blog | werkgroep caraïbische letteren

Verzet op zoek naar het woord

Bij het heengaan van Orlando Emanuels

door Michiel van Kempen

De deur moest dicht. “Kom gauw binnen.” Hij wachtte me op achter een lijntje met fleurig wasgoed. Hijzelf in okselmouw t-shirt, sportbroekje, op slippers. De deur ging stevig dicht. “Die sakasaka hebben me weer de hele nacht wakker gehouden.” Die sakasaka – klootzakken, een woord uit het rijke arsenaal scheldwoorden van de deze week op 90-jarige leeftijd overleden Orlando Emanuels, waarmee hij de sympathisanten van het regime-Bouterse bedoelde. Ze wisten hoe fel hij in zijn poëzie tegen het regime tekeer kon gaan, al kwam er van die gedichten maar weinig naar buiten: nu en dan eens één in de Ware Tijd of op de radio of – anoniem – bij een politieke meeting.

 

Orlando Emanuels

 

Verzetspoëzie in de laatste maanden van 1986. Poëzie die de grote woorden niet schuwde, woorden gemunt in de nationalistische jaren ’60, toen zijn debuutbundel Onze misdaad van zwijgen verschenen was. ‘Ik wil geen protest schrijven/ het liefst zou mijn pen/ enkel woorden zeggen/ die mijn mond/ beschroomd/ de doorgang tot mijn lippen/ huivert.’ In tegenspraak met wat er staat, scharen deze regels zich juist wèl in de oude traditie van verzetsliteratuur. Maar al kon en wilde Orlando Emanuels zich van die traditie van verstaanbare directheid nooit losmaken, hij zocht wel naar het oorspronkelijke woord. Dat woordje ‘huivert’ schuift het vers net iets weg van het gebaande pad.

 

Onze misdaad van zwijgen (1969), omslag van Rudi de la Fuente.

Een, twee keer per week bekeken we zijn gedichten die hij met een precies handschrift opschreef: is dit woordje niet beter, of dit? En wat zegt het woordenboek? Ja, is dat wel de nuance die ik bedoel? Als lezer kijk je soms gemakkelijk over die nuances heen, soms hangt er net iets teveel kruitdamp. Maar laten we niet onderschatten dat het wel poëzie was met een maatschappelijke urgentie. Die werd soms op nogal treurige wijze duidelijk: een ruit werd ingegooid, wasgoed verdween van de lijn. Onduidelijk bleef of daar ook een rol in speelde dat Orlando een centrale rol speelde in de gay community van Suriname. “Schrijf daar eens wat moois over”, suggereerde ik hem, “daar zullen nogal wat jongens blij mee zijn.” Dat vond hij een goed idee. Maar hij deed het niet. “Roem is niet mijn eindbestemming” luidt de openingsregel van een gedicht, ja mooi en wel, maar het maatschappelijk aanzien was voor hem niet helemaal onbelangrijk en dat wilde hij niet te grabbel gooien. Met acribie werkte hij door aan de bundel die in november 1987, net na het (voorlopig) herstel van de democratie in Suriname uit zou komen: Getuige à decharge. De beste grafische kunstenaar van Suriname, Rudi de la Fuente, maakte er het omslag voor; in het centrum een in goud uitgevoerde blinde Vrouwe Justitia. Anderhalf jaar later ontving Orlando Emanuels de Staatsprijs voor Literatuur voor de bundel, vergezeld van een merkwaardig gereserveerd juryrapport, alsof de jury de prijs liever niet had willen uitreiken.

Getuige à decharge (1987), omslag van de 1e druk door Rudi de la Fuente.

Die bundel bevat ook een aantal lyrische, sensitieve gedichten, die zich loszingen van elke politieke context. En Orlando Emanuels schreef nog veel meer: gelegenheidswerk (hij claimde dat de toeristische slogan ‘Suriname the land of laughter and hospitality’ van hem was), verhalen, theater maar bovenal: kinderversjes waarvan sommige voor Suriname een status verwierven vergelijkbaar met die in Nederland van Hiëronymus van Alphen of Annie M.G. Schmidt. Die frisse versjes kunnen nog generaties kinderen plezier bezorgen. De bundel Getuige à decharge zal misschien nog eerder dan om zijn poëtische gehalte, in de herinnering blijven als een document humaine van Suriname op het dieptepunt van zijn onafhankelijk bestaan. Orlando moet het knarsetandend hebben aangekeken: Bouterse is anno 2018 nog altijd aan de macht. Maar die kindertjes zullen er altijd blijven.

 

De spookavond van vrouw Anna (2001), jeugdverhalen, omslag van Gerold Slijngard

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter