blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Rosario Guillermo

Guillermo Rosario op de muur

Kijk eens! Voor het eerst een Curaçaose dichter op de muur in Leiden. Guillermo Rosario op het pand van adviesbureau Blaauwberg aan de Vestwal (naast café de Re-spons): het gedicht zowel in het Papiaments als in Nederlandse vertaling. read on…

Boekpresentatie Rosario

Stichting Simia Literario nodigt u hierbij uit voor de presentatie van Onsterfelijk, vertaling door Libèrta Rosario van het boek E rais ku no ke muri van Guillermo E. Rosario (haar vader). Libèrta Rosario zal ook aandacht besteden aan de persoon Guillermo E. Rosario.

read on…

Onsterfelijk

Stichting Simia Literario nodigt u hierbij uit voor de presentatie van Onsterfelijk, vertaling door Libèrta Rosario van het boek E rais ku no ke muri door Guillermo E. Rosario (haar vader). Het boek is verschenen in 2013. read on…

De slaaf is weggevlogen, maar…

Beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis
door Jeroen Heuvel
Wat is de waarheid? Abel zal op deze vraag iets anders antwoorden dan Kaïn of dan Eva. Wat in het politiebericht staat, zal voor dader en slachtoffer feitelijk zijn, maar wat de een heeft bewogen en wat de ander heeft beleefd, en of de dader zich misschien eigenlijk als slachtoffer ziet en het slachtoffer als dader – “ja, maar hij is begonnen” – zal discutabel zijn want wie spreekt de waarheid? Omdat de beleving in de ziel voor iedereen anders is, omdat het verhaal van ieder individu een andere kleur heeft, omdat helden schurken kunnen zijn, lijkt het onmogelijk dat iedereen het eens is over de motieven van gebeurtenissen. Ook zijn er mensen die de gebeurtenis betwijfelen.
De slaaf vliegt weg, verbeelding van Elis Juliana,
siert de kaft van het boek
In december 2013 is er bij LM Publishers in Nederland een boek gepubliceerd, De slaaf vliegt weg, beeldvorming over slavernij in de kunsten. Het is een bundeling van tot essays bewerkte lezingen van een in 2009 gehouden internationaal symposium over de verhouding tussen historische romans en de beeldvorming van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en enkele (fragmenten van) literaire teksten die gerelateerd zijn aan de slavernij in het Caraïbisch gebied. Het betreft een inleiding plus elf essays, zeven literaire teksten – van bijvoorbeeld Ini Statia, Ina Césaire en Fausten Charles – en verschillende afbeeldingen van kunstwerken, van Remy Jungerman, Ras Ishi Butcher, Letitia Brunst en anderen. Het boek is samengesteld door Lucia Nankoe en Jules Rijssen.
Het onderwerp van het symposium is erg belangrijk en interessant. Het bewustzijn over het gezamenlijk verleden is nog veel te sluimerend en moet, willen we vooruit komen, door ons worden gewekt; het gesprek over de slavernij, de rassendiscriminatie, de koloniale uitbuiting, blijft nodig zolang er niet een geschiedenisboek kan worden geschreven waarover partijen het allemaal eens zijn. Met andere woorden moeten we achteruit blijven kijken totdat het duidelijk is waar we naar toe willen, want uiteindelijk moeten we toch vooruit.
In de inleiding stellen de redacteuren dat romanschrijvers en verhalenvertellers met collega-schrijvers, vakwetenschappers en lezers debatteerden over het bovengenoemde thema. De vraag kan gesteld worden of historische romans een rol vervullen in de beeldvorming over het slavernijverleden, en zo ja welke. “Juist omdat het om een mentaal proces gaat, is het moeilijk precies aan te geven hoe het ons gedrag beïnvloedt. Maar die beïnvloeding vindt wel plaats.”
Sprekers waren naast de redacteuren onder meer Michiel van Kempen, Ernest Pépin, Quito Nicolaas, Cynthia Mc Leod, Rihana Jamaludin en Fausten Charles. De lezing van Michiel van Kempen moest van de redactie zo drastisch worden ingekort, dat de auteur zijn inhoud op onaanvaardbare manier zag worden aangetast en hij trok zijn stuk in.
In het essay van mederedacteur Jules Rijssen worden enige redeneerpatronen uit de debatten over de slavernij geanalyseerd. Als informatiebron golden artikelen uit vier kranten: de VolkskrantHet ParoolTrouw en NRC Handelsblad. Kranten uit de Nederlandse maatschappij en dus, op het gevaar af me op glad ijs te gaan begeven, bastions van witte bolwerken, “De interesse voor de redeneerpatronen kwam toen uit de analyse bleek dat journalisten vaak kozen voor het model om nazaten aan het woord te laten in combinatie met citaten en interviews met witte deskundigen uit voornamelijk de (internationale) universitaire en de museale kringen en de schrijverswereld.” Ik denk dat het interessanter zou zijn geweest om tijdschriften en dergelijke te hebben genomen bestierd door mensen die bewust station Huidskleur achter zich hebben gelaten. Rijssen noemt de worstelingredenering, die vooral de nazaten van de slaven gebruiken, de ‘slechte maatschappelijke positie’-redenering om de schuld van de huidige zwakke maatschappelijke positie aan het verleden te wijten, al dan niet met de eis om financiële genoegdoening. Witte mensen gebruiken de ‘het is al lang geleden’-redenering al dan niet met de ‘ver weg of ik was er niet bij’-variant of die van de ‘ontwikkelingshulp als compensatie’.
Schwarzkopf van Natasja Kensmil
De titel van de bundel is gebaseerd op een afbeelding van Elis Juliana, geïnspireerd op het verhaal, de overtuiging, dat een in Afrika geboren mens, tot slaaf gemaakt, naar Curaçao getransporteerd, terug kon vliegen naar zijn moederland, mits hij geen zout had aangeraakt. Afgezien van de vraag of iemand kan vliegen, hetzij fysiek, hetzij mentaal, moet worden stilgestaan bij het woord ‘slaaf’.
‘Slaaf’ is een label, niet een kwaliteit; het is een door de maatschappij, ofwel door de medemens gemaakte definitie, niet inherent aan het wezenlijke van de mens die zo genoemd wordt. – Dat de mens zich wel kan gedragen naar die definitie wordt hier niet betwist. – Het is een label zoals er zoveel anderen bestaan, zonder het te willen bagatelliseren, president, boef, loverboy, professor. Mandela, bijvoorbeeld, is in de eerste plaats de mens die voor gelijke rechten en respect heeft gestreden, de maatschappij heeft hem tot gevangene gemaakt, tot president, maar die labels zijn toestanden.
Het verhaal Twelve years a slave laat zien hoe een mens, een vrij mens, Solomon Northup, door anderen tot slaaf wordt gelabeld. En hoewel de tijd die de mens Nortup – wat een afgrijselijke ironie, die naam – in slavernij heeft moeten overleven schier onbeschrijfelijk onmenselijk is geweest en vernederend en van onuitwisbare invloed op de rest van zijn vrije leven en dat van zijn naasten, net als het leven van iedere slaaf, voor hem of haar dat op zijn of haar leven is of is geweest, op het moment dat je slaaf af of president af bent, ben je in wezen geen slaaf meer op filosofisch en spiritueel gebied, hoezeer psychologen en artiesten terecht kunnen verdedigen dat een ex-president nog heel veel invloed kan ondervinden van diens voormalige toestand, omdat de maatschappij die ex als dusdanig beschouwt en behandelt.
In hoeverre kan een label verlammend werken. In hoeverre is een gevangene nog een gevangene als hij zijn straf heeft uitgezeten en vrij is? De kans is groot dat hij niet gemakkelijk een werkgever gaat vinden, als die naar zijn cv vraagt. De kans is groot dat de maatschappij hem met de nek aankijkt. Maar misschien wordt hij een zelfstandige ondernemer, of gaat hij ergens wonen waar niemand van zijn verleden op de hoogte is. En in hoeverre ondergaan (klein)kinderen van een vrij verklaarde gevangene de invloed van diens gevangenschap? Geen mens kan zijn verleden veranderen, maar een ieder kan wel invloed hebben op zijn toekomst. Deze zienswijze spreekt niet uit de hier besproken bundel.
Guillermo Rosario – Mi nigrita

 

 “Sinds de slavernij wordt de zwarte mens beoordeeld op zijn huidskleur”, zo luidt de titel van de bijdrage van Glenn Helberg. Waarom wordt deze zwarte (no offence, geen ironie bedoeld) bladzijde uit de geschiedenis, of liever gezegd dit zwarte hoofdstuk, nog steeds aan huidskleur gerelateerd? Maakt die huidskleur ook uit in een land waar geen witte, rode of gele mensen wonen, maar alleen bruine? Is er in zo’n land geen onrecht, uitbuiting of enige vorm van moderne slavernij? Ik denk van wel, net zoals er in een land waar slechts witte mensen wonen veel misdaad tegen de mensheid is en onrecht onuitroeibaar lijkt te zijn. Wie huidskleur of ras als motief of reden gebruikt, is, van welke kant je het ook bekijkt, feitelijk een racist.
Ons slavernijverleden is een heel gevoelig thema, dat was in de discussie over de historische betrouwbaarheid in de film Tula, the revolt duidelijk. De makers hadden de objectieve waarheid geweld aangedaan door als uitgangspunt in de film te veronderstellen dat het niet mogelijk is geweest om van het kleine eiland Curaçao te ontsnappen of te vluchten, terwijl het een feit is dat er bijvoorbeeld in Coro mensen, tot slaaf gemaakte mensen, gevlucht uit Curaçao waren die daar leiders van opstanden zijn geweest. En het subjectieve beeld dat regisseur Jeroen Leinders en producent Dolph van Stapele van Tula hebben gegeven werd door de kijkers heel verschillend beoordeeld. Door de ogen van de auteurs Pierre Lauffer, Elis Juliana en Guillermo Rosario en toneelschrijver en regisseur Pacheco Domacassé lijkt het wel alsof er meerdere Tula’s zijn geweest, zo verschillend heeft iedereen deze nationale held verbeeld. Andere voorbeelden van controversiële films zijn Django, unchained en Lincoln. In de Verenigde Staten lopen de gemoederen meer dan 150 jaar na dato nog steeds hoog op als het over John Brown gaat, abolitionist en held volgens de een maar terrorist en verrader volgens de ander.
In De slaaf vliegt weg zijn de bijdragen nogal voorspelbaar van karakter. Het had beter “De slavernij is niet gevlogen” als titel meegekregen.

Leven en werk van Guillermo Rosario (4 en slot)

Libèrta Rosario
Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 4, het slot van haar uitgewerkte collegetekst.
 
 
Nr.16 Guillermo kreeg veel onderscheidingen en prijzen gedurende zijn leven. Hij werd Ridder en daarna Officier in de Orde van Oranje Nassau, kreeg de Literatuur Prijs van het Cultureel Centrum Curaçao, de Sticusa Prijs, de ‘Tapushi di Oro’(Gouden Aar) voor zijn verdiensten van het Papiaments, een bronzen borstbeeld in de Openbare Bibliotheek van Curaçao en de Chapi di Plata (Zilveren Schoffel) de Biënnale Prijs Pierre Lauffer.
Nr. 17 In 1996 ging ik naar Curaçao om mijn vader Guillermo te interviewen. Ik wilde hem beter leren kennen. In het begin moest ik steeds tegen hem zeggen dat ik niet als zijn dochter, maar zijn collega tegenover hem zat. Op den duur ging het beter en mocht ik hem zelfs tutoyeren. Guillermo ging me steeds meer vertellen over zichzelf, zijn zware maar gelukkige jeugd. Dat hij op school al opkwam voor de zwakkeren en tegen onrecht. Zijn moeder had een keer tegen hem gezegd dat hij het net als zijn vader steeds opnam voor anderen en er uitendelijk vaak alleen voor stond.
Ik had Guillermo beloofd dat ik mijn eerste vertaling van E Rais ku no ke muri zou herschrijven. Ik had het boek in 1974 vertaald, maar het is nooit uitgegeven. Blijkbaar was Nederland toen nog niet toe aan een boek over een tot slaaf gemaakte held.
Eind 2012 ben ik weer begonnen met de vertaling van het boek. Ik heb samen met mijn zoon Joeri een stappenplan gemaakt en we hebben 7 maanden aan de vertaling gewerkt. Ik vond het een uitdaging om het boek vorig jaar uit te geven, 150 jaar na de afschaffing van de slavernij en 10 jaar na het overlijden van mijn vader Guillermo.
Nr. 18  Het Feest is afgelopen. Afscheid van Guillermo E. Rosario in de kerk van Sta. Famia op 31 juli 2003.Guillermo overleed op 26 juli 2003, de Nationale Dag van Curaçao, het eiland waar hij veel van hield.
 Op de vraag wie Guillermo Rosario was kan ik antwoorden dat hij een veelzijdig persoon was.
Hij was voetballer, schrijver, dichter, verhalenverteller, toneelschrijver, aannemer, politicus, uitvinder, leider, liefhebber van het Papiaments, en bovenal een ‘Yu di Kòrsou’, een Curaςaoënaar.Hij was altijd op zoek naar uitdagingen, nieuwe inspirerende mensen, gelijkgestemden, meer erkenning en begrip voor wat hij deed. Hij was een pionier op vele terreinen, werd daardoor vaak verkeerd en soms niet begrepen, een sociaal bewogen man met een scherpe pen, een grote mond en een klein hartje. Ik ben blij en dankbaar dat ik hem als vader en voorbeeld mocht hebben.
Nr. 19 Het gedicht Papiaments.

Papiamentu
M’a tambe
Bo ta manera nos rank’i anglo
Ku pa kuantu nan trap’é
Ranka su yerbanan
Marchitá su flornan
I asta distruí su rais
E ta bolbe lanta kabes
I ku kada yobida
E ta krese
Ku mas forsa
I mas bunitesa ku antes!
[Saká for di Mi Negrita Papiamentu di Guillermo E. Rosario]
Papiaments
Maar je bent ook als
De rank van de anglo
Die hoe vaak ze ook op haar trappen
Haar bladeren weghalen
Haar bloemen vertrappen
En zelfs haar wortel vernielen
Toch schiet ze weer omhoog
En na elke regenbui
Zal ze met meer kracht
En meer schoonheid groeien
Dan voorheen.
[Uit Mijn negerinnetje Papiamentu van  Guillermo E. Rosario ]
[Klik hier voor deel 1deel 2 en deel 3]

Leven en werk van Guillermo Rosario (3)

Libèrta Rosario.
Foto © Michiel van Kempen

Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 3 van haar uitgewerkte collegetekst.


 

Nr. 12  Guillermo heeft veel geschreven over de opstand van 30 mei 1969. Hij heeft zelfs een nummer van zijn tijdschrift Opinyon daaraan gewijd.
In de jaren zestig was het slecht gesteld met de economie op Curaςao. De prijzen stegen, maar de lonen niet. Hierdoor nam de koopkracht van de bevolking af. Het zware en vuile werk werd voornamelijk door de zwarte bevolking gedaan, vaak onder erbarmelijke omstandigheden. Veel blanken woonden in afgesloten luxe woonoorden, waar de zwarte bevolking amper mocht komen. Het Papiaments was verboden in de Statenraad. Er waren amper zwarten in de politiek.
Een langdurig arbeidersconflict tussen de directie van Wescar, die verantwoordelijk was voor de ontwikkeling van de CAO’s, en de Curaςaose Federatie van Werknemers, escaleerde en leidde tot een staking van veel Shell-arbeiders. In de nacht van 29 mei op 30 mei kwamen ongeveer 4000 arbeiders  samen onder leiding van onder andere Wilson ‘Papa’ Godett, Amador Nita en Stanley Brown. Om druk op de Staten uit te oefenen, vertrok de stoet richting Fort Amsterdam. Onderweg begonnen de arbeiders te plunderen en sloten meer mensen zich bij hen aan. Vanaf dat moment was de staking geen arbeidersconflict meer, maar een volksopstand die de politie niet meer in staat was in goede banen te leiden. Toen Wilson ‘Papa’ Godett, leider van de havenarbeiders,  zwaar gewond raakte en twee betogers door politiekogels werden gedood, sloeg de vlam in de pan. Willemstad stond in brand. Er werden op verzoek van het kabinet van gouverneur Nicolaas ‘Cola’ Debrot Nederlandse mariniers ingezet die alles na 24 uur onder controle kregen. Er vielen tientallen gewonden.
Naar aanleiding van de opstand richtten Wilson ‘Papa’ Godett, Amador Nita en Stanley Brown de politieke partij Frente Obrero Liberashon 30 di Mei op. Guillermo is ook lid geweest van die partij. Volgens hem is die opstand erg belangrijk geweest: er vond een mentaliteitsverandering plaats. Vóór 30 mei 1969 waren de beste banen in handen van de blanken, bijna alle hoofden van dienst waren blank en protestant. Daarna zag je overal gekleurde mensen. De wijken, waar vroeger alleen blanken woonden, werden steeds meer bewoond door gekleurde Curaçaoënaars.
Dat was anders in de tijd dat Guillermo samen met anderen in 1944 de Democratische Partij (DP) had opgericht. De leiding was toen blank. In die periode begon Guillermo serieus te schrijven, voornamelijk in het Papiaments. Eerst voor het partijblad en later ook romans en gedichten. Hij was bezig met zijn roman Pa motibu di mi koló(Door mijn huidskleur) toen hij daarover ruzie kreeg met de DP. Later veranderde hij de titel in E Angel pretu (De zwarte engel).
In de jaren 60 stapte Guillermo uit de DP, die nog erg machtig was. Na de breuk met de DP begon Guillermo met UnPoko. Het was eerst een politiek orgaan en werd daarna een krant. Niemand wilde het drukken. Men was bang voor represailles van de DP. Als je tegen de DP was kon je van alles verwachten, van gevangenisstraf tot werkeloosheid. Guillermo kocht toen een stencilmachine en gaf de krant als stencil uit. Hij onderhield zijn gezin ermee en dertig andere gezinnen leefden van het krantje. Ik kan me herinneren dat wij, de oudste kinderen thuis, elke week moesten helpen met het stencilen, sorteren, nieten en vouwen van de krant. Elke maandag kwam de krant uit in een oplage van 5000 exemplaren. Guillermo verspreidde de krant zelf over het eiland.
Later stopte Guillermo met UnPoko om bij de overheid te gaan werken. Dezelfde overheid die hem jaren had tegengewerkt en twee keer onterecht in de gevangenis had laten belanden. Volgens Guillermo had men hem die baan bij de overheid niet aangeboden om hem tot zwijgen te brengen. Hij heeft 16 jaar in het casino gewerkt, eerst als controleur en daarna als hoofcontroleur van alle casino’s.
Nr13 Respect was een woord dat erg belangrijk was voor Guillermo. Hij was altijd bereid dat te geven, maar wilde dat ook van een ander krijgen. Hij dwong met zijn verschijning veel respect af. Ook wist hij jongeren uit de buurt enthousiast te maken voor zijn projecten. Hij was een soort buurtvader en werd door veel jongeren ook ‘tata’ genoemd. Hij gaf een keer samen met een buurjongen uitleg van zijn spel ‘Ninichibol’ (Knikkerspel) aan de toenmalige gouverneur Ben Leito.
Nr 14 Guillermo was lid van veel commissies en verenigingen zoals van de Commissie Spelling van het Papiaments, mede-schrijver en voorzitter Commissie Vlag van Curaçao, voorzitter Vereniging van Curaçaose Schrijvers, lid van de Stuurgroep ‘Nieuw Beleid’ Eilandgebied Curaçao, vice-voorzitter Comité Herdenking 30 mei 1969.
Nr 15 In 1943 schreef Guillermo zijn eerste roman Un drama den hanchi Punda (Een drama in een steeg in Punda). Hij kwam in conflict met de kerk omdat de twee hoofdpersonen in het boek, een broer en een zus, verliefd waren op elkaar. In 1963 schreef hij E Rosa di mas bunita (De mooiste roos) ter ere van de afschaffing van 100 jaar slavernij (vertaald in het Engels als The most precious rose). Hij droeg het gedicht op aan Tula. Andere titels van zijn boeken zijn : De arbeider uit Klip, Vier Azen, En God heeft jouw kleur, Mijn negerin Papiaments, Liefde en Opoffering(vertaald in het Engels als Sacrifice and Love), Macho, Avonturen van Geinchi, Ik houd van Curaçao.
 
Guillermo schreef ook toneelstukken: Waarde van een cent, Dit is mijn moeder, Wat een ‘Yaya’(Voedster), De straatveger.  De onlangs overleden ontwerper Oscar Ravelo heeft de meeste omslagtekeningen gemaakt van de boeken van Guillermo.

[Klik hier voor deel 1 en deel 2 en deel 4]

Leven en werk van Guillermo Rosario (2)

Libèrta Rosario in het PC Hoofthuis (Faculteit
Geesteswetenschappen van de UvA).
Foto © Michiel van Kempen

Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 2 van haar uitgewerkte collegetekst.



 
 
Nr. 6  Een gemengd korfbalteam bestaande uit mijn ouders, Hilda, de zus van mijn moeder, Rosa, de zus van mijn vader en Vicente, hun oudste broer. Officieel was een gemengd sportteam niet toegestaan door de katholieke kerk.
Nr. 7  Door de sport gingen er steeds meer deuren open voor mijn vader. Zo reisde hij als official samen met twee andere officials, de heer Mordy S. Maduro, de toenmalige vice-voorzitter van de FIFA en de heer Odulio Willems van de NAVU (Nederlands Antilliaanse Voetbal Unie), naar het WK Voetbal in Stockholm in 1958.
Nr. 8  Mijn vader, die ook een goede atleet was, organiseerde samen met andere sportjournalisten de Vacantie Sport Olympiade voor de Schooljeugd tussen 10 en 15 jaar in 1956. De Olympiade kende verschillende sporten zoals atletiek, voetbal, volleybal, basketbal, tennis en zwemmen, en werd een groot succes.
Nr. 9 Mijn vader Guillermo en mijn moeder Elsa.
Guillermo hield van schrijven, lezen, sporten en ook van vrouwen. Hij hield van ons, zijn 20 kinderen en van zijn echtgenote Elsa, zijn steun en toeverlaat. Zij was de rust zelve, een lieve en zorgzame moeder die een groot gedeelte van haar leven heeft gewijd aan haar 11 kinderen en haar echtgenoot Guillermo. Helaas is ze te vroeg gestorven en heeft ze niet echt kunnen genieten van haar vrijheid toen wij allemaal het huis uit waren.
Nr. 10 Guillermo, die erg creatief was, heeft een familielogo bedacht dat is ontworpen door Oscar Ravelo. Het bestaat uit 20 rozen en een chuchubi (spotlijster) middenin. Iedere roos stelt een kind voor. De grote roos is Guillermo die zichzelf vergelijkt met een chuchubi. In het logo staat ‘Inisiativa nunka abatí Rosario’, Rosario is nooit ontmoedigd geraakt door de initiatieven die hij heeft genomen. Guillermo zou nooit het hoofd buigen en tijden van nood en tegenslag altijd te boven komen. De chuchubi moest net als Guillermo als voorbeeld dienen voor de 20 roosjes.
Nr. 11 In 1969 verscheen bij de Bezige Bij E Rais ku no ke muri(Onsterfelijk), een roman geschreven door Guillermo over de tot slaaf gemaakte Tula. Guillermo had E Rais ku no ke muri geschreven in een tijd dat er sociale onrust heerste op Curaςao, vóór de opstand van 30 mei 1969. In E Rais ku no ke muri, net als in de meeste van zijn boeken, stelde Guillermo de zwarte Curaçaoënaar centraal. Guillermo is de eerste en tot nu toe de enige Afro-Curaςaoënaar die een boek geschreven heeft, misschien heeft durven schrijven? over de slavernij op Curaçao. Ook op dat gebied was hij een pionier, een rebel als je hem zo zou willen noemen.
Net als veel andere schrijvers had Guillermo zijn eigen Tula gecreëerd, die in het begin van zijn boek Kato heette. Hij vond dat de tot slaaf gemaakte Tula een speciale plaats moest hebben in het hart van de Curaçaoënaar, meer dan Brion of Bolívar. Tula was voor Guillermo een Curaçaoënaar en symbool voor de vrijheid. Volgens Guillermo behoorde men zich te identificeren met Tula. Het was Guillermo’s idee om een standbeeld voor Tula op Rif te laten plaatsen.
Elk jaar verzon Guillermo een toepasselijk thema voor zijn kerstkaarten. In 1969 ontwiep Oscar Ravelo het omslag van Guillermo’s kerstkaarten naar voorbeeld van het omslag van E Rais ku no ke muri. Hier stond Guillermo (Tula?) zelf centraal.
[Klik hier voor deel 1 en hier voor vervolg deel 3]

Leven en werk van Guillermo Rosario (1)

Libèrta Rosario. Foto © Michiel van Kempen
Op vrijdag 14 maart j.l. gaf Libèrta Rosario aan de Universiteit van Amsterdam een college in de reeks Caraïbische Dromen van prof. Michiel van Kempen. Haar college ging over het leven en het werrk van haar vader, dichter en prozaschrijver Guillermo Rosario, van wie Libèrta vorig jaar een Nederlandse vertaling uitbracht van diens Papiamentu roman E Rais ku no ke muri. Vandaag deel 1 van haar uitgewerkte collegetekst.
 
door Libèrta Rosario
 
Goedemiddag allemaal,
Leuk dat jullie gekomen zijn bij dit college over Onsterfelijk, mijn vertaling van het boek E Rais ku no ke muri van mijn vader Guillermo E. Rosario en over de persoon Guillermo Rosario.
Ik zal jullie aan de hand van foto’s en verhalen meenemen op een reis door het leven van mijn vader Guillermo met de vraag: Wie was Guillermo Rosario?
Nr. 1 Het beeld dat ik als klein kind van mijn vader had, was dat van een strenge man, die bijna altijd achter zijn typemachine zat te schrijven en die nooit zomaar gestoord wilde worden. De eetkamer was vaak verboden terrein voor ons, zijn kinderen, wanneer hij thuis was. En als je het toch waagde langs te lopen en hem te storen dan moest je hem in ieder geval met drie woorden aanspreken, bijvoorbeeld ‘bon dia tata’, goedemorgen pappa. Ik kan me niet herinneren dat hij ooit hoorbaar iets terugzei. Maar het kon ook zijn dat ik zo snel voorbij liep dat ik geen tijd had om daar echt op te letten.
Nr. 2 Naarmate ik ouder werd, vond ik dat mijn vader toegankelijker werd. Hij had zijn territorium toen ook uitgebreid naar de ‘sala’, de zitkamer. Daar ontving hij zijn bezoek en werd hij ook vaak geïnterviewd. Op zulke momenten en als hij aan de telefoon was, leek hij erg ontspannen en hoorde ik hem soms zelfs hard lachen. De gesprekken gingen meestal over een door hem geschreven artikel, sport of politiek.
Nr. 3 In zijn jonge jaren was mijn vader een goede sporter. Toen hij op Aruba als timmerman bij de Lago werkte, was hij in zijn vrije tijd de ster van de voetbalclub RCA, waarvan hij de mede-oprichter was.
Nr. 4 Terug op Curaçao, wist hij als speler met verschillende clubs kampioen te worden, zoals met sportclub Ajax.
 Nr. 5 Ook zijn organisatorisch talent kwam toen steeds meer tot uiting. Zo was hij mede-oprichter van de sportclub Ajax Curaçao en van de sportclubs Curaçao Deportivo en Independiente. Bij de laatste club leerde hij mijn moeder Elsa kennen. Ze vormden samen met Luis Daal, in het midden zittend op de foto, links van mijn vader en Rafael, broer van mijn vader, links staande op de foto, het eerste bestuur van Independiente Sporting Club. Mijn moeder was de eerste vrouw in het bestuur.
[Klik voor deel 2]

Libèrta Rosario over Guillermo Rosario

A.s. vrijdag 14 maart 2014 spreekt Libèrta Rosario over haar vader, de Curaçaose dichter, schrijver journalist en sporter Guillermo Rosario (1917-2003). Zij doet dit in de reeks colleges over Antilliaanse en Surinaamse literatuur Caraïbische dromen, van prof. Michiel van Kempen aan de Universiteit van Amsterdam. Van Kempen zal de inleiding van het college verzorgen. Libèrta Rosario verzorgde in 2013 de Nederlandse vertaling van Guillermo Rosario’s Papiamentu roman E Rais ku no ke muri, die zij de titel Onsterfelijk meegaf, en voorzag van een biografische inleiding. Het college is publiek toegankelijk.

Datum: vrijdag 14 maart 2014, 13.00 tot 16.00 uur
Plaats: PC Hoofthuis, Spuistraat 134, Amsterdam, zaal 4.04

Colleges Surinaamse en Antilliaanse literatuur

 
Op vrijdag 7 februari begint de nieuwe collegereeks Caraïbische dromen – De literatuur van Suriname en de voormalige Nederlandse Antillen die prof. Michiel van Kempen geeft aan de Universiteit van Amsterdam. Er is een gloednieuwe reeks samengesteld, waarbij zo wel klassieke als de allernieuwste teksten worden gelezen. Vele gasten maken hun opwachting: schrijvers en gastdocenten van beide zijden van de oceaan. De colleges worden gegeven in zaal 4.04 van het PC Hoofthuis, Spuistraatc 138 te Amsterdam. Het vooraf gelezen hebben van de te behandelen tekst is voorwaarde om aan het college te kunnen deelnemen.
Wie graag de reeks of enkele coleges bijwoont kan zich per mail aanmelden:
M.H.G.vanKempen@uva.nl
Aanbevolen voorkennis
Jos de Roo, ‘Hollandse hovaardij; Moderne Surinaamse schrijvers over Nederland’.
Wim Rutgers, ‘De Nederlandse Antillen en Aruba’. Het gaat om 2 hoofdstukken uit: Theo D’haen (red.), Europa buitengaats; Koloniale en postkoloniale literaturen in Europese talen. Deel I. Amsterdam: Bert Bakker, 2002, pp. 199-246,  resp. 247-288.
Colleges
  1. vrij 7 februari 2014: Algemene inleiding I
  2. vrij 14 februari 2014: Algemene inleiding II, boek: Jacco Hogeweg – Een donjuan in de West
  3. vrij 21 februari 2014: Albert Helman elke student leest een ander boek van Helman
  4. vrij 28 februari 2014: Wij slaven van Suriname van Anton de Kom, in aanwezigheid van de biografen van Anton de Kom, Alice Boots en Rob Woortman
  5. vrij 7 maart 2014: Mijn zuster de negerin van Cola Debrot
  6. vrij 14 maart 2014: Onsterfelijk van Guillermo Rosario, in aanwezigheid van de vertaalster, en dochter Libèrta Rosario
  7. vrij 21 maart 2014: we lezen gezamenlijk een tekst van Derek Walcott en bezoeken in Den Haag de onthulling van een muurtekst met een gedicht van Walcott
  8. vrij 28 maart 2014: roostervrij
  9. vrij 4 april 2014: Rubber van Madelon Szekely-Lulofs. Gastcollege door Dr Gabor Pusztai (Universiteit van Debrecen Hongarije) – ‘Antikoloniale concepten in het werk van Madelon Lulofs en Laszlo Szekely’
  10. vrij 11 april 2014: Dubbelspel van Frank Martinus Arion. En vertoning van de film Yu di Korsóu in aanwezigheid van cineaste Cindy Kerseborn
  11. vrij 18 april 2014: collegevrij (Goede Vrijdag)
  12. vrij 25 april 2014: ‘Praatjes voor de West, de invloed van de Wereldomroep op jonge schrijvers in het Caraibisch gebied’, door Jos de Roo. Te lezen tekst: De rots der struikeling van Boeli van Leeuwen
  13. vrij 2 mei 2014: Hoe duur was de suiker? van Cynthia Mc Leod, met vertoning (fragmenten van) van de film van Jean van de Velde. Gastcollege over Surinaamse en Antilliaanse talen door dr Annelies Roeleveld

     

  14. vrij 9 mei 2014: De zwarte Lord van Rihana Jamaludin, in aanwezigheid van de auteur
  15. vrij 16 mei 2014: Het hiernamaals van Doña Lisa van Eric de Brabander, gastcollege door Prof. Wim Rutgers (Universiteit van de Nederlandse Antillen)
  16. vrij 23 mei 2014, laatste college, publiekscollege: De man van veel van Karin Amatmoekrim, in aanwezigheid van de auteur,
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter