blog | werkgroep caraïbische letteren

We hebben 110 zoekresultaten voor je gevonden.

Thea Doelwijt – Hai gudu Sranan

Klopt, mi doro! Een jaar geleden ook, hoor. Maar dat was meer een vakantie… behalve een actie op het Kinderboekenfestival in Commewijne. Eigenlijk moet ik gewoon zeggen: ‘Wi doro’. ‘Juf’ Marijke van Geest is natuurlijk mee. Sinds 51 jaar… en zij ontmoet tientallen (honderden) oud-studenten… oud geworden, ja, maar ik bedoel van vroeger toen zij hier les gaf, van 1964 tot 1983. Boi, ik was hier al in 1961. Ik begon bij het oude dagblad Suriname. Ai Sranan, en nu… nu zegt iedereen (nou ja, bijna iedereen) dat ze mijn boeken hebben gelezen. lees verder…

Thea Doelwijt – Wajono

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over Wajono uit 1969 van Thea Doelwijt.

door Safira Kame

 

Wajono is een ‘wilde Indiaan’ die deels op eigen aandrang, deels naar de wens van zijn ‘beschaafde Surinaamse landgenoten’ in contact wordt gebracht met de beschaving van de stad. In Paramaribo komt hij in contact met verschillende culturen en hij maakt kennis met de manier van leven in de stad. Hij ervaart ook hoe zijn eigen cultuur botst met die van de stad. Deze ervaringen zal hij dan delen met zijn dorpsgenoten in het binnenland. Joyce krijgt de Indiaanse jongeman onder haar hoede en ze wordt uiteindelijk verliefd op hem. Echter, Wajono verdwijnt zonder iets van zich te laten horen. De politie neemt Wajono op den duur gevangen, omdat hij zo maar in de stad woont, zonder geregistreerd te zijn. Met behulp van een zekere professor Odenski en een politieke relatie van Joyce, komt Wajono tenslotte vrij, en in de armen van zijn Joyce. lees verder…

Thea Doelwijt – Matai!

LET OP, deze tori is voor jou, Matai.
Omdat ik je zo leuk vond bij de verjaardag/expo-opening van schilder Erwin de Vries.
Ik zat achter je en je draaide je om en vertelde me van alles: je had net opgetreden in een stuk van ON STAGE, de jeugdtheateropleiding.
En daarna had actrice Helen Kamperveen voor champagne voor jullie gezorgd. Bijna echte champagne… waar je bijna dronken van kunt worden… lees verder…

Thea Doelwijt – Ze willen het niet weten

Ze willen het niet weten, dus luister naar mij
Na de slavernij noemden ze mij Misi Bethania
Uit de bijbel, ja
Ik heb hard gewerkt voor mezelf, zonder meester
Een erf gekocht, een huis gebouwd, ja Molenpad
Mannen was ik zat, ze moesten mij niet hinderen
Wel zei ik ja tegen hun kinderen
Nu lopen wij samen langs deze grachten
Zie je ons dansen, hoor je ons zingen van al die rijke dingen
O, die Amsterdamse grachten
Waarom hebben jullie daaraan je hart verpand?
Wacht, wacht, ik begrijp het al
Je hebt je oog laten vallen op een grachtenpand
Net als de kooplieden van de zeventiende, achttiende, negentiende eeuw
Die handelden in slaven… dat weten we nu wel
G + G is grachtengordel
Kom maar met je oude oma mee
*Keizersgracht 177… dankzij die familie daar
Mochten 3000 Afrikanen per jaar naar het Caraïbisch Gebied
*Herengracht 514 dankzij die eigenaar daar
Konden in 1692 500 slaven naar Suriname
*Herengracht 502 … ja, dat huis van de burgemeester
Vroeger woonde er een rijke handelaar in slaven
*Keizersgracht 672 … ai mevrouw Borski met uw vier miljoen gulden
Natuurlijk bezat u plantages in Suriname en duizenden slaven
*Herengracht 473 tot 475… ha, daar genoten ze van onze suiker!
G en G… zonder slaven bestonden die panden niet
Mijn huisje wel, noteer dat snel
Dan zingen wij samen: O, die Amsterdamse grachten
Dank u, slavernij u bestaat nog steeds
Wacht nog even met dat verhaal over afschaffing
Laat de slaven in uw handen blijven
(Zij vechten zichzelf wel vrij is onze verwachting)

 

Thea Doelwijt 75

Thea theater
 
door Stuart Rahan
“Je kan het land maar beter verlaten”, fluisterde een vriend van theatermaker Thea Doelwijt in 1983 haar zo zachtjes mogelijk in de oren. Bang om ook gehoord te worden door de militaire machthebbers die weinig gevoel voor theater hadden, behalve hun eigen deerniswekkend theater.
De vriend van ook dezelfde militaire leiding voelde op z’n Surinaams aan dat militairen van het kaliber Desi Bouterse geen grappen maken. Deze militairen hebben een ander podium om zich te doen gelden. Een podium waar drank en ander geestverruimende middelen nodig zijn om dik’ati te krijgen voor het plegen van daden als op 8 december 1982.
De fluistering klonk zacht doch indringend. Koffers werden in allerijl gepakt en de ban uit het land van warmte en hartverpanding was een feit. Wat was haar nummer op de in die periode circulerende dodenlijst? Misschien zijn nog de laatste en enige tranen voor het geliefde land toen gevallen. Aan een afscheid was nooit gedacht toen Thea Doelwijt zich begin jaren zestig vestigde in het land waar de navelstreng van haar vader begraven ligt. ‘T is deels toch ook haar moederland.
In de week dat Nelson Mandela overleed, werd theatermaakster Thea Doelwijt 75 jaar oud. Nelson Mandela was geen pacifist toen hij werd opgepakt en voor een periode van 27 jaar opgesloten. In het gevang realiseerde hij hoe groot zijn invloed wereldwijd met de dag groeide. Sterker nog, hij kon zich geen binnenlandse oorlog permitteren wilde hij ooit een vrij man met nationale en internationale verantwoording zijn. Mandela deelde de meest tot de verbeelding sprekende klap uit. Iedereen verwachtte een jacht op de handhavers van apartheid. Niets minder dan dat. Mandela deelde een psychische maar effectieve klap uit: de biecht. Zij die het aanhoorden, werden week van woede. Zij die opbiechtten, hun ziel knakte. Op dit soort momenten doet het geloof in een God wonderen.
Thea Doelwijt kan moeilijk een pacifist genoemd worden in de juiste zin van het woord. Zij schoot met scherp vanaf het podium op tegenstanders van het volk waar zij deel van uitmaakt. Doden vielen er tot nu toe niet als de nestor van het Surinaamse theater, zoals goede vriendin Noraly Beyer haar noemde, weer eens uithaalde naar de leiders van haar geliefde Suriname, het land dat in 1980 een echt Zuid-Amerikaans land werd. Een thema dat sindsdien als een rode draad loopt in alle geproduceerde stukken. Toen Doe Theater, nu Preyprey Theater. En ik kan je vertellen, a no prey bigi misi Thea e prey. Generaties aanstormend talent of eendagsvliegen kregen van haar de kans hun eerste of enige schreden te zetten op het podium. En met prettige herinneringen. Onder meer Gerda Havertong, Helen Kamperveen en Mike Ho Sam Sooi hadden na hun eerste beproeving de smaak te pakken. Theaterkunsten werd hun beroep.
Geef Thea Doelwijt woorden en zij bouwt theatermuren. Geef Thea Doelwijt een thema en zij bouwt het dak van het theater om onder te schuilen. Geef Thea Doelwijt een kistje en zij creëert een podium, stijgt daarmee boven het publiek uit met een boodschap die verder reikt dan een oceaan kan scheiden. Praat je in Surinaamse kringen over theater, en het Surinaams theater heeft een rijke geschiedenis, en je noemt de naam van Thea Doelwijt niet dan heb je in een ‘theatercomateuze’ toestand geleefd. Zij legt de vinger op de zere wonde. Theater is voor haar het wapen om je verwonde geest te helen. Een lach, een traan, een brasa. Het is niet de koude loop van een uzi in je rug die bij te veel spanning verhit raakt en dodelijke slachtoffers maakt. Neen, theater is ontspanning die je verwonde geest heelt.
Bigi misi Thea, we gaan terug naar Suriname om theater te maken. De scheiding van je dierbare winti heeft te lang geduurd. Met een rituele wasi zullen wij weer worden verenigd. Die hereniging verdient als aanzet de hoogste orde van verdienste. Het land is niet van hun. Suriname is van ons.
[uit de Ware Tijd, 12/12/2013]

Thea Doelwijt – Gi Sophie Redmond

Sophie Redmond

Sophie, je moet die speld zien

Die gouden viool-speld
A moi, a switi
Bijna huil ik
Als ik naar hem kijk
Je hebt jonge vrouwen geïnspireerd
Oudere ook, maar nownow, luku…
Twee jonge radio-vrouwen
Van een Amsterdamse radiozender
Cheryl Vliet en Anita Plowell
Ze kwamen bij me langs
Omdat ik enkele stukken van jou
In een YWCA-boek heb gebundeld
En een tv-stuk rondom jou
Heb gemaakt, met Jan Venema
Jij werd gespeeld door Gerda Havertong
We hebben over jou gepraat, Sophie
Zondag 17 maart
Vrouwen die iets betekenen in Nederland
Zoals dr. Joyce Sylvester
Hebben het woord gevoerd
Goed, hè
Sranan uma willen eenheid en kracht
In een niet altijd aardige wereld
En toen kreeg ik… omdat jij altijd
Als zwarte vrouw viool speelde
Achter gesloten gordijnen, ja
Toen kreeg ik de gouden viool-speld
Voor jouw en mijn inzet hier en daar
Laten we doorgaan, Sophie
En onze vrouwenwereld sterk(er) maken
Thea Doelwijt

Thea Doelwijt 1961

Op deze foto uit 1961 zie je Thea Doelwijt, links, knielend in haar witte rok. Polly Egter van Wissekerke-Belgrave vierde haar tiende verjaardag en had haar schooljuf Yvette Doelwijt uitgenodigd, samen met haar nicht Thea Doelwijt. Thea, 23 jaar oud, was net uit Nederland gekomen en had een kinderkrant in Paramaribo opgezet waar schoolkinderen stukjes in schreven. ”Ik vond het natuurlijk geweldig dat mijn juf op mijn verjaardag kwam”, zegt Polly op de website Verhalen van Vroeger. Het kleine meisje op de foto is haar toenmalige buurmeisje Anneke.

.

[van verhalenvanvroeger.nl]

Thea Doelwijt

Fotoportret van de Surinaams-Nederlandse schrijfster Thea Doelwijt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 6 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto op groot formaat is ook te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Thea Doelwijt: ‘Het blijft een kick: kritisch en muzikaal werken in Suriname’

door Ko van Geemert

Op 25 november ging Ons Kent Ons in première in het Bijlmer Parktheater in Amsterdam, een cabaretmusical van Thea Doelwijt, onder regie van Kenneth Herdigein en met muziek van Harto Soemodihardjo. Daarmee voegde Thea Doelwijt weer een stuk toe aan haar toch al omvangrijke en veelzijdige oeuvre.

Ons Kent Ons is een aaneenschakeling van sketches en liedjes met thema’s die, zeker voor wie het werk van Doelwijt een beetje kent, niet zullen verrassen: het slavernijverleden, de verhouding zwart-blank, Suriname-Nederland. Hilarisch zijn de scènes waarin de spelers een klompendansje doen of typisch Hollandse kinderliedjes zingen als ‘Witte zwanen, zwarte (of groene) zwanen’, ‘De boer had maar enen schoen’ en ‘Iene Miene Mutte’, waar in Suriname niets van begrepen werd (en in Nederland trouwens ook niet).
De cast bestond uit Maikel van Hetten, Adeiye Tjon (de zoon van Thea’s oud-collega Henk Tjon) en de helaas niet altijd zuiver zingende Lucinda Sedoc. Een kernpunt in de voorstelling is een lied over het verleden: ‘Vroeger hebben wij geleerd / Wie zijn verleden niet kent / Komt nooit vooruit / Luister naar mijn tori / Ja, tori is verhaal / Wij zijn ook verbaal / Verdiep u in uw historie / Onze basis is het verleden / Zo niet… dan stikt u in het heden’.
Componist en pianist Harto Soemodihardjo, de vaste begeleider van Jörgen Raymann, viel positief op, maar de meeste indruk maakte toch wel het enorme enthousiasme van alle spelers, met als gevolg: een even enthousiast publiek.

Thea: “Ik vind het vooral belangrijk ook hier jonge(re) Surinamers te inspireren, zoals een startende theatermaker Lucinda Sedoc, die een eigen groep heeft en eveneens schrijft. En Adeiye Tjon, die spoken words rapt, maar ook iets aan toneel wilde doen. Verder heb ik voor deze nieuwe cabaretmusical voor het eerst geprobeerd teksten te schrijven die ook voor Nederlanders toegankelijk zijn.”

Thea Doelwijts achtergrond is niet in een paar woorden te schetsen, maar hier volgt toch een poging. Haar Surinaamse vader, technicus van beroep, kwam in de dertiger jaren van de vorige eeuw naar Nederland, waar hij bij de marine ging werken. Hij ontmoette de Nederlandse vrouw met wie hij trouwde. In 1938 werd Thea geboren, in de marineplaats Den Helder. Van jongs af aan trok Suriname. Ze had het in Nederland niet naar haar zin, het is er koud en ze werd door haar uiterlijk menigmaal gepest en bijvoorbeeld voor ‘Papoea’ uitgemaakt.
Haar artistieke kwaliteiten heeft ze niet van een vreemde: vader kon mooi zingen en moeder was een geboren vertelster. Al vroeg voelde Thea zich aangetrokken tot de journalistiek, ze volgde een opleiding en in 1961 vertrok ze naar Paramaribo, waar ze medewerkster werd van het dagblad Suriname en later redactrice van het literaire tijdschrift Moetete, wat Indiaanse draagmand betekent, een initiatief van onder andere Dobru, Jozef Slagveer, Ruud Mungroo en Shrinivasi – niet de eerste de besten dus.
Ze ging in 1963 nog een jaar naar Nederland om daar bij de Margriet te werken, maar keerde al spoedig naar Paramaribo terug. Daar volgden een scenario voor de eerste Surinaamse televisiefilm, een theaterstuk, een verhaal over de komende onafhankelijkheid, een dichtbundel en een bloemlezing uit de Surinaamse literatuur (Kri, kra!, 1971), waarmee heel wat jongeren in Suriname zijn opgegroeid.

Thea woont al vele jaren samen met Marijke. Is de liefde voor een vrouw een thema in haar werk? Wat zijn überhaupt haar inspiratiebronnen?
“Geloof het of niet, maar ik praat nooit over matisma, vrouwen die van vrouwen houden. Het belangrijkste vond en vind ik de ontwikkelingen in de Surinaamse wereld, die onderontwikkeld werd genoemd. Daar hebben mijn vrienden, schrijvers, theatermakers, schilders en ook ik, ons mee bezig gehouden, op de weg naar zelfstandigheid en erkenning. Eén keer heb ik in een musical een jongen en een meisje laten zingen:
‘My love is a girl / Yes, a woman like me’ en: ‘My love is a boy / Yes, a man like me’. Dat was in de eerste rockmusical Fri libi (Leven in Vrijheid), opgevoerd in 1975 en ‘76 met veertig tieners die inspraak wilden in de ontwikkeling van hun onafhankelijke land. Ik vond het geweldig dat jongeren ook over een speciale liefde wilden zingen. Mijn stukken willen prikkelen, mensen wakker schudden. Ik bemoei me niet met politiek, maar ik zeg er af en toe wel wat over. Toen ik na 1983 terugkwam in Nederland, na ruim twintig jaar Suriname, heb ik mij ook gestort op de wereld van de Marokkanen en Turken, maar Suriname is en blijft mijn grote inspiratiebron.”

Doe-theater
Samen met Henk Tjon (1948-2009) richtte Thea Doelwijt in 1973 het Doe-theater op, de eerste (semi)professionele toneelgroep van Suriname. Deze groep, die veel van Doelwijts stukken speelde, heeft zonder twijfel een belangrijke rol gespeeld in de emancipatie van de literatuur en het toneel in Suriname. En passant publiceerde ze in 1972 ook nog de eerste Surinaamse thriller: Toen Mathilde niet wilde…
De stukken die het Doe-theater speelde waren kritisch. Vlak na de Decembermoorden in 1982 werd Doeltwijts jeugdtheaterstuk Roy nanga den foefoeroeman (Roy en de dieven) opgevoerd.
Doelwijt: “Maar dat ging niet zonder slag of stoot. De spelers waren bang geworden. In het stuk werd het jonge publiek uitgedaagd om zelf de afloop mee te bepalen. En dat in een tijd waarin zowel de denkvrijheid als de bewegingsvrijheid werd beknot door de militaire machthebbers. Het zou het laatste stuk van het Doe-theater worden. Ik heb het nog wel geprobeerd, maar de angst zat er te veel in.”

Helen Kamperveen en Detta Dilrosun in Land te koop (1973). Collectie Theater Instituut Nederland.

In 1983 keerde ze naar Nederland terug, waar ze een jaar later de stichting Prépré-theater, theater met een speelse glimlach, oprichtte. Een van haar toneelstukken is Iris (uit 1987), waarin een Surinaamse vrouw van tegen de zeventig in een Nederlands verzorgingshuis een monoloog houdt. Haar ene zoon werkte mee aan een systeem dat de moord op haar andere zoon niet berecht. ‘Heb ik Kaïn en Abel gebaard?’, vraagt ze zich af. Els Moor, sinds 1993 redacteur van de literaire pagina van de Ware Tijd, schrijft over Iris (in Paramaribo brasa! uit 2010): ‘Het is een theaterspel vol herkenbare emoties voor wie in Suriname deze tijd meemaakte en ook hier geven structuur, taalgebruik en sfeer er een grote kwaliteit aan.’

Du
Christine van Russel-Henar van de stichting Fu Memre Wi Afo (Gedenk onze voorouders) vroeg Thea Doelwijt in 1998 of zij het zogeheten du-genre weer nieuw leven in kon blazen.
De du was in de slaventijd een bijzonder zang-, dans- en toneelspel met vaste rollen: de koning die op de gouverneur lijkt, de fiscaal die rechters en wetgevers in de kolonie verbeeldt, Aflaw, die nergens tegen kan en altijd flauw valt, de dokter, die meestal een Hollandse dokter imiteert, Asrengi, die heen en weer slingert tussen goed en kwaad, Temeku, de lastige vrouw, Afrankeri, de ijdele vrouw die pronkt met haar uiterlijk, kleren en sieraden. De du was een groep slavinnen, die ervoor zorgde dat de liedteksten werden gemaakt en de dansen ingestudeerd.

Blanke dame
De du-gezelschappen stonden onder voorzitterschap van een meestal blanke dame die Sisi werd genoemd. Omdat er steeds minder getrainde danseressen en zangeressen waren, raakte het spel in het begin van de twintigste eeuw in het vergeetboek. Het verzoek aan Thea Doelwijt resulteerde in Na Gowtu Du (Het gouden spel), daarna, in 2003, in Na Dyamanti Du (Het diamanten spel) en in 2008 in Na Bigi Du, Het grote spel (een volksopera-slavenspel na de afschaffing van de slavernij). Thea kijkt hierin terug naar haar overgrootmoeder, misi Bethania, slavin. Vijf jaar mocht ze niet in de kerk komen omdat ze niet wilde trouwen. Wat dacht en voelde ze? De schrijfster vroeg twee componisten om mee te denken en te schrijven: Denise Jannah en Francine van Dam. Alle drie de du-voorstellingen waren zowel in Nederland als in Suriname te zien.
De tot nu toe laatste keer dat een stuk van Thea Doelwijt in Suriname uitgevoerd werd, was in 2010. Doelwijt: “Al vele jaren vroegen artiesten in Nederland en Suriname aan me: ‘Kunnen we nog een keer Land te koop opvoeren, de succesvolle musical uit 1973’. Ook enthousiaste toeschouwers van toen vroegen ernaar. Ik heb altijd ja gezegd, maar toch kwam het er niet van. Tot theater Thalia mij vroeg of ik iets zou kunnen maken voor de verjaardag van Thalia, 27 april 2010. Toen iemand zei: ‘Misschien kun je delen van Land te koop gebruiken’, begon het voor mij te spoken… Hoe was het vroeger, hoe is het nu? Welke teksten en liederen hebben nog steeds, tot en met vandaag, kracht en betekenis? Zo ontstond deze cabaretmusical Spokendansen/Land te koop vroeger en nu.” In het programmaboekje schrijft ze: ‘Het is en blijft een kick: kritisch en muzikaal werken in Suriname. Ben ik ooit weggeweest? Natuurlijk! Maar ik was hier de laatste jaren steeds weer’. Ze vult aan:
“Nu denk ik af en toe: ‘Zal ik teruggaan naar Suriname en iets voor en met kinderen doen…’ Als ik mijn grote liefde trouw blijf, geëngageerd theater maken, krijg ik problemen met sommige mensen die sommige wantoestanden niet zien…”

Beeld uit Mi kondre, mi lobi yu (1985) met Noraly Beyer en Sabri Saad el Hamus. Foto: Bob van Dantzig, collectie Theater Instituut Nederland

IJskou
“Maar hoe dan ook: in die ijskou van Nederland wil ik niet blijven. Op Curaçao heb ik ook familie, vrienden en kennissen, en zwemmen in zee is ook lekker. Kortom, de tropen blijven roepen. Un sa si wan fasi, we zullen een manier vinden om tot een oplossing te komen.”
Thea Doelwijt lijkt meer genen van haar Surinaamse vader te hebben dan van haar Nederlandse moeder. Want al woont ze nog zo lang in Nederland, ze blijft een Surinaamse schrijfster. Achttien jaar geleden schreef Michiel van Kempen een portret van haar (in Woorden op de Westenwind – Surinaamse schrijvers buiten hun land van herkomst, 1994), dat in een Amsterdams café op de volgende manier wordt afgesloten: ‘Het einde van het gesprek nadert. En dan zegt ze plotseling kordaat: ‘Ik vind dat ik nu een beetje op een te Nederlandse manier met je praat. Surinamers houden niet zo van die toon. Cheers!’’
In datzelfde Amsterdamse café blijkt ze daar vele jaren later nog steeds zo over te denken: “Nederlanders zijn over het algemeen wat directer, brutaler. Wij, Surinamers, houden daar niet zo van. Proost!”[uit Parbode, 1 februari 2012]

Ons kent ons: nieuwe musical van Thea Doelwijt

 

Dansen op klompen… Wie doet dat nog?
Zingen van witte, zwarte en groene zwanen… Wie kent dat nog?
De grenzen sluiten… Kan dat nog?
Wij zijn er mee bezig! Wij zijn Hollandse nieuwen, hebben een Surinaamse achtergrond en doen mee aan de nieuwe cabaret-musical Ons kent Ons van Thea Doelwijt (tekst) en Harto Soemodihardjo (composities), met Kenneth Herdigein als regisseur.
Wij zijn: Lucinda Sedoc (foto rechts), Maikel van Hetten en Adeiye Tjon (zoon van de in 2010 overleden Henk Tjon, samen met Thea Doelwijt oprichter van het Doe-theater in Suriname).
Wij worden begeleid door Harto Soemodihardjo.
Met spel, zang, muziek en beweging is Ons kent Ons een kritische voorstelling over de huidige situatie in Nederland, waarin kleuren, vooral zwart en wit, een rol spelen en daarbij het slavernij-verleden.
Wij kijken terug
Wij kijken vooruit
Wij kijken naar vandaag
Kijkt u mee?
Teksten: Thea Doelwijt (foto rechts)
Decor: Joffrey van der Vliet
Productie: Prépré-theater, Marijke en Emar van Geest, 020-6232693
Try-outs: 22 en 23 november in het Betty Asfaltcomplex 20:30 uur tel: 020-6264695
Première: 25 november in het Bijlmer Parktheater 20:00 uur tel: 020-3113930
Overige voorstellingen: 7 december Bijlmer Parktheater
9 december: Tropentheater grote zaal 20:30 uur tel: 020-5688500
Kaarten zijn ook te bestellen via de websites: www.bijlmerparktheater.nl en
www.bettyasfalt.nl en www.tropentheater.nlMet dank aan: Vereniging Ons Suriname, NiNsee, Amsterdams Fonds voor de Kunst

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter