blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Voorhoeve Jan

Sranantongo regelgeving in boekvorm gebundeld

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Eddy van der Hilst heeft zijn strijd tegen beweringen als zou Sranantongo slechts een warrige taal zijn, opgevoerd. Morgen presenteert hij officieel het ultieme bewijs dat Surinames meest gebruikte taal wel degelijk regels heeft. Dan presenteert hij in Tori Oso zijn boek Taki Sranantongo Bun: De Grammatica van het Sranan deel 1. “We moeten af van de fa a go, a go mentaliteit wanneer we onze eigen taal bezigen”, stelt de linguïst resoluut.
Sylvie van der Vaart
Grammatica van binnenuit
Hij stoort zich er mateloos aan dat er tot op heden mensen zijn die vinden dat Sranantongo geen grammatica heeft. “Iedere taal heeft een grammatica anders kun je elkaar niet verstaan en nu de regels, die in alle moedertaalsprekers hun hoofden zitten, op papier gezet zijn kan een ieder ze toepassen.” De basis voor dit boek begon al decennia geleden. De taalgeleerde startte zijn onderzoek al in de jaren zeventig van de vorige eeuw. In die periode studeerde hij onder leiding van professor Jan Voorhoeve, die in Nederland de basis legde om de Surinaamse taal te bestuderen. Eerder resulteerden de studies van Van der Hilst al in een spellingboek voor het Sranan.
De taalkenner benadrukt dat het verkeerd zou zijn om bij de grammatica van een taal, een andere taal als uitgangspunt te nemen. “Wat ik in mijn boek heb geprobeerd te doen is de grammatica van binnenuit te beschrijven. Ik heb dus niet het Nederlands gebruikt om de regels van Sranantongo samen te stellen”, verklaart hij. Zijn mentor stelde immers dat het bestuderen van de grammatica van een taal noopt tot uitsluiting van elke andere taal. “Anders geraak je op een dwaalspoor.” Door zich aan die stelling te houden, ontdekte Van der Hilst onder meer dat anders dan bij andere talen het Sranan nagenoeg geen uitzondering op de regels bevat.

Samenleving
De Sranantongokenner beklemtoont dat hij met het boek niet zijn eigen mening opdringt. Hij heeft zich gedurende lange perioden laten omringen door moedertaalsprekers. “Geen mensen die Sranantongo vermengen met allerlei andere talen en Nederlandse grammaticale regels.” En ook bij het maken van nieuwe woorden in die taal laat hij zich leiden door suggesties uit de samenleving. “Per slot van rekening is het uiteindelijk de samenleving die de regels zal accepteren of verwerpen.”
Een tweede deel van het grammaticaboek is nu al in gevorderde staat, maar is nog niet helemaal af. “De tekst is al klaar maar er is daaraan nog een heleboel hoofdpijn aan lay-out en drukklaar maken verbonden”, lacht hij. Vooralsnog is het eerste deel bij verschillende boekhandels te verkrijgen.

[uit de Ware Tijd, 13/08/2013]

Ken Mangroelal – Panta rhei (9 )

Happy few

Even terug naar Dr. Jan Verhoeve. Waar heb ik die aantekening liggen. Nee, niet hier op m’n bureau in het hotel, maar ergens in een persoonlijk archief in de virtuele ruimte. Goed even met de snelheid van het licht daar naartoe. Gelukt. Ja hier is het: “..A few exceptional people… ome to great achievements, but they lose their nationality..” Ja, die zinsnede heeft mij aan het denken gezet. Ik heb de airco goed koel gezet zodat ik hier goed over kon nadenken. De weinige exceptionele burgers van dit land die iets groots hebben gepresteerd zijn burgers die hun nationaliteit zijn kwijtgeraakt. Wat een samenhang! De gevierde burger is de vervreemde burger. Vervreemding. Duits-filosofisch thema, Hegel, Marx, of Frans Existentialisme. Wacht even naar het archief, zoeken onder F. Ja hier heb ik het Frantz Fanon: “Pour le Noir, il n’y a qu’un destin. Et il est blanc.” (“Er is voor de Neger maar een bestemming en die is blank.”)

De burgers die de onafhankelijkheid van dit land zijn ontvlucht, reisden instinctmatig af naar hun blanke bestemming. Zij verkozen hun vervreemde staat boven die van een nationale identiteit. Ik geef ze geen ongelijk, want in de vervreemding sluimert het succes. Wat een feest als al deze vervreemden naar Suriname terugkeren. Wat een succes staat Suriname te wachten. Het wordt niet een remigratie van een ‘few’, maar van een halve natie exceptionelen zwanger van succes.

Ik denk dat dat praatje van Dr. Jan Verhoeve mij tot het volgende gedicht heeft geïnspireerd, geschreven in het Papiaments

 

 

Calculus y Asimilation

Si mi pensa mi mes
Asimilando
Mi sa cu tin un limite
Mi por acerca
Ma nunca alcanza
O transcende
Y e limite ta e Otro
Cu mi so por ta
Aproximadamente
Anto
Disasimilando
Mi por bira
Absolutamente
Mi mes

Infinitisimale rekenkunde en assimilatie

Als ik mijzelf assimilerend denk
Weet ik dat er een limiet is
Die ik kan naderen
Maar nooit kan bereiken
Of overschrijden
En de limiet is De Ander
Die ik slechts kan zijn
Bij benadering
Ergo
Disassimilerend
Kan ik
Absoluut
Mijzelf worden

[wordt vervolgd]

 

Ken Mangroelal – Panta rhei (7)

Zhong guo da. Zhong guo hen da. China is groot. China is zeer groot

Zoals de busjes in handen van de Hindoestanen, zijn hier alle supermarkten in handen van de Chinezen. In de busjes klinkt Bollywoodmuziek en in de supermarkten wachten je beeld en geluid van een Chinese televisiezender. De Chinezen zijn de echte koelies. Zij werken zich te pletter. Ik heb menig Chinees achter de toonbank zien knikkebollen. Pogende slapend rijk te worden? Een dutje tijdens de arbeid, mogelijk; een normale nachtrust, een wensdroom.

Buiten de stad zijn er ook Chinezen die lange uren maken met het kappen van het oerwoud en koortsig zoeken naar bodemschatten. Dit land was kolonie af, met de komst van de Chinezen wordt het kolonie revisited. De Chinezen doen het nogmaals voor wat de bevolking hier zelf moet ondernemen. Begin zestiger jaren van de vorige eeuw, ja zo lang geleden, moet een zekere Dr. Jan Verhoeve in de hoofdstad van dit land in de herkansing een radiopraatje hebben gehouden over de koloniale samenleving. Naipaul nam een deel van die toespraak op in zijn boek The Middle Passage (1962). In die toespraak vond ik een stukje tekst dat wat mij betreft nog steeds opgaat: “A few exceptional people […] come to great achievements, but thereby lose their nationality [… ] And what goes for them does not go for them thousand others who must remain stuck in a soulless imitation, never achieving anything of their own. They learn to despise their own, but get nothing in its place.” Ondanks revolutie en onafhankelijkheid leeft men hier nog in tempo doeloe. “Met de Chinezen is het goed zakendoen” luidt hier de algemene kreet en “ze stellen geen lastige vragen en zeker niet aan je staatshoofd.”

De hoofdweg richting het centrum wordt opgesierd met stalletjes van sappelende burgers en lagere middenstand die hun schamele koopwaar aanbieden. Stalletjes met groente of fruit uit eigen tuin of kostgrondje, vis uit de rivier niet op ijs, hoe lang blijft dat vers in deze hitte, eten uit eigen keuken, zelfgemaakte kleding, ga zo maar door. Ik kan het niet nalaten rekensommetjes te maken. Ik kom uit op inkomens fluctuerend rond de armoedegrens. De schatkist is ook leeg. De regering wilde het onafhankelijkheidsfeest groots vieren. Geld daarvoor was er echter niet. De regering stuurde bedelaars langs de burgers en bedrijven om wat geld te hosselen. Een woord dat nogal met dit land wordt verbonden is ‘pinaren’. Etymologisch gaat het terug op het oudGriekse woord penía (armoede, gebrek, nood) en het Latijnse penúria (nijpend gebrek, grote verlegenheid). Dan vinden we het terug in het Nederlandse woord ‘penarie’. In de penarie zitten (geldzorgen hebben). Goed de mensen proberen hier oprecht het hoofd boven water te houden. Initiatieven te ontwikkelen om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien. Maar deze struggle for life onder de blote hemel komt mij voor als laatste wanhoopsdaad. Het lijkt alsof de Chinezen deze marginalen uit de winkels de straat op hebben gejaagd of ze hebben daar zelf om gevraagd. Konden vroeger de conquistadores de Indianen in ruil voor spiegeltjes het goud ontfutselen, nu doen de Chinezen dat middels de aanleg van infrastructuur, in het bijzonder wegen, even strak en efficiënt als die van de Romeinen. En het plebus juicht.

[wordt vervolgd]

Johanna Schouten-Elsenhout – Awese

Awese

Kabra!
Troki gi den afkodreiman
a mindri n’ akapudyari
pe fodu e lolo
nanga santi ini en ai
lek’ Papawinti
a mindri n’ aladei son.
Wiki den, mi kabra,
ini a dofokanpu,
mindri a doti f’ sranan.
Troki mek’ kromanti
sekete nang’ a pingi fu mandron
a mindri den awese.
Prisi a gronmama.
Opo frei mi nengrekopu mindri a watrapan.
A ten e kot’ a greb’olo.
.

Begeesterd

Voorouders,
zing het de priesters voor
op het open erf
waar je de dagwe slang ziet rondwentelen
met de ogen vol zand
als de god der Papa negers *
in de zon van alle dag.
Wek de goden op
in ‘t heiligdom
op Surinaamse bodem.
Doe de Kromanti goden dansen
op de hartslag van de trom
tussen alle geesten in.
Breng offers aan de grondmoeder.
O goddelijke adelaar in mij,
rijs op uw vleugels uit de poel.
Aan het open graf stokt de adem van de tijd.

[* Papa negers: negerstam afkomstig uit Dahomé]

[uit Awese, 1965; vertaling: Jan Voorhoeve]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter