blog | werkgroep caraïbische letteren

Ter herinnering aan: ‘meester’ Bhagwandut (Bies) Sukhai

Zanger (Surinaamse Manna Dey) en wetenschapper

door Carlo Jadnanansing

Op 3 maart 2018 bereikte mij het droeve bericht dat ons aller geliefde ‘oom’ Bies, zoals ik hem placht te noemen, ons verlaten had. Vanwege zijn onderwijsverleden stond hij ook bekend als ‘meester’ Sukhai. Hoewel hij de respectabele leeftijd van 87 jaar had bereikt, kwam het bericht toch als een harde klap aan. Dit omdat ik nauwelijks twee weken daarvoor een mailbericht van hem had ontvangen, waarin hij vertelde dat hij het goed maakte en hoopte mij binnenkort in Suriname te ontmoeten om wat bij te praten.

 

Bhagwandut (Bies) Sukhai (1931–2018)

Oom Bies heb ik voor het eerst ontmoet bijna 60 jaar geleden als jonge leerkracht op de Hendrikschool. Het was de tijd waarin de directie van deze Muloschool die vele prominenten in onze samenleving heeft opgeleid, gevoerd werd door de heren Sijlbing en Van Kanten. Oom Bies gaf toen les in o.a. bedrijfsrekenen en wiskunde. Wat mij bijgebleven is van zijn manier van lesgeven is dat hij de stof zo goed kon overbrengen dat deze voor zelfs minder getalenteerden volkomen te behappen was.

Ik heb hem daarna uit het oog verloren en kwam hem ongeveer 25 jaar geleden tegen op een feest in Paramaribo. Toen oom Bies mij hoorde praten zei hij direct dat mijn stem een bepaalde indruk op hem maakte. Ik herkende hem niet direct, maar toen hij zijn naam noemde werd mijn geheugen opgefrist. Hij maakte een zodanige vitale indruk op mij, dat ik mij niet kon voorstellen met iemand van boven de 60 jaar te doen te hebben.

Vanaf dat moment hebben wij intensief contact met elkaar gehad, vooral omdat het bleek dat onze gebieden van interesse veel met elkaar gemeen hadden. Ik vroeg hem of hij nog steeds de wiskunde beoefende. Hierop antwoordde hij dat hij hierin een graad had behaald verder dan MO-B, naar ik dacht de akte K-5. Hij vertelde mij echter dat hij korte tijd na zijn aankomst in Nederland zich aan de Universiteit van Utrecht had ingeschreven en de studie m.b.t. Zuid-Aziatische talen en culturen, ook bekend als Indologie, had aangepakt en daarna succesvol had afgesloten met een doctoraal examen. Zijn hoofdvakken waren Hindi, Sanskrit, culturele antropologie en Indiase filosofie met de nadruk op de Vedanta-filosofie. Vooral op dit laatste gebied hebben wij vele lange en diepzinnige gesprekken met elkaar gevoerd, waarbij hij mij aangaf geïnspireerd te zijn door de grote Indiase filosoof Sarvepalli Radhakrishnan (1888 – 1975), die ook korte tijd president van India is geweest.

Oom Bies citeerde graag de volgende uitspraak van deze grote filosoof (Nederlandse vertaling): Niet God wordt gediend, maar de groep of de autoriteit die beweert te spreken in zijn naam. Zonde wordt ongehoorzaamheid aan de autoriteit, in plaats van inbreuk op de integriteit.
Ik was reeds eerder begonnen met de studie van de Vedanta-filosofie o.l.v. Dr.Mr. Jnan Adhin, die ook in de voetsporen van Radhakrishnan was getreden en was blij met de aanvullende informatie die ik van oom Bies kreeg. Het zijn vooral deze gesprekken geweest die mijn belangstelling voor de Indologie opgewekt hebben en ertoe geleid hebben dat ik mij begin jaren 2000 voor de studie Indologie aan de Universiteit van Leiden heb ingeschreven. Dit was niet primair bedoeld voor het behalen van een universitaire graad, maar meer om kennis op te doen van Hindi, Sanskrit en het hindoeïsme met de nadruk op de Indiase filosofie.

Van velen heb ik vernomen dat oom Bies in zijn jonge jaren in Suriname vooral naam gemaakt heeft als ‘Manna Dey-zanger’. Ik denk dat dit eind jaren vijftig geweest moet zijn. (Voor geïnteresseerden: één van zijn nummers is te beluisteren op YouTube (Chale Dja Rahe).

Hij heeft met verschillende toenmalige Hindostaanse formaties opgetreden. Het hoogtepunt van zijn carrière was echter met Indian Orchestra, dat in die tijd de boventoon voerde in de Surinaams-Hindostaande muziekwereld. Hij was zelfs voorzitter van de organisatie die de leiding had over de laatstgenoemde band. In die tijd was er nog geen televisie en werden de films nog in zwart-wit kleuren vertoond. Het optreden van de muziekformaties had toen dus een veel grotere impact dan nu het geval is.

Oom Bies vertelde mij dat hij een schare fans had. Zijn populariteit dankte hij echter niet alleen aan zijn zangkwaliteiten en kennis van de wiskunde, maar ook aan het bezit van een motorfiets. Als hij daarmede paradeerde over de toenmalige Rijweg naar Kwatta, deed hij menig vrouwenhart sneller kloppen. Maar verder was hij ook beoefenaar van verschillende sporten o.a. tafeltennis, maar ook krachtsporten als body building, weight lifting en kushti heeft hij op een behoorlijk niveau beoefend. Eén van zijn sterke verhalen was dat hij iemand die hem het leven zuur maakte met één hand van de grond getild had, waarmee hij hem de schrik van zijn leven bezorgde. De persoon in kwestie heeft hem toen nooit meer lastig gevallen.

Wat ik wel persoonlijk heb meegemaakt is dat hij de zangkunst steeds is blijven beoefenen, waarbij hij zichzelf begeleidde op het harmonium. Ik heb hem nog vele malen live mogen bewonderen, solo of soms samen met zijn dochter Shakuntala en zijn zoon Ramesh.

Zowel in Nederland als in Suriname was hij een veel gevraagde spreker. Hij heeft talrijke interviews via de media verzorgd en lezingen en voordrachten gehouden. Op mijn verzoek heeft hij presentaties verzorgd over het hindoeïsme en aanverwante onderwerpen voor o.a. de Jnan Adhin Stichting en de Sociëteit Republiek Suriname (Sores). Aan het einde van zijn presentaties vroeg ik hem een zangnummer te brengen. Hiervoor koos hij vrijwel standaard het door Manna Dey in 1960 uitgebrachte lied: Nazaaron mein ho tum khayaalon mein ho tum (letterlijk: je bent in mijn ogen (of blik); je bent in mijn herinneringen). Daarna ging hij over op de Engelse versie ervan: Good night Irene. Dit deed hij op zo een gevoelige wijze dat menige aanwezige het niet kon nalaten heimelijk een traantje weg te pinken.

Gedurende de laatste decennia woonde oom Bies met zijn echtgenote Betsy Kewlapati Indalal en dochter Shakuntala afwisselend in Nederland en Suriname. In beide landen had hij zijn eigen onderkomen. Als hij in Suriname was, was het altijd open house in zijn residentie aan de Van Drimmelenlaan. Het was vooral hier dat ik samen met hem naar muziek mocht luisteren en diepzinnige gesprekken mocht hebben over filosofische onderwerpen. Maar ook hebben wij samen met Narinder Mohkamsing enkele liederen uit het Hindi en Bhojpuri vertaald naar het Nederlands.

Het was vooral bij deze gelegenheden dat wij onder de indruk waren van zijn grote kennis van het Hindi, in het bijzonder de grammatica van deze taal. Dit was mede de reden dat hij door een rechtbank in Nederland was aangesteld als beëdigd tolk/vertaler in het Hindi en aanverwante talen, welke functie hij naar ik dacht tot zijn overlijden nog heeft uitgeoefend. Naar hij mij vertelde moest hij zich soms buiten Nederland begeven om als tolk op te treden in rechtszaken. Hij had ook op gevorderde leeftijd het plan opgevat om een proefschrift te schrijven over reproductieve rituelen onder de Hindoestanen. Hiervoor had hij reeds veel materiaal verzameld, maar om diverse redenen heeft hij zijn dissertatie niet kunnen afronden.

Al met al mogen wij zeggen dat oom Bies een zeer vruchtbaar leven heeft geleid. Samen met zijn echtgenote was hij gezegend met vijf kinderen en verscheidene kleinkinderen en achterkleinkinderen.
De belangrijkste bijdrage die hij voor Suriname geleverd heeft ligt volgens mij op het gebied van het onderwijs. Hij is in zijn jonge jaren leerkracht geweest op diverse lagere en muloscholen in Paramaribo en de districten en heeft daarmede bijgedragen aan de vorming van talloze landgenoten van wie velen het tot de top van onze samenleving hebben gebracht.

Namens hen dank ik oom Bies voor alle kennis en wijsheid die hij ons heeft meegegeven en aan zijn nabestaanden wordt alle kracht toegewenst om dit verlies te kunnen dragen.

Oom Bies ji, áp ki átmá ko shanti mile! (dat uw átmá de vrede ten deel moge vallen!)

Paramaribo, 17 maart 2018.

[van Starnieuws, 18 maart 2018]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter