blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Robinson Tjalie

Hoe Nederland Indië leest

Op vrijdag 6 juli 2018 verdedigt Lisanne Snelders haar proefschrift Hoe Nederland Indië leest aan de Universiteit van Amsterdam. Zij onderzoekt aan de hand van de literaire cultuur de veelvormigheid van de herinnering aan Nederlands-Indië en legt de politiek bloot van de herinnering aan Nederlands-Indië. Ze stelt dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is. Verschillende perspectieven op de geschiedenis worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst. Snelders bestudeert de compartimentalisering aan de hand van drie auteurs: Hella S. Haasse, Tjalie Robinson en Pramoedya Ananta Toer. read on…

Albert Helman en Tjalie Robinson

De Gids over 100 jaar Tjalie Robinson
“Ze liepen allebei voor de troepen uit. Ze zagen zichzelf als iets compleet anders dan Hollander, konden aan hun afkeer van het karakteristiek-Hollandse nooit luidruchtig genoeg uiting geven, ze verlieten Nederland voor lange tijden, maar bleven hun leven lang uiteindelijk toch ook met tal van draden aan het vermaledijde landje aan de Noordzee verbonden. Albert Helman en Tjalie Robinson: een karakterverkenning op basis van brieven.”
Zo begint het artikel van Michiel van Kempen waarin hij Albert Helman en Tjalie Robinson contrasterend in beeld brengt. Helman, the lonely wolf in de Surinaamse letteren, en Tjalie Robinson, de voorman van de Indische gemeenschap in Nederland. Het artikel staat in het zoiuist verschenen nummer van De Gids (jaargang 174, 2011, nr. 1) dat voor een flink deel gewijd is aan Tjalie Robinson (pseudoniem van Jan Boon), de schrijver, journalist en strijder voor het Indische erfgoed, die honderd jaar geleden geboren werd. Er zijn bijdragen van Wim Willems, Willem Otterspeer, Adriaan van Dis, Abdelkader Benali, en Michiel van Kempen en twee prozastukken van Tjalie Robinson zelf.

‘n Indisch avondje in Amsterdam

door Lidewey van Noord

Op vrijdag 23 oktober ging Nederland Leest 2009 van start in de OBA. De openingsavond werd verzorgd door de Werkgroep Indische Letteren, aangezien dit jaar Oeroeg van Hella Haasse gratis wordt aangeboden aan de lezer. Hans van Velzen, directeur van de OBA, greep de gelegenheid aan om te laten zien dat ‘Amsterdam boordevol Indië is’. Op de website van de bibliotheek kan je nu zelfs een Indische fietstocht door Amsterdam vinden, die voert langs memorabele plekken die de koloniale herinnering aan het Amsterdamse VOC-verleden tot leven brengen.
.

Het was een Indisch avondje. Pamela Pattynama hield een lezing over Oeroeg (1948) en Sleuteloog (2002), waarin ze aantoonde hoe de vergelijking tussen beide werken niet alleen de ontwikkeling in het denken van Hella Haasse zelf aan het licht brengt, maar ook een metafoor vormt voor de publieke verwerking van een koloniaal verleden. De man van gas en licht van Nicolette Smabers werd gepresenteerd, waaruit blijkt dat Indië nog altijd een hedendaags onderwerp vormt. In de pauze was er spekkoek, Theodor Holman las op bevlogen wijze een brief van Tjalie Robinson voor, en daarna hield Wim Willems een lezing over deze Indo-voorvechter. De avond werd afgesloten met een discussie. Deze discussie werd geleid door Kester Freriks en en Sylvia Dornseiffer en droeg de titel “Ik hoor hier niet bij”, Indische stemmen in de literatuur. Kester Freriks lichtte de titelkeuze toe met de volgende zin: ‘Buitenstaanderschap is een wezenlijk kenmerk van de Indische literatuur.’ Zo verweet de nestor van de Indische literatuurwetenschap, Rob Nieuwenhuys, Hella Haasse bijvoorbeeld dat zij geen goed boek kon schrijven over de Indische samenleving, omdat ze blank was. ‘Voel jij je een buitenstaander binnen de Nederlandse literatuurwetenschap?’ vroeg Dornseiffer aan Pattynama. ‘Heb jij dat gevoel ook, dat je er niet bij hoort?’ Vol overtuiging – en hoorde ik daar lichte verontwaardiging in haar stem? – antwoordde Pattynama: ‘Ik hoor er wel bij! Indië is een belangrijke component van de Nederlandse cultuur en dus ook van de literatuur. Mulisch, Hermans en Reve hebben ook over Indië geschreven.’

De discussie over ‘erbij horen’ ging verder. Over de plek van de Indische literatuur binnen de Nederlandse literatuurgeschiedenis, en vooral het gebrek aan die plek. Over dat het niet mogelijk is in Nederland om tegelijkertijd Indo en Nederlander te zijn. Je moet ergens bijhoren, een keuze maken. Er werd een stukje vertoond uit de documentaire Ik ben een Indo ja, en zo wil ik leven die Ida Does maakte over Tjalie Robinson. In dat fragment kijkt Robinson vol verbazing naar de hoeveelheid spullen die Nederlanders in hun huis zetten: ‘Als ik ooit zo ga leven ben ik verloren.’ Misschien is die worsteling met de betekenis van identiteit wel het belangrijkste kenmerk van de Indische letteren. Een universeel en tijdloos thema overigens, want is dat ook niet waar het in hedendaagse migrantenliteratuur allemaal om draait?

Ik begon me wat ongemakkelijk te voelen, en ik keek eens om me heen. Ik telde nog vier andere blonde mensen in de zaal. Naast mij zaten de oprichters van de website http://www.indisch3.nl/, een weblog voor derdegeneratie Indische Nederlanders. Kennelijk zijn het vooral Indische mensen die de Indische letteren lezen, op zoek naar jeugdherinneringen, of de geschiedenis van ouders en grootouders. In mijn gedachten sprak de geest van Rob Nieuwenhuys mij streng toe: ‘Jij bent zo blank als Hella Haasse, hoe kan jij nou ooit iets goeds schrijven over de Indische letteren?’ Ik was een Nederlandse stem in de Indische literatuur. Ik hoorde er niet bij. En opeens vroeg ik me af: Willen de Indische letteren er eigenlijk wel bijhoren? Als alle Indische auteurs worden opgenomen in een volgende Nederlandse literatuurgeschiedenis, waar zal de discussie dan over gaan? Ik bleek een medestander te hebben in Nicolette Smabers, die heftig zei: ‘Uitzoeken in hoeverre mensen Indisch zijn is muggenzifterij. We kunnen het ook breder zien, de discussie kan over migratie gaan, ook nu zijn er kinderen die tussen twee culturen leven.’ Ik haalde opgelucht adem. Iemand durfde het te zeggen. Als je wilt dat de Indische letterkunde een prominentere rol gaat spelen binnen de Nederlandse literatuurbeschouwing, dan is het nodig om verder te kijken dan kwesties als ‘Hoe Indisch is deze auteur’ en ‘Waarom horen we er nog altijd niet bij’. Dan moet je het over de inhoud gaan hebben. Maar deze avond kreeg ik de indruk dat de Indische letteren zover nog niet zijn. De neiging om het unieke van de Indische literatuur te koesteren en te beschermen is te sterk. Zo noemde Pattynama de schrijfster Maria Dermoût een ‘verborgen juweel’, en daar voegde ze aan toe: ‘En ik weet soms niet of dat moet veranderen, of dat dat zo moet blijven.’ Duidelijker wordt het niet: de Indische letteren willen Indisch blijven, en lijken er nog niet aan toe te zijn om naast spekkoek ook bitterballen te serveren.

[overgenomen van de blogspot De Amsterdamse Lezing]

Al wat je ooit zag of hoorde, is anders

Op 23 oktober – de openingsavond van Nederland leest … Oeroeg – is de Werkgroep Indische Letteren gastprogrammeur van een literaire avond in de Centrale Bibliotheek Amsterdam.
Het tijdschrift Indische Letteren van de Werkgroep Indische Letteren besteedt al bijna 25 jaar aandacht aan de koloniale en postkoloniale literatuur. Het laat zien hoe het Indische al eeuwenlang en steeds opnieuw zich manifesteert in de Nederlandse literatuur. Indische Letteren biedt een gevarieerd programma aan.

P R O G R A M M A

19.30 uur: Inleiding door Peter van Zonneveld, voorzitter van de Werkgroep Indische Letteren van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

19.45 uur: Lezing “Al wat je ooit zag of hoorde, is anders”. Van Oeroeg tot Sleuteloog. Over de verschillen en overeenkomsten tussen de twee romans van Hella Haasse, de beeldvorming over Indië en de rol van de publieke herinnering door Pamela Pattynama, bijzonder hoogleraar Koloniale en Postkoloniale literatuur-en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

20.15 uur: Presentatie De man van gas en licht (uitgeverij De Bezige Bij) een Indische roman van schrijfster Nicolette Smabers; een gerepatrieerde familie droomt van Californië, land van de zachte winters en de warme zomers. Evenals in eerder werk van Smabers (o.a. De Franse tuin en Stiefmoeder) staat het zwijgen binnen een familie centraal.

20.30 uur: Pauze

21.00 uur: Lezing Schrijven uit zelfbehoud, het Tjalie for-ever projekt van Wim Willems publicist/hoogleraar Sociale Geschiedenis aan de Universiteit van Leiden komt op stoom. Na de biografie van Tjalie Robinson, verscheen onlangs de brievenbundel Schrijven met je vuisten, brieven van Tjalie Robinson bij uitgeverij Prometheus/Bert Bakker.

21.30 uur: “ Ik hoor hier niet bij ”, Indische stemmen in de literatuur, gesprek met Pamela Pattynama, Nicolette Smabers en Wim Willems o.l.v. Kester Freriks & Sylvia Dornseiffer

22.00 uur: Afsluiting van de avond door Peter van Zonneveld

Datum:vrijdag 23 oktober 2009 van 19.30 uur tot 22.30 uur
Plaats: Theater van het Woord in de Centrale Openbare Bibliotheek Oosterdokskade 143 Amsterdam
Toegang: gratis, vanaf 18.00 uur Boekenmarkt/Pasar Buku. Zaal open om 19.15 uur.
Tijdens de pauze en de nazit signeren Nicolette Smabers en Wim Willems.
Reserveren noodzakelijk: 020-5230801 of klantenservice@oba.nl
Bereikbaarheid Theater van ‘t Woord
Het Theater van ‘t Woord bevindt zich in de centrale bibliotheek op het Oosterdokseiland. Het centraal station en de tram- en bushalte liggen op een kleine 10 minuten loopafstand. Elke 10 minuten gaat er bovendien een Stop/Go-bus vanaf het CS naar de bibliotheek en terug, en parkeren kan in de naastgelegen parkeergarage Oosterdok Parking. Hierdoor is de bibliotheek goed bereikbaar vanuit heel Nederland. Het Theater van het Woord bevindt zich op de 7e verdieping naast het daar gevestigde restaurant La Place. Voor meer informatie over bereikbaarheid raadpleeg http://www.oba.nl/; voor informatie over het programma http://www.indischeletteren.nl/

Op de foto: Pamela Pattynama; fotografie Roeland Fossen

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter