blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Thomas Otti

Roman over de laatste dagen van de slavernij

door Otti Thomas

Liefde in het zicht van vrijheid
Het Offer van Remo speelt zich af in de laatste jaren van de slavernij. Met een verboden relatie als rode draad, schetst auteur Jacques Hermelijn het dagelijks leven in een onzekere tijd. read on…

Met Open Ogen mist actualiteit

door Otti Thomas

Het lezen van oude columns is interessant als bevestiging dat er in de loop van de jaren veel is veranderd, ten goede of ten slechte. Of het kan leiden tot een gevoel dat er eigenlijk niet zoveel veranderd. De enige voorwaarde is dat het voor lezers duidelijk is in welke tijd of omstandigheden ze een column moeten plaatsen. Een inleiding of enkele voetnoten zijn wat dat betreft voldoende.
Met Open Ogen is een bundel met 42 oude columns van Quito Nicolaas. read on…

P.C. Hooftprijswinnaar Roemer: Meer verdriet dan vreugde

door Otti Thomas

De Surinaamse schrijfster Astrid Roemer is de eerste Caribische auteur die de P.C. Hooftprijs in ontvangst mocht nemen. Ze draagt hem op aan andere Caribische auteurs, onder wie Frank Martinus Arion. “Ik houd van zijn romans want die gaan over mensen die ik herken, personen zoals ik en over levens die invoelbaar zijn.” read on…

Toekomst Leerstoel Caribische Letteren onzeker

door Otti Thomas

Den Haag – De toekomst van de bijzondere Leerstoel Caribische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam is onzeker. Binnen een aantal weken moeten er nieuwe sponsors gevonden worden, zegt bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren Michiel van Kempen. read on…

Hermelijn belicht racisme aan beide zijden van de oceaan

door Otti Thomas

Racisme in Nederland ligt ten grondslag aan de dood van een Curaçaose student in de roman Florinda’s tweede keus. Schrijver Jacques Hermelijn wordt echter ook geprezen voor zijn aandacht voor racisme op Curaçao. read on…

Nieuw leven voor vergeten composities

door Otti Thomas

Otrobanda was in de eerste helft van de vorige eeuw net zo levendig als nu. Die bevestiging komt niet uit een geschiedenisboek, een expositie met sepia foto’s of een herinnering van een familielid, maar van de wals Otrobanda, geschreven door Albert T. Palm. Met de compositie vol variatie en tempowisselingen, lijkt hij te vertellen over het dagelijks leven in de stadswijk: kinderen die kattenkwaad uithalen, mensen die iets drinken tijdens een verhitte discussie of iemand die gewoon rustig geniet van de middagzon. Gebeurtenissen die geen verband met elkaar houden, buiten het feit dat ze allemaal in Otrobanda plaatsvinden. De compositie eindigt bijna plechtig, als de laatste akkoorden van een volkslied voor een volkswijk. read on…

Ontroerd door Marugg

Theatergroep Flint brengt De morgen loeit weer aan

door Otti Thomas

In Teatro Luna Blou is deze maand de voorstelling De morgen loeit weer aan te zien, uitgevoerd door Theatergroep Flint. Felix Strategier vraagt hiermee aandacht voor schrijver Tip Marugg en zijn prachtige taalgebruik. Daarnaast verheugt hij zich enorm op zijn eerste bezoek aan Curaçao. read on…

De Roo gepromoveerd

door Otti Thomas

Amsterdam – Voormalige Amigoe-journalist Jos de Roo is vandaag gepromoveerd aan de Universiteit van Amsterdam met een proefschrift over de rol van Radio Nederland Wereldomroep voor de Caribische literatuur. Hij dook maandenlang de omroep-archieven in en analyseerde honderd meter aan draaiboeken van het programma Praatjes uit de West, dat van 1947 tot 1958 werd uitgezonden. In zijn proefschrift beschrijft hij onder meer de thema’s die schrijvers in die tijd bezig hielden, waaronder inburgering, de waardering van de Caribische identiteit en de kijk op de Afrikaanse cultuur. read on…

‘Doortastend en terughoudend’

Architect Ronny Lobo debuteerde met Bouwen op Drijfzand, een roman over architectuur, de Caribische samenleving en de liefde.
door Otti Thomas
Ronny Lobo

 

De voortgang bij de bouw van twee huizen compenseren de besluiteloosheid van hoofdpersoon Kenzo in de liefde. Een architect bouwt niet zozeer huizen of andere gebouwen, maar verwezenlijkt dromen. Dromen van opdrachtgevers en evenzeer eigen dromen. Dit is zeker het geval in Bouwen op Drijfzand, het debuut van Ronny Lobo. Zijn ervaringen als architect vormen de basis voor het boek, waarin hoofdpersoon Kenzo Schmidt huizen ontwerpt voor een getrouwd en een ongetrouwd stel.
Het verhaal heeft veel vaart, want het is grotendeels opgebouwd uit de contacten die Kenzo als vertellende ik-persoon heeft met zijn opdrachtgevers. Uitgebreide achtergrondinformatie over de twee eilanden, verhandelingen over de geschiedenis van de hoofdpersonen, een uitleg over het vak van architect of een vooruitblik op toekomstige ontwikkelingen zijn er niet. De lezer leert gelijktijdig met Kenzo de personages kennen.
Onderhandelingen met het echtpaar Paul en Heidi Michel maken duidelijk dat de man streeft naar besparingen, terwijl zijn vrouw vooral een mooi huis wil. Uit de gesprekken en een zeiltochtje met Roy Goodweather blijkt hoeveel liefde deze opdrachtgever heeft voor de eenvoud van de natuur. En dan zijn er natuurlijk de momenten met Goodweathers vriendin Karin Oei, op wie Kenzo verliefd wordt.
De keuze voor een ik-persoon werkt vooral goed als Lobo zijn hoofdpersoon zijn liefde voor de architectuur en de natuur laat delen.
Anders dan de tekst op de achterflap doet vermoeden, is de keuze tussen het behoud van de natuur en de gewenste luxe van de klant in het boek niet prominent aanwezig. Die afweging moet des te meer gemaakt worden als het gaat om de bouw en inrichting; de afmetingen van de kamers, de kleur van tegels en de stijl van de meubels.
“De kunst was om je zo snel mogelijk in te leven in de gekste wensen van een opdrachtgever. Soms kwamen er toch creatieve oplossingen uit. Een letterlijke verwerking van hun ideeën kon tot de ergste kitsch leiden. Zoals een geïsoleerd vijvertje in de voortuin met daarover een bruggetje, dan van nergens naar nergens leidde. Met daaromheen kaboutertjes en eendjes.’’
Ronny Lobo
Liefde voor bouwproces
Lobo laat via zijn alter ego merken hoeveel liefde hij heeft voor het bouwproces. Bijvoorbeeld als Kenzo vol verbazing toekijkt bij het aanbrengen van de dakpannen. “Met open mond keek ik toe. (…) De man bij de pallet jongleerde de pannen naar de luchtacrobaat op het dak. Die ving ze op en legde ze direct op hun plaats. De snelheid waarmee ze dat deden had meer weg van tennissen dan van dakdekken.’’
Diezelfde bewondering blijkt ook tijdens een inspectie van het huis in aanbouw. “Terwijl ik al wandelend door de woonkamer naar boven keek, bleef mijn rechtervoet ergens achter haken waardoor ik bijna viel. Met moeite kon ik me tegen een ruwe muur staande houden. Toen ik naar beneden keek, zag ik dat ik gestruikeld was over een rood bekrijt touwtje dat pal over de vloer gespannen was.’’ De rode touwtjes zijn door het hele huis gespannen. De aannemer legt desgevraagd uit dat de touwtjes gebruikt worden om het pleisterwerk waterpas en haaks aan te brengen. Niet alleen per ruimte, maar ook ten opzichte van alle andere ruimtes in het huis.
“Ik kon mijn ogen en oren niet geloven. Tijdens mijn hele bouwkundige loopbaan op alle eilanden van de Nederlandse Antillen was ik nooit eerder deze precisie tegengekomen’’, denkt Kenzo.
Waar deze fragmenten het hoofdpersonage tot leven wekken, zijn het de dialogen die de andere personages tot mensen van vlees en bloed maken, aangevuld met de gedachten en gevoelens die Kenzo vervolgens met de lezer deelt. “Het was verhelderend om het grote verschil in achtergrond tussen Paul en Heidi te kennen. Paul, een verwende jongen die niets tekort kwam, en Heidi, een bedeesd meisje dat zich niet zomaar tegen iedereen uitte’’, denkt hij na een ontmoeting met het echtpaar uit Nederland. Roy Goodweather leert hij echt kennen tijdens een uitstapje op zijn zeilboot. “Bij Roy was de behoefte aan luxe niet ontwikkeld. Hij vroeg zich steeds af waarom bepaalde ruimten zo groot moesten zijn. Op zijn zeiljacht was alles klein en toch was het geschikt om in te wonen, eten, douchen en zelfs om de liefde in te bedrijven (…).’’
 
 
Karin Oei
Seksscènes
Het personage dat te weinig uit de verf komt, is Karin Oei, die nota bene een cruciale rol speelt als de vrouw op wie Kenzo verliefd wordt. Hoewel vanaf de eerste pagina duidelijk is dat ze voor elkaar zullen vallen, lijkt het desbetreffende moment vrij willekeurig, omdat er weinig ontwikkeling in hun relatie lijkt te zitten. Het zijn de gedachten van de hoofdpersoon die hier juist vertragend werken en zelfs voor een gevoel van herhaling zorgen. Ook tijdens de seksscènes analyseert Kenzo te veel. Op een regel als: “Voor ik me verder tegen haar verleiding kon verzetten, lagen we in het zand”, volgt een regel als “Onze lichamen lieten zich gaan alsof ze al langere tijd smachtten naar dit verboden moment.’’ Plastisch is een omschrijving als “Ze beklom mij en met haar handen greep ze mijn gezicht vast en begon me te kussen, te bijten, te likken.’’ Maar dan volgt weer een gedachte: “Ongelooflijk hoe gevoelig mannentepels kunnen worden op zo’n moment.”
Ook de gedachten die Kenzo voor en na elke ontmoeting met Karin heeft, halen de vaart uit het verhaal. Hun hele relatie is ondanks alle passie ingekaderd door twijfel. Aanvankelijk weet Kenzo zich geen raad met gevoelens van verliefdheid en voelt hij zich schuldig dat hij zijn zakelijke belangen niet kan scheiden van zijn persoonlijke verlangens. Vervolgens twijfelt hij of de gevoelens die Karin voor hem heeft wel echt zijn als hij vermoedt dat ze behalve hemzelf nog een andere minnaar heeft. Waar gedachten en gesprekken voldoen om de andere personages te leren kennen, blijft Karin hierdoor enigszins in de mist hangen. De besluiteloosheid en terughoudendheid van Kenzo maken hem bovendien niet sympathieker.
Toch indrukwekkend
Als architect is Kenzo een stuk doortastender en het kost de lezer weinig moeite om zich in te beelden hoe beide huizen langzaam realiteit worden. “Bij elke muur die werd opgetrokken, sloot een ruimte zich af van buiten. Maar tegelijkertijd kreeg de ruimte een andere relatie met buiten, door de grote raamvensters die als een soort passe-partout de omgeving inkaderden.”
Mede dankzij deze fragmenten en orkaan Ivan die aan het einde voor een onverwachte ontwikkeling zorgt, is Bouwen op Drijfzand toch een indrukwekkend debuut.
[uit Ñapa Literatuur (Amigoe), zaterdag 18 januari 2014]

‘Muziek laat poëzie zweven’

 door Otti Thomas
 Amsterdam – Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
“De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,” zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. “We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.”
Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos
Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery’s taalgebruik.
V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson
Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.
Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer
Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst ‘gewone’ liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera’s. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.
Alwin Toppenberg
Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much’i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.
Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. “Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.”
[uit Amigoe, 9 december 2013]
Foto’s: Jean van Lingen
 
 
De Tiri-band van Dave MacDonald

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter