blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Sarnami

Sarnámi Seminar 2017: 3-daagse seminar over taal & cultuur

De Status van het Sarnámi als taal en cultureel erfgoed
Ontstaan, Ontwikkeling en Toekomst

lezingen, debat, workshops, talkshow, column, video, literatuur, muziek

 

Onder leiding van de Stichting Eekta zijn samenwerkende partijen in Den Haag bezig om een Sarnámi Seminar te organiseren op 24, 25 en 26 maart a.s. Het thema is: de Status van het Sarnámi als taal en cultureel erfgoed – Ontstaan, Ontwikkeling en Toekomst. Met het algemene thema willen de initiatiefnemers de Surinaamse taal Sarnámi centraal stellen. Ze willen tijdens het seminar stilstaan bij de positie van deze taal, zowel in Suriname als in Nederland, pakweg 144 jaar na zijn ontstaan. Wat heeft bijna anderhalve eeuw deze taal gebracht? Wat is de positie ervan en hoe ziet de toekomst eruit? read on…

Eerste voorstelling Ademhalen op 8 maart in Nickerie

In opdracht van de Nederlandse ambassade heeft schrijfster Karin Lachmising in 2015 het theaterscript Ademhalen geschreven. Aan de basis van deze verhalen staan waargebeurde levensverhalen van vier vrouwen uit Nickerie. In de vorm van een theaterstuk worden thema’s over de beleving van vrouwenrechten in Suriname op kunstzinnige wijze belicht. De Nederlandse ambassade presenteert deze theatervoorstelling, op de Internationale Dag van de Vrouw (8 maart). De première van deze voorstelling vindt plaats in het Cultureel Centrum Nickerie (CCN) in Nieuw Nickerie. read on…

Het einde cultuur van ‘tjoep, tjoep kuch na bol’

door Benjamin S. Mitrasingh

Zou het waar zijn of wordt het maar verzonnen? Dat vragen vele Hindostanen die wat redelijk Sarnami kennen zich ook af. Vanwaar opeens die mondigheid van de Hindostaanse cabaretiers om politieke praatprogramma’s te maken? Waarom zwijgen de andere bevolkingsgroepen dan opeens? Die hadden het toch altijd voor het zeggen. Of is men blijven steken in de Nederlandse showprogramma’s met zinnen als Amsterdam is mooier dan Parijs of zijn die opeens de bewonderaars van de big business geworden? Daar lijkt het bijna wel op, want voor sommige Surinaamse showmakers houdt deze naäparij van de Nederlandse cultuur maar niet op. read on…

Jit Narain ontvangt ‘Trefossaprijs’ 2017

door Carlo Jadnanansing

 

De Henri Frans de Ziel Stichting (in de volksmond bekend als Trefossa stichting) heeft op vrijdag 13 januari 2017 de H.F. de Ziel Literatuur- en Cultuurprijs (Trefossaprijs) 2017 in het Self Reliance Auditorium te Paramaribo uitgereikt aan de dichter/arts/landbouwer Djietnarainsingh Baldewsing, meer bekend als ‘Jit Narain’. read on…

De betekenis van Nauyuga voor het verdere leven en carrière

door Bris Mahabier en Naushad Boedhoe

 

In dit hoofdstuk zal in kort bestek worden geschetst wat de betekenis van de vereniging Nauyuga is geweest in het verdere leven en de carrièreontwikkeling van haar oud-leden. Wat hebben oud-leden in Nauyuga geleerd, hoe hebben de in verenigingsverband opgedane kennis en vaardigheden een rol gespeeld in hun leven en carrière en welke vriendschappen en andere relaties heeft Nauyuga opgeleverd? read on…

Onjuiste namen op monument van Mariënburg

door Benjamin S. Mitrasingh

Momenteel is in Suriname mijn oude vriend Moti Marhé. Moti heeft Nederlands en Hindi gestudeerd aan de Rijksuniversiteit in Leiden en ik archeologie. Op 5 juni 1978, dus 37 jaar geleden, hebben Moti en ik de brochure samengesteld: Mathura, Ramjanee en Raygaroo; verzet tegen uitbuiting en onderdrukking in Suriname. Ik heb het bronnenonderzoek gedaan en Moti heeft de tekst geredigeerd. In deze brochure schrijft Moti heel duidelijk dat het is geschreven ‘…voor baba en mai…’ read on…

Nieuwe Bhásá

Het juni-nummer van Bhásá is uit. In dit nummer veel aandacht voor taal. read on…

John Wladimir Elskamp – Pandra beries

Foto© Stuart Vrede
(Tu saram dewe palwár ke)
Het eerste dat mij bij het meisje opviel, was het feit dat zij een goedontwikkelde boezem had. Pittig en vrijpostig staken haar ‘bobbetjes’ naar voren. Ik wist dat zij een oogje op mij had en om mij steeds weer in de winkel van Moenalal kwam. Zij keek mij altijd uitdagend aan, ik zat meestal bier te drinken aan het tafeltje onder de tent voor de winkel, om vervolgens de winkel in te gaan om iets onzinnigs te kopen. Zij zag er jong en fris uit, maar vooralsnog wilde ik geen ‘wanpipeltoestanden’ hebben. Zij was een Hindostaanse en ik een Creool (eigenlijk een dogla, maar voor mijn baywa’s maakte het niet uit). Ik was ook een behoorlijk aantal jaren ouder; zij was een tiener en ik was toen dichtbij de dertig, maar ja… hoe jonger de duif, hoe krachtiger de soep.
Ik ontdekte de winkel van Moenalal min of meer per ongeluk, toen ik de verkeerde zijstraat nam om ergens met een ‘koelieband’ te gaan oefenen. Lekker gelegen, met veel parkeerruimte en een tent voor de winkel om de ‘zuipgasten’ te accommoderen, lekkere masalavlees en gebakken vis; kortom, de plaats was ideaal. Moenalal legde mij die dag uit dat ik niet hoefde te draaien, maar verderop, via een andere zijstraat, in de juiste straat zou komen. Niet ver vandaar was de oefenlokatie. Ik dacht het meisje ook die dag in de winkel gezien te hebben, maar ik kon mij ook vergissen. Daags daarna was ik weer bij Moenalal. Ik werd vaste gast. Vaker bracht ik een van de bandleden mee en het was meer regel dan uitzondering dat wij Hindostaanse muziek ten gehore brachten, waarbij de tafels als tabla en dholek gebruikt werden. De eigenaar vond het niet erg, hij genoot er juist van en het bracht klanten naar de zaak.
Het meisje woonde schuins tegenover de winkel. Zij zat een keertje bij het raam van haar eenvoudig houten huisje en ik wuifde voor haar en maakte kusbewegingen. Prompt gaf zij dezelfde response. En zo kwam zij haar show maken en gekke dingen als snoep, lollipop, popcicle en dergelijke kopen. De meeste gasten deden alsof zij niet zagen dat het jong meisje zich aan mij wilde opdringen; ik was een soort van celebrity geworden bij Moenalal. Een kafri die alle Hindostaanse liedjes uit het hoofd kende en ook goed het ritme op de tafeltjes van de bar kon slaan.
Ik herinner mij nog die regenachtige dag, een vrijdagmiddag. Het had nagenoeg de hele dag geregend in de stad, maar tegen vieren klaarde het weer een beetje op. Wij zouden oefenen met de band, maar dat zou pas tegen zessen beginnen. Desondanks was ik al bij Moenalal, omdat ik alvast “iets” in het bloed wilde hebben; Hindostaanse muziek klonk en speelde beter als jouw bloed wat ethanol bevatte en ik wilde ook het meisje ontmoeten. De vorige avond had ik een natte droom gehad, mijn deken bevatte een spermatozoïde, liquide stof, met een bepaalde viscositeit (a mang John ey gebruik wan l’o hoge woorde; zeg gewoon dat trek op die vokkieng deken was). Ik wist zeker dat zij de protagonist (a mang John, praat normaal no!) in de droom was. En het was geen “bolliewoetdroom” hoor; er werd echt “iets” gedaan in mijn droom. Het meisje had pittige borsten en waar haar benen bij elkaar kwamen, had zij ook een indrukwekkende driehoekvorm. Het werd tijd om van de verboden vrucht te proeven.
Ik had mijn auto strategisch geparkeerd. Bijna niemand kwam achter de winkel, slechts een enkele boromang van de andere straat riskeerde een slangenbeet om zo tijd te besparen om Moenalal te bereiken. Nauwelijks zat ik met mijn sopie, of het meisje kwam en nauwelijks was zij onder de tent, of de regen kwam en hoe! Met bakken tegelijk viel Gods water over Gods akker. Ik wenkte haar met mij in de auto te gaan zitten en zij hapte toe. De auto zat ook onder het dak van de tent, omdat de eigenaar zelf zijn voertuig daar zette en dus de tent naar de achterkant verlengd had. Ik had mijn lippen al op de hare en zou net mijn tong introduceren in het spel, toen een barse stem klonk; “Sunita, kha behl. Tu saram dewe palwár ke. Pandra beries….”*. de rest van zijn woorden gingen verloren in het lawaai van de regen op het dak van de tent, maar ook omdat hij verder liep; het was een van de zeldzame boromangs van de andere straat die de “binnendoor route” achter het erf van de winkel namen. Ik had echter al genoeg gehoord. De man vroeg aan Sunita wat ze deed en zei dat ze haar familie schande gaf. Verder zei hij iets in de geest dat zij pas vijftien jaar oud was. Als bij instinkt trok ik haar bloesje naar beneden; twee tennisballen vielen eruit. Een stukje stof viel op uit haar jeans. Ik trok eraan en een hele lap stof kwam tevoorschijn. Mevrouwtje had dus mij willen verleiden door ouder te lijken; tennisballen om de bobbetjes te “vergroten” en lapje stof om de poenie een bollere vorm te geven. Het hoefde geen betoog dat ik haar flink de levieten gaf en haar naar huis stuurde. Daarna verontschuldigde ik mij bij de mannen in de bar.
(Men knikte begrijpend; in deze “koeliebuurten” worden er – verborgen voor de buitenwereld- relatief veel zedendelicten gepleegd.)
* Pandra beries = vijftien jaar oud

Kamai Dhotie Wala – Khai Tophie wala

Klik op afbeelding voor groter formaat
Natak: Kamai Dhotie Wala – Khai Tophie wala
Met Nederlandse boventiteling
Zondag 16 februari 2014 13:30 uur  in Theater de Regentes Den Haag
Zondag 23 februari 2014 13:30 uur in Theater Zuidplein Rotterdam
Zondag 2 maart 2014 in Theater de Kom Nieuwegein
Zondag 9 maart 2014 in Oostvaarder college in Almere
Zondag 23 maart: locatie nog niet bekend
Let op! Nieuwe natak dvd Saas Calcatia – Behu Parnasia alleen in het theater verkrijgbaar met Nederlandse ondertiteling

Presentatie twee nieuwe uitgaven van Rabin Baldewsingh

Op woensdag 27 november 2013 presenteert uitgeverij Surinen twee nieuwe uitgaven van Rabin Baldewsingh: Man ke mauni / In de stilte van de ziel is een tweetalige (Nederlands/Sárnami) dichtbundel; Párwasi is een boek met gedichten foto’s van de contractarbeiders die vanuit India naar Suriname trokken om er op de plantages te werken; het boek gaat vergezeld van een cd. De boekens worden door de dichter aangeboden tijdens een literair programma in het Haagse theater De Vaillant aan Michiel van Kempen. Baldewsingh licht toe: ‘Ik bied ze aan omdat Michiel van Kempen de “lopende encyclopedie” is van de Surinaamse literatuur, omdat hij de Caraïbische letteren een warm hart toedraagt en omdat hij op dit moment als hoogleraar erg belangrijk werk verzet op dit terrein.’

Inloop vanaf 19.00 uur. Aanvang programma 19.30 uur in de theaterzaal: vraaggesprek, voordracht, muziek, aanbieding van de uitgaven.
20.30 nazit met buffet in de foyer
Locatie: Theater De Vaillant
Hobbemastraat 120
2526 JS Den Haag
Na afloop zijn de bundels te koop in de foyer.
Aanmelden bij rabinbaldewsingh@gmail.com
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter