blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Toer Pramoedya Ananta

Hoe Nederland Indië leest

Op vrijdag 6 juli 2018 verdedigt Lisanne Snelders haar proefschrift Hoe Nederland Indië leest aan de Universiteit van Amsterdam. Zij onderzoekt aan de hand van de literaire cultuur de veelvormigheid van de herinnering aan Nederlands-Indië en legt de politiek bloot van de herinnering aan Nederlands-Indië. Ze stelt dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is. Verschillende perspectieven op de geschiedenis worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst. Snelders bestudeert de compartimentalisering aan de hand van drie auteurs: Hella S. Haasse, Tjalie Robinson en Pramoedya Ananta Toer. read on…

Scherpe pen als wapen – schrijver Pramoedya Ananta Toer

door Tessa Leuwsha
 
‘Ik geloof dat de mensen mij verwarren met iemand die veel weet en veel filosofeert. Je moet niet zulke hoog gegrepen dingen vragen. Ik ben maar een heel eenvoudig mens. Ik ben niet bekend geworden door mijzelf. Ik schrijf boeken, ja. Maar bekend ben ik gemaakt, door anderen. Door het regime dat mij gevangen heeft gezet.’
Pramoedya Ananta Toer; foto Rudhi Relyveld
De Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer (1925-2006) deed deze uitspraak in een interview door het Nederlandse Algemeen Dagblad van 12 juni 1999. In dezelfde week vonden in Indonesië de eerste verkiezingen plaats in 44 jaar. De dissidente schrijver toonde zich in zijn boeken een felle tegenstander van de koloniale overheersing in Nederlands-Indië en na het ontstaan van de republiek Indonesië in 1949 van het dictatoriale bewind van Soekarno en diens opvolger Soeharto. Dit protest zorgde ervoor dat hij regelmatig werd opgepakt en een groot deel van zijn oeuvre in gevangenschap schreef.
Pramoedya Ananta Toer werd geboren in het Javaanse stadje Blora. Zijn vader was actief in de groeiende links-nationalistische stroming tegen de Nederlandse koloniale overheersing. Al op de lagere school stelde papa Toer hoge eisen aan zijn zoon Pramoedya en hun relatie was problematisch. Pramoedya kon vanwege financiële beperkingen zijn opleiding niet voltooien en na de dood van zijn moeder ging hij werken bij een Japans persbureau in Jakarta. Hij kwam er in contact met vooraanstaande Indonesiërs en onder de indruk van het steeds machtiger wordende Japan nam zijn hang naar een vrij Indonesië toe. Hij participeerde in 1945 in een gewapende vrijheidsstrijd en werd zonder vorm van proces door Nederlandse militairen twee jaar opgesloten in gevangenis Bukit Duri waar hij enkele verhalen schreef en een roman. Na de onafhankelijkheid richtte hij zijn scherpe pen op de Indonesische machthebbers en sympathiseerde met de communistische partij. Hij zat onder het bewind van president Soeharto veertien jaar gevangen op het eiland Buru (1965-1979). Tijdens zijn detentieperiode schreef Pramoedya de bekende Buru-tetralogie (‘Bumi Manusia’, in het Nederlands Aarde der mensen): vier historische romans beginnend in de koloniale tijd waarvan hij het manuscript op losse blaadjes de gevangenis liet uitsmokkelen.
 
 
 In Kind van alle volken, het tweede deel van deze romancyclus, dat zich afspeelt aan het begin van de 20ste eeuw, heeft de hoofdpersoon Minke, een Javaanse jongeman uit een adellijk geslacht, de strijd verloren om zijn 17-jarige vrouw Annelies. Annelies is geboren uit een concubinaat tussen een Nederlandse kolonist en zijn Javaanse bijzit, in Nederlands-Indië aangeduid met de term njai. De njai was een geïnstitutionaliseerd verschijnsel, ontstaan uit een gebrek aan blanke vrouwen in de kolonie, maar zij kon als ‘inlander’ geen rechten doen gelden over haar halfblanke kinderen die aan de vader behoorden. In de roman wordt de nog net minderjarige Annelies tegen haar wil naar Nederland overgebracht en ze sterft daar van verdriet. De onmacht en vernedering van de njai zijn het uitgangspunt voor Minkes opgebouwde wrok tegen de buitenlandse overheersers. De naam Minke is een verbastering van ‘monkey’: hij is een aap die maar te dansen heeft naar de grillen van de machthebbers.
Schending van mensenrechten op grond van ras, afkomst, status, taal en religie strekt zich door het gehele werk van Pramoedya Ananta Toer. Kind van alle volken is een ontwikkelings- of ideeënroman te noemen. Het boek volgt de gedachtestroom van Minke en zijn opinievorming rond kolonialisme en het opkomend nationalisme. Minke heeft ontzag voor Japan, ook een Aziatisch land maar met weinig eerbied voor de oude reus Europa. In de Tweede Wereldoorlog loopt Japan Nederlands-Indië met gemak onder de voet.
De roman Max Havelaar(1860) van Multatuli, pseudoniem voor Eduard Douwes Dekker, gold als een vroege aanklacht tegen wantoestanden aangericht door planters in Nederlands-Indië onder arme landarbeiders. Multatuli, die zelf koloniaal ambtenaar was, kon de uitbuiting door een wurgend belastingstelsel voor de Javaanse boer niet langer aanzien. Zijn belangrijke publicatie bracht bij welvarende Nederlanders het inzicht teweeg dat hun rijkdom vaak over de ruggen van arbeiders uit de Oost was vergaard. Louis Couperus, een andere beroemde Nederlandse schrijver, liet in zijn roman De stille kracht (1900) de vele mystieke Javaanse rituelen zien. Die inheemse cultuur bood tegenwicht aan het pragmatisme van de Nederlanders en werd een bron van het Javaanse verzet. Couperus, zelf zoon van een juridisch raadsheer te Batavia, voerde in De stille kracht een Nederlandse ambtenaar op die de lokale gebruiken in de wind slaat en als gevolg daarvan aan geheimzinnige machten ten onder gaat.
 
‘Oeroeg was mijn vriend’. Dit is de openingszin van de prachtige novelle Oeroeg waarmee de eveneens in Nederlands-Indië opgegroeide Hella S. Haasse in 1948 debuteerde. De novelle gaat over het verlies van een jeugdvriendschap tussen een Nederlandse en een Javaanse jongen wanneer de laatste kiest voor de wapenstrijd van zijn volk.
Pramoedya Ananta Toer schreef ruim veertig boeken die in meer dan twintig talen zijn uitgegeven. Hij was diverse keren kanshebber voor de Nobelprijs voor literatuur maar hij ontving die prijs niet. Wel kreeg hij in 1995 de Ramon Magsaysay Award, een prijs die ook wel de Aziatische Nobelprijs wordt genoemd. In 1998 ontving hij de PEN Freedom-to-write Award.
 
De schrijver raakte gedurende zijn leven teleurgesteld in het communisme vanwege het machtsmisbruik bij de leiders, maar hij bleef trouw aan de ideologie van verdeling van rijkdom. Bij de verkiezingen in 1999 riep hij het Indonesische volk op die te boycotten omdat ze niet democratisch zouden zijn. Hij richtte zijn vertrouwen op de jongeren die nog onbedorven zijn; van de jeugd moet de verandering komen.
Pramoedya Ananta Toer: Kind van alle volken, vertaald uit het Bahasa Indonesia door Loek Amstel en Don van Minde. Uitgever: Manus Amici, Het Wereldvenster, Novib/NCOS, 1981. ISBN 90-293-9866-3

Goena-goena in koloniale en postkoloniale literatuur


door Jerry Dewnarain

Goena-goena in de Indonesische cultuur betekent tovermiddelen. Iemands liefde kan ermee opgewekt worden, maar er kan ook kwaad mee berokkend worden. Goena-goena is binnen de Surinaamse cultuur vergelijkbaar met winti. Onder de javanen leven deze magische krachten ook. Ze worden meestal opgewekt door middel van een kruidendrank. ‘Kroien’ heet dat in het Surinaams-Javaans. In het artikel van Tessa Leuwsha [zie hierboven] lezen we dat goena-goena voorkomt in het werk van de postkoloniale Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer. Ook in het in deze eeuw verschenen boek Laskar Pelangi/De Regenboogbende van Andrea Hirata speelt het een rol.

 

Het is opmerkelijk dat binnen de koloniale literatuur Nederlandse schrijvers – onder hen P.A. Daum (1850-1898) in Goena-goena (1885) en Louis Couperus (1863-1923) in De stille kracht (1900) – melding maken van onverklaarbare verschijnselen of geheimzinnigheden die zich afspelen in Indonesië en in het dagelijks taalgebruik worden aangeduid met het begrip ‘goena-goena’. Als Nederlandse vertaling wordt al snel het door Couperus geïntroduceerde begrip ‘stille kracht’ gebezigd. Door vrijwel alle auteurs wordt ‘goena-goena’ beschreven als een magisch middel om liefde op te wekken, om iemand schade te berokkenen, ofwel beide. ‘Goena-goena’ maakt deel uit van het traditionele inheemse geloof. Het inheemse geloof en het onderdeel ‘goena-goena’ worden verbeeld als onbegrijpelijk en bedreigend voor de westerse kolonisator. Couperus heeft vooral een onoverbrugbare kloof geschetst tussen het Oosten en Westen. Hij verwoordt zijn motivatie tot het schrijven van De stille krachtaldus: ‘Dit land kennen wij, Westersche overweldigers en Hollanders, niet in zijn diepe, Oostersche, zich steeds gesluierd houdende ziel, zoo was mijn staâge overdenking. Dit land, dat wij beheerschen en exploiteeren, is ons, Nederlanders, de eeuwen door, een diep psychiesch geheim gebleven: dat was de obsessie, die mij niet los liet.’ (Couperus Proza III, p. 37)

 

Goena-goena wordt in een aantal romans afgeschilderd als bedrog, of als bijgeloof van een minder beschaafde bevolkingsgroep. Het hiërarchische karakter van de koloniale samenleving staat centraal in dit soort verhalen. Een bekend voorbeeld hiervan is de roman Goena-goena van Maurits (P.A. Daum). De oude baboe Sarinah, die met behulp van een enorm scala van middelen de Indische Betsy aan de totok Bronkhorst probeert te koppelen, wordt getypeerd als ‘toverheks’, of ‘oud, gevaarlijk mens’. Bovendien ‘beschikt ze over een beperkte gedachtegang’ (Daum, 1964, p. 223).
Een zeer genuanceerd beeld van het traditionele inheemse geloof inclusief de magische bezweringen is echter terug te vinden in Het land van herkomst (1935) van Du Perron (1899-1940) en in het werk van Maria Dermoût (1888-1962), De tienduizend dingen (1955). Du Perron en Dermoût waren in hun jeugd omringd door de verhalen van de kinderbaboe en genoten een typisch Indische jeugd.

 

In het postkoloniale werk van Pramoedya Ananta Toer zien we dat hij door zijn personages de mogelijkheid schept een groot aantal onderwerpen aan de orde te stellen die alle teruggaan op de onstuimige ontwikkelingen voorafgaand aan het dekolonisatieproces van de volken in Azië.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter