blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Praamstra Olf

Hoe Nederland Indië leest

Op vrijdag 6 juli 2018 verdedigt Lisanne Snelders haar proefschrift Hoe Nederland Indië leest aan de Universiteit van Amsterdam. Zij onderzoekt aan de hand van de literaire cultuur de veelvormigheid van de herinnering aan Nederlands-Indië en legt de politiek bloot van de herinnering aan Nederlands-Indië. Ze stelt dat de culturele herinnering aan Nederlands-Indië gecompartimentaliseerd is. Verschillende perspectieven op de geschiedenis worden nauwelijks in samenhang begrepen, maar worden als het ware in afzonderlijke compartimenten geplaatst. Snelders bestudeert de compartimentalisering aan de hand van drie auteurs: Hella S. Haasse, Tjalie Robinson en Pramoedya Ananta Toer. read on…

(Post)koloniale literatuur nu ook pluricontinentaal bekeken

 
door Karwan Fatah-Black
Op het omslag van Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen,  prijkt een kaart met daarop prominent een windroos in beeld en een tekening van een zeventiende-eeuws scheepje. Het vaartuigje oogt weifelend; hoewel het vóór de wind lijkt te gaan, wappert een van de zeilen doelloos langs de mast. Aan de randen van de kaart zien we drie onherkenbare continenten.
De bundel is een verzameling essays waarin verschillende auteurs pogingen doen om de Nederlandse koloniale literatuur en geschiedenis te bezien vanuit een pluricontinentaal perspectief. Daarmee verschuiven de auteurs de verteltrant richting de veelheid aan verbindingen en relaties die er ontstonden als gevolg van de Nederlandse kolonisatie in de Amerika’s, Afrika en Azië. In plaats van de nog steeds dominante nadruk op de relatie en verhouding tussen kolonie en kolonisator, zoeken de auteurs juist naar de verbindingen tussen ‘Oost’  en ‘West’. Deze opzet is geslaagd. Hoewel dergelijke bundels vaak maar moeizaam tot coherentie en eenheid komen, lukt het in Shifting the Compass wel degelijk overtuigend een stap voorbij het postkolonialisme te zetten.
V.l.n.r. Olf Praamstra, Adriaan van Dis, Ena Jansen
Naast de academische artikelen die de hoofdmoot van de bundel vormen, verzorgen Adriaan van Dis en Giselle Ecury aan het begin en het einde van het boek een persoonlijke reflectie op het thema. Van Dis doet dat vanuit zijn rijke ervaring in postkoloniale literaire kringen, om te eindigen met een bespiegeling over wat postkoloniale schrijvers heeft verbonden: ervaringen met racisme, discriminatie, maar vooral ook het onderzoek naar de Nederlandse cultuur en het verschil met het eigene. Ecury schetst een genealogische geschiedenis die reikt van de Antillen tot Duitsland en die eindigt rond de opening van een museum in het gebouw dat ooit haar overgrootmoeders shap (winkel) was. De twee stukken leggen sterk de nadruk op levenslopen en familiegeschiedenissen, wat ook een aantal andere artikelen in de bundel kenmerkt. Naast dergelijke ‘microgeschiedenissen’ biedt de bundel ook onderzoeken naar koloniale inspiratiebronnen voor Nederlandse literatuur, en meer historische bijdragen.
Het is uiteraard niet mogelijk om alle artikelen in de zo uiteenlopende bundel recht te doen, mijn aantekeningen in het boek zelf en op mijn kladblok overschrijden ruim de gestelde limiet aan het aantal woorden dat in OSO beschikbaar is voor een recensie. Het zal moeten volstaan om er drie stukken wat meer uit te lichten, en in een afrondende alinea de balans van het gehele project op te maken.
Rudolf Mrazek
Op het stuk van Van Dis volgt het artikel van Rudolf Mrazek. In vier delen bespreekt hij het overlappende werk en leven van drie mannen: Dr. Louis Schoonheyt, Chalid Salim, en Anthony van Kampen. De belangrijkste decors voor het verhaal zijn de gevangenenkampen Boven Digoel waar vanaf het einde van de jaren 1920 tot 1943 (vermeende) Indonesische communisten werden opgesloten en Jodensavanne waar (vermeende) Indische nazi-sympathisanten tijdelijk vast zaten. Aan de randen van het uiteenvallende Nederlandse imperium schetst Mrazek hoe Schoonheyt, geïnterneerd in Jodensavanne vanwege zijn NSB-sympathieën na vijftien jaar arts te zijn geweest in Boven Digoel, er niet aan ontkomt de parallel te zien tussen hemzelf en de opgesloten communisten. Salim daarentegen, in zijn jonge jaren als communist opgesloten in Boven Digoel, schrijft zelfs na de massamoord van Soeharto op de Indonesische communistische beweging bewonderingsvol over ‘onze president’. De vervlechting van de verhalen en levenslopen en de schuivende ideologische perspectieven lenen zich voor bespiegelingen over de manier waarop aan  geschiedenis en literatuur betekenis wordt gegeven en hoe die zelden goed lijken te rijmen met de beleving van degenen die de ideologisch geïnterpreteerde gebeurtenissen doormaakten.
Nicole Saffold Maskiel
Een andere bijdrage aan de bundel waarin de interkoloniale uitwisselingen en netwerken sterk worden geïntegreerd is het mooie onderzoek van Nicole Saffold Maskiel naar de lange lijnen van slaafeigendom tussen de Nederlandse Caraïben en Nieuw Nederland (tegenwoordig New York). In het artikel bespreekt Maskiel de lange ketens van slaafeigendom die door de geschiedenis van de Noord Amerikaanse heersende klasse lopen. Via de familie Stuyvesant die van Curaçao naar Nieuw Amsterdam ging, is slavernij onlosmakelijk onderdeel van de familiegeschiedenis van het vooraanstaande geslacht Bayard geworden. Maskiel laat zien dat via interkoloniale en interimperiale handelsverbindingen slaafgemaakte Afrikanen in Noord Amerika terecht kwamen, en hoe de vertrouwdheid met het eigendom van mensen door overerving van generatie op generatie werd doorgegeven.
Michiel van Kempen
Suriname en de Caraïben keren in de gehele bundel regelmatig terug. Aan het eind van de verzameling zit een stuk van Michiel van Kempen waarin hij onderzoekt hoe men in ‘nieuwe naties’ literatuur begint te lezen, en komt tot ‘postkoloniale canonformatie.’ Hij richt zich in het stuk met name op Suriname, maar het gebrek aan resultaat van de Surinaamse canoncommissie haalt de angel wat uit het stuk. Het is duidelijk dat er ook zonder een formele canon, iedereen met kennis van de Surinaamse literatuur zonder problemen een lijst op zou kunnen stellen van belangrijke werken. Typisch Surinaams-Nederlandse vraagstukken, zoals of de diaspora wel op zo’n lijst mag figureren spelen natuurlijk onmiddellijk op. Van Kempen legt veel nadruk op de celebrity culture dynamiek in Suriname. In het stuk van Van Kempen blijft het ‘pluricontinentale’ aspect buiten beeld.
Over het geheel genomen is de bundel een boeiende verzameling van stukken geworden. Het verschuiven van de aandacht van postkoloniaal naar pluricontinentaal is door de meeste auteurs met succes omarmd. De redacteuren zijn er in geslaagd om in een pluricontinentaal project een lezenswaardige en belanghebbende eenheid te creëren.
Jeroen Dewulf, Olf Praamstra en Michiel van Kempen (ed.), Shifting the Compass; Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature.Newcastle upon Tyne: Cambridge Scholars, 2013. 286 p., ISBN 978 14 4384 228 0,  prijs £ 44,99.

 

Lezingenmiddag over Louis Couperus

Op vrijdag 27 september 2013 houdt de Werkgroep Indische Letteren weer een lezingenmiddag in Leiden. Dit keer is de middag geheel gewijd aan Louis Couperus, naar aanleiding van zijn honderdvijftigste geboortedag.

Programma:
15.00 uur  opening
15.10 uur  Petra Teunissen-Nijsse: Couperus en Japan
15.40 uur  Olf Praamstra: Het vijandige Indië van Couperus
16.10 uur  theepauze
16.40 uur  Pamela Pattynama: Gevaarlijke geheimen. Interraciale seksualiteit in
                        De stille kracht.
17.10 uur  Jacqueline Bel: De Indische Couperus
17.40 uur  Discussie
18.00 uur  Sluiting
Locatie: Universiteit Leiden, gebouw 1175 (Lipsius), Cleveringaplaats 1, zaal 003.
De toegang is gratis. Alle belangstellenden zijn van harte welkom.

Leiden neemt afscheid van de (post)koloniale letteren

 
 
‘Voorbij, voorbij, o, en voorgoed voorbij’
Afscheid van Eep Francken, Ton Harmsen en Peter van Zonneveld
 
Eep Francken
Op vrijdag 6 september 2013 nemen drie prominente docenten van de sectie Letterkunde van de Universiteit Leiden afscheid: Eep Francken, Ton Harmen en Peter van Zonneveld. Zij hebben sinds jaar en dag mede het gezicht bepaald van de opleiding Nederlands in Leiden. Hun vertrek is het einde van een tijdperk; de (post)koloniale literatuur heeft met de komst van de nieuwe hoogleraar Nederlandse letterkunde Yra van Dijk zo goed als compleet afgedaan in Leiden. Velen zullen goede herinneringen bewaren aan de colleges die Francken,  Van Zonneveld  en Harmsen in de loop der tijd aan generaties studenten hebben gegeven, de eerste twee vooral ook over de (post)koloniale literatuur van Indë, Zuid-Afrika en de West. Deze dag mag dan ook niet ongemerkt passeren. We nodigen u van harte uit om dit bijzondere moment bij te wonen.
Programma:
14.00-14.15 uur  Opening door Wim van Anrooij
14.15-14.45 uur
‘Wat Anbeek laat liggen’  – Afscheidscollege Eep Francken
14.45-15.00 uur Pauze
Peter van Zonneveld
15.00-15.30 uur
‘Onderwijs, toneel en poëzie in de zeventiende eeuw’ – Afscheidscollege Ton Harmsen
15.30-16.15 uur Koffie/thee
16.15-16.45 uur
‘Vaarwel, mijn lieve Julius! Schrijverszonen in Indië’  – Afscheidscollege Peter van Zonneveld
16.45-16.55 uur Toespraak Rick Honings
16.55-17.05 uur Toespraak Olga van Marion
17.05-17.15 uur Toespraak Olf Praamstra
17.30-… uur Receptie
Toegang
Alumni van de opleiding Nederlandse Taal en Cultuur, studenten, docenten, vakgenoten en andere belangstellenden worden van harte uitgenodigd deze bijeenkomst bij te wonen. De afscheidscolleges en de toespraken vinden plaats in zaal 011 van het Lipsiusgebouw, Cleveringaplaats 1, van het Witte Singel/Doelencomplex te Leiden. Aansluitend is er een receptie in het Arsenaal (Arsenaalstraat 1 in Leiden).
De toegang is vrij, maar u dient zich aan te melden via lucas@hum.leidenuniv.nl.  Het is daarbij van belang precies aan te geven bij welke van de drie lezingen u aanwezig zult zijn of naar de receptie komt.

Recently published: Shifting the compass by Jeroen Dewulf, Olf Praamstra and Michiel van Kempen


Shifting the compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature was recently published [January 2013] by Cambridge Scholars Publishing.

On the back cover:

‘While the inclusion of a hybrid perspective to highlight local dynamics has become increasingly common in the analysis of both colonial and postcolonial literature, the dominant intercontinental connection in the analysis of this literature has remained with the (former) motherland. The lack of attention to intercontinental connections is particularly deplorable when it comes to the analysis of literature written in the language of a former colonial empire that consisted of a global network of possessions. One of these languages is Dutch. While the seventeenth-century Dutch were relative latecomers in the European colonial expansion, they were able to build a network that achieved global dimensions. With West India Company (WIC) operations in New Netherland on the American East Coast, the Caribbean, Northeastern Brazil and the African West Coast and East India Company (VOC) operations in South Africa, the Malabar, Coromandel and the Bengal coast in India, Ceylon (Sri Lanka), Malacca in Malaysia, Ayutthaya in Siam (Thailand), Tainan in Formosa (Taiwan), Deshima in Japan and the islands of the Southeast Asian archipelago, the Dutch achieved dominion over global trade for more than a century. Paraphrasing Paul Gilroy, one could argue that there was not just a Dutch Atlantic in the seventeenth century but rather a Dutch Oceanus. Despite its global scale, the intercultural dynamics in the literature that developed in this transoceanic network have traditionally been studied from a Dutch and/or a local perspective but rarely from a multi-continental one. This collection of articles presents new perspectives on Dutch colonial and postcolonial literature by shifting the compass of analysis. Naturally, an important point of the compass continues to point in the direction of Amsterdam, The Hague and Leiden, be it due to the use of the Dutch language, the importance of Dutch publishers, readers, media and research centers, the memory of Dutch heritage in libraries and archives or the large number of Dutch citizens with roots in the former colonial world. Other points of the compass, however, indicate different directions. They highlight the importance of pluricontinental contacts within the Dutch global colonial network and pay specific attention to groups in the Dutch colonial and postcolonial context that have operated through a network of contacts in the diaspora such as the Afro-Caribbean, the Sephardic Jewish and the Indo-European communities.’


Jeroen Dewulf en Michiel van Kempen


Authors: 

Jeroen Dewulf is Queen Beatrix Professor in Dutch Studies at the University of California, Berkeley.
Olf Praamstra is extra ordinary professor in Dutch Literature in Contact with Other Cultures and head of the Department of Dutch Studies at Leiden University.
Michiel van Kempen is a extra ordinary professor in West-Indian literature at the University of Amsterdam.
 
ISBN 978-1443842280 

Shifting the Compass

Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, geredigeerd door Jeroen Dewulf, Olf Praamstra & Michiel van Kempen, is de bundeling van de belangrijkste teksten die werden gepresenteerd op het gelijknamige congres in het najaar van 2011 in Berkeley, California. De vijftien hoofdstukken geven niet een traditionele indeling naar de verschillende koloniale gebieden, maar kijken juist naar de verbindingslijnen tussen de voormalige koloniën. Zo schrijft Rudolf Mrázek over Boven Digoel in Indonesië en de Jodensavanne in Suriname. Ena Jansen neemt de slavernij in Zuid-Afrika en Curaçao onder de loep. Paul Hollanders bekijkt de animus manendi, de wil om zich permanent te vestigen, van koloniale planters (onder wie Paul François Roos).

Shifting the Compass: Pluricontinental Connections in Dutch Colonial and Postcolonial Literature, edited by Jeroen Dewulf, Olf Praamstra & Michiel van Kempen.
Newcastle upon Tyne, Cambridge Scholars Publishing, 2013. ISBN (10): 1-4438-4228-1/ ISBN (13): 978-1-4438-4228-0
Met bijdragen van Jeroen Dewulf, Adriaan van Dis, Rudolf Mrázek, Olf Praamstra, Manjusha Kuruppath, Lodewijk Wagenaar, Adèle Nel, Phil van Schalkwyk, Luc Renders, Ena Jansen, Nicole Saffold Maskiell, Barry L. Stiefel, Britt Dams, Paul Hollanders, Michiel van Kempen en Giselle Ecury.

De bundel is samengesteld door drie hoogleraren, v.l.n.r. Michiel van Kempen, Olf Praamstra, Jeroen Dewulf

 

30 mei 2012 – Nederlands Buitengaats

Rond 1900 geloofde de Amsterdamse hoogleraar Nederlandse taal en letterkunde, Jan te Winkel, nog in het bestaan van Nederlands als wereldtaal: “Ooit had Nederland de kans gehad om een rol van betekenis te spelen in Noord-Amerika – in de tijd dat New York nog Nieuw Amsterdam heette -, maar die kans hebben wij verspeeld. De Nederlandse bezittingen in Amerika waren overgenomen door de Engelsen en in de Verenigde Staten was Engels de voertaal geworden. Maar in 1899 bood de geschiedenis een herkansing. Als in Zuid-Afrika de Boeren de Engelsen zouden verslaan – en dankzij onzee hulp en vooral door de onuitputtelijke moed van de Boeren zag het daarnaar uit – betekende dat de geboorte van een nieuwe wereldstaat in wording. Zoals eens de Verenigde Staten van Noord-Amerika zich met geweld hadden losgemaakt van Engeland, zo zouden uit deze oorlog de Verenigde Staten van Zuid-Afrika geboren worden en zich ontwikkelen ‘tot een even machtig wereldrijk […] als de Vereenigde Staten van Noord-Amerika in de negentiende eeuw zijn geworden.’ En voor geen volk, vervolgde Te Winkel, had deze gebeurtenis meer betekenis dan voor het onze. Het was de laatste kans ‘om onze taal tot eene wereldtaal, onze letterkunde tot eene wereldlitteratuur te maken.’De geschiedenis heeft Te Winkel geen gelijk gegeven, maar de sporen van het wereldrijk dat Nederland ooit geweest is, zijn tot de dag van vandaag zichtbaar. De Nederlandse koloniale expansie die in de zeventiende eeuw is begonnen, heeft een literaire en taalkundige erfenis nagelaten, waar lange tijd te weinig naar is omgekeken. Op de themamiddag ‘Nederlands Buitengaats’ spreekt Michiel van Kempen over de literatuur van de Caraïben en Suriname, Anna Pytlowany over het Nederlands op Ceylon en Pamela Pattynama over de Indische Letteren. Cefas van Rossem gaat in op de studie van het Negerhollands, een taal die zich ontwikkelde in een voormalige Deense kolonie, de US Virgin Islands. Olf Praamstra spreekt tenslotte over een vergeten koloniale literatuur: de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika.

Alle belangstellenden worden van harte uitgenodigd de middag bij te wonen.

Namens de Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde: Marijke Mooijaart, Jan Noordegraaf, Olf Praamstra

Programma

13.00 uur Ontvangst

13.30 uur Opening en inleiding door de voorzitter van de Commissie, Jan Noordegraaf

13.45-14.15 uur Michiel van Kempen (Universiteit van Amsterdam)
‘West-Indische letteren: de literatuur van de Caraïben en Suriname’

14.15-14.45 uur Anna Pytlowany (Universiteit van Amsterdam)
‘Commerce, God and language: a linguistic history of the ‘battle for souls’ in Dutch colonial Ceylon’

14.45-15.15 uur Pamela Pattynama (Universiteit van Amsterdam)
‘Nostalgie bij Bloem: Indisch-Nederlandse literatuur en film’

15.15-15.45 uur Pauze

15.45-16.15 uur Cefas van Rossem (Radboud Universiteit Nijmegen)
“Flies in Amber’. De woordenlijsten van Frank Nelson, een ontbrekende schakel in de geschiedenis van het Negerhollands’

16.15-16.45 uur Olf Praamstra (Universiteit Leiden)
‘De Muze van de Kaap’, de Nederlandse literatuur van Zuid-Afrika

Uitloop/discussie
17.00-18.00 uur: borrel

Organisatie: Commissie voor Taal- en Letterkunde van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.
Locatie: Lipsiusgebouw, Universiteit Leiden, Letterenfaculteit, zaal 227, Cleveringaplaats 1 (tegenover de Universiteitsbibliotheek).
NB: anders dan andere jaren is de bijeenkomst niet in de Universiteitsbibliotheek.
Graag aanmelden vóór 16 mei bij j.noordegraaf@vu.nl.

The 2011 Berkeley Conference in Dutch Literature

International Conference on Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature

September 15-17, 2011

University of California, Berkeley

Dutch literature is more than just literature about a tiny piece of land at the estuary of the Rhine. From the Caribbean to Southern Africa, from Southeast Asia to Western Europe, the Dutch language forms a common bond in a literature that was and is deeply marked by intercultural connections. In recent decades, considerable attention has been given to Dutch colonial and post-colonial literature, but the importance of intercultural connections within the Dutch colonial network has been neglected. What were the cultural and literary networks between Batavia, Galle, Nagasaki, and the Cape Colony? How did the slave trade connect authors in Willemstad and Paramaribo with Gorée and Elmina at the African West Coast? How did Jewish communities link Recife in Dutch Brazil to New Amsterdam on the American East Coast? And how did Amsterdam, Leiden or The Hague function as intellectual intermediaries between the Netherlands and its colonies?

This pluricentric perspective on Dutch literature remains relevant in modern times. After the colonial era ended, the Dutch language continued to produce literature that fostered intellectual bonds between the Caribbean, Southeast Asia, South Africa, and Western Europe. These intercontinental contacts were even intensified and grew in diversity when, three centuries after the first Dutchmen ventured out into the wide world, the world came to the Netherlands. Inhabitants of the former colonies first, followed by immigrants and refugees, transformed the Dutch literary landscape to the point that an international perspective on Dutch literature has become a necessity.

Organizing Committee

Jeroen Dewulf | University of California, Berkeley

• Michiel van Kempen | Amsterdam University, the Netherlands

• Olf Praamstra | Leiden University, the Netherlands

• Siegfried Huigen | Stellenbosch University, South Africa

Conference Program

Thursday, Sept. 15:

2-3pm: Meeting at the lobby of the Berkeley City Club Hotel. Guided tour on the UC Berkeley campus by Jeroen Dewulf, Queen Beatrix Professor.

3-5pm: Guided visit to the UC Berkeley Doe Library by James H. Spohrer, Librarian for Berkeley’s Germanic Collections, followed by a visit to the UC Berkeley Bancroft Library, where a selection of Berkeley’s rare books collection dealing with the Dutch colonial expansion will be presented by Anthony Bliss, Berkeley’s Rare Books and Literary Manuscripts Curator.

5-6pm: Coffee break at the Free Speech Café.

6-7pm: Introductory lecture by Dutch-Aruban author Giselle Ecury Steps in History, Paces in Personal Lives: A Post-Colonial Family History from Aruba at the Institute of European Studies. Introduction by Michiel van Kempen (University of Amsterdam).

Friday, Sept. 16:

Faculty Club, Seaborg Room.

9-9.30am: Inauguration of the conference by Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley): Colonial and Post-Colonial Connections in Dutch Literature.

Presentations Section 1. Chair Michiel van Kempen.

9.30-10am: Danny L. Noorlander (Georgetown University, Washington D.C.). The Reformed Churches of the Netherlands and the Regulation of Religious Literature in the Seventeenth-Century Dutch Atlantic World.

10-10.30am: Barry Stiefel (College of Charleston/Clemson University, SC). A Press of Many Tongues: The Globalization of Dutch Jewish Literature during the Seventeenth and Eighteenth Centuries.

10.30-11am: Coffee Break.

Presentations Section 2. Chair Olf Praamstra.

11-11.30am: Manjusha Kuruppath (Leiden University, the Netherlands). When Vondel Looked Eastwards: A Study of Representation and Information Transfer in Joost van den Vondel’s “Zungchin” (1667).

11.30-12pm: Jacqueline Bel (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Nationalism and Postcolonial Literature from the Dutch colonies in the Netherlands: Noto Soeroto, Albert Helman, Anton de Kom, and Cola Debrot.

12-2pm: Lunch

Presentations Section 3.

2-2.30pm: Wilma Scheffers (The Hague, the Netherlands). Everything Starts with Knowledge: A Voice of Humanity in Colonial Times. W.R. van Hoëvell 1812-1879.

2.30-3pm: Rudolf Mrázek (University of Michigan). Beneath Literature? Imprisonment, Universal Humanism, and (Post)Colonial Mimesis. The Internment Camp Boven Digoel in New Guinea.

3-3.30pm: Coffee Break.

Presentations Section 4. Chair Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa).

3.30-4pm: Michiel van Kempen (University of Amsterdam). Complexities of canonization in former colonies.

4-4.30pm: Olf Praamstra (Leiden University, the Netherlands). A World of Her Own, the Eurasian Way of Living and the Balance Between East and West in Maria Dermoût’s Novel “The Ten Thousand Things”.

4.30-5pm: Pamela Pattynama (University of Amsterdam, the Netherlands). A Transnational Perspective on Marion Bloem’s Indo-Dutch Narratives.

Special evening program in the Berkeley City Club – Drawing Room – offered by the Netherlands America University League in California.

7.30pm: Welcoming by Em. Queen Beatrix Professor Johan Snapper (University of California, Berkeley).

7.45pm: Introduction to the speaker by Queen Beatrix Professor Jeroen Dewulf (University of California, Berkeley).

8-9pm: Keynote lecture by Dutch author Adriaan van Dis: Squeezed between Rice and Potato: Personal Reflections on a Dutch (Post-)Colonial Youth.

9–10pm: Wine and Cheese Reception.

Saturday, Sept. 17

Faculty Club Seaborg Room

Presentations Section 5. Chair Olf Praamstra.

9-9.30am: Christine Levecq (Kettering University Flint, MI). The Cultural Hybridity of the Dutch-Ghanaian Minister Jacobus Capitein.

9.30-10am: Adéle Nel and Phil van Schalkwyk (North-West University, South Africa). The Early Cape Colony: Karel Schoeman and/on Relationality.

10-10.30am: Luc Renders (University of Hasselt, Belgium). Better Than the Original: Christianity in Afrikaans Literary Texts by Colored and Black South African Authors.

10.30-11am: Coffee Break

Presentations Section 6. Chair Michiel van Kempen.

11-11.30am: Ena Jansen (Free University of Amsterdam, the Netherlands). Similar Pasts Remembered: South African and Dutch Caribbean Slavery Novels.

11.30-12pm: Siegfried Huigen (Stellenbosch University, South Africa). New Batavians and Orientalist Philology: Historiography in François Valentyn’s “Oud en Nieuw Oost-Indiën” (1724-6).

12-12.30pm: Lodewijk Wagenaar (University of Amsterdam, the Netherlands). A Theatrical Reflection of Colonial Relations in Dutch Ceylon: The 18th-Century Reports on the Annual Apparition of Cinnamon Peelers with the Dutch Governor in Colombo.

12.30-2.30p: Lunch

Presentations Section 7. Chair Siegfried Huigen.

2.30-3pm: Britt Dams (Ghent University, Belgium). Writing to Comprehend: The Role of Intertextuality in Johannes de Laet’s “Iaerlyck Verhael” on Dutch-Brazil.

3-3.30pm: Paul Hollanders (University of Amsterdam, the Netherlands). ‘Animus Revertendi’ versus ‘Animus Manendi’. The Will to Return versus the Will to Stay in Dutch Colonial Literature Applied to Colonists in Late 18th Century Surinam.

3.30-4pm: Hilde Neus (Paramaribo, College of Education). From Belle van Zuylen to Gertrude Stein, building modern literature.

4-4.30pm: Coffee Break

Presentations Section 8. Chair Jeroen Dewulf.

4.30-5pm: Florencia Cornet (University of South Carolina). 21st Century Curaçaoan Women Writers: Re-visiting, De-stabilizing and (Re) imagining the Kurasoleña.

5-5.30pm: Nicole Saffold Maskiell (Cornell University, NY). Bequeathing Bondage: Slave Networks in the Dutch Atlantic.

6-7.30: International premiere of the film on the life of the Dutch-Surinamese writer Edgar Cairo: ‘I Will Die for Your Head’ by Cindy Kerseborn. Introduction by Michiel van Kempen and Cindy Kerseborn. Room Dwinelle 142.

7.30-9pm: Wine and Cheese Reception offered by the Dutch Consulate in San Francisco. Room Dwinelle 370.

Any information, please contact jdewulf@berkeley.edu

Afscheid Gerard Termorshuizen

Gerard Termorshuizen (rechts) met een van de sprekers, Olf Praamstra

Met een colloquium over het amusement in de koloniale pers en de presentatie van het tweede deel van zijn Indische persgeschiedenis neemt dr Gerard Termorshuizen morgen, vrijdag 27 mei, afscheid van het KITLV. Op het colloquium wordt ook door verschillende sprekers het Caraïbisch gebied onder de loep genomen.

Het volledige programma: klik hier.

Foto: @ Hans Kleijn

Het amusement in de koloniale pers

Op vrijdag 27 mei 2011 vindt in Leiden de presentatie plaats van Realisten en reactionairen; De geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers, 1905-1942 van Gerard Termorshuizen, met medewerking van Anneke Scholte. Aan die presentatie gaat een symposium vooraf, gewijd aan het amusement in de koloniale pers (Indië, Suriname, Antillen en Zuid-Afrika). Het symposium wordt georganiseerd door het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, Leiden en de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde, Leiden. Het programma is als volgt:

10.00 uur Ontvangst met koffie
10.30 uur Opening door Peter van Zonneveld
10.40 uur Gerard Termorshuizen: De Indischgast ‘zóó belust op schandaaltjes en personaliteiten’
11.00 uur René Vos: Hoezo tropenstijl, histoire intime en personaliteiten??? Verspreiding en receptie van Indisch krantennieuws in Nederland, ca. 1865-1930
11.20 uur Peter van Zonneveld: intermezzo
11.35 uur Harry Poeze: Veel ernst en weinig verstrooiing; Een Indonesische krant in Medan uit 1933
11.55 uur Huub de Jonge: Spot en provocatie. De strijd van het tijdschrift Aliran Baroe tegen misstanden in de Arabische gemeenschap in Indië
12.15 uur Thom Hoffman (acteur): intermezzo

12.45 uur Lunch

14.00 uur Olf Praamstra: ‘Kaatje Kekkelbek’, de Zuid-Afrikaanse pers en de literatuur
14.20 uur Wim Rutgers: Dicht en ondicht in en op de pers. Hoe Curaçaose periodieken hun lezers amuseerden

14.40 uur Theepauze

15.10 uur Michiel van Kempen: De Wirtenbergsche olyphant en het schriftje van Orlando. Amusement in tweeëneenhalve eeuw Surinaamse kranten
15.30 uur Angelie Sens: ‘Zonder Tom Poes zijn we onverkoopbaar!’ Getekende beelden in de Nederlandstalige Indische/Indonesische pers, ca. 1920-1957
16.00 uur Vragen en discussie
16.30 uur Sluiting

ca. 17.00 uur Presentatie Realisten en reactionairen; De geschiedenis van de Indisch-Nederlandse pers, 1905-1942. Sprekers o.a. Gert Oostindie en Vic van de Reijt

Plaats: Kamerlingh Onnes Gebouw (Lorentzzaal), Steenschuur 25. De Steenschuur (het verlengde van het Rapenburg) ligt op een kwartier loopafstand van het station. Parkeren is o.a. mogelijk op het parkeerterrein Haagweg. Daarvandaan rijdt een gratis busje naar de Steenschuur. De loopafstand is tien minuten.

Toegangsprijs voor symposium en presentatie: 25 euro inclusief lunch, koffie, thee en borrel. U kunt zich inschrijven op het bijgevoegde formulier.

De toegang tot de presentatie (omstreeks 17.00 uur), met afsluitende borrel, is gratis. Nadere informatie: tel. 0172-416272 (e-mail: secr.indletteren@12move.nl) of tel. 071-5272372 (e-mail: sitinjak@kitlv.nl)

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter