blog | werkgroep caraïbische letteren

Ons eigen ding

door Tessa Leuwsha

Sinds ik me in 1995 in Suriname vestigde, bestaat mijn zaterdagochtendritueel uit opstaan, baden en de Ware Tijd kopen. Aan het ontbijt lees ik vervolgens de krant, altijd van achteren naar voren, een gewoonte waarvan ik niet meer weet hoe ik eraan kom. Het langst doe ik over de Literaire Pagina. In de jaren negentig was internet nog geen gemeengoed en toen al hield die pagina me wekelijks in contact met wat ik het liefst deed: lezen. En schrijven, als kind al. Gedichtjes en opstellen vol gedragen meningen over wat me maar bezighield: mijn straat, mijn stad, mijn land – toen nog Nederland. Via de Ware Tijd Literair maakte ik kennis met mijn nieuwe land, Suriname. En precies dat is voor mij de kracht van literatuur. Die toont je mens en samenleving in de meest uiteenlopende facetten. Soms als een kloppend hart, soms als een pijnlijk geweten.

 

dwtl-30

Illustratie Albert Roessingh

Voor het schrijven van dit stukje zocht ik in mijn computerbestand naar artikelen die ik voor Literair had geschreven. Teksten van vóór 2006 bleken helaas na twee computercrashes in rook te zijn opgegaan. Wat ik in mijn boekenkast wel vond was een mapje met oude knipsels. Winternachten – de toekomst is een sprookje, dat is de titel van vermoedelijk mijn eerste bijdrage aan de krant, gepubliceerd op 31 januari 2004. Het is een verslag van het literaire festival dat toen nog Winternachten heette, nu Writers Unlimited, waaraan ik dat jaar deelnam. Terwijl ik het stuk herlas, herinnerde ik me weer hoe ik toen bij de pagina betrokken raakte. Door een telefoontje van Els Moor, die samen met Jan Bongers de motor achter de pagina bleek. ‘Jij gaat naar Winternachten, toch? Kun je een stuk voor ons doen?’ Haar toon was dringend en dwingend. Ik zei ja, en zo rolde ik erin. Er volgden meer verzoeken. Mailtjes. En boeken, die ik in een plastic zakje gewikkeld in mijn brievenbus aantrof. Ik vond het enorm spannend. Mijn mening geven, de kern van een boek zien te raken, in lovende maar soms ook kritische woorden. Vooral dat laatste is spannend, zeker in een land met een grote knuffelcultuur. Maar ik schrijf zelf ook en ik vind het altijd geweldig als ik me in de mening van een lezer kan terugvinden. Of als die me iets nieuws aanreikt. Een element dat ik niet bewust aan mijn boek heb toegevoegd, maar waarvan ik dan denk: verrek, het zit erin! Los van zijn maker leidt een boek immers ook een eigen leven. Als een grillig wezen, met een hart en een geweten.
Maar kritiek op de pagina had ik ook wel eens. Soms vond ik die te Surinaams, te weinig werelds, geen grote nieuwe werken die ter sprake kwamen omdat ze buiten de Caribische interesse-boot vielen. Maar dan dacht ik ook weer: het is maar een pagina. Eentje per week. En op alle andere literaire fronten is ons eigen ding al zwaar onderbelicht.
Terug naar dat allereerste stuk: Winternachten – De toekomst is een sprookje. Heeft de schrijver van nu nog wel wat om van te dromen? Die vraag stond tijdens dat festival centraal. Wij schrijvers kwamen er niet uit, maar we deelden wel een droom. Ik citeer hier mijn slotalinea: ‘De toekomst stemt somber, is vaag, zonder duidelijke wensen. Alhoewel, misschien is er toch één gezamenlijke droom, die betrekking heeft op de schrijver en zijn volk en die luidt als in het sprookje: ze leefden nog lang en gelukkig.’
Dus wat mij betreft: op naar nog dertig jaar schrijven over onze straat, onze stad, ons land. Over onze mensen.

tessa-leuwsha

Tessa Leuwsha. Foto © Michiel van Kempen

 Een evaluatie van dWT-L

 

door Helen Chang

Door Els Moor ben ik betrokken bij de literaire pagina. Ze heeft me vaak gevraagd om kopij, van De Inktaap of van het Kinderboekenfestival. Ik beloofde, maar had het te druk. Tot Els er niet meer was. Petje af voor de redacties van de afgelopen dertig jaren die steeds erin geslaagd zijn de literaire pagina wekelijks te laten verschijnen. Felicitaties aan Michiel van Kempen, die dertig jaren geleden startte met een literaire pagina in de Ware Tijd; aan anderen van het eerste uur; aan Jan Bongers, wijlen Els Moor; en aan de huidige redactie. Wat de realiteit is, is dat de doelgroep van dWT-L klein is. (Zelfs studenten Nederlands van het IOL lezen dWT-L vaak niet.) Online vindt men onbeperkt nieuws en veel achtergrondinformatie. Toch zal de papieren krant voorlopig nog een belangrijke rol spelen in de Surinaamse samenleving, omdat de krant goedkoop is en omdat niet eenieder internetverbinding heeft en veel ouderen digibeet zijn. Wat is het doel van dWT-L? Informeren. Activeren. Amuseren. Hoe worden de doelen bereikt? Voornamelijk door recensies te publiceren. Recensies van buitenlandse boeken zijn echter online te vinden. Dat er dan toch recensies van deze boeken in dWT-L verschijnen, nu wel geschreven door Surinamers, vind ik een overbodige zaak. Wat wel een goede zaak is, zijn recensies van hier verschenen boeken of van boeken waarvan er online geen recensies zijn.
Hoe verder met dWT-L? Literair is veelomvattender dan boeken. Heel algemeen gezegd: alles wat met het woord te maken heeft, valt onder literatuur. Zo heeft Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur 2016 gekregen. Dus waarom ook geen aandacht voor andere aspecten van literatuur zoals Surinaamse liederen en Surinaams toneel? Het heeft wel tot gevolg dat artikelen die nu op de Cultuurpagina verschijnen, wellicht vallen onder dWT-L.
Er is ook ruimte voor bijvoorbeeld de bibliotheken (biepnieuws), de Schrijversvakschool, de Schrijversgroep 77, de Surinaamse Vereniging van Neerlandici, de studenten Nederlands op IOL en Adek. Ook ruimte voor reacties vanuit het publiek, waarbij de redactie het recht behoudt van wel of geen plaatsing. Op de opleiding Nederlands kunnen studenten ingezet worden, waardoor dWT-L bij deze groep kopij vindt voor recensies. En als laatste: laat dWT-L gratis online beschikbaar zijn, ook met een archief. Op deze manier zal men hier en overal te allen tijde welk artikel dan ook kunnen (terug)vinden en (her)lezen en (opnieuw) ervan genieten.

 

helen-chang

Helen Chang

Pleidooi voor dWT-L

 

door Jerry Dewnarain

Het is juli 1998. Een Surinaams Nederlandse dichteres komt op bezoek in de klas bij Els Moor, docent Moderne Letteren. Ik ben eerstejaarsstudent Nederlands mo A aan het Instituut voor de Opleiding van Leraren in Paramaribo. Het hele jaar door is het een komen en gaan van dichters en schrijvers in de C-vleugel van het IOL-gebouw, want Els grijpt elke keer de kans aan om schrijvers uit te nodigen, lokale en uit Europa. Deze keer was Chitra Gajadin op bezoek. Ik keek de bezoeker aan en ging rechtop zitten, want het zou een spannend college worden: een verstrooide dichter op bezoek! Waar haalt Moor haar gekke gasten vandaan? Zijn alle dichters gek? Vragen die ik mezelf stelde als student die weinig weet had van schrijvers en dichters. Aan het eind van het college heb ik medelijden met deze hindoestaanse dichteres die problemen heeft met haar identiteit en familie. Uit Padi voor Batavieren (1979) leest ze voor en ze laat ook zien dat de terugkeer van remigranten niet van een leien dakje gaat. Haar woorden prikken en steken als glasscherven in de felle middagzon. De dichteres bespreekt (voor-)oordelen, het verstoren van het evenwicht dat we met veel moeite door middel van Kerst, Sinterklaas, horoscopen of andere suikerzoete verhalen trachten te handhaven. Na de colleges geef ik de gast een lift naar de stad en enkele weken later komt Chitra Gajadin bij mijn ouders in Saramacca op bezoek. Het wordt een vriendschap voor het leven. Moor vraagt mij een verslag van haar bezoek te schrijven dat op zaterdag 22 augustus 1998 in dWT-L verschijnt met als titel ‘Een dag op boiti met Chitra Gajadin’. Mijn eerste bijdrage!
Deze Pagina moet blijven voortbestaan. Het is de enige literaire (kranten)rubriek in het land; geen enkele andere krant in Suriname besteedt aandacht aan literatuur. De huidige directie van de Ware Tijd ondersteunt gelukkig ook de literaire beleving van literatuurliefhebbers. Literatuur heeft haar nut bewezen. Eén reden is simpelweg dat lezen leuk en ontspannend is. Bovendien is lezen goed voor je taalontwikkeling. Maar is dat alles? De achterkant van een pot pindakaas lezen is ook goed voor je taalontwikkeling. Literatuur is goed voor ons, want we worden er socialer en empathischer van. dWT-L levert hieraan een belangrijke bijdrage door allerlei boeken te bespreken. Overigens, de vraag waarom literatuur belangrijk is, kun je niet met een paar experimenten beantwoorden, en dat moeten we ook niet willen. We kunnen natuurlijk ook gewoon eens gek doen, en simpelweg aannemen dat het lezen van literatuur ons in sociaal opzicht intelligenter maakt; dat het lezen van Flaubert, James Joyce, Helman of Slory goed is voor ‘onszelf’ omdat we ons beter in anderen kunnen verplaatsen.
Als redactielid van dWT-L ben ik meer boeken gaan lezen. Maar ik lees al sinds ik het concept doorhad: dat als je allerlei woorden combineert tot zinnen, je beschikt over de kracht om werelden te scheppen, verhalen te creëren, boodschappen over te brengen, kennis te delen en mensen te raken en te bereiken. Ik ben opgegroeid met het idee dat lezen belangrijk is, dat literatuur belangrijk is, dat je open moet staan om dingen te willen lezen. Het belang van literatuur is dat je de tijd neemt om iemand anders grondig te begrijpen. Of die andere nu de schrijver, het hoofdpersonage, of een minder belangrijke personage is, maakt op zich niet zoveel uit. Het gaat er om dat je de tijd neemt, dat je je neerzet om mee te gaan in het verhaal. Dat je je eigen mening vormt, je eigen gevoelens creëert. De medewerkers van dWT-L doen precies ditzelfde met hun artikels oftewel recensies. Nog een reden dat dWT-L moet blijven bestaan!
Neem de tijd om te leren wie je bent en wat je wilt door te lezen. Lees allerlei auteurs van verscheidene afkomst en strekkingen en reflecteer over hun visie op het leven. Bouw aan jezelf door naar je eigen persoon te kijken en niet door achter statusupdates van anderen te jagen. Blijf vooral lezen!

jerry-dewnarain-els-moor

Jerry Dewnarain. Achter hem Els Moor. Foto © Michiel van Kempen

Kinderen en dWT-L

 

door Christine F. Samsom

In de tweede helft van de tachtiger jaren van de vorige eeuw kreeg ik op de LBO-school waar ik al jaren in de hoogste klassen maatschappijleer en Nederlands verzorgde, het verzoek om ook het vak kinderlectuur te geven in de opleiding Kinderverzorging en –opvoeding. Ik vroeg naar de leerstof en kreeg een stencil van de vorige leerkracht in mijn handen gedrukt dat begon met Hiëronymus van Alphen (1746-1803) en zijn beroemde kindergedicht ‘Jantje zag eens pruimen hangen’ en eindigde met ‘Saskia en Jeroen’ van Jaap ter Haar. Ik kon mijn ogen niet geloven: geen enkele Surinaamse kinderboekenschrijver kwam erin voor: Geen Een lach en een traan van Gerrit, geen Sis en Sas van Thea, geen Popki Patu van Orlando, geen Flaporen van Ismene. Het gevolg van mijn ongenoegen was mijn eerste contact met Els Moor en een totaal ander stencil, waarin Surinaamse kinderboeken de boventoon voerden naast wereldkinderliteratuur als Alleen op de wereld, Nils Holgerssons wonderbare reis, Oliver Twist, Pippi Langkous en Sjakie, Heksen en Griezels.
De beroemde Nederlandse kinderboekenschrijver Anne de Vries had al in de vijftiger jaren begrepen dat leesboekjes voor kinderen in Suriname moesten aansluiten bij hun belevingswereld, dus toen hij van het toenmalig ministerie van onderwijs in Suriname het verzoek kreeg hier een jaar te komen wonen om een leesmethode (Loes en Mama) en een bloemlezing samen te stellen, schreef hij speciaal een prijsvraag uit om aan Surinaamse verhalen en gedichten te komen en vulde die aan met eigen gedichtjes en verhaaltjes en teksten van overal. Zo ontstond de tiendelige serie Wij en de Wereld, waarmee duizenden kinderen hier zijn opgegroeid.
Els zelf leverde een enorme bijdrage aan de ontwikkeling van het Surinaamse kinderboek door haar enthousiaste deelname aan de vele Kinderboekenfestivals en met haar gids Lees je wijs. Hoe bevorderen we leesplezier bij kinderen? (2008).
Het eerste boek dat ik besprak voor dWT-L was ook een kinderboek: De leerling van de Sjamaan, een verhaal uit het Amazone regenwoud met prachtige illustraties van onze eigen natuur en een verhaal over een natuurgenezer in Kwamalasamutu die een jongetje met kruiden uit het bos geneest. Els die zelf regelmatig naar Kwamala reisde om de kinderen van de 6de klas te helpen zich voor te bereiden op de toets, was enthousiast en spoorde me aan om vaker te schrijven. Ze liet me vooral non-fiction bespreken, waaronder veel over het binnenland. Dat vertrouwen van Els in mij heeft me enorm gestimuleerd om haar werk te helpen voortzetten!

 

christine-samsom

Christine Samsom. Foto © Sandra Cheng

 

surinaamse-boeken

Surinaamse boeken. (Etalage Vaco, midden 2014.) Foto © Michiel van Kempen

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter