blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Saba

Geschutter van een NL-minister

,,Als er op Saba geen tandarts is, kun je voor tandartszorg toch op Sint Maarten terecht.” Jaja…. minister Bruno Bruins (VVD) voor Medische Zorg en Sport heeft kennelijk geen flauw benul van de Caribische delen van het Koninkrijk, zelfs niet van de eilanden waarvoor hij medeverantwoordelijk is. read on…

One Happy Kingdom: kom het beleven!

Zo ontzettend bijzonder om deze voorstelling te zien groeien van een idee in het hoofd van een paar mensen tot een zinderend schouwspel in één van de mooiste Haagse theaters: Diligentia! Kom 12 november kijken, want die kans krijg je maar één keer! read on…

Gaat het nu beter of slechter op Bonaire, Sint Eustatius en Saba?

De Directie Koninkrijksrelaties van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties nodigt belangstellenden uit voor het bijwonen van een lezing met als onderwerp: ‘Zes jaar onderdeel van Nederland: Gaat het nu beter of slechter op Bonaire, Sint Eustatius en Saba?’ read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (22)

door Wim Rutgers

04.4 Proza: vertellingen en verhalen

Hoewel het proza de laatste tijd in opkomst is, blijft de poëzie vooralsnog met meest populaire genre: gedichten zijn beknopt en laten zich bovendien gemakkelijker voordragen dan het voorlezen van relatief lange verhalen. Van het proza dat verschijnt is de vertelling die nog sterk in de orale traditie staat op zijn beurt weer populairder dan de dikke romans. read on…

Willem van Lit – Landschappen

Terwijl ik zit te schrijven, kijk ik naar een prent uit 1815 van een zicht op Oranjestad (Aruba). Ik heb de indruk dat de tekenaar – ene zekere R.B. Lloyd – veel meer dingen heeft willen vastleggen dan in werkelijkheid vanaf de positie waar hij zich bevond, te zien waren. Toch staat in het bijschrift dat hij diverse details heeft weggelaten. Hij zou alleen de stenen huizen met vaste daken getekend hebben en niet de lemen en strooien woningen die er ongetwijfeld ook stonden. read on…

Sorton presents An Inside Look

The Daily Herald writes about an autobiographic tale of the life of a little boy, born May 23rd, 1946, on the five-squaremiles Island of Saba, which had some 900 inhabitants at that time. This is the plot of a book written by Raphael A.M. Sorton, who grew up to become, among other things, Acting Lt. Governor of his home island.

Sorton’s book, titled An Inside Look was presented in The Hague read on…

Sjouke Bakker overleden

Sjouke Bakker, die zijn memoires als tropenarts in 2012 heeft gepubliceerd, is op 2 juni jongstleden overleden op Saba en de uitvaartdienst zal op Sint Eustatius zijn. In de advertentie staat niet vermeld op welke dag. Onlangs besprak Jeroen Heuvel op Caraïbisch Uitzicht zijn memóires (klik hier). read on…

BES

Bonaire slavenhuisjes
 
door Sheila Sitalsing
Je bent de minister die verantwoordelijk is voor de bijzondere gemeenten Bonaire, Saba en Sint Eustatius. Je krijgt een onderzoeksverslag op je bureau. De beerputgeur walmt je tegemoet. Met dichtgeknepen neus ga je bladeren. Je leest wat je al wist: dat de man die jou daar representeert als rijksvertegenwoordiger er een puinzooi van maakt.
Hij heet Wilbert Stolte, CDA. Was ooit wethouder en heeft een politieke kruiwagen in de persoon van Hans Hillen. Voor een politieke benoeming aan de rafelranden van het Koninkrijk is dat een topzwaar cv. Op de eilanden wordt al tijden geklaagd over ‘s mans warme banden met de Union Patriótiko Boneriano (UPB), zusterpartij van het CDA en bevolkt door onfrisse lieden.
Wilbert Stolte, Ronald Plasterk, Lydia Emerencia. Foto © Belkis Osepa
Je leest dat de hoge Nederlandse ambtenaren met wie Stolte moet samenwerken hem diep wantrouwen. Dat ze elkaar grommend vanuit hun loopgraven beloeren. Dat de mensen op Bonaire zich afvragen wat Stolte in hemelsnaam eigenlijk doet. Dat ze hem op Saba en Sint Eustatius nooit zien omdat hij daar de stagiair heen stuurt op werkbezoek. Dat er geen communicatie is, geen samenwerking, niets. Haal die man daar weg, snel, zo besluit het advies.
Wat doe je dan? Je whatsappt het rapport onmiddellijk naar de Kamerleden die al tijden bezorgde vragen stellen over de wanprestaties van Stolte. Vervolgens neem je de KLM naar Kralendijk, alwaar je Stolte uit zijn strandstoel sleurt en terug naar Nederland schopt. Daarna ga je langdurig ‘sorry’ zeggen tegen de BES-eilanders.
Maar de minister die dit rapport op 18 november 2013 kreeg, stopte het in het mapje ‘Kan blijven liggen’. Want er komt binnenkort nog een onderzoekje over de BES, dan kan de boel in een bundeltje naar de Kamer. In april of zo. En op 1 mei 2014 gaat Stolte conform eerdere afspraak toch al weg. Handig: dan is de angel bij voorbaat uit de discussie.
Een betrokkene die hier minder lichtvaardig over dacht, smokkelde het rapport naar het Antilliaans Dagblad, dat sinds 7 februari elke dag nieuwe heerlijke details uit het stuk opdist. En nu heeft Ronald Plasterk een probleem, want hij is de minister die het rapport – dat hij op 7 februari alsnog schielijk naar de Kamer stuurde – bijna drie maanden liet schimmelen in een mapje. D66 is boos en vroeg een Kamerdebat aan, de SGP steunde dat verzoek – van de constructieve oppositie hoeft Plasterk het niet te hebben.
Op het Binnenhof zal de affaire snel worden teruggebracht tot de overzichtelijke vraag: kan Plasterk zich een tweede ‘sorry, ik had dit niet moeten doen’ veroorloven?
…geen visie, geen sturing…
Foto © Michiel van Kempen
Voor de BES-eilanden houdt de tragiek daarmee niet op. Want het rapport gaat ook over onvermogen. Verbijsterend onvermogen van de Nederlandse politiek om een visie op de toekomst van de eilanden te formuleren, en van Plasterks ministerie om het BES-beleid vanuit talloos veel Nederlandse ministeries fatsoenlijk te coördineren. Er is geen visie, geen sturing, geen planning, geen inlevingsvermogen in elkaar.
Het Antilliaans Dagblad bedacht zelf vier basisvereisten voor verbetering van de relatie tussen hier en daar: 1. visie en toekomstperspectief; 2. één regisseur vanuit de Nederlandse overheid; 3. een permanente vertegenwoordiger van de BES-eilanden in Den Haag; 4. excuses aan de bevolking van Saba, Sint Eustatius en Bonaire. Nummer 1 is al te veel gevraagd.
[uit de Volkskrant, 14 februari 2014]

Werelderfgoed en de Nederlandse cultuurpolitiek

Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam. Foto © Mireille Heersma
 
door Benjamin S. Mitrasingh
 
Met alle sympathie voor de Stichting Gebouwd Erfgoed kan de directeur ervan, Stephen Fokké hemel en aarde bewegen om Unesco ervan te overtuigen dat het niet de schuld is van zijn stichting dat Suriname onvoldoende aandacht heeft besteed aan zijn twee (monumenten en de natuur) Werelderfgoed-projecten. Dat kon ook niet anders, want het cultuurbeleid van Suriname bevindt zich sinds mensenheugenis in de politieke lappenmand. Geen probleem voor veel ontwikkelde burgers van Suriname, omdat vooral deze hebben geleerd dat ’s lands belang andere prioriteiten kent. De twee en een halve ministers van Financiën hebben dat ook geweten. Dat waren drie Surinaamse academici die ook hart hadden en nog steeds hebben voor de Surinaamse zaak, maar dat stemde niet overeen met het belang van de politieke leiders.
Het Surinaamse cultuurbeleid
In Suriname moeten politici altijd scoren bij het grote publiek, de bekende zogenaamde achterban. Vakbondsleiders kennen dit fenomeen ook maar al te goed; ze mochten nog zo populair bij hun leden zijn, maar als het op stemmen aankomt in de politiek, haalden zij het nooit. Zij werden omhoog getrokken door hun coalitiepartners.Modderbank 
Dit lot is het Surinaamse cultuurbeleid ook beschoren. Het publiek geniet van alle pracht en praal van de cultuuruitingen van Suriname, maar draagt er zelf nul centen bij. De makers van het monument van Baba en Mai en nu nog steeds de bestuurders van het Lalla Rookh-complex, kennen dit ook maar al te goed; er worden door grote ondernemers en succesvolle bedrijven gouden bergen beloofd maar als het op betalen aankomt, ontdek je dat we eigenlijk nog steeds vastzitten op een modderbank; een culturele modderbank wel te verstaan.

In de cultuursociologie zeggen we dan dat het milieu van de ‘sponsors’ nog niet zo goed ontwikkeld is om culturele projecten te financieren. Het hele Surinaamse cultuurbeleid lijdt hieronder. Al gauw bleek ook dat gestudeerde mensen geen goede culturele bagage hebben en daarom mislukken ook vele leuke culturele projecten.

Nederlandse cultuurpolitiek 
Een slecht voorbeeld is de Nederlandse cultuurpolitiek in het buitenland. In alle gevallen ging het eerst om het Nederlandse belang en dat moeten Surinamers ook nog leren, bij alle buitenlandse hulp moet het belang van de gever altijd zijn gediend. In het september nummer van de Nederlandse National Geographic wordt in een aparte bijlage ‘Werelderfgoed van morgen’ aandacht besteed aan het Nederlandse erfgoed. Suriname en Indonesië worden in de bijlage wijselijk verzwegen, blijkbaar vanwege hun ‘politieke’ onafhankelijkheid. Maar in de bijlage staat al in de intro een pleidooi voor het plantagesysteem van West-Curaçao, het Marine Park op Bonaire en de Mount Scenery op het eiland Saba, die moeten worden geplaatst op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco.

Saba
Tijdens de ICOM-conferentie in Rio de Janeiro in 2013, waar Suriname ook aanwezig was, hadden de ontwikkelingslanden wederom hun misnoegen geuit over de dominante rol van de rijke landen. In zijn eindverslag heeft de Surinaamse vertegenwoordiger [= Benjamin Mitrasingh, de schrijver van dit artikel – red. CU] dit ongenoegen ook tot uiting gebracht in de zin van, wij vertegenwoordigen weliswaar een arm land als Suriname maar wij – gesponsord door Unesco – komen niet op zulke belangrijke museumconferenties van de Unesco om naar’ kinderverhalen’ te luisteren over het moderne museumwezen van de rijke landen.

Erfgoed: oud Indianenhuis. Foto © Sasha Dees

Want wat zouden de rijke landen ervan vinden als wij een project van de leeggeplunderde suikerfabriek van Mariënburg zouden sturen naar bijvoorbeeld de World Monuments Fund in Washington? Dan was er toch weer onmiddellijk ruzie tussen ons en de Nederlandse politiek, maar hopelijk niet tussen ons en de doorsnee Nederlandse burgers, zoals Janneke Braamburg uit Enschede. Zij bekritiseert het Werelderfgoed in de rubriek Forum in het november nummer van de Nederlandse NatGeo. Daarin vraagt zij, waarom er geen aandacht wordt geschonken aan de 445.000 levend aangekomen slaven in Suriname en Curaçao die een zeer grote bijdrage hebben geleverd aan de Nederlandse economie in de zeventiende eeuw (de gouden eeuw). ‘Nakomelingen hiervan worden elke keer gekwetst wanneer wij bij het enthousiasme over wat wij hebben bereikt, hun bijdrage niet genoemd wordt.’
Misschien zou het goed zijn wanneer de Surinaamse burger die in Nederland heeft gestudeerd en ook daar heeft gewerkt, vaker rechtstreekse contacten onderhoudt met zijn oude vrienden in Nederland.

Architecturaal erfgoed op Barbados. Foto © Leon Jaspaert

Na het grote sociologisch onderzoek: Een nationaal onderzoek voor een cultuurbeleid in Suriname onder 3.161 scholieren en 675 volwassenen, een Unesco-project 00 SUR 602, uitgevoerd door twee Surinaamse academici (B.S. M[itrasingh] en C.R. B[adal]) werd in het eindverslag (van 50 bladzijden) in februari 2002, een kleurenpagina opgenomen met foto’s en de bijpassende tekst: ‘Als wij dit alles hebben beschermd, gered en verzorgd, blijft de culturele vorming van onze medemens nog altijd ons aller zorg. Daar gaat u ons toch ook mee helpen?’
Toen en tot nu, twaalf jaar later, heeft niemand erop gereageerd. Helaas!

[uit Starnieuws, 13 januari 2014]

Media laten een ingesleten beeld zien

door Freek van Beetz:
Naar aanleiding van de recente aandacht rondom het Caribische deel van ons Koninkrijk hebben we auteur Freek van Beetz gevraagd een gastblog te schrijven.
 
“Voorlopig komt er geen recensie van uw boek”, kreeg ik dit voorjaar te horen van de NRC. Dat boek: Het einde van de Antillen, zou “alleen voor de echte liefhebbers van de politieke geschiedenis van de Antillen echt fascinerend zijn, maar de meeste lezers van NRC Handelsblad rekenen zich daar niet toe”. En zo serveerde de ‘kwaliteitskrant’ mijn met persoonlijke ervaringen doorweven kroniek van de recente politieke geschiedenis van het Koninkrijk af, een periode waar ook (Europees) Nederland politiek nauw bij betrokken was. Die staatsrechtelijk cruciale jaren culmineerden uiteindelijk op 10 oktober 2010 in de opheffing van het land de Nederlandse Antillen. Vanaf die datum zijn Sint Maarten en Curaçao ‘autonome landen’ binnen het Koninkrijk, dezelfde status die Aruba al vanaf 1986 geniet. De kleinere eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius gingen als ‘bijzondere gemeenten’ hechtere banden met Nederland aan.
Diezelfde NRC pakt deze weken groots uit met onthullende resultaten van onderzoeksjournalistiek: de betrokkenheid van Nederland en Nederlandse politici bij mogelijke corruptie op Bonaire. De eerste reportage “Illegale spionage op Bonaire” verscheen in de editie van 21 november. Dus nu niet alleen voor ‘echte liefhebbers’?
Dergelijke reportages passen in een bestendige, bijna hardnekkige gedragslijn in de media: de eilanden in de voormalige Antillen zijn toch vooral publicitair interessant als er moord, doodslag en corruptie te melden valt. Overigens moet gezegd worden dat aan deze NRC-reportage uitvoerig en gedegen bronnenonderzoek ten grondslag ligt.
De aandacht in de Nederlandse media voor de politieke actualiteit in het Caribische deel van het Koninkrijk, kenmerkt zich in het algemeen niet door een grote mate van diepgang, belangstelling en betrokkenheid. Journalistieke nieuwsgierigheid moet het nogal eens afleggen tegen de aandrang binnen de gebaande paden te blijven: afstand nemen van ingesleten beeldvorming vraagt kennelijk teveel. Teveel tijd, teveel energie, teveel inlevingsvermogen. Een enkele uitzondering (zoals Dick Drayer, correspondent ter plekke) daar gelaten. Het steekt de eilandbewoners in de Cariben terecht dat de van de eilanden afkomstige succesvolle sportlieden steevast als ‘Nederlanders’ worden geprezen en criminelen het etiket ‘Antilliaan’ krijgen opgespeld. Fraude, criminaliteit en integriteitsvraagstukken bepalen het negatieve beeld.
Curaçaose dansgroep
Gemiste kansen
Van 12 tot 21 oktober bezochten koning Willem Alexander en koningin Maxima het Caribisch deel van het Koninkrijk. De lijst met ‘geaccrediteerde pers’ in het officiële programma vermeldt 7 fotografen, 5 journalisten van de schrijvende pers en 25 medewerkers van radio, tv en video, waarvan 8 verslaggevers. Maar liefst 37 personen zouden het bezoek verslaan.
En wat hebben die ons allemaal laten zien? Vanzelfsprekend veel geijkte beelden: zon, zee, volksdans en vrolijke mensenmenigten. En een koningspaar dat duidelijk zichtbaar genoot van de inzet, het enthousiasme en de spontaniteit van hun onderdanen aan de andere kant van de oceaan.
Voor zover de meegereisde journalisten daarvoor al de ruimte kregen van hun redactiechefs en netmanagers, kregen we in het journaal en in de nieuwsrubrieken maar bar weinig te horen en te zien over de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen sinds de wijzigingen in de staatkundige verhoudingen op 10 oktober 2010.
Voor nieuwsgierige nieuwsgaarders zou de recente geschiedenis voldoende aanleiding moeten zijn om te onderzoeken hoe het de eilanden en eilandbewoners sedertdien is vergaan. Het koninklijk bezoek bood een mooie en gepaste gelegenheid om de bestaande stereotype beelden te nuanceren en de kennis over dit deel van het koninkrijk te verdiepen. Die kans hebben de nieuwsmedia voorbij laten gaan.
…overbodig vakantiereisje…
In het veelbekeken acht uur journaal kwamen slechts sporadisch beelden van het bezoek – en dan nog in een flits – voorbij. Correspondenten in ‘Verweggistan’ krijgen daar doorgaans meer zendtijd toebedeeld voor lang niet altijd even diepgravende reportages (dansende aapjes op straat in Djakarta!). In sommige programma’s, bijvoorbeeld in RTL Late Night (met Umberto Tan), maakte de redactie het zich wel erg gemakkelijk: de reis van het Koningspaar werd, met het tonen van enkele plaatjes, lacherig afgedaan als een overbodig vakantiereisje. De NTR beperkte zich tot overigens goed gemaakte reportages: ‘Koningspaar in de Nederlandse Cariben’, die op drie achtereenvolgende vrijdagavonden tussen zeven uur en half acht werden uitgezonden, jammer genoeg niet echt ‘prime-time’.
Tegen die achtergrond valt de kritiek op de eilanden op de wijze waarop zij door de Nederlandse media en de Nederlandse politiek worden bejegend goed te begrijpen: ze worden maar al te vaak met meewarige blik en houding weggezet als ontwikkelingslanden, waar financiële steun in zakken van corrupte politici verdwijnt; eilanden die in de greep van de maffia lijken te worden weggezogen en waarvan we beter vandaag dan morgen afscheid van moeten nemen.
De media hebben de kans om een genuanceerder beeld te geven van de eilanden en hun bewoners voorbij laten gaan. Dat doet geen recht aan de positieve sfeer waarmee het koninklijk bezoek was omgeven en evenmin aan de inzet van velen op die kleine eilanden die met energie, maar met vaak beperkte mogelijkheden en middelen werken aan hun toekomst.
Wél geïnteresseerd in de achtergrond van de voormalige Nederlandse Antillen? Lees het boek van Freek van Beetz: Het einde van de Nederlandse Antillen.
[van Eburon, 28-11-2013]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter