blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Soebhag Jan

Verzetsstrijdster Janey Tetary krijgt borstbeeld

De Brits-Indische immigrante Janey Tetary krijgt een borstbeeld in Paramaribo. Het streven is om dit monument in september, zo niet rond de herdenking van 145 jaar Hindostaanse Immigratie te onthullen, zegt Aniel Manorat, voorzitter van de Culturele Unie Suriname (CUS) aan Starnieuws. read on…

Noodzaak voor verder onderzoek van het Sarnámi

Verslag in woord en beeld van het Sárnami congres

 

Deze pagina is geheel gewijd aan de vorige week (5/6 mei 2017)  gehouden Sarnámi-conferentie, gehouden in het Universiteits guesthouse in Paramaribo. Moderatoren tijdens de discussies waren Indra Djwalapersad, Radjen Baldew, Bhola Narain en Maurits Hassankhan. Op deze literaire pagina zijn korte verslagen van de gepresenteerde lezingen opgenomen, gemaakt door Sita Patadien [SP] en Hilde Neus [HN]. Er was ook vertier. In de avonduren werden er baithak gana liederen ten gehore gebracht door Kries Ramkhelawan en zijn gezelschap. Op de tweede dag waren er diverse auteurs die voordroegen uit eigen werk. Ook presenteerde de toneelgroep Hasti Masti onder leiding van Shanti Matai een sketch die mooi aansloot bij het thema van de conferentie: grootouders die moeite hebben om te communiceren met hun kleinzoon, omdat die het Sarnámi niet spreekt. Vastlegging en overdracht is belangrijk bij het voortbestaan van een taal. Voor het Sarnámi is de prognose positief en deze conferentie draagt daar zeker aan bij. Alle foto’s: Michiel van Kempen. read on…

Charles Pahlad

door Natasha
Charles Pahlad is op 27 november 1942 geboren, te Ephramzegen in het district Suriname. In zijn jeugd was hij een lieve en aardige jongeman, en af en toe liet hij zijn ondeugende kant ook zien als jongeman. Zijn vader heette Harry Pahlad en zijn moeder, Rambasi Jhinkoe. Charles Pahlad komt uit een gezin van 9 kinderen.
Charles Pahlad met zijn prijzen, een oorkonde en een Award uitgereikt op 30 november 2012 door Jan Soebhag en Amriet Gangaram Panday namens de CUS. Dinesh Malhoe (Ra-ni Entertainment) spreekt de aanwezigen toe.
Op 18-jarige leeftijd begon zijn zangcarrière. Charles Pahlad werd in zijn jeugd geïnspireerd door de oudere zangers uit die tijd en hij begon thuis zelf te oefenen en te zingen.  Zingen werd al gauw zijn hobby en hij maakte er een hobby van. Zijn eerste lied zong hij in 1961 in het openbaar en dat was ter gelegenheid van een huwelijk aan de Anniestraat met de band Gemini Orchestra onder leiding van de heer Harry Mohanlal. Het lied getiteld Pyáse panchi was gezongen door Mukesh in de film Pyáse panchi. Vanaf die periode heeft Pahlad constant gezongen.
Kort nadat Charles Pahlad met zang en muziek aanving richtte hij het Gemini Orcherstra op. Hij mag met trots aangeven dat hij ook de oprichter is van de eerste Hindustaanse beat group in Suriname. Hierna richtte hij de  OSMI group op en de The Silver Strings. Deze muziekformatie trad op  in de “Club The Silver Strings” aan de Nieuwe Charlesburgweg en bestond van 1982 tot en met 1990). In de jaren tot 1990 genoot de muziekformatie bijzondere populariteit onder de jongeren. The Silver Strings heeft ook in Nederland opgetreden waar zij naam maakte.
Charles Pahlad heeft altijd zijn eigen liederen gezongen en liederen van Surinaamse schrijvers.  Zijn populaire lied was: ‘Ye Milan bará Pyárá, ájá re ájá o sanam’ van de schrijver, wijlen de heer Khoesiaal (ongeveer 40 jaren geleden). Hij is de eerste zanger van dit lied geweest.
Een downperiode in zijn leven kwam, toen hij met muziek stopte.
[naar Bhásá, maart 2013]

Tetary en Kajol

door Sandew Hira
Waren de vrouwen die uit India kwamen in de periode van contractarbeid mooi?
Wat een vraag! Moet ik daar echt op ingaan?Die vraag werd me gesteld toen ik aan vrienden een demo-versie liet zien van de nieuwe gedramatiseerde documentaire die OHM Nederland heeft laten maken over Tetary. Vincent Soekra deed de regie. Aijaz Khan van SKY televisie nam het camerawerk voor zijn rekening en ik maakte het script.

De documentaire behandelt een bijzondere episode uit de geschiedenis van Suriname: de periode van contractarbeid en met name de opstand op werkkamp Zorg en Hoop in 1884. In het kader van de herschrijving van de geschiedenis gebruiken we het begrip werkkamp in plaats van plantage, omdat werkkamp een preciezere aanduiding is van de plek waar mensen onder dwang tewerkgesteld worden. Plantage heeft een romantische [sic] aureool.

Dit jaar is het 140 jaar geleden dat de eerste contractarbeiders aankwamen in Suriname om te zwoegen op de werkkampen waar vroeger tot slaaf gemaakte Afrikanen hebben gewerkt. De opstand op werkkamp Mariënburg is bekend. Die van Zorg en Hoop is vergeten. Bij die opstand zijn zeven mensen vermoord onder wie Tetary, een jonge moeder van 24 jaar. Tetary was de enige vrouwelijke leider in de veertig opstanden die tussen 1873 en 1916 zijn geweest op de werkkampen in Suriname. Ramjanee was de andere leider van de opstand op Zorg en Hoop.

Kajol Tahdil (Suriname)

Het verhaal wordt geïllustreerd met dramatische scènes die gespeeld worden door 25 jonge acteurs. Kajol Tahdil speelt Tetary en Ryan Dial speelt Ramjanee. Soerin Goerdayal is de wrede sardar. Na het zien van de documentaire krijg je een grondige hekel aan de man. Historica Tanya Sitaram draagt het hele verhaal met haar vertelling over Tetary en contractarbeid. Tanya is een nieuwe expert op het gebied van de Hindostaanse geschiedenis.

De vraag die ik kreeg was vanwege Kajol. In de Indiase film-industrie is Kajol de naam van een bekende beeldschone actrice, vergelijkbaar met Aishwariya Rai. Onze Kajol (Tahdil) woont in Suriname. Net als de Indiase Kajol is onze Kajol ook beeldschoon en foto- en filmgeniek. Ze spettert van het witte doek af.

Dus toen ik de documentaire liet zien, was de eerste reactie van mijn macho vrienden: “Dit is niet realistisch. Konden jullie geen lelijke vrouw casten.”
Ik: “Maar waarom zouden de Hindostaanse vrouwen tijdens contractarbeid lelijk zijn?”
Op één of andere manier is het beeld van onze voorouders van lelijke haveloze sloebers. Dat beeld klopt niet. Ze waren mooie haveloze sloebers.
Schoonheid zit niet in de kleren, maar in de geest.

Kajol Devgan (India)

Ik snap wel wat mijn vrienden bedoelen. Als je een gedramatiseerde documentaire maakt die gebaseerd is op ware gebeurtenissen, hoe realistisch moeten dan de drama-scènes zijn? Voor makers van zulke documentaires is het altijd een afweging tussen de feiten die bekend gemaakt moeten worden en de manier waarop dat moet gebeuren.

Neem het verschijnsel van de straffen op de plantages. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. In de documentaire laten we zien hoe contractarbeiders gestraft werden met zweepslagen. Voor het eerst wordt getoond hoe een Spaanse bok wordt gebonden. De Spaanse bok werd niet alleen tijdens slavernij toegepast, maar ook tijdens contractarbeid en werd kromboei genoemd. De touwen, de stok die tussen de benen gaat, het mondstuk waarmee de mond wordt gebonden. Dat is gebaseerd op feiten. Maar de straffen werden tijdens contractarbeid niet op de plantages uitgevoerd. Om productie-technische en dramatische redenen hebben we de straffen laten uitvoeren in het bijzijn van de arbeiders die moeten toekijken als hun lotgenoot gestraft wordt.
Mag dit? Is het niet in strijd met de waarheid?
Iedere documentaire-maker zal zeggen: natuurlijk mag het. Om de emotie van het straffen te tonen is het van belang om een scène te maken die de omstanders laat toekijken en die emotie uitdrukken.
De emoties en de straffen zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen, de locatie niet.
Een lastig dilemma? Nee, eigenlijk niet. Iedere kijker kan dit begrijpen.

De Spaanse bok

De documentaire is een stuk herschrijving van de geschiedenis. Dat gebeurt niet alleen in boeken, maar ook op het witte doek en televisiescherm.

De documentaire wordt vertoond in het nieuwe deel van het Lalla Rookh Complex (gebouw 2, ballroom). Daar is ook het gebouw van het museum. Het museum is nu leeg. De grote uitdaging voor de toekomst is het vullen van het museum. Ik ben geweldig trots op de jongens van NSHI. Het geheel is tot stand gekomen zonder overheidssubsidie. Het is volledig gefinancierd uit eigen middelen die verkregen zijn door eigen inspanning. Het overgrote deel van de inkomsten bestaat uit de verhuur van het eerste gedeelte. Het overige deel is afkomstig uit sponsoring van het bedrijfsleven.

Het museum is deel van ‘public memory’, de manifestatie van geschiedenis (en daardoor van identiteit) in de publieke ruimte. Mijn goede vriend professor Stephen Small van de University of California Berkeley [Small is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam – red. CU] is een specialist op dit gebied. Stephen is één van de keynote sprekers op de komende conferentie over slavernij en contractarbeid. Hij was één van de curatoren geweest van het Slavery Museum in Liverpool. Hij heeft veel onderzoek gedaan in Amerika naar ‘slaven’-musea en naar public memory.
’s Ochtends is hij bij de opening van de conferentie en ’s avonds zullen hij en ik een lezing houden in Lalla Rookh met de titel “Public memory and Indentured Labour. The history of indentured labour in museums and public places”. Hij vertelt het algemene plaatje en ik maak de koppeling met contractarbeid.

Eén van de objecten die in het museum tentoongesteld zullen worden zijn foto’s. Ik heb de afgelopen weken foto’s opgestuurd gekregen van diverse mensen. Eén foto is gemaakt door de secretaris van de gouverneur in 1911. Het is een collage van vier foto’s waarop te zien is hoe Hindostaanse contractarbeiders zich voorbereiden op de terugkeer naar India. Ze laten hun kleren drogen bij het Onafhankelijkheidsplein. Ze lopen in een groep naar de kade. Heel indrukwekkend.
Een andere foto is van de processie bij de 50-ste ‘viering’ (vandaag zeggen we: de herdenking) van de afschaffing van slavernij in 1913. Bij die processie is een Hindostaanse praalwagen te zien getrokken door een ezel.

NSHI zal nog met een oproep komen naar de gemeenschap om oude foto’s en objecten beschikbaar te stellen t.b.v. het museum. Daarmee zal het nieuwe verhaal over de geschiedenis van Hindostanen verteld worden.

Dhoti

Ik kreeg onlangs ook een foto-verrassing. Ik wil bij de première van Tetary een tastbare herinnering tonen aan mijn grootouders door me op die dag te kleden zoals mijn grootvader dat gewoon was te doen, met een dhoti en pagri. Naar aanleiding van die aankondiging in Starnieuws kreeg ik een foto toegestuurd van iemand die ik niet kende, John Ramnandanlal. Het foto was gemaakt in 1970. Vertederend mooi. Ze staan naast elkaar in een foto studio, mijn aja en aji. John had zijn telefoonnummer in Suriname achtergelaten op de achterkant van de foto. Ik belde hem op om te bedanken voor de grote verrassing en te vragen hoe hij aan die foto kwam. Het bleek dat hij vlak bij mijn grootouders had gewoond in de Van Drimmelenpolder in Nickerie.

Op de foto was te zien hoe mij aja zijn dhoti en pagri droeg. Kennelijk heb je daar verschillende manieren van dragen. Ik vroeg mijn vrienden van NSHI: wie kan me helpen om dat ding te wikkelen zodanig dat straks niet de hele zaak van mijn lijf valt en mijn dikke buik en alles daaronder bloot komt te staan. Niemand wist hoe die specifieke stijl van mijn aja te binden. Totdat Jan Soebhag zich aanmeldde. Hij weet het. Ik vertrouw op hem….

p.s. De documentaire Tetary wordt om technische redenen verschoven naar zaterdag 8 juni van 18.30-22.00 uur. Het programma bestaat uit de vertoning gevolgd door een paneldiscussie.
De lezing van Stephen en mij is op donderdag 6 juni van 19.30-21.00 uur. Beide evenementen vinden plaats op het Lalla Rookh Complex, Ballroom, gebouw 2.

[van Starnieuws, 3 juni 2013]

Jan Soebhag wint eerste Hindipopfestival

door Sabitrie Gangapersad

Paramaribo – Met zijn compositie ‘He Pa Tudje Pranaam’ gaat Jan Soebhag de geschiedenis in als winnaar van het eerste Hindipopfestival. ‘Soniya’ van Sachin Bhikharie is met een verschil van vijf punten geëindigd op de tweede plek, terwijl ‘Yakeen’ van Viresh Oeditram goed was voor de derde plaats.
Een zeer blije Jan Soebhag is met zijn compositie ‘He pa tudje pranaam’ de eerste winnaar van het Hindipopfestival. Naast hem staat een eveneens tevreden Sachin Bhikharie, die met vijf punten verschil de tweede plaats veroverde. (Foto:  Jason Leysner)
In Bollywood
Het winnende nummer van Soebhag werd gepresenteerd door Avishka Jhinkoe en Ilhaam Ahmadali. De dames zongen prachtig en er was een goede onderlinge afstemming. De jury onder leiding van Sonny Khoeblal lette bij de beoordeling niet zozeer op de presentatie, maar meer op inhoud, tekst en arrangement. ” ‘He Pa Tudje Pranaam’ is een Vaderdagslied. Er zijn geen andere liedjes in dit genre. Er zijn wel bepaalde bidesia-liedjes of khachri’s waarin er ode aan de vader wordt gebracht, maar een echt Vaderdagslied was er niet. Ik heb het nummer vorig jaar geschreven met mijn vader in gedachten. Ik herinnerde me hoe hij met me bezig was en me naar culturele en religieuze activiteiten meenam”, vertelt Soebhag. De componist is erg blij met het Hindipopfestival. “Het is voor het eerst in 140 jaar dat er zoiets is georganiseerd.” Met ‘He Pa Tudje Pranaam’ heeft Soebhag de smaak van het componeren te pakken gekregen. Hij is bezig met een aantal nieuwe nummers waaronder een ghazal waarin de connectie tussen een verdrietig hart en tranende ogen wordt blootgelegd. Farish Barsatie en Radjinder Lakhichand eindigden respectievelijk op de vierde en vijfde plaats. Dienesh Malhoe van Ra-Ni entertainment zegt dat er met de top vijf een professionele videoclip zal worden gemaakt die internationaal zal worden gepromoot. Malhoe: “Binnen enkele jaren moeten onze liedjes in bollywoodfilms worden opgenomen”.

Cultuurontwikkeling
Van de 21 ingezonden composities zijn twaalf geselecteerd voor de finale. De selectie vond vrijdagavond in de Anthony Nesty Sporthal plaats. “We hebben jarenlang de verschillende hoogtijdagen gescheiden gevierd, maar het is nu tijd om samen, gecoördineerd en landelijk belangrijke hoogtijdagen te gedenken”, sprak Henk Herrenberg, voorzitter van de Nationale Commissie Jubileajaren, de aanwezigen toe. Ashwin Adhin van de Culturele Unie Suriname (CUS) vindt dat het Hindipopfestival cultuurontwikkeling stimuleert.
Na de korte toespraken werden alle twaalf composities achter elkaar vertolkt. De muzikale begeleiding was in handen van Yaadgaar Orchestra onder leiding van Riaz Ahmadali. De meeste Hindipopnummers zijn door de componisten zelf gezongen. De melodie, tekst en presentatie oogstten veel waardering van het publiek. “De jury heeft het moeilijk. Alles klinkt geweldig. Dit is een prijzenswaardig initiatief. Ons talent doet niet onder voor dat van de rest van de wereld”, merkten verschillende aanwezigen op.

[uit de Ware Tijd, 03/06/2013]

Maslá (hindostaanse spreekwoorden)

door Jan Soebhag

Amanda. Foto @ Lester Spring
  1. Dhobi ke kuttá ná ghar ke ná ghát ke.
Vert. De hond van de wasman voelt zich niet thuis op de steiger, noch in de woning.
Bet. Komt overeen met: tussen wal en sloot geraken.
  1. Ukhare ke kuch ná nám bariyársing.
Vert. Veel geschreeuw en weinig wol/holle vaten klinken het hardst.
Betekent: voert niks uit en heeft praats voor tien.
  1. Jawne ghát ke dhobiyá rahi, ohi ghát ke páni piye.
Vert. De wasman drinkt het water dat stroomt bij de steiger waar hij woont.
Bet. Wiens brood met eet diens taal men spreekt.
  1. Ná bábá mari ná bail bikái.
Vert. De oude man zal niet doodgaan en de koe zal niet verkocht worden.
Bet. Wordt gebruikt om aan te geven dat men tevergeefs op iets wacht (zo iets zal ‘St.Juttemis’).
  1. Rám milái jori, ek andhá, ek  korhi.
      Vert. God Rám heeft bij elkaar gebracht, een blinde en een melaatse. Soort zoekt soort (equivalent).
[Uit Bhásá, Jaargang no. 01, 3de editie no. 020812]

Bhásá digitaal verschenen

Onlangs verscheen Bhásá tijdschrift voor taal, cultuur en geschiedenis in digitale versie. Het tijdschrift is gratis te bekomen via jsoebhag@hotmail.com. Het blad, een uitgave van Stichting Bhasa, bestaat vanaf 1983, maar vanwege financiële redenen werd de uitgave stopgezet in 1993. Het blad zal nu weer eens per kwartaal uitkomen, in digitale vorm, om te voorzien in de behoefte aan de informatie over de taal (Sarnámi en het Hindi), cultuur en traditie. In dit eerste nummer veel over het Sarnami en de activiteiten van de Culturele Unie Suriname. Voor bijdragen aan het blad kunt u ook contact maken met Jan Soebhag.

De gedrukte Bhásá

Nieuw boek Soebhag: “Hindustaanse artiesten en kunstenaars in de schijnwerper”

Schrijver Jan Soebhag heeft zijn jongste boek Hindustaanse artiesten en kunstenaars in de schijnwerper onlangs gepresenteerd aan Cultuur-directeur Stanley Sidoel. Hij was hierbij in gezelschap van Bhawna Saxena, culturele functionaris op de Indiase ambassade, die ervoor gezorgd heeft dat het boek ook in het Sarnami is uitgegeven.

Met de publicatie van deze twee boeken heeft Jan Soebhag geprobeerd om een deel van de Hindoestaanse artiesten en kunstenaars zichtbaar te maken en bekendheid te geven aan hun bijzondere rol in onze samenleving. Binnen de Hindoestaanse gemeenschappen zijn het de artiesten en kunstenaars die ervoor zorgen dat de culturele “plichten’ op gepaste wijze en aangenaam worden beleefd. Volgens hem is de rol van deze artiesten van onschatbare waarde bij de omlijsting van culturele, religieuze en sociaal-maatschappelijke activiteiten, als onderdeel van de Hindoestaanse diaspora.

De interesse voor dit onderwerp begon bij Soebhag, toen hij op zoek ging naar de bijzondere prestaties en de rol van artiesten en kunstenaars of andere bijzondere personen van Hindoestaanse afkomst. Hij vond dat er geen levensbeschrijvingen van hen op schrift waren gesteld. “Als deze artiesten of de kunstenaars er op een dag niet meer zijn”, zegt Soebhag “kunnen ze, vanwege eventueel gebrek aan informatie, ook niet geëerd of gewaardeerd worden. Hij begon met het documenteren van de specifieke culturele vakgebieden om de inzichten en de geschiedenis van de culturele ontwikkelingen, op zijn eigen manier te beschrijven.

[uit Dagblad Suriname, 13-03-2012]

Jan Soebhag publiceert boek over Hindoe huwelijk

door Sabitrie Gangapersad

Paramaribo – Het Hindoe huwelijk bij de Sanatani’s: een praktische kijk op het huwelijksgebeuren bij de Sanatani’s, zo heet het nieuwe boek van Jan Soebhag. Hierin beschrijft de auteur de geschiedenis, onderlinge samenwerkingsverbanden, actoren die deelnemen aan het huwelijksproces en de cultuur en traditie.

Morgen overhandigt Soebhag (foto links) het eerste exemplaar van dit boek aan minister Raymond Sapoen van Onderwijs en Volksontwikkeling. In meer dan honderd bladzijden, verdeeld over vijf hoofdstukken, behandelt Soebhag het huwelijksproces bij de hindoestanen. “Dit boek is het resultaat van het onderzoek dat door mij is verricht in het kader van de verkenning van de cultuur en traditie bij Hindoestanen in Suriname. Het boek moet voorzien in een behoefte aan studenten en andere belangstellenden die op zoek zijn naar informatie over de vele handelingen die er tijdens het huwelijk worden gepleegd”, zegt Soebhag. Het huwelijk is één van de belangrijke zestien sacramenten die elke hindoe moet ondergaan, maar de betekenis van de rituelen is niet bij iedereen bekend. In de bundel gaat Soebhag uitgebreid in op de verschillende huwelijksvormen en alle ceremonies die aan de grote dag voorafgaan. Hetgeen zich in de maro (huwelijkstent) voltrekt, heeft ook zijn aandacht. De schrijver blijft ook stilstaan bij het fenomeen van het geven van een bruidsschat die in Suriname niet wordt gehanteerd. “Het is merkwaardig dat in India, waar de tradities voor het huwelijk vandaan komen, de familie van de bruid nog steeds veel geld en goud geven aan de bruidegom en zijn familie. In Suriname is hier geen sprake van. Integendeel brengt de bruidegom hier vijf verschillende soorten sieraden van goud voor de bruid. Zij krijgt ook kledingstukken aangereikt.”

Het boek van Soebhag is niet het eerste werk over dit onderwerp. In 1997 publiceerde Chan Baidjnath Misier Viwaha: het Hindoe huwelijk en de rol van de vrouw. In dit boek ging hij ook in op de verschillende huwelijksvormen, het huwelijk in praktijk, het rollenspel in het huwelijk en de organisatie van het huwelijk met een compleet draaiboek. In tegenstelling tot Soebhag die in zijn boek vooral de handelingen verduidelijkt, beschrijft Misier het huwelijksritueel op basis van hetgeen in de veda’s staat.

Boeken die eerder van de hand van Soebhag zijn verschenen zijn Meri Awaz (een gedichtenbundel in het Sarnami), Khissa Kahani (verhalenbundel) en Tajiya (een traditie in Suriname).

[uit de Ware Tijd, 14/06/2011]

Nieuwe voorzitter Culturele Unie Suriname

de2d1736049daf716a5e1ad655a27a0a.jpg
Asiskumar Gajadien (links) draagt de hamer van de Culturele Unie Suriname over aan Ashwin Adhin. (Foto: CUS)

Ashwin Adhin is de nieuwe voorzitter geworden van de Culturele Unie Suriname (CUS). Het oud bestuur onder leiding van Asiskumar Gajadien heeft zich niet herkiesbaar gesteld. De hamer is zondag na de verkiezing overgedragen aan een jongere generatie.

Het bestuur Gajadien zegt dat de doelen van de vereniging met veel inspanningen zijn gerealiseerd. Er was ook een actieve deelname van verschillende organisaties waarmee samengewerkt wordt. Hoogtepunten waren:
– het eensgezind optreden van verschillende organisaties uit Paramaribo en de districten om de cultuur op een voortreffelijke wijze uit te dragen;
– het introduceren van de divali-manifestatie met de reuze Suriname Dia. Dit heeft mede ertoe geleid dat divali verheven is tot een nationale feestdag
– de Immigratievieringen in Suriname.

Het nieuwe bestuur zal het beleid van de CUS verder tot ontwikkeling brengen door de buurt-, sociale- en culturele organisaties actiever te betrekken. Adhin zegt dat “cultuur betekent ontwikkeling, bewustwording, het waarderen van het eigene, maar stimuleert tevens het gemeenschappelijke doel door actievere participatie van het individu op persoonlijk vlak en in collectief verband.”

Op de ledenvergadering zijn enkele leden van het oud bestuur benoemd in de adviesraad. Staande de vergadering is Gajadien benoemd tot ere-voorzitter van de CUS.

Het nieuwe bestuur ziet er als volgt uit: Ashwin Adhin, voorzitter, Radjes Asraf, ondervoorzitter, Jan Soebhag, secretaris Amriet Gangarampanday, penningmeester. Tot commissarisen zijn gekozen: Nirmala Ramdin, Phoeliswer Joeloemsingh, Vijendra Ramkhelawan, Radjen Ori, Sarwan Baktawar, Sushma Ramai en Kishen Harlal.

De nieuwe voorzitter is ruim 13 jaar actief in sociaal-culturele organisaties. Hij is lid van Hindu Swayamsevak Sangh, Vishva Hindu Parishad Suriname, Mata Gauri en mag nu de CUS leiden, waarin hij al een grote rol vervulde.

In de nieuwe adviesraad hebben zitting: Asiskumar Gajadien, John Parsadi, Santram Khusial en Merie Ghafoerkhan.

[uit Starnieuws, 15 mei 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter