blog | werkgroep caraïbische letteren

Voetbalclichés

door Hassan Bahara

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan antropologische duiding wagen. Als zwarte atleten winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’.” Tijd om een nieuw cliché te munten. Over Sportverslaggevers.

Gisterenavond tijdens de dramatisch verlopen wedstrijd tussen Gabon en Marokko (Afrika Cup 2012) deed de commentator een memorabele uitspraak: “Wat je vaak ziet in het Afrikaanse voetbal: de drang om te scoren is erg groot.”

Het is altijd smullen geblazen als sportcommentatoren zich aan zulke antropologische duiding wagen. Struikelt een Duitser over een onzichtbare uitgestoken been, dan heet het toneelspel dat in het geniepige voetbal-DNA van de Duitser gebrand zit. Zet om het even welke Zuid-Amerikaanse voetballer een onbesuisde sliding in, dan zijn we getuige van een onbeheerste en cultureel bepaalde moordzucht.

 

Ook over onze eigen voetbalcultuur neigen we in clichés te denken. Wat er vervolgens gebeurt als het spel niet aan de clichés voldoet, beschrijft Ian Buruma heel mooi in zijn formidabele boek Dood van een gezonde roker:

“Je ziet hetzelfde fenomeen dikwijls aan de manier waarop het Nederlands elftal voetbalt. Trots op hun superieure techniek, hun multiculturele samenstelling, hun soepele, haast arrogante spel, waarmee ze spelers van saaiere ploegen, zoals Duitsland, razend maken, beginnen de sterren van de nationale voetbalploeg de wedstrijd gewoonlijk met alle branie van het geweldige Amsterdam. Ze weten dat ze de beste zijn in hun speelse individualisme, hun vergaande stoutmoedigheid. En soms zijn ze dat ook. Maar als het tegen zit en de volhardende Duitsers, de obstinate Italianen of de stugge Engelsen een of twee doelpunten maken, laten de spelers het hoofd snel hangen en zijn de verwijten niet van de lucht. En als de wedstrijd verloren wordt heerst er een zure sfeer van verongelijktheid: hoe heeft dit ons kunnen overkomen? Waaraan hebben we dit verdiend? We zijn toch zeker de besten? Fuck you!”

Gisteren schreef De reizende commentator Maarten Huygen in NRC over een heftige discussie in de publieksloge van het Utrechtse stadion de Galgenwaard. Inzet was een onderzoek van Jacco Sterkenburg die had “vastgesteld dat Marokkanen bij sport weliswaar beter worden behandeld dan elders in de media, maar dat zwarte atleten vaker dan anderen worden beschreven in lichamelijke termen. Als zij winnen, komt dat door ‘natuurlijke aanleg’. Als een blanke goed presteert, komt dat door ‘hard trainen’, ‘intelligentie’ of ‘strategisch inzicht’.”

“Verlicht racisme” noemt Sterkenburg deze verschillen in duiding van een sportprestatie.

Hilarisch en intriest tegelijk is het commentaar hierop van een sportverslaggever die de conclusie van Sterkenburg lijkt te delen:

„Zwarten hebben een fijner ontwikkeld spierstelsel en daardoor bereiken ze de finale”, zei een man. „Dat is een determinant. Schaken is een determinant voor witten. Maar mijn mening is politiek incorrect.”
Uit verder onderzoek van Sterkenburg bleek dat Marokkanen en Surinamers zich aan de sportverslaggeving storen. Aanleiding voor Sterkenburg om de NOS te vragen of ze hier geen rekening mee kunnen houden en proberen deze ergernis weg te nemen. Maar daar had sportverslaggever Jeroen Grueter weinig oren naar. Zijn werk is al druk en zwaar genoeg, hij kan ook niet nog eens rekening gaan houden met de ergernissen van een fractie van het kijkerspubliek.

Tja. Opmerkelijke afweging. Tijd dus om een nieuw cliché te munten. Sportverslaggevers: zonder uitzondering lui en volgevreten volk dat de platitude liever is dan nuance en inzicht. .

Hassan Bahara is columnist, criticus en schrijver. Hij heeft sinds kort een weblog. Deze column is eerder op zijn blog verschenen en in overleg met Hassan Bahara ook op Republiek Allochtonië geplaatst.


[vanRepubliek Alochtonië, 29 januari 2012]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter