blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Soemodihardjo Harto

Influencers spreken over We Have a Dream

Jerry King Luther Afriyie (dichter en oprichter Stichting Nederland wordt Beter), Philomena Essed (professor Critical Race, Gender and Leadership Studies, Antioch University), Ismail Ilgun (vlogger Algemeen Dagblad en TopNotch), Andrew Makkinga (presentator, opiniemaker), Simone van Saarloos (filosoof, columnist) en Hanna Verboom (actrice, oprichter Cinetree) werden geïnterviewd door Kemal Rijken over wat Gandhi, King en Mandela en hun nalatenschap voor hen betekenen. De interviews zullen te zien zijn in de tentoonstelling We Have a Dream. Gandhi, King, Mandela. De trailer staat nu op nieuwekerk.nl. Ook essayist Bas Heijne spreekt zich uit in zijn essay Wereldverbeteraars Gandhi, King en Mandela – hun erfenis en Cynthia Mc Leod schreef haar eerste kinderboek No kwik in ons bos. read on…

Verrassend en verfrissend Surinaams theaterwerk

Een ode aan het DOE theater

door Carlo Jadnanansing

De première van het theaterstuk Een ODE aan HET DOE THEATER op 6 mei 2016 in theater Thalia, was een welkome afwisseling op de bijna serene rust die ingetreden leek te zijn in de presentatie van opvoeringen in ons oudste theater.

read on…

Een ODE aan het DOE Theater

“Dit is de tijd voor een nieuw geluid!” klinkt het uit de monden van alle acteurs op het podium. Daarmee kan zoveel bedoeld worden; een nieuwe politiek, een nieuw land en misschien wel het meest toepasselijke, een nieuwe generatie van theater in Suriname.

read on…

Volksmuziekschool viert jubileum met Doe Theater

De Nationale Volksmuziekschool (NVMS) bestaat op 2 maart 10 jaar en viert dit jubileum met een ‘ODE aan het DOE Theater’. Het is een Edutainment project geschreven voor Surinaamse jongeren. De musicals van het DOE Theater van Thea Doelwijt en Henk Tjon, met stukken als Land te koop, Ba Uzi en andere, worden onder regie van Ivan Tai A Pin nieuw leven ingeblazen. “Voor de Surinaamse ouderen is het voornamelijk een geweldig stuk nostalgie”, zegt voorzitter van de NVMS, Karin Refos. read on…

Prinses Beatrix bij première jubileumvoorstelling Juliana, moeder van het volk

Hare Koninklijke Hoogheid Prinses Beatrix der Nederlanden woont zaterdagavond 19 december in de Stadsschouwburg
in Amsterdam de première bij van de muzikale theaterreading Juliana, moeder van het volk – over koningschap en emancipatie. De voorstelling wordt gehouden ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van Stichting Julius Leeft! read on…

Juliana, moeder van het volk – over koningschap en emancipatie

10-jarig jubileumvoorstelling in de regie van John Leerdam

 

Stichting Julius Leeft! presenteert haar 10-jarig jubileumvoorstelling Juliana, moeder van het volk in het weekend van 19 en 20 december in de Stadsschouwburg Amsterdam. Juliana is de tiende voorstelling in de reeks van muzikale theaterreadings in de regie van John Leerdam. Na Claus! (2010), die in de aanwezigheid van toenmalig Koningin Beatrix in première ging, is dit opnieuw een muzikale reading over een lid van het Nederlands Koningshuis. Hoe duur was de suiker?, Kain Pikul II en Tikkop waren eerdere muzikale producties van SJL. read on…

Milestone Emancipation

Vandaag 2 augustus 2015 speelt Guilly Koster met een formatie die de naam draagt van de allereerste band waaraan hij leiding gaf: Milestone Emancipation. Hij heeft een stel getalenteerde muzikanten om zich heen verzameld die geweldige muziek maken: read on…

Geniale anarchie: All chiefs no Indians

Machismo, intriges en machtswellust binnen de politieke context op Curaçao

Maandag 28 en dinsdag 29 januari 2013 in Paradiso Amsterdam
Boeli van Leeuwen
Wat is belangrijker, liefde voor de macht of liefde voor je geboortegrond? De nieuwe voorstelling van Stichting Julius Leeft!, Geniale Anarchie, is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Antilliaanse schrijver Boeli van Leeuwen over de politieke en sociale verhoudingen op Curaçao in de tachtiger jaren.
De voorstelling heeft de vorm van een  geënsceneerde muzikale reading en neemt ons via de ogen van de schrijver en de politiek van de tachtiger jaren op Curaçao mee naar de politiek aldaar anno nu. Een reeks aan personages komt langs, zoals de jonge student politicologie Chevy, die mijmert over wat hij voor de toekomst zou kunnen betekenen, drie mannelijke politici en drie vrouwelijke ex-minister-presidenten die hun mening geven over wat er moet gebeuren met het eiland Curaçao of Mai de schoonmaakster die besluit dat ze een carnavalshit wil schrijven. Allen met hun eigen worsteling met fatale gevolgen.
Boeli van Leeuwen schreef in zijn boek: Wij zijn een volk van ongedisciplineerde, inventieve, natuurlijk begaafde mensen, die op geen enkele manier gebundeld kunnen worden tot een regiment. All chiefs, no Indians!Geniale Anarchie is liefde, seks, geweld en politiek gebracht met prikkelende teksten en swingende songs in een regie van John Leerdam met teksten van Paulette Smit, Guus Pengel en Manoushka Zeegelaar Breeveld.
De cast bestaat uit onder andere Frits Barend, Joop Daalmeijer, Bo Bojoh, Glenn Helberg, Kenneth Herdigein, Maartje van Weegen, Paulette Smit, Rick Nicolet en Raymi Sambo. Muzikale bijdragen komen van ondermeer Izaline Calister, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Gerda Havertong, Jeannine la Rose en Anna Makaloy. De composities zijn van Harto Soemodihardjo.
Stichting Julius Leeft wil via theatrale opvoeringen maatschappelijke issues bij een breed publiek onder de aandacht brengen. Eerdere succesvolle producties waren onder andere De Tranen van Den Uyl, Dubbelspel, Amandla, Claus! en Hoe duur was de suiker?
Geniale Anarchie, maandag 28 en dinsdag 29 januari 2013 in Paradiso Amsterdam, 20.00 uur. Zie voor meer informatie www.juliusleeft.nl

Thea Doelwijt: ‘Het blijft een kick: kritisch en muzikaal werken in Suriname’

door Ko van Geemert

Op 25 november ging Ons Kent Ons in première in het Bijlmer Parktheater in Amsterdam, een cabaretmusical van Thea Doelwijt, onder regie van Kenneth Herdigein en met muziek van Harto Soemodihardjo. Daarmee voegde Thea Doelwijt weer een stuk toe aan haar toch al omvangrijke en veelzijdige oeuvre.

Ons Kent Ons is een aaneenschakeling van sketches en liedjes met thema’s die, zeker voor wie het werk van Doelwijt een beetje kent, niet zullen verrassen: het slavernijverleden, de verhouding zwart-blank, Suriname-Nederland. Hilarisch zijn de scènes waarin de spelers een klompendansje doen of typisch Hollandse kinderliedjes zingen als ‘Witte zwanen, zwarte (of groene) zwanen’, ‘De boer had maar enen schoen’ en ‘Iene Miene Mutte’, waar in Suriname niets van begrepen werd (en in Nederland trouwens ook niet).
De cast bestond uit Maikel van Hetten, Adeiye Tjon (de zoon van Thea’s oud-collega Henk Tjon) en de helaas niet altijd zuiver zingende Lucinda Sedoc. Een kernpunt in de voorstelling is een lied over het verleden: ‘Vroeger hebben wij geleerd / Wie zijn verleden niet kent / Komt nooit vooruit / Luister naar mijn tori / Ja, tori is verhaal / Wij zijn ook verbaal / Verdiep u in uw historie / Onze basis is het verleden / Zo niet… dan stikt u in het heden’.
Componist en pianist Harto Soemodihardjo, de vaste begeleider van Jörgen Raymann, viel positief op, maar de meeste indruk maakte toch wel het enorme enthousiasme van alle spelers, met als gevolg: een even enthousiast publiek.

Thea: “Ik vind het vooral belangrijk ook hier jonge(re) Surinamers te inspireren, zoals een startende theatermaker Lucinda Sedoc, die een eigen groep heeft en eveneens schrijft. En Adeiye Tjon, die spoken words rapt, maar ook iets aan toneel wilde doen. Verder heb ik voor deze nieuwe cabaretmusical voor het eerst geprobeerd teksten te schrijven die ook voor Nederlanders toegankelijk zijn.”

Thea Doelwijts achtergrond is niet in een paar woorden te schetsen, maar hier volgt toch een poging. Haar Surinaamse vader, technicus van beroep, kwam in de dertiger jaren van de vorige eeuw naar Nederland, waar hij bij de marine ging werken. Hij ontmoette de Nederlandse vrouw met wie hij trouwde. In 1938 werd Thea geboren, in de marineplaats Den Helder. Van jongs af aan trok Suriname. Ze had het in Nederland niet naar haar zin, het is er koud en ze werd door haar uiterlijk menigmaal gepest en bijvoorbeeld voor ‘Papoea’ uitgemaakt.
Haar artistieke kwaliteiten heeft ze niet van een vreemde: vader kon mooi zingen en moeder was een geboren vertelster. Al vroeg voelde Thea zich aangetrokken tot de journalistiek, ze volgde een opleiding en in 1961 vertrok ze naar Paramaribo, waar ze medewerkster werd van het dagblad Suriname en later redactrice van het literaire tijdschrift Moetete, wat Indiaanse draagmand betekent, een initiatief van onder andere Dobru, Jozef Slagveer, Ruud Mungroo en Shrinivasi – niet de eerste de besten dus.
Ze ging in 1963 nog een jaar naar Nederland om daar bij de Margriet te werken, maar keerde al spoedig naar Paramaribo terug. Daar volgden een scenario voor de eerste Surinaamse televisiefilm, een theaterstuk, een verhaal over de komende onafhankelijkheid, een dichtbundel en een bloemlezing uit de Surinaamse literatuur (Kri, kra!, 1971), waarmee heel wat jongeren in Suriname zijn opgegroeid.

Thea woont al vele jaren samen met Marijke. Is de liefde voor een vrouw een thema in haar werk? Wat zijn überhaupt haar inspiratiebronnen?
“Geloof het of niet, maar ik praat nooit over matisma, vrouwen die van vrouwen houden. Het belangrijkste vond en vind ik de ontwikkelingen in de Surinaamse wereld, die onderontwikkeld werd genoemd. Daar hebben mijn vrienden, schrijvers, theatermakers, schilders en ook ik, ons mee bezig gehouden, op de weg naar zelfstandigheid en erkenning. Eén keer heb ik in een musical een jongen en een meisje laten zingen:
‘My love is a girl / Yes, a woman like me’ en: ‘My love is a boy / Yes, a man like me’. Dat was in de eerste rockmusical Fri libi (Leven in Vrijheid), opgevoerd in 1975 en ‘76 met veertig tieners die inspraak wilden in de ontwikkeling van hun onafhankelijke land. Ik vond het geweldig dat jongeren ook over een speciale liefde wilden zingen. Mijn stukken willen prikkelen, mensen wakker schudden. Ik bemoei me niet met politiek, maar ik zeg er af en toe wel wat over. Toen ik na 1983 terugkwam in Nederland, na ruim twintig jaar Suriname, heb ik mij ook gestort op de wereld van de Marokkanen en Turken, maar Suriname is en blijft mijn grote inspiratiebron.”

Doe-theater
Samen met Henk Tjon (1948-2009) richtte Thea Doelwijt in 1973 het Doe-theater op, de eerste (semi)professionele toneelgroep van Suriname. Deze groep, die veel van Doelwijts stukken speelde, heeft zonder twijfel een belangrijke rol gespeeld in de emancipatie van de literatuur en het toneel in Suriname. En passant publiceerde ze in 1972 ook nog de eerste Surinaamse thriller: Toen Mathilde niet wilde…
De stukken die het Doe-theater speelde waren kritisch. Vlak na de Decembermoorden in 1982 werd Doeltwijts jeugdtheaterstuk Roy nanga den foefoeroeman (Roy en de dieven) opgevoerd.
Doelwijt: “Maar dat ging niet zonder slag of stoot. De spelers waren bang geworden. In het stuk werd het jonge publiek uitgedaagd om zelf de afloop mee te bepalen. En dat in een tijd waarin zowel de denkvrijheid als de bewegingsvrijheid werd beknot door de militaire machthebbers. Het zou het laatste stuk van het Doe-theater worden. Ik heb het nog wel geprobeerd, maar de angst zat er te veel in.”

Helen Kamperveen en Detta Dilrosun in Land te koop (1973). Collectie Theater Instituut Nederland.

In 1983 keerde ze naar Nederland terug, waar ze een jaar later de stichting Prépré-theater, theater met een speelse glimlach, oprichtte. Een van haar toneelstukken is Iris (uit 1987), waarin een Surinaamse vrouw van tegen de zeventig in een Nederlands verzorgingshuis een monoloog houdt. Haar ene zoon werkte mee aan een systeem dat de moord op haar andere zoon niet berecht. ‘Heb ik Kaïn en Abel gebaard?’, vraagt ze zich af. Els Moor, sinds 1993 redacteur van de literaire pagina van de Ware Tijd, schrijft over Iris (in Paramaribo brasa! uit 2010): ‘Het is een theaterspel vol herkenbare emoties voor wie in Suriname deze tijd meemaakte en ook hier geven structuur, taalgebruik en sfeer er een grote kwaliteit aan.’

Du
Christine van Russel-Henar van de stichting Fu Memre Wi Afo (Gedenk onze voorouders) vroeg Thea Doelwijt in 1998 of zij het zogeheten du-genre weer nieuw leven in kon blazen.
De du was in de slaventijd een bijzonder zang-, dans- en toneelspel met vaste rollen: de koning die op de gouverneur lijkt, de fiscaal die rechters en wetgevers in de kolonie verbeeldt, Aflaw, die nergens tegen kan en altijd flauw valt, de dokter, die meestal een Hollandse dokter imiteert, Asrengi, die heen en weer slingert tussen goed en kwaad, Temeku, de lastige vrouw, Afrankeri, de ijdele vrouw die pronkt met haar uiterlijk, kleren en sieraden. De du was een groep slavinnen, die ervoor zorgde dat de liedteksten werden gemaakt en de dansen ingestudeerd.

Blanke dame
De du-gezelschappen stonden onder voorzitterschap van een meestal blanke dame die Sisi werd genoemd. Omdat er steeds minder getrainde danseressen en zangeressen waren, raakte het spel in het begin van de twintigste eeuw in het vergeetboek. Het verzoek aan Thea Doelwijt resulteerde in Na Gowtu Du (Het gouden spel), daarna, in 2003, in Na Dyamanti Du (Het diamanten spel) en in 2008 in Na Bigi Du, Het grote spel (een volksopera-slavenspel na de afschaffing van de slavernij). Thea kijkt hierin terug naar haar overgrootmoeder, misi Bethania, slavin. Vijf jaar mocht ze niet in de kerk komen omdat ze niet wilde trouwen. Wat dacht en voelde ze? De schrijfster vroeg twee componisten om mee te denken en te schrijven: Denise Jannah en Francine van Dam. Alle drie de du-voorstellingen waren zowel in Nederland als in Suriname te zien.
De tot nu toe laatste keer dat een stuk van Thea Doelwijt in Suriname uitgevoerd werd, was in 2010. Doelwijt: “Al vele jaren vroegen artiesten in Nederland en Suriname aan me: ‘Kunnen we nog een keer Land te koop opvoeren, de succesvolle musical uit 1973’. Ook enthousiaste toeschouwers van toen vroegen ernaar. Ik heb altijd ja gezegd, maar toch kwam het er niet van. Tot theater Thalia mij vroeg of ik iets zou kunnen maken voor de verjaardag van Thalia, 27 april 2010. Toen iemand zei: ‘Misschien kun je delen van Land te koop gebruiken’, begon het voor mij te spoken… Hoe was het vroeger, hoe is het nu? Welke teksten en liederen hebben nog steeds, tot en met vandaag, kracht en betekenis? Zo ontstond deze cabaretmusical Spokendansen/Land te koop vroeger en nu.” In het programmaboekje schrijft ze: ‘Het is en blijft een kick: kritisch en muzikaal werken in Suriname. Ben ik ooit weggeweest? Natuurlijk! Maar ik was hier de laatste jaren steeds weer’. Ze vult aan:
“Nu denk ik af en toe: ‘Zal ik teruggaan naar Suriname en iets voor en met kinderen doen…’ Als ik mijn grote liefde trouw blijf, geëngageerd theater maken, krijg ik problemen met sommige mensen die sommige wantoestanden niet zien…”

Beeld uit Mi kondre, mi lobi yu (1985) met Noraly Beyer en Sabri Saad el Hamus. Foto: Bob van Dantzig, collectie Theater Instituut Nederland

IJskou
“Maar hoe dan ook: in die ijskou van Nederland wil ik niet blijven. Op Curaçao heb ik ook familie, vrienden en kennissen, en zwemmen in zee is ook lekker. Kortom, de tropen blijven roepen. Un sa si wan fasi, we zullen een manier vinden om tot een oplossing te komen.”
Thea Doelwijt lijkt meer genen van haar Surinaamse vader te hebben dan van haar Nederlandse moeder. Want al woont ze nog zo lang in Nederland, ze blijft een Surinaamse schrijfster. Achttien jaar geleden schreef Michiel van Kempen een portret van haar (in Woorden op de Westenwind – Surinaamse schrijvers buiten hun land van herkomst, 1994), dat in een Amsterdams café op de volgende manier wordt afgesloten: ‘Het einde van het gesprek nadert. En dan zegt ze plotseling kordaat: ‘Ik vind dat ik nu een beetje op een te Nederlandse manier met je praat. Surinamers houden niet zo van die toon. Cheers!’’
In datzelfde Amsterdamse café blijkt ze daar vele jaren later nog steeds zo over te denken: “Nederlanders zijn over het algemeen wat directer, brutaler. Wij, Surinamers, houden daar niet zo van. Proost!”[uit Parbode, 1 februari 2012]

‘Ons kent ons’ luchtig, maar kritisch over Nederland

Op de 36ste Onafhankelijkheidsdag van Suriname gaat de cabaretmusical Ons kent ons van Thea Doelwijt in première in het Bijlmerparktheater. Het stuk is kritisch over de Nederlandse samenleving en humoristisch tegelijk. De verhoudingen in de samenleving en het slavernijverleden komen luchtig, maar met een serieuze ondertoon, aan de orde.

In het stuk zijn nog wat elementen terug te vinden uit de periode van het Doe-theater in Suriname van weleer. Zo is Harto Soemodihardjo ook betrokken bij het stuk, naast Doelwijt. “Dit is mijn leven”, zegt ze over haar zoveelste productie. Ze werkte met Soemodihardjo aan een ander stuk, maar dat ging niet door. “Toen zei hij tegen mij: laten we gewoon iets proberen zoals vroeger.”

Nederlands publiek
Op het resultaat is Doelwijt (foto links) trots. Ons hent ons is toch duidelijk iets anders geworden dan het toenmalige Doe-theater. De cabaretinvloeden zijn er wel, maar de productie is ook op een Nederlands publiek afgestemd: “En uiteraard mijn eigen Surinaamse publiek.” Ze denkt dat het stuk de Nederlanders zal aanspreken: “Ze kunnen het aan. Het is goed dat ze zoiets horen.”

Ons kent ons is vanuit de tekst ontstaan, zegt Soemodihardjo, die de muziek maakte. “Om het luchtig te maken probeer ik iets luchtigs tegenover de tekst te zetten.” Hij houdt het eenvoudig om het niet te dramatisch te maken.

Boodschap
Volgens Lucinda Sedoc, een van de spelers, zal het publiek tevreden zijn. “Het is een mix van dingen die niet gezegd mogen worden, maar toch gezegd kunnen worden in een vrolijk jasje.” De eerste reacties bij de try-outs waren positief, juist omdat het luchtig wordt gebracht, zegt Sedoc. Maikel van Hetten ziet invloeden van het volkstoneel terug in het stuk. “De uitdaging was dat het publiek het mooi zou vinden.” En dat lijkt gelukt. Hij hoopt dat de toeschouwers er een goede boodschap uithalen, want die zitten er genoeg in.

[RNW, 25 november 2011]

Foto’s: @ Christian van Geest
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter