blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Vries Wendela de

Simia Literario vierde haar 15de verjaardag

Op zondag 30 oktober 2016 vierde de literaire groep Simia Literario haar derde lustrum in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. Een foto-impressie, met dank aan Libèrta Rosario, Enery de Cuba en Olga Orman. read on…

Bea Vianen in Extaze

Op 6 oktober verschijnt het negentiende nummer van Extaze met als thema: Vrouwen in de Nederlandstalige literatuur die in verschillende opzichten baanbrekend zijn geweest. Ook Bea Vianen en Wendela de Vries maken deel uit van het medewerkersgilde. read on…

Kunstenaars roemen ‘Roemers Drieling’

door Stuart Rahan

Amsterdam – De Decembermoorden in Suriname hebben bijzondere indruk gemaakt op de negen internationale kunstenaars die meewerkten aan de expositie Roemers Drieling. Zij mochten allemaal een interpretatie geven van de trilogie van de schrijfster Astrid Roemer. In hun vrije kunstzinnige resultaat waren zij het met elkaar eens dat de Decembermoorden een onuitwisbare indruk op hen heeft gemaakt. [De expositie zou geopend worden door Astrid Roemer, maar die schitterde door afwezigheid – red. CU.] read on…

Expositie rond en met Astrid Roemer

Cimaké Foundation en CBK Amsterdam nodigen u van harte uit voor de feestelijke opening van Roemers Drieling, genoemd naar de trilogie van de Surinaams-Nederlandse schrijver Astrid H. Roemer met werken van Marlene Dumas, Esiri Erheriene-Essi, Farhad Foroutanian, Fabrice Hünd, Iris Kensmil, Christian Nyampeta, Urok Shirhan, Wendela de Vries en Marga Weimans.
Opening door Astrid H. Roemer. read on…

Project rond Roemers Drieling

Geachte, beste, lieve!

In oktober 2014 heeft Cindy Kerseborn, documentairemaakster, mij uitgenodigd om als beeldend kunstenaar werk te maken voor een speciale tentoonstelling rond De drieling van Astrid Roemer. Ik vind het een grote eer.
Negen kunstenaars in totaal zijn benaderd, en hebben ja gezegd, waaronder Iris Kensmil en Marlene Dumas! read on…

Wendela de Vries: “Cultuur is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!” (2 en slot)

door Quito Nicolaas

Wendela de Vries

Het liefst exposeert Wendela de Vries haar werk tijdens zichtdagen voor een algemeen publiek, zoals de Kunstroute. Ze hoopt vurig dat haar schilderij Salix Esperanza dit jaar óók gedurende de Zomerexpo 2013 in het Gemeentemuseum in Den Haag komt te hangen. Haar inspiratie put ze uit de dagelijkse praktijk en al dat andere dat om zich heen gebeurt. Voor het kinderboek Michi verzorgde de Vries heel toevallig de omslag, waarna een duurzame vorm van samenwerking met Simia Literario ontstond. Ondanks de teleurstellende uitspraken van Nederlanders over Curaçaoënaars, heb je genoeg macamba’s die nog steeds hun medemens met respect bejegenen. Solidariteit is geen kwestie van kleur. Vandaag het slotdeel van ons vraaggesprek met kunstenaar/dichter Wendela de Vries.

In de verzamelbundel Wie ik ben/Ta ken mi ta is een tweetal van je gedichten opgenomen. Welke boodschap dragen deze gedichten uit?
De Simia-groep heeft aan dit project, dat eerst als werktitel “Identiteit” had, heel hard gewerkt, onder leiding van Fred de Haas. Het was leerzaam en soms ook confronterend, door de discussies die ontstonden. Ik was zeer onder de indruk van de rijkdom van de Caraïbische poëzie, waarover Fred ons twee colleges gaf: dichtkunst van bijvoorbeeld Cuba, Puerto Rico, Aruba, Curaçao, Trinidad, Jamaica en Guadeloupe. Dat inspireerde ons als groep enorm.

Eerder hadden we al een college van Henry Habibe gehad; een openbaring vond ik dat. Toen heb ik voor het eerst kennis gemaakt met ‘close reading’, d.w.z.   dat je puur het gedicht ontleedt en niet steeds teruggrijpt naar de identiteit van de dichter. Mijn dochter vertelde me pas dat ze dat in de literatuurwetenschap ook wel ‘de dood van de dichter’ noemen.

Het gedicht “Concert” gaat over het moment dat het koor klaar staat in de gang van de kerk en ik in mijn eentje naar voren loop en dan het publiek toespreek. Het is een heel verstild maar tegelijk beladen moment als ik daar sta. In het gedicht probeer ik dat te beschrijven. Het gedicht “Rode Brem” gaat over tuinieren en ‘de band met een plant’ en daardoor met mijn (overleden) ouders en geliefden.

Michi


Als illustrator heb je het prentenboek Michi (2009) geïllustreerd. Hoe gaat de uitvoering van zo’n opdracht in z’n werk?
Olga Orman bezocht mijn atelier in Meneer de Wit en zag een grote gekleurde tekening met de naam “Papayameisje”. Olga zag in het peutertje de hoofdpersoon van een door haar gemaakt gedicht ‘Michi un mucha no ke bebe lechi, Michi un mucha no ke tapa ku klechi…’ en vroeg me toen of ik daar illustraties voor een prentenboek bij wilde maken. Dat werd een intensieve samenwerking. Ook met Jan Kees; hij wilde het grafisch ontwerp wel maken. Olga vond daar uitgeverij La Kock Publishing bij en 2 jaar later was Michi in 4 talen een feit. Olga en ik zijn in 2009 met koffers vol Michi’s samen een maand naar Aruba, Bonaire en Curaçao geweest om les te geven en voor te dragen, en in 2010 naar een bibliotheekcongres in Santo Domingo. Een geweldige ervaring en immens leerzaam. Danki Olga, cu nos a conoce otro!

Zowel voor de bloemlezing Wie ik ben/Ta ken mi ta als Topa Tula/Ontmoet Tula had je de omslag ontworpen. Ligt hier je passie?
Jazeker, ik ben in de eerste plaats beeldend kunstenaar. Vooral Topa Tula vond ik zeer belangrijk om te doen. Ik wilde dat Tula een méns werd, geen vaag historisch figuur en dat hij iedereen in de ogen kijkt, vooral de Nederlanders die nog nooit van hem gehoord hebben. Daar kunnen zij niets aan doen, in de geschiedenisles in Nederland is nauwelijks aandacht besteed aan de slavernij. Ik hoop dat dat na dit jaar gaat veranderen. Ik had graag gehad dat Quinsy Gario, zelf ook revolutionair, model had gestaan. Hij wilde ook meewerken, maar was te druk bezet. Ik heb toen, met zijn toestemming, foto’s van hem, maar ook van een voetballer uit de krant gebruikt.
Hoe vertaal je een gedicht in een schilderij en andersom? 
Dat gaat eigenlijk niet, het zijn verschillende uitingsvormen. Natuurlijk zijn er wel overeenkomsten. Ik hou niet van cynisme of geweld. Dat zal je dus nooit tegenkomen in mijn schilderijen, tekeningen noch gedichten. Ben nu bezig aan een grote prent van 1.35 m breed bij 2 meter hoog. Het is een oude wilg, die ik Salix Esperanza heb genoemd. Dit voert weer naar een gedicht uit 2011 dat ook Esperanza heet.

Wendela de Vries – Rijst

 

Als kunstenares houd je jaarlijks een aantal exposities in het hele land. Hoe werd de expositie van Huid & Haar ontvangen? 
Die expositie was in Museum Joure (Fr) in een klein zaaltje, met mooie vitrines. Ik heb er niets verkocht, dat komt misschien ook door de locatie, mensen komen er niet naar toe om te kopen. Ik vind de directheid van mijn kunst verkopen heel aards en daarom heel aantrekkelijk. Wat is er mooier dan iets maken, mooi inlijsten, dat verkopen, en daar dan je boodschappen van doen? Zeker in deze crisistijd. Bij het verkopen via een galerie gaat er erg veel van je opbrengst af; en moet je aan de persoonlijke smaak van de galeriehouder voldoen. Daarom houd ik het het liefst zelf in de hand
Ik doe dit jaar in lente en zomer bijvoorbeeld mee aan twee kunstroutes in Zuid Holland/Zeeland, waar ik voor gevraagd ben. Ook geef ik teken- en schilderles bij WG-kunst in Amsterdam. In 2012 heeft mijn werk Ananasplukster in het Gemeentemuseum in Den Haag gehangen. Dat was de kroon op mijn werk, want ik vind dat het mooiste museum van Nederland. En… het werk gaat over de verschillen die stammen uit de koloniale tijd. Een hardwerkende Afrikaanse vrouw met een kindje op haar rug en in de bast van de bomen in de achtergrond zie je brave Noordelijke kerkgangers, gebaseerd op Max Havelaar, het onrecht en de hypocrisie van het kolonialisme.
Voor het bezichtigen van het werk van Wendela de Vries, kun je de volgende sites bezoeken:

Wendela de Vries: “Cultuur is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!” (1)

door Quito Nicolaas
Wendela de Vries

De tijden dat een kunstenaar zich uitsluitend op een enkel terrein beweegt is passé. Tegenwoordig combineren kunstenaars verschillende disclipines met elkaar om iets moois van te maken. Zo ook Wendela de Vries die verschillende levensfase in een ander land had doorgebracht. Haar ouders schreven ook, met name korte verhalen. Wendela’s moeder Nelly Verkuyl had zelfs in 1947 een kinderboek bij Uitg. Meinema in Delft uitgegeven. Het lijkt er op dat haar gevoelswereld, denkwijze, manier van praten, kijk op de samenleving, menselijke emoties, politiek correctheid en dagelijkse keuzes allemaal doordrenkt zijn van de diverse culturen die ze in zich draagt. Als artistiek-leider van het Kunstcentrum Meneer de Wit  komt ze tot enige rust of juist tot leven. Vandaag een interview met dichter en kunstenaar Wendela de Vries.

Je groeide op in Enschede, Nieuw Guinea, Suriname en op Bonaire. Hoe heb je al die verschillende uiteenlopende culturen in 1 persoon kunnen vereenzelvigen?
Mijn ouders zaten in het onderwijs en ik ben enig kind. Ze hadden een breed en integer wereldbeeld, waren geen ouderwetse kolonialen. Mijn thuisbasis was dus heel veilig en vertrouwd, waardoor ik het in ieder land waar we woonden, wel een uitdaging vond om op onderzoek uit te gaan en vriendjes en vriendinnetjes te maken. In mijn vroegste jeugd (1962) heb ik ook een jaar op Nieuw Guinea gewoond en met Papuakinderen gespeeld.

Kunstwerk van Wendela de Vries

 

Ik heb alleen nog wat geur-, kleur en klankherinneringen aan Sorong, nu West- Papua, maar ben er van overtuigd dat die mij ook gevormd hebben. In Suriname (van mijn 6de tot 8ste jaar) heb ik leren lezen, schrijven, zwemmen en fietsen. Op Bonaire (van mijn 10e t/m mijn 13e) werd ik me bewust van mijn identiteit. Op de katholieke meisjesschool kwam ik erachter hoeveel invloed de slavernij als historisch feit heeft gehad op de bevolking van het hele Caraibische gebied. We lazen daarover in de zesde klas van de RK meisjesschool waar ik op zat. Daarover gaat mijn gedicht “Vrij zijn” (Topa Tula, 2013). Door de bewustwording van mijn identiteit, de goede band met mijn ouders, vriendschappen en natuurlijk ook door “de zee als achtertuin” is Bonaire het absolute paradijs van mijn jeugd. Enschede gymnasium alpha,was intellectueel wel een uitdaging, maar de puberteit vond ik de moeilijkste tijd van mijn leven tot nu toe, ook omdat mijn vader onverwacht overleed toen ik 17 was.

Als lid van Simia Literario schrijf je ook gedichten. Wat is de strekking van je gedichten?
Ik dicht nog niet zo lang. Hou erg van taal en heb ook een goede basis, met o.a. Spaans, Latijn en Grieks. Ik heb na de kunstacademie een jaar de opleiding tolk-vertaler Frans gedaan. Maar het komt écht, sigur, sigur, door de aanstekelijke energie vier jaar geleden van Simia Literario dat ik ben gaan dichten. Van mijn dochter Féline, die nu taalwetenschap studeert in Utrecht, heb ik begrepen dat alles, in iedere taal afgeproken is, de structuur en de regels, dus. Er is, vertelde zij, linguïstisch gezien slechts één wereldwijde uitzondering: poëzie! In poëzie mag álles. Mi por hasi tur cos! Toen ik dat hoorde viel de laatste psychologische belemmering weg.

Wendela (rechts) met man en dochter Feline

De kern van mijn gedichten is bijna altijd iets heel kleins wat me opvalt, waarvan ik hoop dat het ook een bredere en diepere betekenis heeft. Bijvoorbeeld dat je tijdens een winter-winkelavond in de stad, als je dorst hebt, best wat sneeuw van een brug kan happen. Of het beslagen raam waardoor je op het duffe perron kijkt vanuit de stoptrein. Of wat er in je hoofd rondbuitelt op het moment vlak voordat je in slaap valt. Mijn gedichten rijmen hier en daar; ik vind dat het daardoor pakkender wordt. Met rijm dringen de woorden meer je hart in, maar nooit teveel rijm. Het moet ook niet te bedacht en te geconstrueerd zijn. Ik let altijd op het ritme, dat mag niet haperen of struikelen. Ik dicht in het Nederlands, maar gooi er graag een andere taal in, vooral in de titel. Dat mixen van talen, is trouwens heel Caraïbisch.

Tijdens de lustrumviering van Simia in 2011, heb je erg mooi voorgedragen. Hoe bereid je je voor op zo’n optreden?
Masha danki, Quito. Leuk om dat te horen, van de de oprichter van Simia Literario. Dat optreden was mijn allereerste optreden als dichter voor een echt publiek, met een microfoon dus. Ik bereid me voor door het beste gedicht van dat moment te kiezen, waar ik me goed bij voel en dat klopt bij de omstandigheden. Ik lees het thuis een of twee keer hardop voor mezelf voor. Niet voor anderen. Ik wil geen commentaar voordat het offcieel is voorgedragen. Het voordragen zelf vind ik leuk om te doen. Het is een uitdaging om je te concentreren op de inhoud, en niet op hoe je overkomt. Ik geloof dat hoe meer je met de inhoud verstrengeld bent, hoe beter het publiek het beeld oppikt dat je wilt schetsen
Je bent medeoprichter van Kunstcentrum Meneer de Wit. Kun je wat meer hierover vertellen?
De naam Meneer de Wit is gebaseerd op de Witte de Withstraat in Amsterdam-West waar het gevestigd is. Het is een centrum voor moderne kunst, en ook o.a. zang en dans. Ik zat in de leiding en had er mijn atelier. Uit dat centrum is ook een koor voortgekomen, het Koor van Meneer de Wit met 40 mannen en vrouwen. Ik ben, naast dirigent Otto Klap, sinds 2009 artistiek leider van dat koor. We zingen klassieke stukken (Bach, Brahms, Poulenc, Barber en Boulanger).

Wendela de Vries tijdens een uitvoering van de Matthäuspassion in 2009

 

Binnenkort gaat een droom van me in vervulling. Het koor en vijf leden van Simia gaan samenwerken, op 15 juni 2013 in het witte kerkje van Amsterdam Oud Sloten. Het project heet: De zon, de dood en het gebed. De vijf dichters dragen een gedicht voor over dit thema en dan zingt het koor afwisselend de liederen.  Met subsidie en sponsors proberen we ieder een ruime vergoeding te geven. Dat aspect vind ik ook heel belangrijk. Cultuur is onmisbaar en moet ook op een aardse manier beloond worden. Het is naast inspirerend en bijzonder, ook gewoon wérk!

Welk publiek probeert dit centrum voor kunst, cultuur en ontwikkeling te bereiken?
Buurtbewoners, kunstenaars, kunstliefhebbers, muziek dans- en theaterliefhebbers, alle Amsterdammers, iedereen die er van hoort, en wie maar wil!
[vervolg: klik hier][van Caribe Magazine, 27 maart 2013]

Natuurlijk schrijf ik om de wereld te verbeteren

Bonaire – Zuleika Coffie

door Wendela de Vries

‘Je kunt er om lachen, als je kinderen over de bijtjes en de bloemetjes vertelt, maar ik vind het een mooi beeld, bloemen en bijen die samenwerken. Bloemen stellen zich helemaal open voor de bij. ‘Kom, binnen, kom binnen, want we moeten ons voortplanten’, lijken ze te roepen. Erotiek is de spanning die je voelt als je samen iets maakt of het zelfde doel nastreeft. De platte uitleg die Midas Dekkers er aan geeft: erotiek is seks en eigenlijk gaat het alleen om de coïtus, vind ik niet interessant. Het gaat mij er om dat die bloem er zo verleidelijk mogelijk uitziet en er alles aan doet om de bij te lokken.

Bonaire – Zuleika Coffie

In mijn eerste jaar op de Academie voor Beeldende Kunsten in Kampen ontdekte ik dat er meer was dan ‘wat heb je dat handje mooi getekend’. Ik wilde voor honderd procent kunstenaar zijn en mijn eigen verhaal vertellen. Mijn litho’s en zeefdrukken van tropische zeeslakken symboliseerden het verlangen naar het warme Bonaire waar ik mijn jeugd heb doorgebracht. Die warmte, die Matisse zo mooi in zijn schilderijen heeft vastgelegd, wil ik graag om me heen. Dat is een groot verschil met het koude en eenzame beeld dat Noordelijke expressionisten oproepen in hun schilderijen. Ook al ben ik Nederlandse, diep in mijn hart kies ik voor ‘zuid’ en zorg ik ervoor dat ik mij omring met mensen uit verschillende culturen.

Die houding leverde al tijdens mijn studie reacties op als, ‘je hebt iets blijs, totaal niet cynisch’. Dat gevoel van ‘we gaan samen de wereld verbeteren’ heb ik pas bij mezelf toegestaan door een uitspraak van schrijfster Fay Weldon. ‘Natuurlijk schrijf ik mijn boeken om de wereld te verbeteren.’ Sindsdien durf ik er ook openlijk voor uit te komen.

Onlangs schilderde ik een vrouw, die naakt, slechts omwikkeld met een transparante doek, in de branding staat, uitkijkend over de zee. Het schilderij is een cadeau voor haar man. Ik vind het geweldig dat ik het voor haar kan maken en zij verheugt zich op het moment dat ze het aan haar man kan geven. Kunst is geven, het helpt mensen vooruit.

Bonaire – Zuleika Coffie

Wat me tegenstaat aan pornofoto’s is het felle harde licht van de studiolampen. Je ziet alle details. Er blijft niets meer over van de verbeelding. Erotiek moet suggestief zien. Een stuk been, een hoge hak, je vermoedt dat er iets gebeurt.

Die erotische spanning komt mooi tot uitdrukking in de film Turtle Diary, over de gemeenschappelijke droom van een eenzame illustratrice en de eigenaar van een boekhandel. De illustratrice komt regelmatig in de boekwinkel. Zonder het van elkaar te weten, bezoeken de vrouw en de boekhandelaar vaak de zeeschildpadden in de London Zoo en dromen ze ervan om de zeeschildpadden te bevrijden. Een oppasser wil wel helpen.
En zo vatten drie eenzame mensen samen het plan op om een vrachtwagen te huren en de dieren van Londen naar de kust te brengen. Dit schept een intense band tussen de winkeleigenaar en de illustratrice. Maar nadat de schildpadden langzaam het water zijn ingeschuifeld, omlijst door een ondergaande zon, volgen beiden weer hun eigen weg. Er komt geen seks aan te pas, het gaat om de spanning die het waarmaken van de gezamenlijke droom hen geeft. Dat is voor mij het summum van erotiek.

Bonaire – Zuleika Coffie

Op de katholieke meisjesschool op Bonaire merkte ik al dat de meisjes van mijn leeftijd werden geregeerd door hun hormonen. Een twaalfjarig klasgenootje werd versierd door haar drie jaar oudere stiefbroer en raakte zwanger. Het zou mooi zijn als ik met mijn werk jonge meisjes met erotiek kan leren omgaan. Zodat ze het gaan zien als een soort schatkamer, vol cadeautjes die je langzaam uit moet pakken. Daarmee hou je het weg van de platheid en de commercie.’

Lustrumviering van Simia Literario was een echt feest

door Giselle Ecury

Een Indiase meester zei eens: “Wat is geweest, komt nooit meer terug. Benut deze dag daarom volop en maak er een ladder van om de hoogste top te bereiken. Sta niet toe, dat jij – als de avond valt – nog dezelfde bent als vanmorgen. Maak deze dag tot een onvergetelijke, gedenkwaardige dag. Verrijk daarmee jezelf en ook een ander.”

Zo werd de feestelijke lustrumviering van Simia Literario op 4 september 2011 geopend. Alle stoelen van de grote theaterzaal van de Openbare Bibliotheek te Amsterdam, de OBA, bekend als “dat mooie, grote gebouw aan het IJ”, waren bezet. Afgevaardigden van het Kabinet der Gevolmachtigde Ministers van Aruba, Curaçao en Sint-Maarten waren aanwezig, alsmede belangrijke eregasten van andere bevriende organisaties en Hans van Velzen, directeur van de OBA, Michiel van Kempen, Hoogleraar West-Indische Letteren en Igma van Putte van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Uitgeverij In de Knipscheer was vertegenwoordigd met een boekenkraam. Want tevens werden die middag twee pas uitgekomen boeken gepresenteerd. Van Joan Leslie werd het eerste exemplaar van Compa Nanzi’s capriolen aangeboden aan de diverse eregasten. Zij droeg een fragment voor, bijgestaan door Olga Orman en Corry Paesch. Hoe het allemaal afliep met Compa Nanzi in het fitnesscentrum hielden zij nog even geheim… Het tweede boek dat werd aangeboden, was het resultaat van de samenwerking van de Simialeden naar aanleiding van “10-10-10”, het boek Wie ik ben/Ta ken mi ta. Gedichten en teksten rondom het thema “Identiteit” onder redactie van Fred de Haas. Het omslagontwerp van beide boeken (foto links) was van medelid en kunstenares Wendela de Vries. Diverse leden droegen een aantal gedichten voor om ook dit boek te presenteren. “Want woorden willen bloeien”, beloofde de uitnodiging. Ze boeiden eveneens. Het voltallige publiek luisterde ademloos toe. Er werden dan ook regelmatig herinneringen aan Aruba en Curaçao en aan ons mooie Caribische Gebied opgehaald in de gepresenteerde teksten.
Sandra Sue, voorzitter van het schrijfgenootschap Simia Literario, maakte indruk met een uitstekend en hartelijk dankwoord, waarin ze de verschillende sponsors in een echt, tropisch warm zonnetje zette.
Eugènie Herlaar en Giselle Ecury, beiden lid van Simia Literario, praatten samen de verschillende onderdelen van het programma aan elkaar en lieten zich daarbij leiden door die Indiase meester. Naast poëzie en proza, voorgedragen door vrijwel alle leden, werd de middag bijpassend muzikaal omlijst. Voor de pauze door Roy Libié en Jacques de Miranda met hun heerlijke, Antilliaanse klanken, waarmee ook een van de gedichten van Frida Domacassé, haar “Herinnering aan Aruba”, invoelend werd begeleid.

Aan het eind van alle gesproken teksten bereikte iedereen ter afsluiting van het feestelijke programma beslist de hoogste trede van de ladder van die Indiase meester. Want niemand minder dan Izaline Calister, op de piano begeleid door Marc Bisschoff, bracht een aantal van haar mooie en door haar zo bijpassend geselecteerde liedjes ten gehore. Zo werd de 4e september 2011 voor velen een onvergetelijke, gedenkwaardige dag, waarmee de leden van Simia Literario zichzelf, maar vooral ook anderen – na een maandenlange voorbereidingstijd – hebben verrijkt.

 

Foto’s: @ Nathalie Wanga

Een lastige peuterpuber

Op 4 oktober 2009 vond in de OBA in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren de presentatie plaats van het prentenboek voor de jeugd, Michi. Het boek is bij La Kock Publishing uitgegeven in drie talen: het Nederlands, het Engels en het Papiaments in de varianten Papiamentu en Papiamento.

Zowel de schrijfster Olga Orman als de uitgever Alida Kock zijn van Aruba afkomstig. Natalie Wanga, die de presentatie verzorgde, is Bonaireaanse.
De jeugdafdeling van de bibliotheek was bomvol met kinderen en volwassenen en het was opvallend hoe stil de kinderen bleven zitten als in verwachting van niemand minder dan Sinterklaas.
.

Om 15.15 uur richtte Natalie Wanga het woord tot het publiek en vertelde over het prentenboek Michi en wie een bijdrage hebben geleverd aan de publicatie. Zij noemde Wendela de Vries van wie de prachtige illustraties zijn en Jan Kees Visscher die de vormgeving in handen had gehad. Wanga memoreerde dat 4 oktober ook dierendag was, dus dat er twee feesten waren die dag. Vervolgens sprak Alida Kock een welkomstwoord en vertelde over het ontstaan van haar uitgeverij. Zij had ook een mooi verhaal over de bibliotheek op Aruba toen zij klein was. Zij had het nog meegemaakt, als meisje van 9 jaar, dat er op de Arubaanse bibliotheek maar krap een meter leesboeken was voor negenjarigen. Had je de boeken uit dan mocht je niet aan de boeken voor tienjarigen beginnen, zodat zij noodgedwongen de boeken voor negenjarigen maar ging herlezen. Haar passie voor boeken, lezen en schrijven bracht haar tenslotte tot het opzetten van haar uitgeverij. Dit prentenboek is het derde boek dat La Kock Publishing uitgeeft.
Natalie Wanga leerde het publiek hoe de schrijfster met een warm applaus te verwelkomen tot groot plezier van jong en oud. Nadat Olga Orman had uitgelegd dat zij Michi voor haar kleindochter Eva had geschreven en met de kinderen een aantal liedjes had gezongen, ging men over tot de eigenlijke onthulling. Dat gebeurde in de vorm van een piñata, een mooi versierde doos, waarvan de bodem werd losgetrokken zodat de inhoud, waaronder 2 boeken, op de grond kon vallen. Een van de boeken werd aangeboden aan de directeur van de OBA de heer Hans van Velzen, die er de kinderen aan herinnerde dat het ook bijna kinderboekenweek was. Hij nodigde hen uit naar de bibliotheek te komen waar een schat aan boeken te vinden is. Het tweede boek was voor Ormans kleindochter die echter te verlegen was om het boek zelf in ontvangst te nemen.
Tot slot was er een kamishibai-voorstelling door Olga Orman waarin de kinderen participeerden. Aan de hand van alle platen die ook in het prentenboek staan vertelde Orman samen met de kinderen het verhaal van Michi. Michi is op de leeftijd dat ze in de contramine is. Niets wil ze, maar uiteindelijk gaat ze, naarmate ze ouder wordt, beseffen dat er dingen zijn die ze wel wil en zo gaat de “Ik wil niet” periode tot het verleden behoren. Orman stak de ouders in de zaal, die wellicht eenzelfde probleem hebben met hun kind, een hart onder de riem door hen voor te houden dat zo’n periode tijdelijk is.

Natalie Wanga sloot om 16.15 uur de presentatie af met een tweede leuke applaustruc waarna er een ware run op de boeken ontstond. Iedereen wilde minstens een exemplaar, er waren er die alle taalversies wilden, plus de handtekening van de schrijfster en de illustratrice. Tot 17.00 uur kon het publiek de expositie van Wendela de Vries bezoeken op de jeugdafdeling en genieten van een drankje en heerlijke Arubaanse hapjes.

IvP

[Fotos’: Mieke Taekema. Voor meer foto’s hier klikken]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter