blog | werkgroep caraïbische letteren
3
 

Waarom kiezen wij voor de naam ‘Marron’

door Cynthia Leune-Alendy

Van tijd tot tijd zien we artikelen over deze term weer langskomen. Zo mochten wij onlangs genieten van een artikel van Bert Eersteling over dit onderwerp. Als huidige voorzitter van het Marronvrouwen Network (MVN) en medeoprichtster van de vereniging SaMaDe, welke staat voor Samenwerkende Marron Deskundigen, voel ik mij verplicht mijn licht te laten schijnen over dit onderwerp. In de namen van beide organisaties komt namelijk de term ‘Marron’ voor.

De meeste nakomelingen van de slaven die zich gedurende de slavernij onttrokken hebben aan de mishandeling op de plantages en hun vrijheid in de verre en onherbergzame bossen van Suriname hebben gezocht, zijn trots op deze geschiedenis. Ze willen zich daarom graag positief relateren aan deze voorouders. Nu is het zo dat de plantage-eigenaren en iedereen die profijt had van de slavernij niet zo blij waren met deze strijders. Op allerlei manieren werden zij negatief besproken en beschreven. In de geschiedenisboeken stonden zij beschreven als wilde beesten, die tegen alles en iedereen ageerden. Deze moedige strijders kregen door de eeuwen heen allerlei namen toebedeeld. Zelfs lang na de afschaffing van de slavernij kregen ze nog namen toebedeeld van de koloniale leiders en van hun eigen landgenoten.

 

Codjo M P NZD

Codjo, Mentor en Present

Deze groep en haar nakomelingen zijn niet de enigen in de wereld die zoveel namen hebben gehad of zelf gekozen hebben. Kijk maar naar onze Stadscreolen, Creolen, Afro-Surinamers (dat zijn de Marrons trouwens ook), Afrikan Srananman, etc., en ze zijn er nog steeds niet uit. De zwarte Amerikanen hebben ook zo een waslijst aan namen achter de rug: Negro, Colored People, Afro-Americans, Blacks, Black Americans, African Americans, etc. Steeds kiezen ze voor een andere naam en nu gebruiken ze al die namen door elkaar. Er zijn namen bij, waaraan sommigen uit hun eigen groep zich doodergeren, maar ze zijn klaar met de discussie. Men is vrij om zich te noemen, zoals men dat verkiest en de schrijvende pers gebruikt de grootste gemene deler en geen namen die aanstoot geven, zoals ‘Negro’.

 

afrika gazelle

De naam Marrons is geen uitvinding van nu, maar is sinds de jaren zeventig door enkele geschoolde Saamaka geïntroduceerd. Wijlen Arthur ‘Tulinga’ Licht, Etho With, Rob Vrede, Kensly Vrede, en Julian With zijn enkele van de eerste gebruikers. Elk volk heeft het recht om voor een eigen naam te kiezen en zo heeft een groep Marrons die indertijd actief was voor de naam gekozen. De studentenvereniging Boston Bendt, opgericht in 1993, heeft deze naam, die door Stanley Rensch en wijlen Mr. Werner Vreedzaam bij de studentenvereniging was geïntroduceerd, consequent gebruikt en daardoor bijgedragen aan het inburgeren van deze term in de gemeenschap, indien er Nederlands gesproken of geschreven wordt. Inmiddels is deze de meest gebruikte term voor deze strijders en hun nakomelingen geworden, nationaal en internationaal.

Afobakaweg

Afobakaweg vóór de asfaltering. Foto © Kesie Pieterse

 

SaMaDe heeft in 2001, vlak na oprichting van de vereniging, een lezing verzorgd over de vele namen, die wij als Marrons hebben gehad door de eeuwen heen. Er is daarbij ook uitgelegd waarom SaMaDe, als eerste Marron-wetenschappelijke vereniging, voor deze naam kiest. De lezing werd verzorgd door het bestuurslid (tevens Socioloog) Fidelia Graand-Galon en werd bijgewoond door onder andere Mr. Richenel Libretto, Bert Eersteling en historicus Caprino Alendy die de aanwezigen, de achtergronden van de diverse naamgevingen hebben uitgelegd. Het was een hele diepgaande lezing en discussie, die het gebruik van deze term (in het Nederlands) fundamenteel heeft versterkt.

Awarradam

Awaradam. Foto © Nick Sloyer

 

Waarom kiezen wij met trots voor de term Marrons, wanneer wij Nederlands spreken of schrijven?
Deze term is indertijd afgeleid van CiMarrones: weggelopen vee. Het is niet dat onze voorouders dieren waren, maar deze werd afgeleid van de naam die men gaf aan dieren die wegliepen. Feit is: dieren lopen alleen weg van hun eigenaar als ze slecht behandeld worden. Dat de slaven slecht behandeld werden staat buiten kijf en hierop lettend vinden wij het geen probleem dat die vergelijking getrokken werd. We zijn er juist trots op dat onze voorouders die behandeling niet pikten en net als dieren die mishandeld worden, liever voor het onbekende en gevaarlijke kozen, dan in de slavernij te blijven.

Verder heeft de naam Marron (of Maroon in het Engels) een internationale bekendheid, die aan mensen die niet bekend zijn met Suriname geen verdere uitleg vereist. Ik heb gedurende mijn reizen in het verleden en tot nu toe gemerkt, dat wanneer buitenlanders horen van namen als Boslandcreool en Bosneger (Bushnegro) het vele vragen en vreemde beelden oproept over de mensen die zo worden genoemd. De historische waarheid die deze naam inhoudt, is de belangrijkste reden waarom deze naam goed en correct is voor de Nederlands sprekende/schrijvende Marrons. Het is immers alleen de historie die ons onderscheidt van de andere Afro-Surinamers. Alle andere sociale verschillen die je nu ziet zijn hieruit voortgevloeid. Er is geen enkel ander verschil. Het ontvluchten van de wreedheden op de plantages van onze voorouders, is de reden waarom wij een aparte status hebben. Aangezien dit erg moedig was, willen wij graag in onze referentie naar hun, dit heroïsche terugvinden en aan anderen uitleggen als dat nodig is. Een naam voor een groep zegt altijd een waarheid over de groep, zoals:
• hun huidskleur: Blanken (Whites), Zwarten (Blacks);
• hun werelddeel of plaats van afkomst: African- Americans, Javanen (uit Java, Indonesië); Hindostanen (uit Hindostan, is oude naam voor India: daarom is het schrijven van Hindoestanen verkeerd, want dat zou op het geloof “Hindoe” duiden, terwijl vele Hindostanen Islam als geloof hebben); • hun geloof: Moslims, Christenen, etc., etc.

 

marron1

Marrondans

Onwetenden (soms vanwege minder prettige redenen) zullen refereren naar negatieve aspecten van het woord Marron, zoals “ze werden vergeleken met dieren”. Maar dan zie je hierboven het positieve van deze vergelijking, een begrijpelijk punt dat mw. Fidelia Galon ons goed duidelijk had gemaakt. Een kenner van de Marroncultuur schreef eens het volgende over dit onderwerp:
Etymologisch is het woord Marron afkomstig van het Spaanse woord Cimarrón , hetgeen letterlijk betekent levend op bergtoppen. Het Spaanse woord ‘cima’ betekent ‘top’, ‘bovenaan’. Cimarrón verwijst in bredere zin naar de Afrikaanse mensen die de slavernij zijn ontvlucht in het Caribisch gebied en de Amerika’s en zich in de bergachtige gebieden gingen vestigen. De Surinaamse en Frans- Guyanese Marrons (Ndyuka, Saamaka, Pamaka, Matawai, Kwiinti en Aluku) noemden zich van meet af aan Businengee of Matunengé .
Alle drie benamingen, Marrons, Businengee en Matunengé, zijn namen waarmee Afrikaanse mensen uit de binnenlanden van Suriname en Frans-Guyana zichzelf nu aanduiden.

Een hinderlijk overblijfsel uit het koloniale tijdperk is de vervelende gewoonte om namen letterlijk te vertalen: namen van streken, bergen en zelfs eigennamen van personen. Op deze wijze is de benaming ‘bosneger’ ontstaan . Vooral buitenstaanders, die niet het respect kunnen opbrengen om een volk te noemen, zoals dat zelf genoemd wil worden, blijven, ook als zij daarin gecorrigeerd worden, deze naam gebruiken. Deze mensen vinden dat, omdat wij ons Businengee of Matunengé noemen, zij ook kunnen spreken van Bosnegers of in het Engels, Bushnegroes. Zij willen niet beseffen dat een naam een naam is en dat je die niet moet vertalen. Iemand die De Haan heet, kan je ook niet Kakafoo noemen. En de persoon die Kakafoo heet, kan ook niet de Haan genoemd worden. Hij kan zich ook niet opgeven voor de Haan.
Bovendien, ook als Bosnegers of Bushnegroes de vertalingen zouden zijn van Businengee of Matunengé, dan nog zijn deze vertalingen onjuist. In de Marrontalen betekent het woord ‘Nengee’ of ‘Nengé’, niet automatisch ‘neger’ of mensen van het zwarte ras. De betekenis van het woord ‘nengee’ is afhankelijk van de zinsconstructie. Als een oude man in het dorp aan een vreemdeling de vraag stelt: ‘O nengee na yu?’, dan wil hij gewoon weten wie de persoon is en niet van welk ras hij is. Het Chinese of witte kind noemt hij ook ‘pikin-nengee’. Hij bedoelt dan niet kleine zwarte of kleine neger”.

Raleighvallen Minakoemarie Bkikharie

Raleighvallen. Foto © Minakoemarie Bhikharie

Tot zover deze kenner. Ik voeg eraan toe, dat het vervelend zou zijn als we familie Misikaba, nu ‘Eindebazin’ zouden noemen. En toch zijn enkele eigennamen van Marrons vertaald naar het Nederlands, zelfs in mijn familie. Ook andere eigennamen van deze groep worden vertaald of verbasterd naar een Nederlandse uitspraak. Zo wordt kwaka door velen ‘kwak’’ genoemd, terwijl geen enkel ander etnisch gebonden gerecht zo verbasterd wordt. Moksi alesi wordt op geen enkel menu ‘gemengde rijst’ of ‘Moks Alees’ genoemd. Her’heri wordt geen ‘hele hele’ genoemd. Roti geen Rot, en loempia geen loemp. Zo hebben phulauri, saté, bami, nasi, tjauw min, sao pao, alle hun namen behouden in de Nederlandse taal.

 

Deze vertaling en verbastering van eigennamen, doen buitenstaanders vaak als men neerkijkt op de taal van oorsprong. Een bewust of onbewust superioriteitsgevoel van de ene mens ten opzichte van de ander.
De autochtonen doen soms mee hieraan, omdat zij niet beseffen dat ze daarmee toegeven, dat ze hun eigen taal/cultuur ondergeschikt maken aan de taal die zij nu gebruiken. De niet-geschoolde Marrons in het binnenland spreken geen Nederlands en kunnen de term Marron niet eens uitspreken, vanwege de ‘r’ erin. Zij gebruiken dus hun eigen term Businengee (betekent ook baas van het bos, zoals een van de kenners ons eens heeft uitgelegd) of Matunengé . Het is dus niet vreemd dat ze de term Marron niet gebruiken. Zij hoeven ook niet anders, want zij spreken geen Nederlands. Dat zijn daarom ook de termen die ik gebruik, als ik in één van de Marrontalen spreek tot hen.

Kabalebo 1962

Kabalebo 1962

Bij het spreken van een andere taal dienen vertalingen aangepast te worden aan de cultuur van die taal. De Aucaanse vrouw zegt bij erge buikpijn bijvoorbeeld: ‘Mi beei nyan mi, dataa’. In het Nederlands dien je te vertalen’ ik heb hevige buikpijn, dokter’ en niet ‘mijn buik eet me, dokter’. De Nederlands sprekende dokter zou daarvan vreemd opkijken. Hetzelfde geldt voor eigennamen. Of je gebruikt de term van de autochtone taal of je zorgt dat je een term gebruikt in de andere taal, die is aangepast aan hetzelfde begrip in die andere taal. Een letterlijke vertaling kan verwarrend en misleidend zijn.

marron2

Ndyuka meisje voor een bonuman, 1955

Ik hoop dat ik hiermee heb bijgedragen aan een onbevreesd gebruik van het woord Marron door elke Surinamer die dat verkiest. Ik heb onlangs in een nationale meeting nog meegemaakt, dat iemand zich verschrikt afvroeg of ze die term wel kon gebruiken en of het niet aanstootgevend was voor de Marrons in die meeting.
De boodschap aan Suriname is dat deze term door de meerderheid van geschoolde Marrons is geaccepteerd en door hen zelf met trots wordt gehanteerd. Enkele deskundige Marrons zijn het er niet mee eens, maar die zijn in de minderheid. Daarentegen zijn er enkelen die de naam zelfs denigrerend vinden, maar zich neerleggen bij de keuze van de meerderheid. Zij hebben gelukkig door dat je nooit een ieder tevreden zal kunnen stellen in een grote groep. De discussie onder Marrons is een paar keer gevoerd en is beëindigd. Het is trouwens niet zo dat anderen veroordeeld of gelyncht worden, als ze de andere termen gebruiken. We moeten proberen onze keuzen te motiveren, zodat we begrip kunnen hebben voor elkaars voorkeur. Indien iemand het prefereert een andere term te gebruiken, is die vrij om dat te doen, maar laat hij de keuze van anderen ook respecteren en niet benoemen als te zijn denigrerend. Zijn keuze wordt immers niet veroordeeld.

Drs. Cynthia Leune-Alendy is arts, MPH en voorzitter Marron Vrouwen Netwerk.

[uit Starnieuws, 21 augustus 2014]

 

3 comments to “Waarom kiezen wij voor de naam ‘Marron’”

  • “Ndyuka meisje voor een bonuman, 1955”

    Dit bijschrift bij de foto klopt niet:

    1. De Marrontraditie kent de term ‘bonuman’ niet.
    2. De scène die de foto uitbeeldt is, denk ik, de (hoge) priester (zittend) en de orakel van de Sweli Gadu gedragen door twee mannen, van wie er één zichtbaar is.

    Overigens prachtig artikel van mevr. Alendy, dat ik nog moet lezen.

  • Excuses: mevr. Drs. Cynthia Leune-Alendy

  • In Frankrijk –en dus ook in La Guyane- wordt crème de marron verkocht; kastanjecreme. Marron is dus ook kastanje en refereer naar de glanzend bruine kleur.

    Daarnaast is het zo dat in de academische wereld het woord marron tegenwoordig algemeen wordt gebruikt, denkt u maar aan: ‘The Jamaican Maroons of the Blue Mountains.’

    Hilde Neus

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter