Waar komt die wanverhouding vandaan? Ik heb in Nederland veel in besturen van sociale instellingen gezeten, en bij de VVD. En áltijd als ik met Surinamers op de proppen kwam, was er een probleem. Het is het onvermogen om te verkeren in de samenleving zonder overlast te veroorzaken. Te laat komen is overlast, net als luidruchtigheid, vuilnis op straat gooien of roken bij mensen die er niet tegen kunnen.”

Wat een naar volk. Waarom bent u eigenlijk geremigreerd?
“Suriname is Luilekkerland. De mensen zijn goedlachs, het klimaat is lekker, Suriname is prettig om te wonen. Nou ja, eigenlijk was ik het niet van plan. Maar ik heb suiker, waardoor ik steeds meer moeite kreeg met lopen. Costa Rica is heuvelachtig, en het openbaar vervoer daar is ook een ramp. In Nederland kon ik het niet bolwerken vanwege de kou. Toevallig moest ik vorig jaar in Suriname zijn, vanwege de opening van die nieuwe bank Surichange – ik was in Nederland commissaris. Het was nooit mijn bedoeling hier te gaan wonen. Maar ik ontdekte dat mijnbenen er weer normaal uit gingen zien, mijn haar begon weer te groeien, mijnsuiker werd minder, ik viel een beetje af. Het ging opeens in alle opzichten beter met me, vooral qua gezondheid. Dus toen besloot ik te blijven. Alleen mijn vrouw weigert te komen, dat is wel vervelend. Die stuurde net nog een e-mail vol met redenen waarom ze hier absoluut niet wil wonen.”

Er stond een heel lovend berichtje over u in de Ware Tijd, begin juni. De tekst was bij de dWT-redactie binnengekomen als persbericht. Had u het zelf geschreven?
“Nee. Ik weet niet wie dat gedaan heeft, ik heb het nooit gezien. Word ik erin geciteerd? Vreemd.”
In dat bericht wordt u ‘de bekendste Surinaamse schrijver van het Caribisch gebied’ genoemd. Vindt u dat zelf ook?
“Nou… Ja, ik ben voor zover ik weet de enige wiens werk vertaald is in onder meer het Engels en Spaans. Dus dat maakt me de bekendste.” [Van Albert Helman zijn verschillende werken vertaald in het Engels en Spaans (en andere talen) en verschenen bij gerenommeerde uitgeverijen in Zuid-Amerika. – red. CU]

 


U heeft eens gezegd dat u aan voormalig rechter Reinier Oosterling te danken hebt dat u romans bent gaan schrijven. Hoe zit dat?
“Dat is een heel lang verhaal. Het komt er op neer dat ik de vrouw van een overleden vriend hielp met een bedrijf, en daardoor zelf in financiële problemen kwam. Toen besloot ik een loterij te organiseren. Ik liet de loten drukken in Guyana, en verkocht ze op Curaçao en Aruba. Nee, ik had geen vergunning, ik dacht dat ik op die manier in Suriname niets fout deed. Maar op een dag kwam iemand van Curaçao naar Suriname om zijn geldprijs te zoeken. En toen ben ik gegrepen door de Surinaamse autoriteiten. Acht maanden heb ik in Santo Boma gezeten. Dan heb je wel veel tijd, maar zonder naslagwerken kan je geen wetenschappelijke artikelen schrijven. Nou ben ik geen geweldig lezer, ik heb zelfs nog nooit een Nederlandstalige roman gelezen. En ik had nooit meer dan een zes voor Nederlands. Maar ik kreeg in Santo Boma een boek in handen, The Carpetbaggers van Harold Robbins, en toen ik dat las, dacht ik: ‘dat kan ik ook!’ En nu ben ik als romanschrijver wereldberoemd. Nou ja, wereldbekend dan.”
U klinkt als een échte Surinamer.
“… [Stilte]…..Eh…. [denkt na]…. Ja….[grinnikt]. Ja, ik ben een Ware Surinamer. Inderdaad.” 
[uit Parbode, 1 juli 2006]

Walther Donner zoekt naar een remedie

door Walther Donner

Beste Arlette,

Naar aanleiding van de vele commentaren op je prachtige epistel even een korte notitie. [Het opstel van Codfried vindt u hier en hier; het antwoord van Pim de la Parra hier – red. CU.]

Een van de mooiste voorvallen uit de historie vind ik de ophanging van Oliver Cromwell. Oliver Cromwell (1599-1658) maakte in 1649 een eind aan de Engelse monarchie. Koning Karel I werd kopje kleiner gemaakt. Engeland werd kortstondig een republiek onder zijn bewind. Hij veroverde Ierland en Schotland, en regeerde als Lord Protector van 1653 tot zijn dood in 1658. Hij werd begraven in Westminster Abbey. Tijdens zijn bewind werden naar schatting een miljoen Schotten en Ieren als slaaf verkocht onder meer naar Barbados en Jamaica. Het aantal is misschien ietwat gechargeerd.
Zijn Commonwealth stortte na zijn dood in en de koninklijke familie werd gerestaureerd in 1660. Nadat de royalisten de macht heroverd hadden werd zijn lichaam opgegraven en met alle regelen der kunst alsnog opgehangen.

Na lezing van het commentaar van Pim de la Parra op je mening kwam ik op een briljant idee. (Als Nobelprijzen werden uitgereikt voor briljante gedachten kwamen Pim en ik als duo zonder meer beslist in aanmerking).

Een grondbrief van 1 Mei 1675 luidde als volgt: „Pieter Versterre, gouverneur van de provincie, rivieren en districten van Suriname, etc, vergunneende permittere mits dezen aen Jan N., omme op te neemen ende in vrijen eigendom te besitten een stuck lant, groot 800 ackers, waer hij hetselve bequaem sal vinden, mits niet doende tot nadeel van d’Indiaenen ofte eenige vorige concessiën, ende sal tselve ter behoorlijcker tijt ter secretarie laten prothocolleren. Actum Paramaribo, den 1 Mey 1675″.

Een andere, van 1683 (dus acht jaar later), luidde: „Laurens Verboom, commandeur van de provintie van Suriname, etc,

vergunnen en permitteeren bij deesen aen Andries Masserd

op te nemen en in vrijen eigendom te besitten de nombre van 1500 ackers lant in de riviere de Commewine,etc, mits niets doende ten nadeele van de Indianen ofte eenige vorige concessie“;

Ik kom op de volgende taalfouten bij vergelijking van de twee grondbrieven.

provincie, provintie

vergunneende, vergunnen

permittere, permitteeren

neemen, nemen

groot == nombre

tot nadeel ten nadeele

d’Indiaenen Indianen

concessiën concessie

Wat zouden Pim de la Parra en de heer Snijders van Parbode genoten hebben als ze in die tijd geleefd hadden. Ze zouden beslist overuren gemaakt hebben met het zoeken naar taalfouten. Is het geen goed idee om de ambtenaren die deze grondbrieven hebben geschreven alsnog op te graven en op te hangen? Daarmee doen wij hen een groot genoegen. Ik zorg ervoor gecremeerd te worden zodat ik niet hoef te worden opgehangen na mijn dood wegens mijn taalfouten.

Tot ziens

Don Walther Donner die nog steeds zoekende is naar een therapie tegen de krabbenziekte.

[van de site van Schrijversgroep ’77, 4 februari 2012]

Afbeelding links: Oliver Cromwell, portret door Robert Walker

Walther Donner verzendt gratis boek

Op aanvraag per email naar laetitiabooks@hotmail.com kunt u gratis leesvoer van Walther Donner ter beschikking krijgen. Het gaat om het boekje Suriname en de Caricom. Professor Donner staat bekend om zijn uitvoerige analyses over de Surinamer en zijn relatie tot zichzelf en het buitenland. Ook is van hem bekend dat hij graag zijn standpunten met anderen wil delen, en door het innemen van een scherpe positie de ander tot denken wil aanzetten. In dit kader is de gratis verspreiding van het boekje volledig op zijn plaats.

[bericht van Schrijversgroep ’77]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter