blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Schouten-Elsenhout Johanna

Wilgo, Surinamer

door Sharda Ganga

Mijn hart is bezwaard, mijn gemoed vol. Wilgo Baarn is niet meer bij ons. Ik heb er geen woorden voor, dacht ik. Geen woorden? Als Wilgo me dat had horen zeggen, zou hij in een bulderlach zijn uitgebarsten. En kijk, hij zou gelijk hebben. read on…

Naks opent documentatiecentrum bij 70e verjaardag

door René Gompers, foto’s Michiel van Kempen

Het gemeenschapscentrum Na Arbeid Komt Sport (Naks) is zeventig jaar geworden. De ‘bigi yari’ is uitbundig gevierd. Op de verjaardag van de culturele organisatie, die ooit begonnen is als een sportcentrum, is ook het Eu-Frie documentatiecentrum voor de Afro-Surinaamse cultuur geopend. read on…

Zesde Clark Accord Lezing

De Clark Accord Foundation organiseert op maandag 11 mei de zesde jaarlijkse Clark Accord Lezing ter gelegenheid van het feit dat auteur Clark Accord vijf jaar geleden is heengegaan. Thema voor dit jaar is ‘Winti in de literatuur’. Plaats: Restaurant Spice Quest. read on…

Johanna Schouten-Elsenhout – Uma/Vrouw

Uma

Noti no hei so
Lek’ a sten
D’ e bari
In’ dyugudyugu f’ a dei read on…

Boek Surinaamse vrouwen in de geschiedenis?

Foto: Moniza Reit
 
door Jerry Dewnarain
 
Al jaren verschijnt het Jaarboek voor vrouwengeschiedenis. Het zevende nummer, dat uitkwam in 1986 (bij uitgeverij SUN te Nijmegen) was (als eerste) gewijd aan vrouwen in de koloniën. Veel bijdragen gaan over vrouwen in de Oost, enkele over hen in de West. Wim Hoogbergen en Marjo de Theije geven een overzicht van ‘Surinaamse vrouwen in de slavernij’. Marjo Oomens praat over veelwijverij in de negentiende eeuw en Maria Lenders over misi Hartman, een zendelinge voor de EBG. Deze uitgave biedt een uitdaging om meer vrouwen in Suriname tebeschrijven. Deze uitdaging is nog maar beperkt opgepakt.
Voor het Caraïbisch Gebied is dat anders. De zeer productieve auteur Verene Shepherd (van de University of the West Indies, Jamaica) heeft een bundel voor de middelbare scholen gemaakt ter introductie van Women in Caribbean History, en wel van het gebied gekoloniseerd door Engeland (Kingston: Ian Randle Publishers, 1999). Dit was een project van de afdeling Sociale Geschiedenis van de universiteit, en ze heeft dan ook dankbaar gebruik gemaakt van een aantal researchassistenten. De hoofdstukken zouden we in Suriname zo over kunnen nemen: eerst de inheemsen, de planters, de tot slaaf gemaakten, de vrije zwarten en kleurlingen en vervolgens de andere immigranten. Met aan het einde van elk hoofdstuk – heel belangrijk – stof voor de studenten om verder te lezen en bronnen voor de docenten. Net als bij het Nederlandse boek, 1001 Vrouwen in de Nederlandse geschiedenis, zou voor de twintigste eeuw kunnen gelden dat alleen vrouwen die al overleden zijn worden besproken.
In de onderstaande lijst gaat het slechts om een druppel op de hete plaat. Het zijn vrouwen die niet meer in leven zijn. Er is een keuze gemaakt, dat wil zeggen dat deze lijst onvolledig is. Het gaat in dezen om vrouwen die een bijdrage hebben geleverd aan de opbouw van Suriname op elk gebied. Zij hoeven dus niet in Suriname te zijn geboren. De volgorde van de namen is niet alfabetisch en niet volgens een bepaalde periode.
Nola Hatterman, Na Desi!, 1952

 

Ma Pansa:stammoeder van vele Pansa’s in Balingsoela, Bendekonde en andere dorpen. Toen Ma Pansa in de slaventijd met haar man Adjako wegvluchtte van de plantage, verstopte zij rijstkorrels in haar dikke vlechten, zodat ze die kon planten als ze in het binnenland aankwam. Zij was de eerste die daarmee rijst introduceerde in Boven-Suriname.
Miep Dekker, 1922-2002: zendingsarts van het Zeister Zendingsgenootschap. Haar eerste standplaats was Kabel. Vanaf oktober 1960 werkte Miep Dekker in Botopasi. Vanaf maart 1962 tot haar pensionering in 1989 was ze werkzaam in Ladouani. Door de Binnenlandse Oorlog bleef Miep Dekker ruim twee jaar langer dan haar pensioengerechtigde leeftijd op haar post, omdat ze de mensen in het binnenland niet in de steek kon laten. Dat was typerend voor haar plichtsbesef en haar grote liefde voor Suriname.
Jaja Dande:een Saamaka gaanmuye (wijze vrouw), de moeder van granman Johannes Arabi, naar wie het ziekenhuis te Djumu is genoemd.
Mata Gauri: hindostaanse contractarbeidster die veel sociaal werk heeft verricht.
Tetary: hindostaanse contractarbeidster die in verzet kwam. Opvallend genoeg is het een moslimvrouw geweest die
meer dan enige leider het beste voorbeeld is geweest van de vasthoudendheid, opoffering en strijdbaarheid die de hindostanen hebben getoond in hun strijd tegen het kolonialisme.
Grace Schneiders-Howard, 1869-1968: politica en socialiste, was de eerste vrouw die gekozen werd in de Staten van Suriname in 1938.
Sophie Redmond, 1907-1955: eerste zwarte vrouwelijke dokter in Suriname en toneelschrijfster.
Elisabeth van der Woude, 1657-1698: schrijfster van reisverslagen en egoducumenten. Egodocumenten van Nederlandse vrouwen uit de 17de eeuw zijn nogal zeldzaam.
Maria Susanna du Plessis, 1739-1795: was een plantagehoudster in Suriname. Du Plessis stond bekend als een van de meest wrede plantagehoudsters in de Surinaamse geschiedenis.
Koningin Wilhelmina, 1880-1962: in het binnenland hangen er nog steeds foto’s van haar! En het standbeeld te Fort Zeelandia.
Coba Cobelens:directrice van drukkerij Eldorado. De drukkerij die nadrukkelijk haar stempel zou zetten op de jaren 1957-1975. Onder het strenge bewind van Coba Cobelens rolden daar vele zeer verzorgde uitgaven van de persen. Eldorado drukte Moetete, maar ook het werk van praktisch alle auteurs rond dit tijdschrift, alsook de boeken die vanaf 1969 uitkwamen bij het Bureau Volkslectuur.
Silvia Wilhelmina de Groot-Rosbergen, 1918-2009: was wetenschapper en Surinamist, gespecialiseerd in de geschiedenis van de Surinaamse marrons en zich bewegend op het grensvlak van geschiedenis, sociologie en antropologie.
Elfriede Baarn-Dijksteel
Nola Henderika Petronella Hatterman, 1899-1984: kunstenares. In 1953 vestigde zij zich als beeldend kunstenaar in Suriname. Na haar dood werd door oud-studenten het Nola Hatterman Instituut opgericht.
Johanna Isidoro Eugenia Schouten-Elsenhout, 1910-1992: was dichteres. Elsenhout debuteerde in 1962 in het tijdschrift Soelaen kwam daarna met twee poëziebundels in het Sranan: Tide ete (Vandaag nog, 1964) en Awese (Begeesterd, 1965).
Isabella Richards, onderwijzeres en parlementariër van 1963-’69.
 
Elfriede Baarn-Dijksteel, 1948-2010: heeft zich met hart en ziel ingezet voor cultuurbehoud van Afro-Surinamers en was jarenlang voorzitter van de culturele organisatie NAKS. Daarnaast vervulde zij een voortrekkersrol op het gebied van gender en ontwikkeling.
Wilhelmina Angelica Adriana Merian Rijburg alias Maxi Linder, 1902-1981: was een Surinaamser prostituee die tot ver over de grenzen van Suriname bekend is, doordat er in 1999 een roman van Clark Accord verscheen over het leven van deze vrouw.
Carmelita Fereira, 1955-2013: was heel sociaal voelend en heeft zich ingezet voor de belangen van sociaal zwakkeren. Ferreira was hoofdbestuurslid van de Nationale Partij Suriname (NPS) en is tien jaar lang volksvertegenwoordiger geweest in de periode 2000-2005 en van 2005-2010.
Betsy Ramkaly Gonesh (Zuster Gonesh), 1908- ?: begon op haar twintigste de speciale opleiding voor vroedvrouwen, die speciaal opgezet was voor vroedvrouwen die in de landelijke districten te werk zouden worden gesteld. Ze staat te boek als de eerste hindostaanse vroedvrouw in Suriname.
Het is duidelijk, dat vrouwen in het verleden een kleine rol speelden in overgeleverde geschriften. In het leven vol strijd en moeilijkheden zullen ze zeker belangrijk geweest zijn. Maar als heldinnen de geschiedenis ingegaan? Zoals Boni en andere helden? Wel is de moeder van Boni natuurlijk een belangrijke figuur, die, zwanger van haar meester, vluchtte en beviel van haar zoon in een marrondorp. Ze is vastgelegd in het toneelstuk van Bruma. Deze lijst geeft voorbeelden van vrouwen die besproken zouden kunnen worden in een Surinaams alternatief van het Nederlandse vrouwenboek. 1001 zullen wij niet halen!

Het pyawspel in Suriname: nostalgie hardnekkig gekoesterd (2 en slot)

door William Man A Hing
Van de bestuurlijke perikelen bij de rechtshandhaving
De organisatie van de pyawspelen had reeds gerui­me tijd de aandacht van de autoriteiten.­ Het ging hier immers om een bij wet verboden ha­zardspel­ dat een ongemeen grote popula­riteit en grote versprei­ding had weten te bereiken onder de bevolking. Onbevestigde berichten hielden het erop dat deze gokactiviteiten ­zeer omvang­rijke omzetten voor een kleine groep chinese medeburgers zouden opleveren. Met de handhaving van het verbod op hazardspelen leek alles in orde. Regelmatig werden verdachte chinese burgers als agent/tussenpersoon en deelnemer aan pyawspelen aangehouden en aan de kantonrechter voorgeleid.
Een Chinees en zijn creoolse vrouw. ca. 1900. Foto Eugen Klein.

 

Veel publiciteit kreeg in dit verband de zaak van een pyawrecidivist. Bij resolutie van de Gouverneur dd 22 januari 1930 is de verwijdering uit de kolonie gelast van de exploi­tant Chin A Woen(g), ook bekend als Pipo of Piauwkoning. Deze beslissing werd genomen toen de Chi­nees na een reeks van eerdere veroor­delingen voor hetzelfde feit in december 1929 door de rechter werd verwezen tot drie maanden gevangenisstraf met openbare tewerkstel­ling.
Exceptie: preventieve hechtenis voor overtreding
Minder bekend is dat de hele commotie en problematiek rond het pyawspel eveneens aanleiding heeft gegeven tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht (1928).
In november 1932 keurde de Koloniale Staten een wet goed die toestond dat (chinese) personen die betrokken waren bij de organisatie van het gokspel in voorlopige hechtenis werden gehouden. De gebruikelijke sanctie hiervoor was een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met openbare terwerkstelling.
Interessant was de opstelling van het opponerend lid Simons bij de behandeling van wetsvoorstel met zijn retorische vraag: “Maar ik vraag U, mijnheer de Voorzitter, welke ambtenaar, die van het Parket niet uitgezonderd, heeft niet eens piauw gespeeld of in de Chineesche sociëteit aan “mai-tan spel” deelgenomen.”
Briefje voor het pyawspel


Het onderwerpen van verdachten aan een voorlopige hechtenis in geval van overtreding, in casu van de wet op het Hazardspel, kan inderdaad een uitzondering worden genoemd. Als regel geldt dat voorarrest gereserveerd is voor misdrijven. In de aanloopperiode naar de fatale politie-inval in de sociëteit van de vereniging Kong Ngie Tong en de daarop gevolgde opheffing van de vereniging bij beschikking van het Hof van Justitie in 1930, was de overheid echter niet in staat gebleken om op effectieve wijze op te treden tegen de pyawloterijen. Corruptie en tegenwerking binnen het ambtelijk apparaat verhinderden de algehele stillegging van de pyawspelen.
Om in elk geval de wettelijke greep op de gokspelen, in het bijzonder van pyawloterijen, te vergroten diende de Gouverneur in 1928 een wetsvoorstel in voor het wijzigen van de wetboeken van strafrecht en strafvordering. Voorgesteld werd om naast de organisatoren/bankiers, eveneens de agenten/tussenpersonen en deelnemers aan het gokspel onder het regiem van de voorlopige hechtenis te stellen. Deze maatregel tegen (alle) betrokkenen bij het “moreel verderfelijke piauwspel” ging de Koloniale Staten te ver. Bij zijn stemmotivering heeft het opponerend lid Simons kennelijk niet zonder heimelijke instemming van menigeen de retorische vraag gesteld: “Maar ik vraag U, mijnheer de Voorzitter, welke ambtenaar, die van het Parket niet uitgezonderd, heeft niet eens piauw gespeeld of in de Chineesche sociëteit aan “mai-tan spel” deelgenomen.”
Het onderwerpen van verdachten aan een voorlopige hechtenis in geval van overtreding, in casu van de wet op het Hazardspel, kan inderdaad een uitzondering worden genoemd. Als regel geldt dat voorarrest gereserveerd is voor misdrijven.
Het compromis mocht er zijn: bankiers/beroepsmatige organisatoren en agenten konden in voorarrest worden gehouden. Dat kwam in de praktijk goed uit, want deze groepen bestonden grotendeels uit chinese medeburgers, die na verbalisering vaker uit het zicht, zo niet uit het land, verdwenen. De deelnemers daarentegen, meestal niet-Chinezen, hoefden niet vastgehouden te worden in afwachting van hun berechting.
Manifest sociaal-culturele impact
Het pyawspel genoot een ongelooflijke populariteit in de samenleving in en rond Paramaribo. De eenvoud van spel en spelregels, de mogelijkheid van variabele inzet met een laag minimum, twee speelrondes per dag en een vlotte uitbetaling bij winst, zijn factoren die daaraan een belangrijke bijdrage hebben geleverd.
Menig oudere Surinamer koestert nog zekere levendige herinneringen aan de dagen van weleer toen op heimelijke wijze briefjes moesten worden afgegeven bij “omu sneysie” alias de pyawagent in de winkel. Het bekende pyawlied, een onafscheidelijke evergreen, roept als een soort anecdote onvergetelijke beelden op van deze episode. Razend knap is de tekst die in twee strofen het wezen van het spel en zijn verloop op accurate wijze weet te typeren. Immers hoe goed men zijn best ook doet om de juiste karaktertekens aan te stippen, telkens weer blijkt men er naast te zitten. Dat de afloop van een rondje pyaw ook fortuinlijk kon zijn getuigt de odo: “Pjaw meki fjofjo go na barkon”(uit: Sranan Pangi van Johanna Schouten-Elsenhout, 1974).
Hoogst opmerkelijk is de volgende anekdote van een attente lezer. Het was zijn vader gelukt om tot twee keer toe een hoofdprijs te winnen. Met de opbrengst hiervan kon hij uiteindelijk de overtocht van zijn moeder uit China bekostigen.
Koopman H. Chin Ten Fung en echtgenote, omstreeks 1890 (collectie J.R.P.J. Chin Ten Fung)
Het merken van de tekens heette bij ingewijden in navolging van het Chinees (het plaatsen van) een “ai” (= oog). Met een chinees penseel en inkt wordt een dikke zwarte “O” op de gekozen karakters met een draaiende beweging geplaatst. Maar ook het aanstippen was  mogelijk.
Met het verdwijnen van het pyawspel is overigens de invloed van Chinese spelen niet geheel verdwenen uit de samenleving. Jarenlang bleef het “fan-tan”-gokspel nog populair. Hierbij wordt gewed op een restaantal fiches na het telkens elimineren van een viertal uit een onbekende(d.i. willekeurig) en afgezonderde hoeveelheid. Tegenwoordig wordt alom het “matjok-spel” beoefend, maar dit behoort niet tot de categorie van kans- of gokspelen.

 

—-
Het boekje Van de roemruchte teloorgang van de Chinese vereniging Kong Ngie Tong (1880-1930) kost  15,00 euro inclusief portokosten en kan besteld worden door storting op rekening ING-bankno. 4221241. Besteladres bij de auteur W.L. Man A Hing, Marathonlaan 37, 1183 VC Amstelveen of op mijn emailadres: william.manahing@gmail.com. (Bestellen worden niet afgehandeld tussen eind november 2013 en eind december 2013.)

Who More Sci-Fi Than Us?

Vrijdag 25 mei is de tentoonstelling Who More Sci-Fi Than Us, hedendaagse kunst uit de Cariben feestelijk geopend door Lucia Nankoe (literatuurwetenschapper/ publicist) met de speech: ‘Het Fort is ingenomen door Kunstenaars.’ 

 

Foto © Michiel van Kempen

 

 
Het Fort is ingenomen door kunstenaars
door Lucia Nankoe

 

De Caribische expositie die vanaf vandaag in Amersfoort van start gaat, is getiteld: Who more sci-fi than us. Deze titel verwijst naar een voetnoot uit een roman van de Dominicaanse schrijver Junot Diaz getiteld: Het korte en wonderbare leven van Oscar Wao. De hoofdpersoon uit het boek – Oscar – is verslingerd aan allerlei verhaalvormen zoals historische romans, games, stripverhalen, films, animatiefilms. Zowel oude als nieuwe vertellingen bekoren hem en maken hem mede daardoor tot een buitenstaander, een buitenaards wezen, die er ook fysiek anders uitziet dan zijn leeftijdgenoten. Oscar is zowel een held, als een anti-held.
De spelregels in deze roman zijn duidelijk: het fictieve verhaal wordt gehoord, maar in de kleine letters wordt het echte gruwelijk verhaal verteld over de geterroriseerde bewoners in de Dominicaanse Republiek onder het bewind van dictator Trujillio, tot zijn dood in 1961. De vorm van de vertelling voegt een adembenemende extra dimensie aan het werk toe.

“Who is more sci-fi than us” , zegt Junot Diaz. Zijn hoofdpersoon Oscar gaat regelmatig vanuit de V.S. Naar de Dominicaanse Republiek op familiebezoek. Hij geniet dan van de schoonheid van het eiland, maar in de suikerrietvelden ervaart hij ook de wrede kant van het dictatoriaal regime.

De titel van deze tentoonstelling Who is more sci fi than us vat in zekere zin de kunstwerken samen die hier tentoongesteld zijn. Het roept associaties op bij de gepresenteerde beelden. Hier kunnen we genieten van de verschillende kunstvormen en tegelijkertijd ‘lezen’ we het politieke en sociale verhaal dat daaraan ten grondslag ligt. Ook hier is sprake van meerdere lagen. Het grensgebied tussen fantasie en werkelijkheid wordt keer op keer onderzocht.

Een mooie illustratie van connotaties waarbij tekst en context nauw verweven zijn treffen we ook in het boek A Small Place van de schrijfster Jamaica Kincaid:

“You are a tourist and you have not yet seen a school in Antigua, you have not yet seen the hospital in Antigua, you have not yet seen a public monument in Antigua. As your plane descends to land, you might say, what a beautiful island Antigua is – more beautiful than any other islands you have seen -” Toeristen die de Caribische eilanden en het Caribisch gedeelte van het vasteland bezoeken, zien meestal slechts de buitenkant. De dubbelheid, de schijnbaar badinerende toon van bovenstaande alinea uit A Small Place, heeft een heftiger impact dan op het eerste gezicht lijkt.

Eenzelfde scherpe blik met een ondertoon van ironie, treffen we ook aan in de tekeningen, schilderijen, foto’s, sculpturen, films en animaties in deze tentoonstelling. Een gefragmenteerde verzameling, denkt u wellicht, maar bij denkers als Edward Braithwaite uit Barbados en Edouard Glissant uit Martinique staat het concept fragmentatie centraal in hun werk. De meer dan 30 kunstenaars hier aanwezig tonen hun veelzijdigheid in allerlei uitingsvormen. Beeldend kunstenaar Tony Monsanto uit Curaçao noemt één van zijn werken ‘créolité makes us strong’ waarmee hij reflecteert op de huidige tijd, zonder het pijnlijk verleden terzijde te schuiven.

Reeds eerder, dat wil zeggen aan het begin van de 20ste eeuw waren Caribische kunstenaars op zoek naar eigen uitingsvormen en smolten ze tradities uit andere continenten samen om zo hun eigen beeld van de omringende wereld te creëren. Om u maar enkele grootheden te noemen:

Aimé Césaire uit Martinique, de dichter die bejubeld werd door de Franse surrealist André Breton heeft de literaire scene van het Franstalig gebied grondig beïnvloed.

Léon-Gontran Damas bezingt met zijn poëtische creaties de Guyanese Bonis en Saramaccaners. Hier volgt een gedicht uit zijn bundel Névralgies:

Il n’est plus bel hommage
Il n’est plus bel hommage

à tout ce passé
à la fois simple
et composé
que la tendresse
l’infinie tendresse
qui entend lui survivre

Een liefdevol en teder beeld spreekt uit bovenstaand gedicht, een eerbetoon aan het verleden en om met één van de werken van Jungerman te spreken: Promise. Deze kunstenaar is een veelbelovende zoektocht aangevangen naar de relatie tussen abstract geometrische kunst en de esthetiek van de Marrons, de bewoners uit het binnenland van de Guyana’s.
De eerste Nobelprijswinnaar literatuur uit de regio Saint-John Perse, geboren in Guadeloupe, gebruikt in zijn poëzie schitterende beeldende taal. Of neem de andere Nobelprijswinnaar, de Trinidadiaanse V.S. Naipaul die in zijn klassiek geworden roman A House for Mister Biswas de Caribische verbeelding ons laat toespreken. Derek Walcott uit St. Lucia en Frankétienne uit Haiti beheersen de verbale kunst en schuwen evenmin de visuele uitingsvorm. Ze zijn zowel schrijver als schilder.
Kunstenaars maken ook meer gebruik van hun moedertaal, zoals beeldend kunstenaar en auteur Frankétienne, die schrijft in het Haïtiaans Creools. Edgar Cairo uit Suriname, schrijft in het Sranan, een Creoolse taal, die hij vermengt met neologismen die rechtstreeks naar zijn culturele erfenis verwijzen. Verschillende kunstdisciplines worden aan elkaar gekoppeld, waardoor een nieuwe taal ontstaat die meerdere lagen heeft.
Edouard Duval Carrié
In de tentoonstelling zult u kunsticonen aantreffen zoals Edouard Duval Carrié uit Haïti die ons keer op keer verrast met zijn kunstwerken. En wat te denken van de jongere generatie zoals Ebony Patterson en Renee Cox uit Jamaica, Wendell Mcshine uit Trinidad, Sheena Rose uit Barbados, Mario Benjamin uit Haïti en de veelzijdige Hew Locke uit Guyana? Deze generatie kunstenaars kiezen voor een nieuwe taal. Ze putten daarbij uit verschillend cultureel erfgoed. Remy Jungermann, Marcel Pinas, Charl Landvreugd – een mooi trio uit Suriname – maken daarbij gebruik van verschillende materialen o.a. metaal, hout, lappen katoen, blauwsel, pimbadoti.

De ketenen zijn afgeworpen en de taal van de kunsten wordt niet meer nageaapt. Het Fort is ingenomen door kunstenaars. Het Caribisch kunstenaarsschap brengt een gedurfd meesterschap voort en curatoren van musea deinzen er niet voor terug om deze authenticiteit te tonen.

Om de Surinaamse dichteres Joanna Schouten–Elsenhout te citeren:

Mi Dren
Yere mi sten

Lek’wan griyo e bari
A baka den bigi krepiston

Een lamento in versregels waarin een apocalyptisch beeld uit het verre of nabije verleden wordt geschetst. Op de tentoonstelling in Amersfoort is ‘The Afro-Curse Exorcizing Machine’ van Tirzo Martha hier een mooi visueel voorbeeld van.

Pauline Melville
“Who is more sci-fi than us”, zegt Junot Diaz. Schrijfster Pauline Melville uit Guyana verwoordt het zo: “Wij in dit deel van de wereld, koesteren een diepe wens voor de leugen, met al haar consequenties en verwikkelingen. Wij nemen de leugen serieus.” Escapisme wordt dan een stijlmiddel en de relatie tussen het fictieve en feitelijke discours blijkt versmolten te zijn. Alle denkbare schildersstijlen van abstract tot hyperrealistisch worden opgezocht en verkend. De grenzen vervagen en verrassen zoals in het werk van David Bade uit Curaçao, Ryan Daniel Oduber uit Aruba en Michael Mcmillan uit St Vincent.

Misschien kunnen we spreken van de kunstenaar als flexwerker, een flexkunstenaar, in zoverre hij dit niet altijd was, schijnbaar onbekommerd en toch zeer bewust, zigzaggend langs genres, disciplines, taal, stijl zonder enige beperking als een zeedier van eiland naar land. En als hij gevangen gehouden wordt dan nog is er een frisse impuls die op een overtuigende manier een visueel en tekstueel verhaal brengt.

Luistert u naar de dichter Nicolas Guillén uit Cuba met El Caribe uit El Gran Zoo:

En el acuario del Gran Zoo, nada el Caribe. Este animal marítimo y enigmático tiene una cresta de cristal, el lomo azul, la cola verde, vientre de compacto coral, grises aletas de ciclón. En el acuario, esta inscripción: «Cuidado: muerde».

Nogmaals: De Caraibe
In het aquarium van de Grote Dierentuin

zwemt de caribe.
Dit raadselachtig zeedier
heeft een kam van christal,
een blauwe rug, een groene staart,
zijn buik is van compact koraal
en hij heeft grijze vinnen
van cycloon.
Op het aquarium staat geschreven:
‘Pas op, hij bijt.’

Who is more sci-fi than us?

Johanna Schouten-Elsenhout

Portret van de Surinaamse dichter Johanna Schouten-Elsenhout, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 65 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Johanna Schouten-Elsenhout – Sososkin/Naakt

San a mi? Wan klodru doti nanga kra
Wan libisma
Wan syatu bro
a mindri
howpu bribi lobi nanga seigi
Wan sonduboku
a mindri grontapu wei
Wan dedetaki a wan bon
a mindri Gado glori
Toku m’ e fir mi sref
ber a mindri winti son nanga alen
lek wan porfroktu a ondrogron
Libi!
Sososkin mi si deifesi
Sososkin m’ e dede

[Sranantongo]
Nicolaas Porter – Boy on chair

 

Wie ben ik?

En kluit aarde en een ziel
Een mens
Een korte adem
te midden van
hoop geloof liefde en zegen
Een zondebok
te midden van ‘t aards gewemel
Een dorre tak aan een boom
te midden Gods glorie
Toch voel ik mezelf
begraven in wind en vuur
als een bedorven vrucht onder de grond
Leven!
Naakt ben ik geboren
Naakt sterf ik

Nationale Gedichtendag 2012

door Carry-Ann Tjong-Ayong

Wij nemen alvast een voorschotje met “Dichter bij jou”, een ad hoc tea-party in mijn huiskamer met dichters en publiek op zondagmiddag 22 januari. Wij, dat zijn Behr(Boudewijn Rikmenspoel), Merijn Schipper, Geert Koefoed en cat (ikzelf).

Tussen 15.00 en 17.00 komen poëzie-belangstellenden binnen, tot alle stoelen bezet zijn. Er zijn allerlei soorten thee: Engelse melange, groene thee, rooibos, Argentijnse mate, en Thaise thee. Er is Surinaamse bruine sopi kuku. De dichters dragen eigen werk voor en werk van anderen, zoals gedichten van Joke van Leeuwen, die de gedichtendagbundel Half in de zee schreef:

Beheersing

Iemand belt aan en noemt zich controleur
die kijken komt of alles het nog doet
hij vraagt niet of het goed is, want hij draagt
een uniform dat meepraat uit de knopen.

Onder de kussens vindt hij losse munten
onder de tafel een verborgen kind
onder het aanrecht vloeistof die kan doden
achter de ramen staat het uitzicht stil.

Hij trekt conclusies volgens een tabel
hij kent de codes, doet het punt voor punt
hij heeft een fraaie tas van runderleer
gel houdt het haar bijeen, de gulp staat open.

Nicolaas Porter – Miskende dichter

Voorbereiding op het examen

Bekijk de tekening op deze bladzij, zie
zo uiten wij hier schaamte, al zijn er
per provincie wel verschillen.
Oefen ook elke dag vooruitgang:
linkerbeen omhoog, één hinkel
rechterbeen. Buig nu, volg schema A tot C
daarmee toont u uw achting. U hoeft
de namen van de bomen niet te kennen
die weten zelf hun eigen namen niet.
Gebruik de regen als behang van broos
vertrouwen. Zoek wat u kwijt bent daar
waar het niet ligt, misschien vindt u dan
iets wat wij uit vrolijkheid verstoppen om
met moeite weer te laten vinden.
Sla nu de bladzij om. Dit hoofdstuk heet:
Zelf uw verwachting vouwen.

Eenzame uitvaart

De man van as zegt: neem mijn urn
bij mijn middel vast, ja zo, verstrooi mij
niet hier op het voorgeschreven gras, op
ander as van vorig jaar. Verstrooi mij als

een kruimelspoor, daar waar men voort-
stapt en iets meent te moeten. Leg mijn
verkleinde brein, mijn reumavoeten
onder de leuning van het viaduct

(bergje van niks, maar wel een bergje)
dan waai ik zelf als storend stof
op snelle auto’s ergens heen.
Toch licht. Toch tegenwoordig

Geert heeft een treffende bijdrage van Surinaamse dichters en leest uit de bundel Awese een paar gedichten van Johanna Elsenhout-Schouten. Ook Shrinivasi en Slory worden aan het
voornamelijk Nederlands publiek voorgesteld, voordat hij zijn eigen fijngevoelige poëzie leest. Dat hij leraar Nederlands aan de AMS is geweest is een voordeel. Hij weet de Surinaamse dichters goed te analyseren en een plaats te geven binnen de literatuur, wat zeer gewaardeerd wordt.

Behr, de dichter-monteur met zijn verrassend directe, maar tegelijk ontroerende stijl, leest voor uit zijn bundel Voor die liefde nie, de omslag is vervaardigd van stukken metaal uit de carrosserie vanuit zijn gesloopte auto met ingestanste titel.

Merijn, de dichter en literair deskundige leest uit eigen werk vanaf nonchalant verfrommelde gevouwen blaadjes, die juweeltjes onthullen. Ik doe mijn speciaal voor dit doel geschreven gedicht “Stroom” en Joke van Leeuwen, met als toegift “Chinees meisje” uit mijn “Tropenwarmte, winterkou”.

Wij drieën zijn verzameld in Dichtgroep Tegenzin en lezen elkaar regelmatig nieuwe gedichten voor ter beoordeling. Zo komen wij beter voorbereid voor het publiek, dat nu zichtbaar genietend onze creaties aanhoort. En dat is voor ons ook genieten.

26 januari ontmoeten wij elkaar weer in het Centraal Museum, dit jaar Het 6e Huis van de Poëzie in Utrecht, nu als toeschouwers en luisteraars bij voordrachten van Judith Herzberg, Rutger Kopland, Eva Gerlach, Ingmar Heytze en vele anderen.

Cat 27/1 2012

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter